Monthly Archives: maart 2015

Ik zal er maar eerlijk voor uit komen, ik heb wel eens een boek van Saskia Noort gelezen. Ik zat in een berghut ergens in de Alpen. Op de boekenplank stonden een groot deel van het oeuvre van Thomas Mann, Mein Kampf, een autobiografie van Arnold Schwarzenegger en een boek van Saskia Noort, dus veel keuze had ik niet. Ik heb geen idee meer welk boek het was, maar erg goed was het niet.

Een paar jaar later werd ik aangeklaagd door de kleinzoon van Rietveld, die de beroemde ‘Hillebrandt’ tuinbanken van zijn opa verkocht voor 2200 euro per stuk. Met een vriend had ik bedacht dat we dezelfde banken konden maken en dat we, als we er driehonderd euro voor vroegen, nog steeds een prima winstmarge zouden hebben. Omdat we onze banken aanprezen met ‘een echte Rietveld’ en de kleinzoon de rechten op het ontwerp bleek te bezitten hadden we niet echt een poot om op te staan en zijn we maar gestopt met onze business.

Bij het verschijnen van het debuut van Liselotte Stavorinus Het Reservaat vond ook Saskia Noort dat ze werd geplagieerd. Ze sleepte Stavorinus (wat een idiote naam trouwens, ik noem mezelf toch ook niet Tim Haarlimus) voor de rechter en noemde 29 elementen op die Het Reservaat rechtstreeks overgenomen zou hebben uit De eetclub. De rechter oordeelde echter dat clichés niet te beschermen zijn en dat er dus geen sprake is van auteursrechtschending. Noort besloot afgelopen week niet in hoger beroep te gaan, maar laat het er niet bij zitten en zocht de media op. ‘Ik miste de discussie over wat een cliché is’, aldus Noort.

Daarover hoeft wat mij betreft weinig discussie over te bestaan. Volgens de Van Dale, wat toch wel een betrouwbaar naslagwerk is als het gaat om de betekenis van woorden, betekent cliché het volgende: ‘telkens overgenomen, altijd weer gebruikte en daardoor versleten, niet meer ‘sprekende’ wending of figuur’. Zo zou je blinkende SUV’s op de opritten van Gooise huizen, vrouwen die witte wijn drinken, nouveau riche types met banen als televisieproducent of binnenhuisarchitect die vreemdgaan met de enorme merkzonnebrillen dragende vriendinnen van hun vrouw, allemaal clichés kunnen noemen. De proleet met de dikke auto, lelijke nieuwbouwvilla, opzichtig dure levensstijl en een voorliefde voor jongere domme huppelkutjes is namelijk het archetype van de mannelijke Gooibewoner. De opgetutte niet al te intelligente milf met dikke tieten en opgespoten lippen die het geld van haar man over de balk smijt in ruil voor het negeren van zijn slippertjes die van de vrouwelijke.

Stomtoevallig zijn al de hierboven genoemde voorbeelden ook elementen die Stavorinus in Het reservaat volgens Noort heeft overgenomen uit haar boek De eetclub. Zo zijn beide hoofdpersonen vrouwen die naar een klein dorp buiten Amsterdam verhuisd zijn, waar de opritten naar riante optrekjes vol staan met patserige terreinwagens, en voelen ze zich na de verhuizing eenzaam. Er wordt in beide boeken een witte wijn gedronken tijdens de eerste ontmoeting tussen twee vriendinnen en in beide boeken wordt de hoofdpersoon uitgenodigd voor een etentje, dat zowel het begin vormt van de uitweg uit de eenzaamheid voor de hoofdpersoon, als de aanleiding is voor een serie noodlottige gebeurtenissen. En alsof het nog niet erg genoeg is, kiezen beide hoofdpersonen ook nog eens na lang twijfelen voor een zwart jurkje om aan te trekken naar dit diner. Gelukkig zag de rechter in dat deze en alle overige genoemde elementen ‘niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking [komen] omdat het voor de hand liggend en basaal is en niet het resultaat is van een creatieve schepping.’

Daar is geen speld tussen te krijgen. Als Noort haar hoofdpersoon gefermenteerde jakmelk had laten drinken en een clownspak had laten dragen en Stavorius had dit overgenomen, dan was er sprake geweest van plagiaat. Maar fucking witte wijn en zwarte jurkjes? Kom nou. Alsof Noort het alleen recht heeft op het schrijven van kutboeken.

De ophef die Noort probeert te creëren over het overeenstemmen van 29 clichés die toevallig zowel in haar boek als in het boek van Stavorinus voorkomen is alsof ik aangeklaagd zou zijn omdat ik ook een opa heb die timmerman was, en ik banken maakte, die van hout waren, bij elkaar gehouden werden door schroeven en houtlijm, die gelakt werden en zitplaats boden aan drie tot vier personen. Maar daar ging het niet om. Ik werd volkomen terecht aangeklaagd omdat ik een één op één kopieën maakte van de tuinbank van Rietveld. Maar het boek van Stavorinus heet niet De Eetclub en gaat ook niet over een vrouw die naar Bergen verhuist en een vriendin heeft die twee moorden op haar geweten blijkt te hebben. Saskia Noort gaat toch ook niet Herman Koch aan klagen omdat hij een boek heeft geschreven waarin een etentje een belangrijke rol speelt?

Uit de wanhopige poging van Noort om via de media alsnog haar gelijk te halen kunnen we drie dingen concluderen; ten eerste, Noort weet niet wat een cliché is en denkt dat meer mensen hier last van hebben. Ten tweede, Saskia Noort is bij mijn weten de enige schrijfster van Nederland van wie in een uitspraak van het hof is vastgelegd dat ze clichématig schrijft en ‘geen creatieve schepping’ neerzet in haar boeken. En tenslotte zijn zowel De eetclub als Het reservaat boeken die je niet hoeft te lezen, tenzij je natuurlijk in een berghut zit en je Mein Kampf al uit hebt.

Ik heb onlangs mijn abonnement op Het Parool opgezegd. In de praktijk merk ik daar weinig van. Om te beginnen krijg ik nog gewoon elke dag de krant, want de opzegtermijn is ongeveer een half jaar, dus ik zit er nog wel even aan vast. Bovendien merk ik er financieel niets van, want wat ik in PC altijd met veel brio ‘mijn abonnement op Het Parool’ noem, is in werkelijkheid natuurlijk gewoon het abonnement van mijn inwonende geliefde.

Toch kreeg ik er bijna spijt van dat mijn vriendin op de krant wilde bezuinigen, want ik las dat Eva Hoeke, toch wel een van de betere redenen om een andere krant te gaan lezen, naar De Volkskrant is vertrokken. Daar vonden ze de bijdragen van Aaf Brandt Corstius en Sylvia Witteman blijkbaar nog niet genoeg kleurloos huisvrouwengewauwel, daar moest nog een zwakzinnige bij. Enter Eva Hoeke, wier grootste talent Marcel van Roosmalen is, de man die om onduidelijke redenen Eva Hoeke koos uit de drie miljard vrouwen die onze planeet rijk is.

Waar kennen we Eva Hoeke ook alweer van? Waarom krijgen we bij de naam Eva Hoeke een onprettige, teerachtige smaak in onze mond? Eva Hoeke is de vrouw achter één bijzonder onfrisse en één bijzonder kneuterige rel, waar we sinds enkele dagen nog een bijzonder laakbare vorm van luiheid aan toe kunnen voegen. Het begon allemaal toen een onbekend gebleven medewerker van de Jackie een stukje tikte over de bijzonder aantrekkelijke, bijzonder succesvolle en naar het schijnt bijzonder vriendelijke zangeres Rihanna meende te moeten zeggen dat ze ‘een echte niggabitch’ is, een opmerking die Rihanna begrijpelijkerwijs nogal in het verkeerde keelgat schoot. Hoewel de Volkskrant uitpakte met de stompzinnige kop “Waarom zorgt het woordje ‘niggabitch’ in een Nederlands tijdschrift voor zoveel ophef?”, is de door hen opgetekende uitspraak van hiphopjournalist Saul van Stapele onmiskenbaar raak: “in het stuk van de Jackie krijg je de indruk dat zo’n modedame liggend op de bank met een wit wijntje iets lolligs heeft bedacht. Dit is net je foute oom die ooit een rapplaatje heeft gehoord en nu voortdurend ‘Yo, Yo, Yo’ roept.” Eva Hoeke, destijds hoofdredacteur en dus verantwoordelijk voor het gedrocht van een tekst, zoek het voor de grap eens op zou ik zeggen, stapte na alle commotie op. Dit deed ze echter niet voordat ze een flemerige excuusreactie had getikt, en vervolgens tegen Nu.nl liet weten dat ze een rectificatie achteraf niet nodig en een beetje overdreven vond.

Wie nu denkt dat Eva Hoeke na deze affaire was uitgerangeerd, heeft buiten het Parool gerekend, de krant waar de halfseniele Loes de Fauwe, de ongeletterde Rasit Elibol en de glibberige stijldwaas Mano Bouzamour emplooi vinden. Daar moet nog een rabiate racist bij! Enter Eva Hoeke. Bij Het Parool was het tijd voor de volgende rel. In een boze column maakte Hoeke gehakt van een pannenkoekenboerderij, die haar vriend had laten betalen voor twee glazen jus d’orange, terwijl hij zijn glas alleen maar had bijgevuld nadat het was omgevallen. Met haar column wist Hoeke de pannenkoekenboerderij-uitbaters, door de bank genomen toch de meer vreedzame inwoners van ons land, dusdanig op de kast te krijgen, dat ze een rectificatie eisten. In een tijd waarin de spanningen tussen vele bevolkingsgroepen op knappen staan, en radicalisering met bijbehorende geweldsuitbarstingen op de loer liggen, koos de redactie eieren voor haar geld, en bekeek, ik verzin dit niet, de camerabeelden. Daar bleek dat Van Roosmalen, die als NRC-columnist blijkbaar maar een schamele aalmoes van zijn Vlaamse despoot mag ontvangen, voor het afrekenen nog snel de helft van het sap had weggetikt, om vervolgens nog eens bij te vullen, en stampij te schoppen over de € 2,40 die Boerderij Meerzicht voor een glaasje versgeperst sap rekent, er van uit gaande dat Van Roosmalen kleine dorst had, want een groot glas sap kost € 3,75. Dat Van Roosmalen een pannenkoekenboerderij probeert op te lichten voor nog geen twee euro is al behoorlijk zielig, maar dat zijn vriendin er vervolgens in een landelijke krant over meent te moeten liegen (of dat hij zijn vriendin erover heeft voorgelogen, waardoor die zichzelf voor lul zet) is te treurig voor woorden. Het Parool rectificeerde, en een week later stuitte een andere medewerker van de krant per ongeluk op het onvermoede pareltje van een pannenkoekenboerderij dat we inmiddels wel kennen als Boerderij Meerzicht, waar de pannenkoeken lekker zijn, de medewerkers vriendelijk en de jus d’orange goedkoop. Het Parool ruimde twee hele pagina’s in voor een uitgebreid artikel en zette bovendien een aanbieding voor lezers op poten. Dit was uiteraard een integere nieuwsafweging, en volstrekt geen opzichtige Wiedergutmachungspannenkoek.

Wie nu denkt dat Eva Hoeke na deze affaire toch wel echt werd afgeserveerd, heeft buiten de Volkskrant gerekend, waarvan ik het povere columnistenaanbod hierboven al heb besproken. Eva Hoeke besloot haar derde baan in evenzoveel jaren te vieren met een derde rel. Een column schrijven voor de Volkskrant is natuurlijk een hele eer, en dat moet je toepasselijk terugeren. Bijvoorbeeld door helemaal je archief in te duiken en dan uitgebreid te zoeken naar een oude column, die je vervolgens een beetje aanpast, maar wel zo weinig dat zelfs Jan Dijkgraaf doorheeft dat we hier met onvervalst zelfplagiaat van doen hebben. Dan ben je lekker snel klaar, en heb je en passant ook weer je jaarlijkse flater geslagen. Op naar volgend jaar, Eva. Misschien kan je dan naar Trouw, en daar een fotoreportage inleveren over die keer dat je het gezicht van Jezus ontdekte in je eigen stront, om vervolgens je steun aan Robert Mugabe te betuigen met een Holocaustontkenning. Het wordt elk jaar moeilijker te toppen, maar als iemand het kan Eva, dan ben jij het.

 

De eerste dag van de lentemaand was de laatste dag van de Rothkotentoonstelling in het Gemeentemuseum te ’s Gravenhage. Een recordaantal bezoekers heeft de tentoonstelling sinds zijn opening op 20 september bezocht, 265.000 mensen om precies te zijn. Een indrukwekkend aantal voor wat doeken die mijn lieve moeder voor ‘wat vlakken onder elkaar’ verslijt, een mening die zelfs Rudi Fuchs met zijn mooiste bril op niet tegen kan spreken. Ach, hoe kan zij ook weten dat Rothko ook meer is dan dat (meditatie, transcendentie, ego-dood), als zij de columns van Joost Zwagerman niet leest. Hoe kan iemand van de Blijde Boodschap weten, als ie haar Evangelist niet eens kent?

Voor missiewerk was het echter te laat. Niet omdat die columns nog niet gebundeld zijn te overhandigen (ik bewaar alle ‘Zwagermannetjes’ netjes uitgeknipt in een met stickers versierd mapje in mijn bureaulade), maar omdat er simpelweg geen tijd was om eruit voor te dragen – het was immers al de laatste dag van de tentoonstelling.

Op de fiets naar Den Haag maakte ik een rekensom. 20 September tot 1 maart is 167 dagen. Minus 24 gesloten maan- en
feestdagen maakt 143 dagen. 265.000 verdeelt over 143 dagen brengt het gemiddelde op 1853 bezoekers per dag.
Een dag – dat wil zeggen de 6 uur tussen 12:00 een 18:00 – wordt natuurlijk maar ten dele aan de tentoonstelling gespendeerd. Het is immers duur parkeren in de stad waar zelfs de machthebbers fietsen. Zeg dat men er 2 uur verblijft en dat er dus te allen tijden 618 mensen naar 50 doeken staan te kijken. Dat is 12.5 mensen per doek, een half jaar lang, ononderbroken. ‘Dat wordt dus groepsmeditatie,’ decreteerde ik bij een stoplicht en ik voelde aan het pluche kussentje op mijn bagagedrager.

Bij aankomst – ik was er vrij vroeg – kreeg ik gelijk: de rij stond tot aan de overkant van de straat. Van beide kanten moesten auto’s keren, de mensenmassa week niet, sommigen waren wellicht al in trance. Over de mensen kon ik maar twee woorden kwijt: ‘Goed Volk’. Een automobilist stapte midden op de weg uit en ging in de rij staan. Ik stond achter hem. Toen ik hem op zijn fout geparkeerde voertuig wees, mompelde hij ‘Verlichting…verlichting, ik moet en zal verlichting vinden…’. Ik mompelde mee.

Ik ontwaakte toen de caissière mij op ‘t hoofd sloeg. Duizelig betaalde ik en liep onder een Russisch-realistisch portret van Zwagerman door, de tentoonstelling in. Eindelijk. Een kleurrijke massa wachtte mij op. Een mensenmassa wel te verstaan; van de schilderijen zag ik niks. Het stonk een beetje naar goedkope wierook, maar ik zag niet waar het vandaan kwam. Mensen die achter mij in de rij hadden gestaan, duwden me de horde in. Even dacht ik iemand te herkennen van het Bungehuis, maar ik was hem al kwijt. Ik raakte aan de praat met een bejaarde vrouw met dreadlocks, die tegen mij opgedrukt werd. ‘Namasté! Kunt u ook niet wachten om…’ (zij pauzeerde, probeerde zich iets te herinneren) ‘…-zo’n hemels, zo’n prachtig vibrerend werk te ondergaan!’ Een ander, deze met groen haar en de bundel Collega’s van God in haar handen, stemde in: ‘Ja, het moet echt geweldig zijn om…’ (zij sloeg de bundel open) ‘-door zo’n plat, onbeweeglijk stuk linnen in je gezicht te worden gemept.’

Na een kwartier bereikte ik de eerste ‘Untitled’. En inderdaad. Wat een kleur. ‘Hier kan ik rustig in opgaan’, zei ik. Helaas dachten 15 anderen daar net zo over en nog geen tel later werd ik tegen het canvas aan geduwd. Ik draaide mij om en probeerde de menigte te manen:
‘Mensen, rustig! Als u hier allemaal zo’n 2 uur verblijft – een zeer redelijke schatting, al zeg ik het zelf – en er zijn 50 doeken en 15 mensen per doek, dan houden we een tijd van 9,6 seconden meditatie per doek per persoon over. Zeer schappelijk, aangezien de ervaren yogi die 10 seconden tot een eeuwigheid uit kan rekken!’ Een ander vond dat kennelijk veel te kort, want hij kwam ook voor het doek staan en riep: ‘Luister niet naar deze bedrieger! We moeten per kleurvlak rekenen: elk doek heeft gemiddeld 4 kleuren en…’ Maar een vuistslag snoerde hem de mond. Ook ik werd geslagen en binnen een mum van tijd ging de hele menigte met elkaar op de vuist. ‘Verlos mij!’ werd er geroepen. ‘Nee, verlos mij!’ Het brandalarm ging af, naar later bleek omdat iemand zijn waxinelichtjes naar een doek had gegooid. Ik probeerde te ontkomen, maar kon geen muur zien, laat staan een uitgang. Met mijn kussentje voor mijn hoofd manoeuvreerde ik door de moshpit. Hier en daar kwam ik extatische mensen tegen. ‘Krishna is de
weg naar waarheid!’ hoorde ik, en ‘Zwagerman moet de P.C. Hooft krijgen!’.

Plots werd ik vastgegrepen. Het was de bejaarde vrouw met het touwhaar. Haar hoofd stak door ‘Untitled Black and Grey’. ‘Het is gelukt jongen! Ik ben er in ópgegaan! Het schilderij zoog me op. En ik zal er voor altijd in blijven!’ Ik schudde haar van me af en ontweek een elleboog van een woeste man met baard.
‘Ondergaan?! Ondergaan?! Schoenzolen, die ben ik ondergaan!’ Toen volgde een harde klap en werd het zwart voor
m’n ogen. Mooi zwart wel, lekker diep ook, alsof het van mijn netvlies loskwam en me in zich opnam….

Buiten zag ik de vrouw die niet kon wachten tot ze door een mural in het gezicht werd gemept, met verband om haar jukbeenderen weggevoerd worden. Het groene haar stak er bovenuit. ‘Waar is mijn bundel!?’ vroeg ze, maar ik kon het
haar niet zeggen.

Alle personen en gebeurtenissen in dit artikel – zelfs die gebaseerd zijn op WvdL, [GECENSUREERD] en [GECENSUREERD] – zijn volstrekt fictief. Dit artikel bevat grof taalgebruik en passages die door mensen met een stuitend gebrek aan zelfrelativering als kwetsend kunnen worden ervaren. Ook wordt er een aanzienlijke hoeveelheid onzin in verkondigd.

Daar zat hij dan. De dag die hij wist dat zou komen was hier. [GECENSUREERD] streek met zijn vingers over het papier, terwijl hij probeerde te overzien wat de consequenties van de afgedrukte woorden zouden zijn. Wie zou deze onzin geloven? Zijn tegenstanders. De reaguurders, de zwakzinnigen. Zij die hem niet zagen voor wat hij werkelijk was: keizer der letteren, want door zijn voorganger aangewezen. Voorvechter van het vrije woord, want interviewer van islamcritici. De enige dichter die de levenslust van Jackson Pollocks’ abstract-expressionisme in poëzie had weten te vangen. Droedels, had hij de werken genoemd. Nu hij eraan terugdacht ontroerde de vondst hem opnieuw.

Niets liever wilde hij dan zijn juwelen delen. Het volk verheffen, hen deelgenoot maken van de extase die hij voelde bij het zien van droedels. Hoe gering was de waardering voor de schatten die hij bewaarde in zijn geest? De onbaatzuchtigheid en vlijt waarmee hij alinea’s uit Taschen-boeken had gememoriseerd, om ze vervolgens live op televisie breed gesticulerend te parafraseren, leken hem niets dan smaad en laster te hebben gebracht. Misschien liet het volk zich wel helemaal niet verheffen, dacht [GECENSUREERD]. Misschien moest hij zich louter nog omringen met de port, het witte goud en zijn eigen gedachten. Welbeschouwd was het al zo ver.

Het laatste Schund-stuk in PC bestond grotendeels uit smakeloze, ongemeen groffe omschrijvingen van seksuele avontuurtjes die de auteur, ene ‘WvdL’, samen met zijn [GECENSUREERD] zou hebben beleefd. Maar het was niet de passage over het keelneuken die hem raakte. Niet de opsomming van vunzigheden die zouden hebben plaatsgevonden tijdens een lang weekend in Landal Greenparks. Niet de bewering dat [GECENSUREERD] met angstaanjagende gulzigheid het zaad van WvdL’s verslapte geslacht had gelikt, en dat hij geregeld aanzienlijke moeite had het ding uit de klem van haar lippen te bevrijden. Welbeschouwd deed zelfs de meeste stuitende anekdote, waarin het duo tijdens een screening van Birdman de omvang van zijn gok had bespot, hem nauwelijks iets.

Nee, wat hem werkelijk trof was de onzin die werd verkocht; het jonge schrijftalent beweerde bij herhaling haar op orgasmes te hebben getrakteerd. Ze mochten alles over haar schrijven, bedacht [GECENSUREERD] terwijl hij het laatste restje Fonseca uitschonk, tot beledigende teksten aan toe. Maar men mocht geen onzin verkopen. En dat zijn [GECENSUREERD] plezier zou kunnen beleven aan geslachtsgemeenschap was pertinente onzin.

Juridisch stond hij ijzersterk, wist hij. Met [GECENSUREERD], media-advocaat for the stars, aan zijn zijde kon een fikse schadevergoeding hem nauwelijks ontgaan. Tegelijkertijd waren de nadelen van een eventuele rechtsgang evident. Wellicht zou de satiricus zich gedwongen zien zijn beweringen te staven middels een gedetailleerde beschrijving van [GECENSUREERD]’s genitaliën, en hoewel uit het onderzoek naar vermeend kindermisbruik door Michael Jackson bleek dat zo’n beschrijving zelden definitief uitsluitsel gaf, voelde hij er weinig voor zijn vriendin-annex-dienstmeid te onderwerpen aan een anatomisch onderzoek door de politie [GECENSUREERD].
Nee, dat kon hij beter zelf doen.

Trillend van woede zocht hij naar de bel, die hij in navolging van Mulisch speciaal voor dit doel in de bovenste la van het bureau bewaarde, en ontbood [GECENSUREERD] in zijn werkkamer. Nauwelijks een snuif later verscheen het serviele schaap in de deuropening, een verse fles Pinot noir in de ene en een vol zakje sos in de andere hand. Even speelde hij met de gedachte haar nog eens [GECENSUREERD]; het zou voor kortstondige verlichting zorgen, maar hij wist uit ervaring dat frequent fysiek [GECENSUREERD] vrouwen soms de koffers deed pakken, zelfs wanneer hun partner een genie van zijn statuur betrof. Geheel tegen zijn natuur in had hij zichzelf daarom een beperking opgelegd; één [GECENSUREERD] per week. Een quotum dat hij gisteren al tot drie keer toe had bereikt.

“Zet maar op de grond. Doe je rok omlaag. En je slipje ook.”
“Ik heb geen slipje aan”.
[GECENSUREERD]stond op en gaf haar een oorvijg. [GECENSUREERD] deed het gevraagde.

In zijn Schund-stuk had WvdL gesproken van een verborgen ‘plezierknopje’, niet groter dan een erwt. Het snotjoch beweerde haar te kunnen bevredigen door deze geheime plek te beroeren met tong, vingers… en ja, zelfs het uiteinde van zijn geslacht, dat hij ‘Dillinger’ had gedoopt. Onwillekeurig dacht hij aan zijn eigen essay van enige jaren geleden, over seks in de literatuur. Er bestonden schrijvers die snikkels stengels noemden. De prutsers.

[GECENSUREERD] legde zijn handen tussen haar dijen.
“Ga je me weer neuzen?” zei [GECENSUREERD] met gespeelde geilheid.
“Ik vind het zo heerlijk als je me neust.”
“Je zult vandaag niet worden geneusd”, zei hij knorrig. “Ik heb louter de intentie je aan een kortstondig anatomisch onderzoek te onderwerpen.”
[GECENSUREERD] begon met zijn vingers tussen de schaamlippen te wroeten. Hoe beschreef dat studentje het ook alweer? Boven de vaginale opening. Beschermd door een soort afdakje? Maar hoe hij ook zocht, het plezierknopje was nergens te bekennen. En daarmee was het bewijs geleverd. Smaad en laster.
[GECENSUREERD] boog zich voorover en bracht zijn mond tot vlak voor [GECENSUREERD]’s oorschelp.

“Ik zal niet nalaten de lasteraars zonder vooraankondiging in rechte te betrekken”, fluisterde hij. “Ze mogen alles schrijven dat ze willen, zelfs als het beledigend is…”
[GECENSUREERD] zoog zijn longen vol met lucht, via zijn gok. Toen schreeuwde hij:
“MAAR MEN MOET GEEN ONZIN VERKOPEN!”. [GECENSUREERD] deinsde achteruit.
“Je kunt gaan.”
“Wil je me misschien nog eens [GECENSUREERD]?”.
“GA HEEN!”.
[GECENSUREERD] verliet de kamer en [GECENSUREERD] pakte de telefoon.
“[GECENSUREERD], beste vriend. Werk aan de winkel.”

In 1993 zegt Joost Zwagerman over Prince dat hij het ‘een hoerige relnicht’ vindt, alsmede een ‘eunuchachtige geilneef’. [GECENSUREERD]. Twintig jaar later is Zwagerman een man die de ene na de andere streng van woedende mailtjes braakt op een klein satirisch blad dat twee stukken schrijft die hem niet bevallen.

Polemiek lijkt iets dat hij graag verdedigt als het hem uitkomt, maar ook graag met het gestrekte been onderuit knalt als hij er minder fraai in voor de dag komt. Nu is PC een speler met meer rode kaarten dan Nigel de Jong, dus als Zwagerman het zo wil spelen kan ‘ie het [GECENSUREERD] krijgen ook. Propria Cures gaat in de ogen van Zwagerman verschrikkelijk over de schreef met een artikel dat het subsidiegedrag van Joost Zwagerman bevraagt. Een rectificatie wordt afgedwongen, en Propria Cures zet de zaak recht. Een geste die overigens in latere mails weer belachelijk wordt gemaakt door Zwagerman. Misschien dat hij nu begrijpt hoe Arjen Peters zich voelde in 2006, toen Zwagerman ‘een klassieke strafexpeditie’ (Max Pam) ondernam omdat Peters ‘met gespleten pen’ zou schrijven, onder andere omdat hij de roman van de redacteur van zijn vrouw positief had besproken. Jezelf in een positie begeven, waarin het beroep van je vrouw insinuaties oplevert over je eigen integriteit, dat is natuurlijk een misstap van formaat.

Vorige week verwijderde PC een bloemlezing uit mails die Zwagerman vorig jaar naar de redactie stuurde. Dit deden wij, omdat Zwagerman van mening was dat wij niet mochten citeren uit correspondentie die hij nota bene zelf instuurde, en bereid was dat voor de rechter uit te vechten. Daar hebben wij helaas helemaal geen geld voor, want studentenblaadjes krijgen nu eenmaal geen beurs van het Letterfonds omdat ze chronisch ziek zijn. Dat Zwagerman die mails verwijderd wilde hebben, vindt de redactie niet verwonderlijk. Er staan heel wat taal- en spelfouten in de mails, dat wil je natuurlijk niet op straat hebben liggen, zeker niet als je jezelf als schrijver presenteert, terwijl het blijkbaar je redacteur is die het zware werk doet.

Destijds kozen wij er voor niet uit de mails te citeren, [GECENSUREERD] naar wij tegen Zwagerman zeiden ‘uit piëteit’. Elke idioot snapt dat we daar ‘medelijden’ bedoelen en slechts ‘piëteit’ schrijven uit piëteit (ook hier bedoelen we dus ‘medelijden’, welbeschouwd zijn die twee synoniem). Volgens Zwagerman zouden we dit principe van piëteit hebben verloochend, door nu wel tot publicatie over te gaan. Niks daarvan. Je beklag doen over die dekselse rakkers die zo naar over je schrijven, wekt medelijden op. Respect? Nee, maar medelijden: zeker.

Welnu, als meneer de schrijver zichzelf en zijn leven zo vol acht, dat ‘ie het in z’n volledigheid ter beschikking stelt aan Wie Het Maar Lezen Wil, terwijl hij zich nog nimmer in het autobiografische, dan wel het brievengenre heeft laten gelden, dan vervalt dit medelijden. Als je werkelijk zo denkt over jezelf Joost, dan kun je onze publicatie [GECENSUREERD] niet anders zien dan een ontmoeting in deze pretenties en een achting van jou als een man waarvan voorspeld is dat hij de volgende Mulisch zou zijn. Ware het niet dat de Neus de schaamte op kon brengen autobiografie te verachten.

Wat we moeilijker kunnen begrijpen, omdat die mooie vlieger van het wederrechtelijk citeren hier niet opgaat, is dat de advocaat van meneer Zwagerman ons ook sommeerde om de alinea voorafgaand aan deze citaten te verwijderen, een alinea geschreven door redacteur TM, waarin dat hele voorval rond het Letterenfonds nog eens werd samengevat, en de rectificatie die we deden juist nog eens werd onderstreept. Als je onze tegemoetkomingen censureert wordt het wel heel erg makkelijk demoniseren, Joost! [GECENSUREERD]
Daarom volgt nu een alinea van gelijke strekking met nóg beter grappen.

Het archief van Zwagerman zit, als hij tenminste niet alleen zijn sympathieke kant laat zien (maar in dat geval is de vraag hoe hij in godsnaam tien strekkende meter vol heeft gekregen), vol met krankzinnige mailtjes gericht aan eenieder die ook maar iets heeft gezegd wat de beste man niet aanstond. Hij mag ons bijvoorbeeld nog dankbaar zijn dat we niet schreven over de mail die we kregen op Valentijnsdag, waarin Zwagerman onze intelligentie in twijfel trekt. Dan, iets voor twee uur ’s nachts, weer een mail waarin het door de bank genomen diepe en zelfverzekerde stemgeluid van DD wordt vergeleken met dat van een angstig, onderkoeld klein meisje. Vijf minuten later nog een mail, met zulke grove beledigingen dat we ze niet eens zouden durven herhalen, al zouden we het mogen. Nog eens vijf minuten later opnieuw een bericht, wederom worden er twijfels geuit over onze geestelijke gezondheid, dreigende ondertoon. Tien
minuten later, tot twee maal toe wordt de naam van DD verkeerd gespeld (wie is er nu dom, Joost?). [GECENSUREERD]. Enfin, u krijgt een beeld, iets met een lijnenspel, en dan doelen we niet op het onvolprezen werk van Malevich.

In een brief die bol staat van de quasi-juridische grootspraak smijt de advocaat van Zwagerman, ons de meest lelijke dingen naar het hoofd. Zo zouden wij niet alleen verantwoordelijk, maar ook nog eens aansprakelijk zijn voor de bedreigingen die aan het adres van Zwagerman en de zijnen zouden zijn gericht. Behalve niet onderbouwd en een aperte leugen is dat ook bijzonder kwetsend (heet dat niet smaad en laster?). Hoewel kwade tongen wel eens anders beweren zijn wij een volstrekt [GECENSUREERD]
vredelievend blad, en hebben we nooit iemand bedreigd of anderen daartoe opgeroepen. Sterker, wij hebben juist de grootst mogelijke afstand gedaan van wat andere idioten in hun hoofd halen.

[GECENSUREERD]

Propria Cures is er niet op uit om een hetze tegen Joost Zwagerman te voeren, zoals we er ook nooit op uit waren om een hetze tegen Harry Mulisch te voeren. Het doet een beetje pijn om Joost Zwagerman met Harry Mulisch te moeten vergelijken, maar goed, dat hebben we aan onszelf te danken (en aan Mulisch, die er mee is begonnen. Damn you Mulisch.) Harry begreep het: hoge bomen vangen veel wind, en PC is die stevige zuidwester die je wind tegen geeft op weg ergens naartoe en, tegen alle meteorologische wetten in, op de weg terug ook.

Tragisch, dat wij nu moeten erkennen, dat Harry Mulisch iets goed begrepen had. Dat is nou echt jouw schuld Joost, dat we Mulisch moeten prijzen om nota bene zijn zelfrelativerend vermogen. Had hij in jouw schoenen gestaan, hij zou ons een bijdrage doen toekomen, waarin hij scherp, snedig en met gevoel voor zelfspot uit de doeken doet, waarom de zittende redactie hem, zijn donatie aan het Letterkundig Museum en bij uitbreiding eigenlijk het leven zelf niet heeft begrepen. Daarnaast zou hij eloquent [GECENSUREERD]. Die bijdrage zouden wij dan grootmoedig plaatsen op de voorpagina, en bovendien delen op de sociale media die zo bepalend zijn in het hedendaagse medialandschap. Zo had het kunnen zijn, maar jij wilde het anders.

En natuurlijk hadden we niet per se weer over die hele affaire hoeven beginnen, en jij had ook je caféfoto’s met vrienden niet uit hoeven laten smeren over twee pagina’s in de Volkskrant, maar je mag het wel, het is je goed recht. Hooguit schrijven we dat we het een stuitende kermis van egomanie vinden, maar wij zullen nooit een poot uitsteken om jou dat te verbieden. Helaas is het omgekeerd blijkbaar niet zo.

Archief