Ik merk dat ik, zo in de herfst van mijn redacteurschap, steeds milder word. Clichés die gelden voor normale mensen – dingen als ‘verstand komt met de jaren’ en ‘in rustiger vaarwater komen’ –, blijken dat, tegen alle verwachtingen in, ook voor PC-redacteuren te doen. Als jonge redacteur denk je nog van niet, natuurlijk. Zoals ieder ander jong mens denk je dat je in je latere jaren nog net zo wild en impulsief zal zijn als nu. Zo zag ik mezelf als redactieoudste nog altijd onvermoeibaar tekeergaan tegen elke nietsvermoedende en goedbedoelende schlemiel die het in zijn hoofd haalde een boek uit te geven. Bredero, zelf niet oud geworden, wist al wel: het kan verkeren.

Nu, als ik Arthur Umbgroves nieuwe boek zit te lezen, en na 20 pagina’s al weet dat het middelmatig is, word ik niet eens boos meer. Een middelmatig boek schrijven is niet meer genoeg om mij op de kast te jagen. Bij het lezen van een zin als ‘Tijdens de strandwandeling was het niet de omgeving die hem afleidde, maar de onbeduidendheid van hun gesprek’ loopt er wel een akelige rilling over mijn rug, natuurlijk, begrijp me niet verkeerd. Ik schud wel even met mijn hoofd, en knipper wel een paar keer geërgerd met mijn ogen, maar daar blijft het dan ook bij. Ik laat mijn avond er niet meer door verpesten. Ik grijp niet meteen naar de fles.

Of als blijkt dat Umbgroves verliefde personages ‘Erik’ en ‘Olga’ heten. Vanzelfsprekend denk ik dan even, cynisch: ‘Goh, waarom niet meteen Romeo en Julia?’, maar daarna lees ik gewoon weer door. ‘De mooie belichting, de precies uitgezochte kleren en de make-up benadrukten wat Erik tijdens de les al had gezien: dat Olga een klassieke schoonheid bezat. Iets eeuwenouds; iets wat niet onderhevig was aan modes of trends.’ Tja, denk ik, geen goede zin, soit, nogal nietszeggend, behoorlijk clichématig, ik zou hem niet opschrijven, deze zin, zelfs niet als ik er met een mespunt onder mijn adamsappel toe gedwongen werd – maar er zijn wel ergere dingen aan de hand in de wereld. Die ik hier verder overigens niet op ga noemen, want het is allemaal al erg genoeg. ‘Misschien is dit eerder een boek over afscheid dan over liefde.’ Walgelijk, denk ik. Mag ik dat even lekker zelf bepalen, denk ik. Maar ja, denk ik dan toch ook weer, als dit alles is…

Toch bleek ook mijn bijna-engelengeduld niet onuitputtelijk. De reden dat ik dan uiteindelijk toch nog woedend werd op Arthur Umbgrove, is dat dit, een matig boek schrijven, in zijn geval niet alles is. Lang niet alles. Toen ik hem opzocht, bijvoorbeeld, kwam ik erachter dat hij zo’n man is die op middelbare leeftijd nog een lollig dik brilmontuur draagt. Weer een druppel in mijn emmer, oké, maar het lukte me nog niet over te lopen. Daarna vond ik zijn website, waarin op de ‘Over ons’-pagina alleen een feitelijke definitie van een boek staat: ‘Een boek is een medium voor het vastleggen van informatie in de vorm van schrijven of afbeeldingen, meestal samengesteld uit vele pagina’s die aan elkaar zijn gebonden en worden beschermd door een omslag. De technische term voor deze fysieke opstelling is codex.’

Het bleek dat Arthur Umbgrove naast schrijver ook comedian is, van bovenstaand niveau. Hij is artistiek leider van De Speld Live, wat zo ongeveer hetzelfde is als eileider zijn van een man. Zo bleven er stukjes irritatie in mijn emmer druppelen. Ik las verder in Terwijl je dacht dat het liefde was. In één plotontwikkeling gaat Erik stiekem inbreken in het huis van Olga. Is het intertekstualiteit om de personages uit Turks fruit het verhaal van In het oog na te laten spelen, of gewoon flauw?

Nog een retorische vraag: kan het allemaal nog veel vervelender? Ja, zo bleek, zeker en vast – de golf regenwater die mijn emmer uiteindelijk echt deed overlopen, was de mediacampagne die Umbgrove op zijn persoonlijke Instagram bleek te voeren. Deze bestond uit korte filmpjes waarin Umbgrove vanuit allerlei idiote hoeken gefilmd wordt, met veel knipjes en rare zooms tussendoor, terwijl hij simpele vragen over schrijverschap gesteld krijgt. ‘Hoe voelt het nu dat het boek eindelijk, mm- uit is?’, ‘Zenuwachtig?’ en ‘Lig je nog op de, uh, de f- de eerste tafel van de boekwinkel?’ Dit lokaas voor platitudes wordt stotterend geformuleerd door Umbgroves zoon, Jacob, die duidelijk zelf nooit een boek heeft gelezen, laat staan dat van zijn vader — deze filmpjes functioneren, blijkens LinkedIn, vooral als toevoeging aan zijn portfolio als ‘media creative’ en ‘short form content producer’. Mooi om te zien, een vader en zoon die zoveel aan elkaar kunnen hebben.

Echt woedend, werd ik van deze afgrijselijke filmpjes. De van vader op zoon doorgegeven narcistische persoonlijkheidsstoornis spat ervan af. Jacob stelt zulke domme vragen (bestaan wel) dat je aanvankelijk denkt dat je het zijn vader niet kwalijk kan nemen dat hij geen leuke antwoorden bedenkt, maar al snel merk je dat Arthur een even wezenlijk onderdeel van het probleem is. Een paar capriolen die de artistiek leider van De Speld Live uithaalt zijn maniakaal aan zijn koffiemok likken, zeggen dat zijn zoon een keer zijn kamer moet opruimen, en doen alsof hij hem grof geld betaalt voor het maken van deze filmpjes. Dat boek, dat was nog tot zover. Maar dit – dit liet me weer even jong voelen.

WF

Terwijl jij dacht dat het liefde was, Arthur Umbgrove.
Querido, € 24,99

Archief