ufoOp mijn Facebookoverzicht is het al een paar weken heerlijk rustig. Sinds ik iedereen heb geblokkeerd die iets mij onwelgevalligs schreef over de crash van vlucht MH17 zie ik ook beduidend minder holistische Youtubevideo’s, chemtrailfotoalbums en vragenlijsten die moeten bepalen welke van de zeven archetypische oerpersoonlijkheden ik heb.

Hoe deze volstrekte malloten in mijn lijst terecht zijn gekomen weet ik niet, dat wil zeggen, ik weet van elk van de personen die mij zo het kapitalistische bloed onder de biologisch afbreekbare nagels vandaan halen, hoe ik ze ken. Ik weet alleen niet hoe en wanneer ze zijn afgegleden naar de volkomen krankzinnige Niburu-slangenkuil waarin ze nu rondkronkelen, het schuim op de mond, krijsend over de illuminati en het zionistisch wereldcomplot, zonder overigens te weten hoe je illuminati spelt, of wat een zionist nu eigenlijk is.

Facebook is gebouwd op de misvatting dat iedereen iets boeiends te melden heeft, en dat is koren op de molen van de geesteszieke complotindustrie, die louter bestaat uit mensen die deze misvatting inderdaad vurig aanhangig zijn. Men neme een these waar geen speld tussen te krijgen is: alles wat je weet, weet je via de media, en niemand weet of de media te vertrouwen zijn. Deze aanname is absoluut waar. Ik koester met liefde de mogelijkheid dat de Noord-Koreaanse propaganda waar wij zo om lachen de eigenlijke objectieve nieuwsgaring is, en onze Westerse wereld, waarin alle kunst en wetenschap niet ontsproten is aan drie generaties paffige Aziaten, juist uit louter overheidspropaganda bestaat. Het is met dit soort opvattingen echter net als met het solipsisme: het klopt inderdaad dat je alleen van jezelf daadwerkelijk kunt bewijzen dat je bestaat, en dat er geen enkel solide bewijs is dat ik niet schizofreen ben en ik alle mensen om mij heen, en dit blad, en de maatschappij, volledig heb verzonnen en ik in werkelijkheid besmeurd met mijn eigen uitwerpselen in een isoleercel lig, waar ik door de insecten die de werkelijke heersers over de wereld zijn in leven word gehouden omwille van mijn organen. Je moet er alleen niet je leven op inrichten.

Toch is het leven van vrijwel alle complotdenkers ingericht op een heilig geloof in hun complot, wat ze vervelender maakt dan de enkele verdwaalde gelovigen die ik in mijn vriendenlijst hebt. Gelovigen worden doorgaans alleen maar vervelend als ik zelf begonnen ben, bijvoorbeeld door ze onder een status die zich boos maakt over de supermarkt die op tweede Kerstdag geopend is, te wijzen op het feit dat hun geloof een zeer persoonlijke levensinvulling is, een keuze zelfs, en dus geen norm waar de hele maatschappij zich bij neer hoeft te leggen. Als ik er dan nog de Bijbelse waarde van naastenliefde tegenaan gooi heb je de crucifixen aan het dansen, maar laat ik niet nog verder van mijn betoog afdwalen. Complotdenkers geloven in hun eigen gelijk, en hebben bovendien een stevige drang tot kerstening, immers, wij zijn arme dwazen die door de illuminati in het duister worden gehouden over de werkelijke inrichting van de wereld, en de schellen moeten ons van de ogen vallen omdat een glorieuze held met een weblog en een proxyserver ons het licht laat zien. De complotdenker is een egocentrist pur sang. Ten eerste omdat hij denkt als een van de weinigen zicht te hebben op de waarheid, een aanname die niet zonder een veel te groot gevoel van eigenwaarde kan. Ten tweede omdat hij zich als verlosser profileert, iemand die niet alleen de onbetwistbare waarheid in pacht heeft, maar die er ook nog eens uit de goedheid van zijn hart alles aan doet om die waarheid aan zo veel mogelijk mensen op te dringen. De echte uitwassen heb ik ook al voorbij zien komen op facebook, types die een speciaal programma installeren dat hen vertelt door hoeveel mensen ze ontvriend of geblokkeerd zijn. Wekelijks worden deze stigmata aans ons, ongelovige Thomassen, getoond in een statusupdate: kijk eens hoe ik gehaat word, kijk eens wat een martelaar ik ben.

Omdat ik nogal een gebrek aan inlevingsvermogen heb, ergerde ik me wel aan deze mensen, maar voelde ik me nooit geroepen er iets aan te doen. Elf september was een Amerikaans regeringsproject. Nanobots worden door ons eten geroerd. Vaccinaties veroorzaken autisme. Ik vond het allemaal ergerlijk, maar werd nooit echt boos. Soms probeerde ik, als het me echt te gortig werd, in discussie te gaan, maar met mensen die hun mening als een feit behandelen is het moeilijk discussieren. Het keerpunt kwam toen ik een gesprek las dat, enigszins geparafraseerd, als volgt verliep:

Idioot 1: Vlucht MH17 is neergeschoten door rebellen!
Idioot 2: Je hebt het mis hoor. (Link naar onbekende nieuwsbron). Het is inmiddels bewezen dat het vliegtuig uit moest wijken voor onweer. Dus het vloog een andere koers.
Idioot 3: Inderdaad! En wie veroorzaakt onweer? Precies!

Voor wie nog niet op de hoogte is van wie onweer veroorzaakt: dat is natuurlijk de Bilderberggroep, die er financiele baat bij heeft als de Koude Oorlog weer oplaait. Met hun duivelse jujumachines hebben zij een onweerswolk opgeroepen die de arme inzittenden van de Boeing naar een wisse dood heeft geleid. Victorie voor het grootkapitaal!

Helaas voor de complotdenkers werd al snel daarna, mede door ettelijke foto’s van journalisten die niet bij hun ouders in de kelder Niburu zitten te refreshen, maar daadwerkelijk met gevaar voor eigen leven in het rampgebied waren, duidelijk dat 17 juli 2014 een stralende, bloedhete dag was in een reeks van stralende, bloedhete dagen die de bergingswerkzaamheden er ongetwijfeld niet prettiger op hebben gemaakt. Zonder scrupule werd een nieuwe theorie van stal gehaald: vlucht MH17 was vlucht MH370 (of: vlucht MH17 is op Schiphol volgeladen met lijken van mensen die al weken dood waren). Ik vroeg aan de complotdenkers waarom ik al een tijdje, eigenlijk ongeveer sinds die vliegramp, niets meer van mijn naar Bali reizende vriend had vernomen. Het is nu heerlijk
rustig op mijn Facebookoverzicht.

michiel2
Zo rond zijn veertigste verjaardag, het uitgelezen moment om ten prooi te vallen aan een allesverslindende midlifecrisis, moet bij Amerika-correspondent Michiel Vos de volgende, volstrekt ongegronde overtuiging hebben postgevat: ‘Ik heb toch godverdomme wel wat meer in mijn mars, dan aan die halvegaren van RTL Boulevard uit te leggen waarom Lindsay Lohan niet aanwezig was op Michael Jackson’s herdenkingsdienst’. Per slot van rekening liep hij ooit stage bij Max Westerman, die zelf met enig succes zijn kennis van –en onze nimmer aflatende belangstelling voor- de Verenigde Staten te gelde had gemaakt via een aantal, ahem, ‘verdiepende’ televisieprogramma’s. En zo zag de ontzagwekkend oppervlakkige documentairereeks My America -vorig jaar te zien op Canvas, de afgelopen weken VPRO’s opvulsel voor te hete zomeravonden – het levenslicht.

Het concept is even eenvoudig als potentieel interessant: Vos toont de kijker ‘zijn’ Amerika, zoals hij het de afgelopen tien jaar heeft leren kennen. In de openingsminuten ontdekt hij dat zijn voornaam onuitspreekbaar is voor zijn landgenoten, dat de cupcakes die op alle verjaardagspartijtjes geserveerd worden niet te vreten zijn, en dat excelleren niets minder dan de lijn der verwachting is. Het belooft een hoogstpersoonlijke zoektocht te worden naar een nieuwe, Amerikaanse identiteit. ‘Daarbij laveert hij, net als de gemiddelde Europeaan, tussen verwondering, bewondering en afgrijzen’ zo stelt de omschrijving op de VPRO-site. Maar al snel blijkt er slechts sprake van aan hagiografie grenzende bewondering voor zijn beroemde schoonmoeder, en algehele desinteresse voor de overige 318.559.000 inwoners van zijn nieuwe thuisland.

Michiel Vos, moet u weten, is namelijk getrouwd met Alexandra Pelosi. Zij is een uiterst succesvolle documentairemaakster (zes Golden Globe nominaties), maar zowel Vos’ eigen Wikipedia-pagina als de programmaomschrijvingen van VRT en VPRO reduceren haar identiteit tot haar genetische oorsprong: ‘Zij is de dochter van Nancy Pelosi, de eerste vrouwelijke voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.’ Goed voor een (deels via handel met voorkennis verkregen) geschat vermogen van 58 miljoen dollar, alsmede de zesentwintigste plaats op Forbes’ lijst van machtigste vrouwen ter wereld. Vos’ gedweep met zijn schoonmoeder gaat zo ver dat zijn visie op Amerika uiteindelijk volledig samenvalt met een campagneslogan van de Democraten: er is sprake van twee Amerika’s. Over zijn eigen Amerika (de puissant rijke, machtige schoonmoeder verschaft hem toegang tot de belangrijkste politici en chicste feestjes) leren wij eigenlijk alleen het volgende: Everything is awesome voor Pelosi’s schoonzoon.

Het Tale of two Cities-thema wordt geïllustreerd op een hemeltergend oppervlakkige manier. Kijken naar My America is als staren naar een stereoscopische ansichtkaart: hoe fanatieker je probeert er diepte in te zien, hoe hoger de kans op een acute migraineaanval. Aan de kusten stemt men democraat, worden er kwaliteitskranten gelezen en biologische tofu-smoothies gedronken, en daartussen woont een stel aartsconservatieve, strenggelovige boerenkinkels. Illegalen zijn arm, Google-CEO’s zijn rijk. Bekende gemeenplaatsen voor eenieder die reeds kennis heeft genomen van het bestaan van Coca-cola en Mickey Mouse.

Het ontstellend simpele narratief heeft, bizar genoeg, steeds een bewering als vertrekpunt. Bijvoorbeeld: ‘Amerika is het land van de ‘second chance’. Chaim Witz vertelt, voor de duizendste keer, hoe hij zichzelf opnieuw uitvond als Gene Simmons, lid van de legendarische hardrockband KISS, en daarmee meent Vos haar te hebben voorzien van een overtuigende onderbouwing. In werkelijkheid ligt het iets gecompliceerder –Amerika is óók het land dat vijftienjarigen tot veertig jaar cel veroordeelt, waar één discutabele tweet het einde van een zorgvuldig opgebouwde carrière betekent, en waar pop- en filmsterren met de snelheid van een meteoriet uit de gratie vallen- maar nuance verhoudt zich nu eenmaal slecht tot een politieke campagneslogan.

Vos’ interviewstijl heeft veel weg van die van Louis Theroux, wat zijn gebrek aan talent dramatisch onderstreept. Beiden hebben de gave om zich voor te doen als een naïeve, harkerige sukkel, waarmee zij hun onderwerp ontwapenen. Maar waar zijn Britse evenknie de zorgvuldig opgebouwde band uitbuit door messcherpe vragen te stellen, die de onderliggende hypocrisie genadeloos blootleggen, lijkt Vos te denken dat zijn vriendelijk- en voorkomendheid garant staan voor een boeiende respons. Blijft deze uit, dan herhaalt hij simpelweg wat campagneleuzen en spoort zijn gesprekspartners aan deze te beamen. Dat zij daar in meegaan lijkt voornamelijk het gevolg van de goodwill die zijn schoonmoeder heeft -of de impliciete dreiging van een enkeltje Guantánamo.

Theroux heeft twee kolossale, roestvrijstalen ballen; in Weird Weekends gaat hij op stap met een privémilitie die een appartementencomplex in Johannesburg herovert op zwaarbewapende gangsters en weigert hij een niet-Joodverklaring af te geven aan een Californische neonaziclub. Vos daarentegen durft nauwelijks mensen aan te spreken die niet afkomstig zijn uit de rolodex van mama Pelosi of de VRT. Voor Vos geen gangbangers in Crown Heights, of dakloze jongeren in een metrostel; een eindeloze parade geëmigreerde Vlamingen wordt opgevoerd om het mysterie van de Big/Rotten Apple te ontrafelen. Tenenkrommend is het gesprek met André Duval, aangekondigd als een ‘legendarische reclameman’; het lijkt wel een outtake van Jiskefets’ Firma-Multilul-sketches. Een ridicule lullificatie over ‘Amerika als merk’ wordt afgesloten met de zin ‘Als je het hier kan maken, dan kan je het overal maken’. Een cliché zo reusachtig dat het een cliché is het een cliché te noemen. Het is de bekendste regel uit New York, New York van Frank Sinatra, het officieuze lijflied van de stad, vaste prik op vrijwel elk huwelijksfeest, Bar Mitzvah en honkbalwedstrijd in de five burroughs.

Niet alles aan My America is kut; als Vos uit beeld verdwijnt, gebeuren er soms mooie dingen. Een scène waarin hij een wijnmakerij in Napa Valley bezoekt –zwembad, bedienden, de crème de la crème van de twintigste eeuwse beeldende kunst aan de wanden van een kolossale villa- krijgt bijvoorbeeld een interessant contrast door een abrupte schakeling naar beelden van de illegal aliens die na zonsondergang in maniakaal tempo de druiven plukken. De incidentele hoogstandjes kunnen zonder veel fantasie worden toegeschreven aan de cinematografische vaardigheden van Alexandra Pelosi, wier naam opduikt in de credits. Maar voor Vos lijkt Alexandra slechts een noodzakelijk kwaad bij de verwezenlijking van zijn American Dream: schoonzoon worden van de incredibly awesome Nancy Pelosi.

Foto: Hajo Hoffs

Foto: Hajo Hoffs

 

Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?

- Piet Paaltjens, ‘Aan Rika’

 

Donderdag bereikte ons het nieuws dat oud-redacteur Laurens van der Graaff aan boord was van vlucht MH17, samen met zijn vriendin Karlijn Keijzer op weg naar een vakantie in Indonesië. Tussen 2010 en 2013 hadden we bij Propria Cures het genoegen hem in ons midden te hebben. Met Laurens verliezen we behalve een betrokken oud-redacteur en een groot talent bovenal een fantastische vriend. Hij zal verschrikkelijk gemist worden.

Laurens zal zelf ongetwijfeld herinnerd willen worden om zijn woordgrappen, met vondsten als ‘De Banaanslag,’ ‘Kiwi’s op een bed frambozen’ en ‘Nooit meer Sla’, die hij optekende in een PC-Top 20 (!) over groente en fruit in de wereldliteratuur. Daarmee zouden we hem echter ernstig tekort doen. Ook in zijn langere stukken excelleerde hij, bijvoorbeeld toen hij Danny Mekic neerzette als ‘een inventieve knul met de authenticiteit van een VVV-bon’, of de treffende karakterisering van Lenie ‘t Hart als ‘de Cruella de Vil van het waddengebied’. Onvergetelijk was zijn optreden op Lowlands, toen hij een bomvolle Titty Twister tevergeefs naar de kotszakjes onder de stoelen deed grijpen met een fictief – we zeggen het er maar bij – verhaal over een vrijage met Mies Bouwman.

Voor mensen die Laurens kenden was het geen verrassing dat er een luchtdoelraket aan te pas moest komen om dat machtige lijf van hem tot stilstand te brengen. Laurens was, anders dan de meeste PC-redacteuren, die met een mengeling van afgrijzen en onbegrip naar elke vorm van fysieke inspanning kijken, bijzonder sportief van aard. Hij was naast zijn redacteurschap actief voor roeivereniging Skøll en vulde de lege uurtjes met basketbal en squash. De sport was echter niet het enige dat Laurens tot een uitzonderlijke redacteur maakte. Laurens was aimabel, geïnteresseerd, oprecht. Hij was, kortom, een prettig mens, en bleef tot aan het einde goed bevriend met iedereen die met hem in de redactie heeft gezeten. Weinig verrassend: Laurens raakte bevriend met vrijwel iedereen die op zijn pad kwam. Het feest kon pas beginnen als Laurens er was. Hij slingerde zijn tas (een kuub bruine boterhammen incluis) de hoek in, riep op maximaal volume ‘Halllootjes!’, deelde grote handen en klapzoenen uit, en trok de boel op gang. Het vooruitzicht van een borrel zonder onze boezemvriend en gangmaker is ronduit beangstigend; het beeld van een café vol zwijgend aan hun bierviltjes plukkende redacteuren dringt zich op.

Behalve als polemist en als sportman heeft Laurens zijn uitzonderlijke talent voor menselijke omgang ook in het onderwijs aan het werk gezet. Wie Laurens ooit bezig heeft gezien als leraar Nederlands aan het Geert Groote College in Amsterdam weet dat het voor zijn leerlingen een onschatbaar verlies is dat ze hem na de vakantie niet meer terug zullen zien. Menig leraar zal een leerling, die een van de meest gruwelijke scènes uit Van den Vos Reynaerde in een levendige tekening uitbeeldt, straffen. Laurens deelde de tekening gierend op zijn Facebookpagina. Kort voor zijn overlijden nam hij zijn leerlingen nog mee op excursie naar de Koninklijke Bibliotheek. Tot zijn eigen verbazing kreeg Laurens ook daar weer het onmogelijke voor elkaar, en bladerde hij hoogstpersoonlijk door het kapitale Gruuthuusehandschrift, voor elke neerlandicus een droom die werkelijkheid wordt. Wanneer hij gepassioneerd vertelde over het leraarschap zagen wij voor ons hoe Laurens met zijn donderstem ‘Aan Rika’ van Piet Paaltjens voordroeg, een van zijn favoriete gedichten, en tegelijkertijd zijn leerlingen verhoedde voor de dt-fouten die hij zelf ook ooit had gemaakt. Als Laurens tien jaar eerder met lesgeven was begonnen, waren er heel wat minder kutboeken verschenen.

In januari 2013 moesten we, na een memorabele tweëeneenhalf jaar, dan toch echt de Uittree van Laurens ontvangen (door hem overigens gemaild met als onderwerp ‘Uitreet’). Hierin gaf hij aan dat hij altijd nog eens Thomas Roosenboom op zijn schouders door de stad had willen dragen. Dat dat niet meer kan is een verlies waar Roosenboom mee zal moeten leren leven. Aan het slot van zijn Uittree prijkte zijn allerlaatste zin als PC-redacteur: ‘En als ik doodga, draait u dan het thema van Jurassic Park.’ Hier kunt u het vinden, u weet wat u te doen staat. Een laatste ongerealiseerde wens was die om, als een van de weinige PC-redacteuren, volkomen vergeten te worden, ‘om met dat unicum vervolgens wel afgrijselijk beroemd te worden natuurlijk.’ Dat zal hem helaas nooit meer lukken. Had je maar niet zo’n onvergetelijke gast moeten zijn, Laurens.

 

 

 

 

Foto: Hajo Hoffs

Foto: Hajo Hoffs

Посвящается светлой памяти Лауренса ван дер Грааффа, бывшего редактора легендарного голландского сатирического студенческого еженедельника «Propria Cures» (учрежденного в 1890 году).

В четверг мы получили новость о том, что наш бывший редактор, Лауренс ван дер Граафф был на борту рейса MH17. Вместе со своей подругой, Карлейн Кейзер, он отправился в отпуск в Индонезию. Для нас было честью работать с ним с 2010 по 2013 год в «Propria Cures». Потеряв Лауренса, мы лишились не только преданного своего делу редактора и невероятно талантливого человека, но и удивительного друга. Нам будет ужасно его не хватать…

Continue reading

Dat voetbal en haat goed samengaan is een cliché van jewelste. Een vaak onderbelicht aspect van deze uitspraak is echter dat voetbal, als een van de weinige onder de schismerende sociale verschijnselen, dusdanig met haat is vervlochten dat het kansen op verbroedering biedt. Stel u bent voetballiefhebber, en u treft het ongenoegen per ongeluk een gesprek aan te knopen met een militante voetbalhater (n.b. dus niet het lijdzame soort, daar heb ik oprecht mee te doen). Beeldt u zich dan in dat het gesprek over het Duitse nationale elftal gaat. U zult zien dat u met de voetbalhater meer haat gemeen heeft dan u kon vermoeden.

Continue reading