Gastbijdrage
Ik ben twee keer met Günter Grass naar bed geweest. De eerste keer was ik 19, de tweede keer 33.
In 1966 was Grass een paar weken in Amsterdam om bij te komen van de opwinding van de premiere van zijn toneelstuk Die Plebejer proben den Aufstand. Hij logeerde in een hotel, maar was overdag vaak bij ons thuis, ook voor het avondeten. Mijn vader was met hem bevriend geraakt door de bijeenkomsten van de Gruppe 47 in Duitsland. Ik woonde nog bij mijn ouders en studeerde Italiaanse taal- en letterkunde. Mijn verliefdheid voor een Italiaan die mij ertoe aangezet had Italiaans te gaan studeren was over. Ik had het uitgemaakt, maar zat vol twijfels. Ik dacht dat ik niet van een man kon houden, ik kon niet klaar komen en ik kon niet zonder mijn ouders leven.
Dat Grass zich voor me interesseerde verbaasde me en ik voelde me gevleid. Maar het maakte me ook een beetje bang. Hij was 38 en in mijn ogen al bijna een oude man. Ik had nog nooit een vriend gehad met een snor, een man die uit zijn mond naar tabak rook en een pils tegelijk met een borrel opdronk. Ik genoot er wel van dat mensen naar ons keken als we gearmd over straat liepen. Het voelde spannend alsof ik iets deed wat niet mocht.
Ik herinner me dat ik iedere keer als Günter probeerde me te kussen als excuus ‘niet hier’ aanvoerde. Niet op een rondvaartboot, niet in een dancing en ook niet op straat.
‘Waar dan wel?’ vroeg Günter lachend.
Ten slotte kreeg ik toch het gevoel dat ik ‘ns keertje toe moest geven en bovendien hoopte ik dat seks met een man met ervaring me van mijn twijfels zou kunnen genezen. Hij was tenslotte getrouwd en had kinderen.
Ik vraag me af wat mijn ouders die het zagen gebeuren ervan vonden. En ook of Günter het gewoon vond om de dochter van zijn vriend te verleiden. Misschien dacht hij dat in Nederland ‘alles’ kon.
Mijn moeder hielp me met krullers in mijn haar zetten voor ik op een avond met Grass zou gaan dineren bij Hotel de l’Europe. Bijna ging ons etentje niet door, want Grass probeerde me meteen op bed te duwen toen ik hem in zijn hotelkamer kwam ophalen.
‘Daarvoor heb ik geen krullers in mijn haar gezet’ schoot het door me heen. En ik bracht in dat we zouden gaan eten.
Dat deden we ook, maar de stemming was onder nul gezakt. Ik voelde me ongemakkelijk en Günter mopperde omdat hij gebakken aardappels kreeg bij zijn forel.
Er zat niets anders op dan te gaan vrijen in het hotel. Dat werd geen succes. Na afloop moest ik huilen.
Toen ik Grass terug zag in Berlijn in 1979 vond ik hem veel leuker om te zien dan toen ik 19 was. Hij straalde iets vitaals uit en was bruin vanwege een in Alaska doorgebrachte lentevakantie. Hij had fijne handen en felle bruine ogen. Ik was inmiddels Drs. Italiaanse taal- en ketterkunde en had geen zorgen meer over mijn relaties met mannen. Ik was naar Berlijn gekomen om Grass te interviewen voor een nieuw op te richten Duits tijdschrift. De verfilming van Die Blechtrommel ging in première.
Eigenlijk ging het meteen mis toen hij me uitlachte vanwege mijn uiterlijk. Ik droeg een glimmende rode plastic broek, een rood leren jasje en knotsige ringen met namaak diamanten, gouden oogschaduw en felrode lippenstift.
‘Je ziet eruit alsof je van een andere planeet komt’ zei hij en dat was niet als kompliment bedoeld, want hij probeerde me aan te praten dat ik me uit onzekerheid zo kleedde en opmaakte.
Tijdens het interview kreeg ik geen vat op hem en hij gaf me het gevoel alsof ik domme vragen stelde wanneer ik bijvoorbeeld wilde weten of hij wel eens leugens vertelde.
Daar gaf hij trouwens wel een leuk antwoord op.
‘Ik heb als kind altijd heel veel gelogen en ik lieg ook tegenwoordig nog, meestal omdat de waarheid me verveelt.’
Toen we met het interview waren opgehouden werd het plotseling veel gezelliger. Ik nodigde hem uit te gaan eten en gearmd liepen we naar een Italiaans restaurant in de buurt. Praten over ieder onderwerp en ‘domme’ vragen stellen was mogelijk.
Na het eten zei Grass dat hij zich afvroeg of hij met me slapen wilde of niet.
‘Mij lijkt het wel leuk om te kijken of het anders is dan vroeger.’
‘Dat zou te weinig reden zijn om het te doen’ zegt hij.
Toch liggen we niet veel later in bed. Een succes werd het wat mij betreft weer niet, maar ik hoefde er gelukkig niet meer om te huilen. Met een taxi ging ik terug naar mijn hotel. We hadden alletwee niet de behoefte meer tijd met elkaar door te brengen.
Alissa Morriën
schrijver
Dit is een programma in de zendtijd voor publieke onthoofdingen. Figuurlijk natuurlijk, moet ik als Maghrebijnse Nederlander met meer dan één paspoort erbij vermelden. Want Dilan Yeşilgöz lijkt me zo’n type dat geen gelegenheid onbenut laat om haar juridische netwerk in stelling te brengen om Noord-Afrikanen aan te klagen en, als het even kan, te deporteren. Daar heeft ze Geert Wilders trouwens helemaal niet bij nodig. Wilders is te onbetrouwbaar om Marokkanen écht het land uit te zetten. Waarom zou een ondernemer zijn eigen verdienmodel ondermijnen?
Voor Dilan Yeşilgöz daarentegen is vreemdelingenhaat geen middel maar een doel. Ze is weliswaar zelf ooit als gelukszoeker- vermomd-als-asielzoeker via nareis-op-nareis naar Nederland gekomen, maar niets menselijks is de vreemdeling vreemd. Bij binnenkomst gauw de ladder omhoog. Er is slechts ruimte voor één Dilan. Dát is de reden waarom alle Dilannetjes met moeilijke achternamen niet mogen komen of blijven. Meer cedilles en umlauts passen niet meer in dit land, aldus Dilan Yeşilgöz. Het zou haar overigens vergeven zijn (ook allochtonen hebben het recht harteloos te zijn als ieder ander in dit kille land) als ze niet zo’n saaie en neppe Gestapo-larper was. Je kunt alles zeggen over Marine Le Pen of Giorgia Meloni – bijvoorbeeld dat het onversneden fascisten zijn – maar niet dat ze geen karakter hebben.
Dilan Yeşilgöz doet haar best om een karakter te veinzen dat ze niet heeft. Dat doet ze mede door een identiteit te wissen die ze ongetwijfeld ooit had. Ze doet me denken aan een sketch van Dave Chappelle, waarin een blindgeboren zwarte man ervan overtuigd was wit te zijn en lid werd van de Ku Klux Klan. Niets aan Yeşilgöz is authentiek. Ze moet, los van die prachtige naam, toch wel íets hebben overgehouden aan haar Turks-Koerdische afkomst? Een kinderliedje misschien? Scheldwoorden (ik incasseer ze met alle liefde)? Iets gastronomisch? Ze laat in ieder geval niets van dat alles blijken. Iedereen mocht wél weten dat ze van donuts en die domme hond van haar houdt – nog vóór haar geweldige vent wiens achternaam ik maar niet zal noemen, want dat is tegenwoordig ook al antisemitisme. (Farid Azarkan, ik geloof je).
Nota bene Wilders heeft ooit aangegeven liefhebber te zijn van baklava. Yeşilgöz liet op Instagram een foto zien van een bacon cocktail. Wat? Een bacon cocktail. Smerig. Was het een grap? Of is het onderdeel van een soort verlate ontgroening bij de corpsballen van de VVD? Knipper met je ogen als je hulp nodig hebt, Dilan. Of nee, stik erin. Iedereen krijgt de pushback die zij verdient.
Dilan Yeşilgöz is de pick me girl en pick me-migrant in één. Zie hoe ze naast de mannen van VI Vandaag alle misogyne grappen en grollen incasseert, terwijl ze van elke Marokkaanse jongen die op de hoek van de straat een sis-geluid maakt het liefst de schedel wil openbreken.
‘In dít land. Ónze normen en waarden. Ónze vrijheid.’ Ze doet zo haar best. Dilan Yeşilgöz moest eens weten hoe er achter haar rug bij de VVD over haar gesproken wordt. Maar ze kan het hebben. Ze is namelijk een politieke pitbull. Althans, zo ziet ze zichzelf graag. Anderen zien een onbetrouwbaar sujet. Een dubbelhartige politica. Een intellectueel lichtgewicht. Dat is ze allemaal óók. Yeşilgöz gelooft niettemin dat ze premier kan worden. De eerste vrouwelijke premier. De eerste minister-president met een migratieachtergrond (die zijn het ergst). Klinkt mooi, hè. Maar we weten allemaal dat Geert Wilders haar alsnog zal aftroeven. You can’t bullshit a bullshitter.
Misschien is dat helemaal geen slecht vooruitzicht. Een beter milieu begint in het parlement. Geert, verlos ons: deporteer Dilan naar het godvergeten gat waar ze vandaan komt. Op een gammel bootje. Met haar kaolo daggoe. Ik trakteer. Baklava.
Lotfi El Hamidi
Maandag
Het College van Bestuur begint de werkweek altijd met een plenair overleg, zo ook vandaag. Op de een of andere manier weet Peter-Paul het steevast voor elkaar te krijgen om al om 09.15 ’s ochtends een ontzettende koffiebek te hebben. Alsof hij zijn tandpasta elke dag zelf maalt van de bonen uit zijn Senseo Sarista. En als ik dan wil zorgen dat het nog een beetje te harden is en een raampje van de vergaderruimte openzet, begint Jan meteen aanstellerig te bibberen, en te miepen dat hij het koud heeft. Misschien moet-ie dan eens een keer wat meer gaan eten. Ik noem Jan altijd de Lintsworm, omdat hij eruitziet alsof-ie tegelijk een lintworm heeft en er een is. In mijn dagboek dan, natuurlijk. Dat is van mij. Nou, ik liet dat raam gewoon open, en leunde vast zover mogelijk achterover terwijl ik Peter-Paul vroeg hoe het ervoor staat met de boekverbrandingen. Het zijn mannetjes met een handleiding, zeker, maar ja. Je hebt het nu eenmaal met elkaar te doen, hè, in zo’n bestuursjaar.
Dinsdag
Vandaag nam ik een kijkje op het Binnengasthuisterrein, om te zien hoe het vordert met de bouw van de nieuwe universiteitsbibliotheek. En stiekem ook of er nog een leuke bouwvakker rondloopt, natuurlijk. Ik heb, dat mag je best weten, een beetje een zwak voor uniformen. Mijn lief, Lennart, noemt dat mijn mbo’er-fetisj, maar dat is gewoon jaloezie. Hij loopt er zelf altijd bij als een brugklasser die net door zijn oudere broer uit de kapstok is getild, dus ik moet ergens mijn lusten botvieren. Goed, over dat nieuwe gebouw. Dat we hier af en toe boeken verbranden betekent natuurlijk niet dat we in concept tegen boeken zijn. We zijn bij de UvA bezig om de UB van een stoffige opslagplaats van eeuwenoude kennis te veranderen in een moderne en diverse community hub. Dat er dan een paar boeken weg moeten om ruimte te maken voor een gezellige caféhoek en pestvrije ruimtes voor knutselworkshops is het lang en breed waard; op den duur zal er in de nieuwe situatie veel meer over boeken worden gepraat dan daarvoor. En dat is waar een bibliotheek uiteindelijk voor is.
Woensdag
Een belangrijk deel van mijn werk bestaat uit het overzien van projecten die kunstmatige intelligentie inzetten om de functies van universiteiten stukje bij beetje te automatiseren. Als dat kannibalistisch klinkt, mag je mij wel Hannibal Lecter noemen (die uit de serie, dan, de boeken heb ik niet gelezen): ik geloof dat kunstmatige intelligentie uiteindelijk alle menselijke werkzaamheden kan overnemen. Op bestuursfuncties na, dan. Uiteindelijk is mijn utopia (opnieuw van de serie, niet het boek) dat iedereen in de hele samenleving en ook Afrika enzo aan het werk kan als bestuurder. Best idealistisch, hè, eigenlijk? En we kunnen daar alleen komen als we experimenteren. Mijn credo komt van een liedje van Cole Porter, uit 1933. Dat gaat zo: Experimenteer / maak dat tot je motto / dag en nacht / wees nieuwsgierig / laat je niet tegenhouden / experimenteer / dan heeft de toekomst je veel te bieden. Ik kwam er laatst achter dat dat ook het motto was van Josef Mengele, maar goed, ik vind dat je kunst niet moet verwerpen alleen omdat sommige mensen het verkeerd kunnen interpreteren.
Donderdag
Donderdag is een rotdag voor mij. Ik zou vandaag een vrije dag moeten hebben, maar omdat ik in de schuldsanering zit heb ik tegenwoordig op donderdagen een tweede baantje om een zo hoog mogelijk inkomen te kunnen verdienen. Heel gênant, en voordat u denkt dat het mijn eigen schuld is dat ik in de Wsnp ben beland: dat heb ik dus mooi te danken aan mijn Lennart, die zo nodig door een gedegen staaltje onderzoekjournalistiek van een literair-satirisch studentenblad betrapt moest worden op de malversatie van een bescheiden €800.000. Toen dat artikel uitkwam had ik mijn aandeel al besteed aan een Hummer, een Prada-ketting en een ontzaglijke hoeveelheid Koopmans Pannenkoekenmix omdat die in de aanbieding was bij de Albert Heijn. Omdat ik echt niet kon wachten en die bonus altijd maar een week duurt had ik een lening genomen om nu alvast mijn aandeel te besteden; dat moet ik door dat eigenrichtige kutblad nu dus allemaal terugbetalen met 7,5% rente. Daarom sta ik de hele donderdag schimmel van Hema-rookworsten te schrapen terwijl ik ook nog eens aardig moet doen tegen de zweetturken die hier de hele dag met muntgeld servetten en zakken zoute drop komen afrekenen.
Vrijdag
Logisch dus, dat Lennart er ook vanochtend niet op mocht. Zolang ik bij moet werken, heeft hij pikstraf. Alsof ik ook met hem getrouwd was als hij niet beste vriendjes was met Femke Halsema. Dan te bedenken dat ik ooit jaloers was op wat die twee samen hebben. Daar kon ik nog wel doorheen zien omdat ik wist dat het hebben van zo’n netwerk zich ooit zou uitbetalen, maar ik had nooit verwacht dat hij zich zo zou laten vernederen door zo’n marginaal studentenblaadje. Ik zag vandaag weer een stapeltje van die vodden liggen. Dat heb ik zelf maar in de prullenbak geflikkerd, maar ik moet niet vergeten om volgende week die afbladderende berg leverworst van een Sindy en de andere meiden van de menopauzebrigade er aan te herinneren hun ogen open te houden. Vermoeiend of niet, censuur is een belangrijk onderdeel van hun functieomschrijving, en of ze dit keer nou een ingegroeide wimper hebben of een ontstoken ooglid of überhaupt niet kunnen lezen – alles dat er ook maar een beetje zwart-wit uitziet moet in de shredder. Ik heb het meer met Vijftig tinten grijs. En dan heb ik het natuurlijk weer over de films. Met die boeken heb ik niks.
Edith Hooge
Wat was het al koud buiten! Karlijn kon niet wachten tot ze weer veilig achter haar laptop zat. Enkele weken geleden had ze Farm Date ontdekt, een datingsite voor agrariërs. Karlijn was geen agrariër, maar ze had geen bezwaar tegen kippen en dronk graag melk, dus het scheelde niet veel. Bovendien waren boeren bij uitstek geschikte kandidaten om mee te trouwen, omdat boeren veel geld hebben, en Karlijn juist heel weinig.
Het wilde maar niet warm worden in huis. Karlijn woonde op de derde verdieping van een flat, een lelijke, oude flat in het deel van de stad waar nog geen wijnbars waren. De balustrades in het trappenhuis hadden tierelantijntjes in het hout, waardoor het gebouw tot monumentaal pand was uitgeroepen. Het mocht niet gesloopt worden noch gerenoveerd, en daardoor was de isolatie klote. Alle kozijnen stonden scheef en zaten vol akelige kieren: het was een zoete inval voor weer en wind. Om zich te verweren droeg Karlijn pantoffels van alpacawol. Maar de wind had maling aan alpacawol. Het blies er dwars doorheen, en op koude avonden huilde Karlijn zachtjes onder haar deken.
Verhuizen was geen optie voor Karlijn omdat ze vier dagen in de week bij de HEMA werkte. De HEMA betaalde: niet goed. Op een nieuwe woning maakte ze geen schijn van kans, niet in deze economie. Het was jammer dat haar moeder haar geen geld had nagelaten. Vorig jaar was haar moeder opnieuw getrouwd met een man die PlayStations verkocht op de Beverwijkse Bazaar. Zoran, heette hij. Wanneer Zoran niet op de Beverwijkse Bazaar was, werkte hij in de haven om verscheidene waren aan te nemen, en wanneer hij niet in de haven was, zat hij thuis en verkocht hij concertkaartjes op Marktplaats.
Een maand nadat Karlijns moeder met Zoran getrouwd was, struikelde ze over een PlayStation 5 die haar geliefde op de hoek van de bovenste traptrede had gezet. Karlijns moeder was er nog niet aan gewend dat daar nu regelmatig van alles stond, en dat gebrek aan gewenning had haar het leven gekost: onderweg naar de bodem van de trap had ze haar nek gebroken. Karlijn kreeg het nieuws van Zoran per sms. In de sms stond:
je moeder is van de trap gvallen. Neck gebroken
Toen Karlijn informeerde of het naar omstandigheden goed met haar moeder ging, reageerde Zoran met een emoji van een duim naar beneden.
Omdat Zoran nu de wettelijke echtgenoot van haar moeder was, erfde hij het huis en de spaarrekening, en Karlijn niets. Alhoewel: niets dat liquide was. Zoran had Karlijn het bruidsservies geschonken van het huwelijk waaruit Karlijn was voortgekomen. Het was een complete set, van echt porselein, met gouden randen op de borden en schotels, en een brocante bloemenpatroon op de kopjes en kommen. Uit medelijden had Zoran er ook nog de PlayStation 5 die bovenaan de trap stond cadeau bij gedaan. Dat dat ding aan de dood van Karlijns moeder had bijgedragen, zei hij er voor het gemak maar niet bij.
Bij thuiskomst had Karlijn het bruidsservies meteen in haar buffetkast gezet. Sindsdien poetste ze het iedere zaterdag, en op doordeweeks dagen keek ze er verlangend naar. Wanneer haar buren stil waren, meende ze dat het servies haar aanmoedigend toezong vanachter de kastdeuren. Trouw rijk en niet crimineel, luidde hun lied.
Maar die ene avond wilde het maar niet vlotten op Farm Date. Een boer die Hans heette had haar een persoonlijk bericht gestuurd: hij vroeg of Karlijn van paarden hield. Karlijn zei dat ze paarden best tolereerde, waarop Hans haar een foto van een oogst winterpenen stuurde. Voer voor paarden, typte hij erbij. Karlijn wist niet goed wat de bedoeling was van deze toelichting, maar toen schreef Hans dat Karlijn de winterpenen mocht hebben als hij haar van achteren mocht nemen in zijn stal. Dat vond Karlijn nogal obsceen. Ze liet de winterpenen voor wat ze waren.
In Karlijns gewone inbox wachtte een mail. Ze kende de afzender niet. Het bericht luidde:
Waarde vriendin,
Mijn naam is prins Albert Surugaba. Ik mail je met een bijzonder verzoek. Onlangs is mijn vader, koning Herman Surugaba, overleden na een vreselijk ziekbed en ik ben zijn enige erfgenaam. Gisteren kwam ik tot de ontdekking dat mijn vader een bankrekening in Nederland had, met een saldo van vijftig miljoen euro. Van de bank mag ik geen toegang tot de rekening krijgen totdat ik een administratievergoeding van drieduizend euro heb betaald. Zou jij me alsjeblieft kunnen helpen? Zodra ik bij de bankrekening kan betaal ik je meteen terug, en geef ik je EEN MILJOEN EURO als bonus, bovenop mijn eeuwige dank. Ik hoop dat ik je met mijn bericht niet overval. Ik vond je emailadres via een database en je leek me een betrouwbaar persoon. Ik kijk uit naar een vruchtbare samenwerking!
Hoogachtend,
Albert Surugaba, prins van Benin
Karlijn las de mail nog een keer, en nog eens. Het stond er allemaal echt: ze was door een rijke prins benaderd en hij zocht haar hulp. Ongelooflijk! Een miljoen euro… Leefde haar moeder nog maar, die zou dit alles geweldig hebben gevonden. Wie weet keek ze vanuit de hemel wel op Karlijn neer en knikte ze aanmoedigend.
In haar hoofd begon Karlijn het geld al uit te geven. Ze zou de flat laten isoleren, een nieuwe keuken laten bouwen, of nee – dat zou allemaal niet meer nodig zijn! Ze zou prompt kunnen verhuizen naar waar ze maar wilde. Een losstaand huis op Texel… Karlijn had altijd al op een eiland willen wonen. Of in Kaatsheuvel, vlakbij de Efteling, en dan elk weekend in de Vogel Rok, puur omdat het kon. Ze schreef meteen terug.
Beste prins Surugaba,
Mag ik je Albert noemen? Albert, ik ben vereerd dat je me hebt gevraagd om je te helpen. Dat doe ik graag! Kom je ook echt naar Nederland toe? Aan je schrijven te zien spreek je de taal voortreffelijk. Ik zou je in elk geval graag ontmoeten, ook voor het afwikkelen van de transactie. Het is hier bijna kerst! Ik weet niet of jullie dat vieren in Benin, maar het is erg koud en overal zijn lichtjes. Als je nog een slaapplek zoekt, ben je welkom bij mij.
Lieve groet,
Karlijn
Dat laatste aanbod was een beetje brutaal, maar de prins vroeg haar immers om een flinke smak geld voor te schieten, en daaruit sprak ook weinig bescheidenheid. Alhoewel je je dat, wanneer je een prins was, wellicht kon permitteren. Tevreden zat Karlijn achterover in haar stoel. Het was nog steeds koud in huis, maar ze had tenminste contact gelegd met een mogelijke redder.
Terwijl ze op een reactie van Albert wachtte, keek Karlijn naar haar banksaldo. Op het scherm verscheen een getal: 80,43 euro. Dat was niet genoeg voor de administratievergoeding, bij lange na niet… Zo had de prins niets aan haar. En zelfs als ze haar salaris van de HEMA morgen kreeg, kwam ze nog steeds meer dan duizend euro tekort. Het was hulpeloos.
Karlijn ijsbeerde door haar woning. Ze zou morgenochtend wat geld uit de kassa kunnen stelen op werk, en wanneer dat makkelijk bleek, een wat groter bedrag uit de kluis. De HEMA was een miljoenenbedrijf, een paar duizend euro was niks voor hen. Maar als ze erachter kwamen, zou het zo gênant zijn… Karlijn wist niet of ze dat kon verdragen.
In haar woning was er niets van waarde. Haar laptop was hooguit een paar honderd euro waard, een televisie had ze niet eens. Dat malle ding dat ze van Zoran had gekregen stond al maanden in een hoek te verstoffen. En in het bankstel, een cognacleren exemplaar dat ooit mooi was, zat vochtschade.
Karlijns keek naar het bruidsservies. Voordat het aan haar moeder was geschonken, was het van haar grootmoeder geweest, en daarvoor stond het een lange tijd in een chique etalage. Haar grootvader had er destijds een schandalig bedrag voor betaald omdat Karlijns grootmoeder een gehaaide vrouw was, en zich niet inliet met mannen die geen centen hadden. Karlijns grootvader had dus iets te bewijzen.
Tegenwoordig was het bruidsservies zo’n tweeënhalf duizend euro waard. Dat was recent nog vastgesteld, na de dood van Karlijns moeder hadden ze het moeten laten taxeren voor de nalatenschap. Als ze het verkocht, kon ze de prins deze week nog helpen… Wie weet zou hij dan voor de kerst nog in Nederland zijn, en kon hij haar mee uit eten nemen.
Een voor een haalde Karlijn de borden, schalen, koppen en kommen uit de buffetkast. Voor elk serviesstuk huilde ze meerdere tranen, maar toen bedacht ze dat ze, met die miljoen, het bruidsservies onmiddellijk weer terug kon kopen – en dus zou ze het niet lang kwijt hoeven zijn. De kalmte wederkeerde. En de prins had inmiddels ook teruggeschreven:
Liefste Karlijn,
Ik dank de goden op mijn blote knieën dat ik geholpen zal worden door zo’n lieve, attente vrouw als jij! Ja, ik kom dolgraag naar Nederland, en ik maak dan graag van je gulle aanbod gebruik. Ik zal je behandelen als een prinses, als dank voor alles dat je voor mij mogelijk maakt, en natuurlijk krijg je dan ook de EEN MILJOEN EURO die ik in mijn eerdere schrijven noemde. We zullen een zalige kerst hebben samen. Maar eerst moeten we de administratievergoeding regelen. Wanneer kun je het geld overmaken? Ik wacht op je antwoord.
Met eerbied en bewondering,
Albert Smith
Hé, dat was gek, dacht Karlijn, ineens heette hij geen Surugaba meer. Zou het iets te maken hebben met het feit dat ze nu informeel met elkaar waren? Misschien was het wel gewoon iets van zijn cultuur dat ze niet begreep. Wat maakte het ook uit! Albert leek een vriendelijk en beleefd persoon te zijn, en hij was ook nog eens rijk. Veel beter dan dat zou ze het niet treffen.
Karlijn bleef de hele nacht op om de individuele serviesstukken in papier te verpakken. Ze deed het met de grootst mogelijke voorzichtigheid, voor zover de adrenaline dat toeliet. Af en toe droomde ze even weg in een fantasiebeeld, en dan zag ze zichzelf in een witte jurk met een sluier die tot haar tenen reikte, en die haar een mysterieuze allure gaf. Prins Albert zou bij het altaar op haar wachten en met een brede grijns haar sluier oplichten, omdat hij wist dat er een verrukkelijk leven komen ging.
In de ochtend torste Karlijn het gehele bruidsservies naar de lommerd. De taxatiepapieren van de notaris nam ze mee als bewijs van hun waarde. De lommerd keek naar het bruidsservies en constateerde dat het inderdaad waardevol was, maar wellicht nog het meest in sentimentele zin.
‘Weet je heel zeker dat je dit allemaal aan me wilt verkopen?’, vroeg hij.
‘Heel zeker’, zei Karlijn. ‘Ik heb sinds gisteravond een relatie met een prins uit Benin. Hij is erfgenaam van een gigantisch fortuin en hij wil een deel ervan aan mij geven. Ik moet alleen eerst de administratievergoeding voor hem regelen. Zo gaat dat in Nederland, snap je. Een en al bureaucratie.’
Karlijn rolde theatraal met haar ogen, als een cosmopolitaine vrouw: een vrouw van de wereld.
‘Benin… is dat geen republiek?’, zei de lommerd.
‘Wat?’
‘Benin is geen koninkrijk, dunkt me. Het heeft geen koning.’
‘Dat klopt, die is dood’, zei Karlijn. ‘Nu is er alleen nog een prins over. En die komt met de kerst dus bij mij langs. Schiet je een beetje op? Ja, ik zal hier even tekenen… en hier zeg je, vooruit… Maak je het geld meteen naar me over? Mijn bankrekeningnummer staat hier. Goedendag!’
Thuis bracht Karlijn haar nieuwe geliefde meteen op de hoogte.
Lieve Albert, mijn liefste,
Het geld is binnen. Ik heb er iets dierbaars voor moeten verkopen, maar het bleek nog meer waard te zijn dan ik al dacht: ik heb er precies drieduizend euro voor gekregen! Ik maak het graag zo snel mogelijk naar je over. Laat je me nog even je bankrekeningnummer weten? Ik kan niet wachten om je in mijn armen te sluiten, mijn schitterende prins.
Hunkerend naar jou,
je Karlijn
Dit keer liet de reactie van Albert niet lang op zich wachten. Binnen twee minuten ontving Karlijn dit bericht:
BJ66BJ044390000769
into account of Abdul Smith
thanks very much please
Arme Albert, de passie was hem teveel geworden. Hij was zo verheugd om naar Karlijn toe te komen, dat hij spontaan zijn naam was vergeten. En zijn taal!
Karlijn maakte het bedrag meteen over, zoals ze had beloofd. Ze schreef een zachtaardig mailtje naar haar prins, een kortere dit keer, om hem niet nader te overrompelen, maar desondanks duidelijk te maken dat het geld was overgemaakt. Eindelijk kon hij bij het fortuin van zijn vader. Als hij voor deze week een vlucht naar Schiphol boekte, was hij nog op tijd voor kerst in het land. Karlijn zou hem opwachten met een oliebol. Een hele zak oliebollen, zelfs, zodat de prins wist dat ze menens was.
Karlijn zette een nummer van David Sylvian op en begon dromerig te dansen. Toen het afgelopen was keek ze naar de buffetkast waar eerder nog haar geliefde servies stond. Het zou maar heel even bij de lommerd hoeven blijven. Zodra haar prins over zijn jetlag heen was, zouden ze het samen weer ophalen.
Van Albert was er nog geen nieuw bericht binnengekomen. Die man is nu natuurlijk zijn koffers aan het pakken, dacht Karlijn. Hij komt zo snel als hij kan naar me toe. Ze keek naar haar plafond, waar rode schimmels floreerden, en vouwde haar handen. Dank u, moeder, zei ze, dat u vanuit de hemel zo goed voor mij zorgt!
Nadia de Vries
Op 15 mei om 17.31 uur kreeg ik een intrigerende mail met een zeer eervol verzoek. Of ik een gastbijdrage wilde leveren aan PC. Maar natuurlijk! Iedereen die als scholier ooit een boekverslag over een titel van Mensje van Keulen heeft moeten fabriceren kent Propria Cures. De mail was ondertekend door redacteur Alexandra Philippa, in een regel daaronder stond voor de zekerheid: (zij/haar). Ik googelde Alexandra Philippa en inderdaad: die pronouns kwamen overeen met mijn bevindingen.
Voor de gemiddelde Gen Z’er zijn zulke toevoegingen inmiddels zo normaal als het verspreiden van Hamas-propaganda, iets waar ze op de universiteit waar ik op de een of andere manier ben afgestudeerd (UvA, door de locals uitgesproken als Ufaaa) tenminste nog in uitblinken. Maar voor mij is elke (he/him/his) achter de naam van een bebaarde Canadese houthakker een teken dat ik losgezongen ben geraakt van de tijd waarin ik leef.
Toen ik in de jaarwisseling van 2017-2018 mijn schoonoma van, destijds, 88 bezocht, geloofde ze niet dat het 2018 zou worden: 2008 klonk haar al surrealistisch in de oren. Het is nu 2024 en ik geloof dat ik in hetzelfde stadium ben aanbeland. Dit is niet mijn tijdperk, ik voel mij volkomen 20ste-eeuws. De kids van nu zijn knetterlijp, maar je hoort dat dan niet te zeggen, of daar quasi-ironisch mee om te gaan. Neen, daarin heb ik geen trek.
Ik ben trouwens ook meer dan eens gemisgenderd: door Frans Weisglas en een dode (terecht) Belgische NRC-sportcolumnist. Er zijn bepaalde sociale klassen waarin men geen kennis pleegt te nemen van de Arthurromans. Voor die lui kan ‘Merlijn’ ook een meisjesnaam zijn. En dan komt het dus voor dat mannelijke figuren als je ze uitnodigt voor een interview ofzo ‘kus’ naar je sturen. Dan krijg je een inkijkje in wat vrouwen zoal meemaken. In mijn krant stond trouwens dat het eten van bananen een privilege is voor mannen omdat mannen aan pijpen denken wanneer ze een vrouw een banaan zien eten; vrouwen zien er dan maar vanaf en hakken het ding in stukken voordat ze het in het geniep naar hun mond brengen. Wie bananen eten verwart met orale seks heeft van beide niets begrepen. Maar dat allemaal terzijde.
Ik (37) voel me dus oud. Zelfs in de klassieke concertzaal (ik verdien erg veel geld als redacteur klassieke muziek van de Volkskrant) ben ik inmiddels niet meer jong; er zijn nu ook mensen van 32. Maar sinds december voel ik me zo’n twee à drie avonden per week fris en fruitig. Ik val in als gitarist in mijn vaders band, The Amazing Stroopwafels (cultstatus sinds 1979; legendarisch in Rotterdam en omstreken; kwamen ze uit Amsterdam dan waren er al tien documentaires over ze gemaakt). Degene voor wie ik inval, Rien de Bruin, is 78 en tot in ieder geval de zomer uitgeschakeld. Mijn vader (Wim Kerkhof: de frontman, zanger, toetsenist, contrabassist, liedjesschrijver, de baas) is met 71 de jongste. En nu ben ik daar om de gemiddelde leeftijd omlaag te halen.
Het is enig. Het ene moment speel je voor 1200 mensen in het Circustheater in Scheveningen, de volgende dag sta je in een non-descript zaaltje aan de A12 op te treden voor de ondernemersvereniging van Pijnacker-Nootdorp. Mijn vader neemt namelijk alles aan: met meer dan 7500 optredens in 45 jaar is er geen nog actieve band in Nederland die vaker optrad. Ik heb eens uitgerekend dat mijn vader 412,5 uur van zijn leven Oude Maasweg moet hebben gespeeld, meer dan zeventien dagen non-stop.
Ik wil niet opscheppen, maar ik ben ook al gerecenseerd. Door de IJsselbode, de lokale krant van Montfoort. Ik zong, volgens het gezaghebbende medium, ‘mooie harmonieën’.
Laatst trad ik op voor de oma (90 geworden) van DJ Afrojack. De familie-Afrojack bleek er een van kenners van het ontzagwekkende Amazing Stroopwafels-oeuvre, want ze vroegen nummers aan die mijn vader al jaren niet had gespeeld en ze zongen alles mee. En wie voorzag het geheel van jeugdig elan? Ik!
Merlijn Kerkhof
schrijver, criticus
REDACTIONEEL
Normaliter kijkt Propria Cures graag neer op andere universiteitsbladen – maar nog liever kijkt ze neer op een CvB. Niet alleen op de UvA blijkt het CvB een bestuurlijk godscomplex te hebben ontwikkeld; ook in buitengebieden als Eindhoven en Delft wordt de persvrijheid van het plaatselijke universiteitstijdschrift door middel van bedreigingen met rechtsgangen onder druk gezet. Een PC-redactie laat zich echter niet intimideren, al helemaal niet door een dreigende brief van het CvB.
De redactie van Delta, het tijdschrift van TU Delft, wel. Zij zag zich gedwongen om haar kritisch onderzoeksstuk over de werkcultuur aan I&IC offline te halen. Laat PC dan weer heel erg geïnteresseerd zijn in stukken die niet gelezen mogen worden. Gelukkig doolt PC al sinds jaar en dag door het riool van de academische sferen, waar zij deze week het onderzoeksstuk van Delta vond dat onder dwang werd verwijderd. Zodoende presenteren wij, uit solidariteit met tijdschrift Delta, alsnog de gewraakte tekst op onze site. En met het verschijnen van de volgende editie van Propria Cures ook op de Delftse universiteitscampus, waar wij ons blad gratis zullen verspreiden.
De redactie van Propria Cures
Het college van bestuur heeft het managementteam van het Innovation & Impact Centre (I&IC) een zwijgplicht opgelegd over het functioneren van de op 1 april 2023 aangestelde directeur. Dat heeft zoveel onduidelijkheid en frustratie teweeggebracht bij I&IC-medewerkers dat zij zich beschadigd voelen. Twaalf medewerkers spreken tegenover Delta van een vertrouwensbreuk met rector magnificus Tim van der Hagen, de directeur Human Resources en de ombudsfunctionaris. Hoe één kwestie de conclusies van de Inspectie van het Onderwijs illustreert: de zorg voor medewerkers is aan de TU Delft niet op orde.
Goedemorgen,
Naar aanleiding van de inventarisatie heeft Tim mij verzocht jullie het volgende te sturen:
———
Het College van Bestuur wil je nogmaals op het hart drukken dat geheimhouding over deze kwestie essentieel is. De MT leden van I&IC hebben van het College van Bestuur de mededeling gekregen dat bij schending van de geheimhouding arbeidsrechtelijke maatregelen genomen zullen worden.
Er wordt zeer vertrouwd op je discretie.
———
Met vriendelijke groet en fijne feestdagen.
Dit bericht krijgen vijftien medewerkers van het Innovation & Impact Centre op vrijdag 22 december 2023 in hun inbox. Afzender: Carin van der Hor, de externe vertrouwenspersoon van de TU Delft. Alle vijftien hebben zich in de maanden daarvoor bij haar gemeld met zorgen over gebeurtenissen op hun afdeling. Van der Hor heeft hun klachten samengevat in een rapport dat ze half oktober heeft voorgelegd aan het cvb en Human Resources. Als het cvb haar vraagt om de melders bovenstaande boodschap te geven, moet zij daaraan gehoor geven. Het cvb kent de melders immers niet. Volgens Van der Hor is het dan goed gebruik dat een vertrouwenspersoon zo’n bericht verstuurt. Er is voor de organisatie immers geen andere manier om anonieme melders te bereiken en communicatie tussen beide moet volgens haar mogelijk blijven. Dus kopieert Van der Hor de regels over de zwijgplicht en drukt ze op de verzendknop. Wat de melders met deze boodschap moeten weten ze niet, maar ze trekken de conclusie dat ze hun mond moeten houden.
De melders waren alle vijftien afzonderlijk bij vertrouwenspersoon Van der Hor terechtgekomen met klachten over de nieuwe directeur van I&IC, Kemo Agović. Een samenvatting van Van der Hor’s rapport daarover hadden ze al gekregen, maar op 22 december krijgen ze een schok: de onduidelijke situatie waarin zij zich in hun werk bevinden, het gebrek aan sturing, leidinggevenden die er steeds slechter uitzien en vaak ziek zijn: het hangt samen met die zwijgplicht.
Wilde speculaties
Onderwerp van die zwijgplicht is de directeur. Door het gebrek aan communicatie doen over hem al maandenlang de wildste speculaties de ronde. Niet verwonderlijk, want vanaf zijn aantreden heeft nauwelijks iemand zicht op wat hij doet. Hij is geregeld afwezig en sinds november 2023 verschijnt hij zelfs helemaal niet meer op kantoor. Alleen niemand zegt wat er aan de hand is. Vanaf het najaar moet iedereen doen alsof Agović gewoon op afspraken zal verschijnen, terwijl die steeds kort van tevoren worden afgezegd. I&IC werkt veel met externe relaties wat die last-minute-afzeggingen extra ongemakkelijk maakt: ‘Waarom ben ik dan komen opdraven’, horen I&IC-medewerkers van hun externe relaties. Een antwoord op die vraag kunnen ze niet geven.
22 december 2023, de datum waarop bovenstaande mail wordt verstuurd, is saillant. De kerstvakantie staat voor de deur. Het is exact een jaar nadat de Inspectie van het Onderwijs TU-medewerkers opriep zich te melden als zij ongewenst gedrag op de werkvloer hadden ervaren. Die datum leidde destijds tot uitgesproken ergernis bij het cvb. De timing zou de kerstborrels en vakanties van TU-medewerkers verpesten. Om die reden maakte het college van bestuur een groot kritiekpunt van die donderdag 22 december 2022. Maar een jaar later, op 22 december 2023, de dag voor de kerstvakantie, ontvangen melders bij de vertrouwenspersoon de mail die zij interpreteren als een dreigement: als onze leidinggevenden al ontslag boven het hoofd hangt als zij hun mond open doen, wat staat ons dan te wachten?
Smartwatch
Om te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen moeten we terug naar april 2023. Kemo Agović begint als de nieuwe directeur I&IC. Het cvb is ‘verheugd met zijn benoeming’ en heeft ‘er alle vertrouwen in dat I&IC onder zijn leiding onze huidige allianties kan versterken en nieuwe in gang zetten’. Ook Agović heeft er zin in. Maar al snel rijzen binnen I&IC twijfels over zijn functioneren. Mensen zien hem niet inhoudelijk aan het werk. Gesprekken en overleggen gaan bijna alleen maar over persoonlijke onderwerpen, waarbij hij veelvuldig op zijn smartwatch kijkt.
Niet iedereen interpreteert deze voorbeelden overigens op dezelfde manier. Waar de een sturing, visie en duidelijkheid mist, geeft de ander de nieuwkomer aanvankelijk het voordeel van de twijfel: het is niet onprettig dat hij elk voorstel goedkeurt. En dan zijn er de mensen aan wie de onrust op dat moment allemaal nog voorbijgaat. Bij I&IC werken ongeveer 170 mensen, lang niet allemaal hebben ze direct van doen met de directeur.
Nul op het rekest
Onder degenen die dat wel hebben, nemen de verbazing en de onvrede over het functioneren van de directeur met de week toe. Verschillende betrokkenen proberen dat eerst met hem zelf te bespreken. Zonder resultaat. Ze richten zich vervolgens tot rector Tim van der Hagen en directeur Human Resources (HR) Annemieke Zonneveld, maar krijgen nul op het rekest.
Intussen zien medewerkers dat de praktische problemen zich opstapelen, maar blijft het onduidelijk wat er precies aan de hand is. Sommigen geven hun eigen leidinggevenden de schuld van die situatie, omdat die vragen ontwijken of nietszeggende antwoorden geven. Het leidt tot onderlinge frustratie, ergernis en boosheid: medewerkers voelen zich niet serieus genomen.
Pas tijdens een I&IC-personeelsbijeenkomst op 7 maart 2024 begrijpen medewerkers dat hun leidinggevenden in een onmogelijke positie zitten. Dik een week eerder, op 27 februari, hadden de medewerkers van I&IC, net als alle TU’ers, een summier cvb-bericht gekregen. Daarin bedankte het cvb de directeur voor zijn diensten en kondigde het zijn vertrek aan per 1 juni 2024. In datzelfde bericht zei de directeur te hebben besloten dat het tijd is voor ‘een nieuwe richting’ in zijn carrière in lijn met zijn ‘langetermijndoelen en aspiraties’ na nog geen jaar in dienst van de TU Delft. Het college van bestuur schreef dit besluit te ‘betreuren’, maar te ‘respecteren’.
Ongeloof
Het cvb-bericht roept onder medewerkers talloze vragen op. Op 7 maart 2024 krijgen zij alle gelegenheid om die te stellen aan het managementteam, zo is aangekondigd in de uitnodiging voor de personeelsbijeenkomst. Wederom blijven antwoorden uit. Medewerkers krijgen te horen dat ze hun blik op de toekomst moeten richten. Er knapt iets bij sommigen. Na maanden van frustratie en oplopende spanningen over het gebrek aan communicatie en daadkracht, barsten mensen in huilen uit. Eén van de melders kan het niet langer aanzien en zegt dat MT-leden een zwijgplicht opgelegd hebben gekregen, op straffe van ontslag.
Die boodschap slaat in als een bom. Het ongeloof is groot. De aanwezigen hebben nog geen week eerder, op 1 maart, net als heel Nederland kunnen lezen dat de Onderwijsinspectie de TU Delft tot op het hoogste niveau wanbeheer verwijt wegens het niet op orde hebben van de zorg voor medewerkers. De inhoud van dat rapport wordt voor hen ineens akelig herkenbaar. De stemming slaat om. Voor de MT-leden klinkt steun en medeleven. De frustratie richt zich na al die maanden plotsklaps niet meer op de leidinggevenden, maar op de laag daarboven: het college van bestuur en de directeur HR. Van hen kwam immers de zwijgplicht.
Verreweg de meeste medewerkers weten dan nog altijd niet dat er door vijftien collega’s melding is gedaan bij de vertrouwenspersoon, die daarover in oktober 2023 een rapport had gestuurd aan het cvb en HR. Dat rapport leidde tot een onafhankelijk extern onderzoek naar het functioneren van de I&IC-directeur. Dat gebeurt vaker als een vertrouwenspersoon een ernstig signaal afgeeft (zie punt 3.3 in het jaarverslag 2022 van de vertrouwenspersonen).
Knagende onzekerheid
Beide onderzoeksrapporten zijn vertrouwelijk. Meerdere betrokkenen bevestigen echter dat beide onderzoeken, dat van de vertrouwenspersoon en dat van het externe bureau, tot negatieve conclusies kwamen. Twee bronnen delen de kwalificaties uit het rapport van de vertrouwenspersoon met Delta: bij de directeur was sprake van grensoverschrijdend gedrag, mismatch, managerial bullying, integriteitsissues en onprofessioneel gedrag.
Terwijl de onderzoeken lopen naar het functioneren van hun al maanden steeds vaker afwezige directeur horen de medewerkers van I&IC niets. Ook de vijftien melders bij vertrouwenspersoon Van der Hor weten na het uitkomen van haar rapport niet wat er gaande is. De directeur verschijnt vanaf november 2023 niet meer op kantoor, maar blijft tot diep in 2024 wel degene die, op afstand, documenten ondertekent. Dat laatste is niet voor iedereen duidelijk, waardoor er soms vertraging ontstaat. In het cvb-bericht over het vertrek van de directeur staat bovendien dat hij tot nog 1 juni 2024 in dienst blijft. Aan de knagende onzekerheid bij alle betrokkenen komt pas op 25 maart een einde als zij de korte bevestiging krijgen dat drie dagen later een interim-directeur zal aantreden.
Uitnodiging
Al maanden heeft de schade bij I&IC-medewerkers door het totale gebrek aan duidelijkheid zich opgebouwd. Ze nemen geen genoegen met de summiere uitleg die zij krijgen tijdens de personeelsbijeenkomst op 7 maart. Na afloop van die beladen en emotionele bijeenkomst, steekt een groep van elf medewerkers de koppen bij elkaar: wat kunnen wij doen, vragen ze zich af. Ze besluiten rector Van der Hagen en HR-directeur Zonneveld om uitleg te vragen.
Op 11 maart mailen zij Van der Hagen en Zonneveld namens een groep van 87 medewerkers. Ze schrijven: “Veel collega’s zijn geraakt door de situatie en in de bijeenkomst liepen de emoties bij velen van ons hoog op. Als medewerkers van het I&IC maken wij ons daar zorgen over. Het gebrek aan communicatie, uitleg, duidelijkheid en transparantie heeft grote impact op onze dienst. [..] In het kader van een open cultuur, waarin iedereen zich gezien en gehoord mag voelen, stellen wij het op prijs als u – leidinggevende van onze (voormalig) directeur – met ons in gesprek gaat, de mogelijkheid geeft om onze vragen te beantwoorden en ingaat op onze zorgen.” Van der Hagen en Zonneveld stemmen toe op 21 maart langs te zullen komen.
Vertrouwelijkheid geschonden
Ze missen deze kans om de rust bij I&IC te doen weerkeren, schrijft I&IC-medewerker Jan Schiereck op 22 maart al in een ingezonden brief in Delta. Een verslag van die bijeenkomst, een bijbehorende mail, beide in het bezit van Delta, en meerdere aanwezigen bevestigen dat beeld. Over het verslag dadelijk meer.
Eerst de manier waarop die bijeenkomst tot stand kwam, want ook daarover blijkt onvrede te bestaan. Dat is in de bijeenkomst expliciet benoemd en daardoor bij alle aanwezigen bekend. Het betreft de rol van de ombudsfunctionaris voor personeel, Birgitte Peters. Haar was door twee medewerkers gevraagd, zo blijkt ook uit haar eigen reactie onder dit artikel, mee te denken over hoe het gesprek tussen de I&IC-medewerkers aan de ene kant en Van der Hagen en Zonneveld aan de andere kant het beste vormgegeven zou kunnen worden.
Excuses
Tot hun verbijstering schendt de ombudsfunctionaris in de communicatie daarover de vertrouwelijkheid. In een mail aan Van der Hagen en Zonneveld zet ze beide medewerkers tussen de geadresseerden, terwijl de ombudsfunctionaris hun juist had gezegd dat ze vertrouwelijk met hun gegevens zou omgaan. Die mail en de mailwisseling eromheen, waarin ook excuses staan van de ombudsfunctionaris, zijn in handen van Delta.
In die mailwisseling adviseert de ombudsfunctionaris Van der Hagen en Zonneveld om geen grote personeelsbijeenkomst te organiseren waar beiden vragen zouden moeten beantwoorden, maar in kleiner comité samen te komen. De twee medewerkers gaan daar niet mee akkoord. Van der Hagen en Zonneveld hebben immers al toegezegd naar een bijeenkomst met alle I&IC-medewerkers te komen. Bovendien stelt de ombudsfunctionaris voor om die kleinere bijeenkomst te houden op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip als de grote bijeenkomst. Van der Hagen reageert desondanks snel en enthousiast op het advies van de ombudsfunctionaris: hij volgt het graag op, schrijft hij.
Verscheurd en uitgeput
Na een resolute afwijzende mail van de betrokken medewerkers komt hij daarop terug. Hij en Zonneveld komen zoals afgesproken alsnog naar de grote bijeenkomst. Het wordt een beladen uur. Meerdere malen moet er een pauze worden ingelast omdat de emoties hoog oplopen: mensen zijn boos of huilen.
Een medewerker schetst eerst de sfeer bij I&IC, zo is te lezen in het verslag van de bijeenkomst: “Ik zie mensen rondlopen die letterlijk gebukt gaan onder de last die ze dragen. Leidinggevenden die zich verscheurd voelen en uitgeput zijn.”
Ook staat er: “We kregen geen informatie, geen antwoorden op vragen over wat wij moeten communiceren naar onze contacten: intern, en ook extern, bij de gemeente, etc. Dat heeft ook effect op onze eigen geloofwaardigheid en reputatie. We schamen ons dood. Nu schijnt er een interimmer te komen (zoals eerder in dit artikel is te lezen, kwam de aankondiging van de komst van de interim-directeur vier dagen na de personeelsbijeenkomst, op 25 maart, red.). Ook daarover is geen centraal geregisseerde, duidelijke communicatie vanuit het cvb. Het cvb heeft veel energie gestoken in een tegenreactie van 172 pagina’s op het rapport de onderwijsinspectie; nog omvangrijker dan het rapport zelf. Wij kregen een mail van 5 regels over het vertrek van onze directeur. Wat een schrijnend contrast.”
Tientallen vragen
En: “We ervaren collectief dat de juridische procedures en de hoogte van een afkoopsom belangrijker zijn dan het welzijn van de 170 medewerkers binnen onze directie. We hebben tientallen vragen en voelen ons niet erkend en serieus genomen als intelligente en gedreven professionals. De randvoorwaarden om ons werk goed te kunnen doen ontbreken. Mensen haken af, worden ziek of nog erger: talentvolle en zeer geliefde medewerkers vertrekken – en ze voelen zich nog schuldig ook dat ze hun collega’s achterlaten met de scherven. [..] Het I&IC voelt zich als groep al lange tijd verweesd en verwaarloosd.”
De organisatoren van de bijeenkomst van 21 maart sturen hun verslag op 4 april naar het cvb, de directeur HR en de voorzitter en vice-voorzitter van de ondernemingsraad (or). In de begeleidende mail staat dat de medewerkers van I&IC zich ‘absoluut [willen] inzetten voor het proces van heling en onze blik op de toekomst richten’. “Echter, wij vinden het spijtig om te zien dat dit aan ons wordt gelaten. De wond is bij meerdere mensen diep en zal zich zonder enige nazorg niet vanzelf sluiten. Een interim-directeur met een breed en complex aandachtsveld kan dit ook niet alleen. Hiervoor is ook inzet van het cvb en HR essentieel.”
Volgende keer net zo
Van der Hagen reageert door te zeggen ‘begrip te hebben voor de boosheid in de zaal en geraakt te zijn door dit verhaal’. Wat erop volgt, schiet veel aanwezigen echter in het verkeerde keelgat, zo blijkt uit het verslag en uit gesprekken van Delta met verschillende aanwezigen. De rector zegt namelijk dat hij en HR niet anders hadden kunnen handelen, dat vertrouwelijkheid voorop staat en dat een soortgelijke casus een volgende keer op dezelfde manier zou worden aangepakt. Hij concludeert dat de aanpak ‘heeft gewerkt’, hetgeen Zonneveld beaamt. Verder stellen beiden dat MT-leden wel degelijk informatie hadden kunnen delen.
Hoe dat had gemoeten terwijl hen ontslag boven het hoofd hing bij het doorbreken van de hun opgelegde zwijgplicht, wordt niet duidelijk. Later bevestigen Van der Hagen en Zonneveld dat de mt-leden niks valt te verwijten.
Uit het verslag, de begeleidende mail en de gesprekken met betrokkenen blijkt dat veel medewerkers allerminst klaar zijn om naar de toekomst te kijken, zoals het college van bestuur graag wil. Alle betrokkenen spreken van een geschaad vertrouwen in het cvb, de dienst HR en de ombudsfunctionaris. Medewerkers zeggen door alles wat er is gebeurd geen idee meer te hebben waar ze zich moeten melden bij sociale onveiligheid. Ze vragen om excuses voor de hele gang van zaken. Die zijn vooralsnog niet gekomen.
Opnieuw naar de inspectie
Het verhaal van I&IC illustreert de conclusie van de Inspectie van het Onderwijs: de zorg voor medewerkers is aan de TU Delft niet op orde. Niet voor niets hebben tenminste twee betrokkenen een nieuwe melding gedaan bij de inspectie. Die laat via een woordvoerder weten dit om redenen van vertrouwelijkheid niet te kunnen bevestigen. Maar de woordvoerder zegt ook dat een casus die in lijn is met hetgeen door de inspectie is geconstateerd van pas kan komen in het herstelonderzoek dat ze zal doen op de TU Delft.
Reacties en journalistieke verantwoording
College van bestuur en Human Resources
Delta heeft rector Van der Hagen en HR-directeur Zonneveld op 11 april verzocht om een interview voor wederhoor, nadat het al bij een eerder interviewverzoek aan de rector had aangegeven vragen te zullen stellen over I&IC. Dat interview ging niet door. Een woordvoerder liet op 11 april weten dat is besloten tot een ‘medialuwte, in deze fase van het opstellen van het verbeterplan, om het proces ongestoord te laten verlopen’.
Desondanks heeft Delta op 12 april alle bevindingen die op de rector en de HR-directeur betrekking hebben per e-mail aan ze voorgelegd, inclusief de vraag of ze bereid zijn excuses te maken. Daarop stuurden zij later die dag het volgende statement:
“Wij zijn nauw betrokken bij en begaan met de problematiek van de afdeling I&IC. De medewerkers van I&IC gaan door een moeilijke periode. Er zijn gevoelens van onrust en onbehagen naar aanleiding van wat er de afgelopen periode is gebeurd. Dat is een situatie waarin geen enkele medewerker terecht wil komen.
Wij zijn als werkgever dan ook nauw betrokken bij een proces om te komen tot herstel van goede verhoudingen en een goede werksfeer. En zijn daar sterk aan gecommitteerd.
In onze positie als werkgever krijgen we veel informatie die veelal sterk persoonlijk van aard is en die ons in vertrouwen wordt gegeven. Dit betekent dat het voor ons onmogelijk is om op de vragen ten behoeve van uw artikel te reageren, vanuit de waarden van vertrouwelijkheid en respect voor de collega’s in kwestie. Het staat ons niet vrij informatie te verstrekken die tot personen herleidbaar is. Wij hebben uitgebreid gesproken met de MT-leden van I&IC, ook over personen die zijn geraakt. Ook hier is het onontkoombaar dat deze informatie vertrouwelijk is en moet blijven.”
Ombudsfunctionaris voor personeel
Delta heeft ook ombudsfunctionaris Brigitte Peters op 11 april per e-mail een interviewverzoek gedaan. Daarop kwam een reactie met de eis deze integraal te plaatsen. Het is journalistiek zeer ongebruikelijk om zo’n eis in te willigen. Delta plaatst hem voor de volledigheid toch, met enkele aantekeningen daaronder:
“Als ombudsfunctionaris heb ik een vertrouwensfunctie, die ik naar eer en geweten uitvoer. Dat een journalist mij benadert voor wederhoor over mijn vertrouwensfunctie vind ik hoogst ongemakkelijk aangezien de essentie van mijn functie is dat mensen – inclusief ikzelf – zich beschermd moeten weten door die vertrouwelijkheid. De hoofdredacteur van Delta benaderde mij met de mededeling dat zij beschikt over “verschillende documenten en meerdere getuigenverslagen waarin mijn handelen in dit dossier als problematisch wordt bestempeld”. Over welke documenten het gaat en wie deze “getuigen” zijn, vertelt Delta er niet bij. Ik reageer niet op anonieme aantijgingen. Mijn vermoeden is dat dit gaat over de I&IC-medewerkersbijeenkomst van afgelopen 21 maart en hoe twee organiserende I&IC-medewerkers mijn advies aan hen, de CvB-voorzitter en de directeur HR hebben ervaren. Die twee medewerkers van I&IC hadden mij benaderd of ik als moderator wilde optreden met als doel: “hoe kunnen we veiligheid voor iedereen waarborgen, ook voor (CvB-voorzitter) Tim.” Omdat ik dit een vruchtbare benadering vond, heb ik samen met een expert, met de twee I&IC medewerkers 1,5 uur gesproken hoe de bijeenkomst zo goed mogelijk vorm te geven. De volgende dag lieten zij mij weten – zonder enige toelichting – niet met mij in zee te willen gaan met de toevoeging: “We zullen zelf contact opnemen met Tim om onze aanpak van de meeting te bespreken.” Ik heb dit proces willen ondersteunen met een goedbedoeld professioneel advies: stem met elkaar af over de verwachtingen en het doel van die bijeenkomst. Mijn intentie was dat er een goede basis gelegd zou kunnen worden voor een eerlijke kans op de verbetering van de communicatie binnen de TU Delft (CvB-I&IC, en visa versa). Ik zou het onterecht vinden als mijn oprechte intentie nu anders wordt geïnterpreteerd.”
Het verwijt dat de ombudsfunctionaris Delta maakt is voorbarig. Tijdens het beoogde interview zou Delta vanzelfsprekend details over documenten en getuigen delen, voor zover de vertrouwelijkheid dat zou toelaten. Delta heeft de ombudsfunctionaris dit per e-mail laten weten. Vervolgens heeft Delta op 12 april de bevindingen over haar handelen aan haar voorgelegd met een verzoek om een reactie op die punten. De intentie daarvan is wederhoor. Daarop liet de ombudsfunctionaris weten met rust gelaten te willen worden.
Anders dan in de verklaring hierboven is weergegeven, hebben de twee I&IC-medewerkers de ombudsfunctionaris niet gevraagd om als moderator op te treden, maar om te adviseren over wie daarvoor geschikt zou kunnen zijn, zo blijkt uit hun mailwisseling.
Externe vertrouwenspersoon
Delta heeft kort met vertrouwenspersoon Carin van der Hor gesproken, zoals uit het begin van het artikel al blijkt. Ze zegt: “Hoezeer het me ook aan het hart gaat, ik kan niet inhoudelijk op individuele casussen ingaan. Ik zie dat het hele gebeuren schade toebrengt en dat vind ik verschrikkelijk.” Over de mail van 22 december zegt zij nog: “Ik had erbij moeten vermelden dat ik niet anders kon dan die doorsturen. Op de inhoud kan ik verder helaas niet ingaan.”
Directeur I&IC
Na meerdere pogingen tot wederhoor in de afgelopen weken, heeft Delta op 12 april Kemo Agović opnieuw benaderd per mail, Whatsapp en telefoon. Per mail zijn hem de bevindingen over hem voorgelegd, met de mededeling dat Delta op korte termijn een artikel over I&IC zou publiceren, dat deels over hem zou gaan, en met het verzoek diezelfde ochtend te laten weten of hij bereid is een reactie te geven. Hij heeft hier niet op gereageerd.
Werkwijze
Delta heeft voor dit verhaal acht afzonderlijke betrokkenen on the record geïnterviewd en met nog eens vier anderen achtergrondgesprekken gevoerd. De meeste van hen hebben Delta zelf benaderd omdat ze geen andere uitweg meer zagen. Dit artikel is gebaseerd op hun verhalen, op de aantekeningen die zij het afgelopen jaar hebben gemaakt, op meerdere originele e-mails en e-mailwisselingen en op het verslag van de bijeenkomst van 21 maart.
Eerder in het verhaal staat in een quote dat naast de directeur meerdere medewerkers van I&IC vertrekken of zijn vertrokken. Dat heeft Delta bij betrokkenen zelf of andere bronnen voor vijf personen kunnen verifiëren.
Meerdere personen hebben delen van een vertrouwelijk document voorgelezen. Delta heeft dat verantwoord en voldoende geacht, gezien het grote belang voor de medewerkers van de TU Delft dat hiermee gediend is. Datzelfde geldt voor het anoniem houden van deze bronnen. Deze werkwijze is journalistiek te verantwoorden als er een groot belang gediend is in combinatie met een groot risico op negatieve consequenties voor klokkenluiders en bronnen.
Veel vragen zijn nog onbeantwoord. Vanwege mogelijke herleidbaarheid tot individuen hebben we ook niet alles in detail kunnen opschrijven.
Delta blijft de ontwikkelingen volgen. Heb je tips, meld je dan via tudelta@protonmail.com. Je kunt rekenen op vertrouwelijke omgang met je informatie.
Zo, dus u bent eerstejaarsstudent? Goede vakantie gehad? Ik kan me voorstellen dat u na uw vwo- of havo-examen, of het volbrengen van uw mbo-4, het direct op een zuipen hebt gezet. Of met de goedkoopste lijnvlucht naar een trashy badplaats in Spanje bent gevlogen. En nu wacht dan eindelijk het studentenleven: Seks, Drugs en Rock & Roll.
Het begint met een rapper die mag vertellen hoe zijn leven eruit ziet: naar de sportschool gaan, liedjes opnemen, optreden, actiefilms kijken. Heel soms leest hij een boek, over leidinggeven. Wat is zijn favoriete luchtje? ‘Chic van Carolina Herrera.’
Op de volgende pagina’s het ‘verhaal van de week’. Deze week over ‘generatie waxjas’, een nieuwe stroming die onder twintigers is ‘te ontwaren’. Auteur van het stuk is ook twintiger en draagt ook een waxjas.
Wat doen de waxjassers? Ze gaan naar café’s ‘waar gezelschapsspelletjes op tafel staan en laptops worden geweigerd’ en zetten daar in vage termen hun levensvisie uiteen: dat wereld om hun heen niet zo onnozel is als zijzelf tot voor kort nog waren. Continue reading

Drie weken geleden verscheen mijn boek Het zusje van de bruid, een literair-journalistiek verslag van mijn relatie met een steenrijke Shell-dochter uit Wassenaar die leed aan het borderline-syndroom. Deze Shell-dochter had een oudere zus die trouwde met iemand die net als ik bij een in Amsterdam gevestigd weekblad werkte.
Terwijl de Shell-dochter en ik samenwoonden in een kapitaal pand aan een Amsterdamse gracht richtte zij zich snuivend, zuipend, snijdend en spuitend te gronde. Van haar geliefde veranderde ik in een mantelzorger die tegen beter weten in hoopte dat alles nog goed zou komen. De rest van het verhaal lees je maar in het boek.
Naast verschillende gunstige besprekingen in Nederlandse en Vlaamse tijdschriften en kranten, lokte mijn boek twee opmerkelijke recensies uit: één van Elsbeth Etty in NRC/Handelsblad en één van zekere Natasha Gerson in De Groene Amsterdammer.
Ik raad Cees Nooteboom, Marcel Möring en Henk Hofland, om drie hedendaagse ‘grote’ schrijvers te noemen, aan de aanbiedingsfolder Vertaalde literatuur voorjaar 2011 van De Bezige Bij niet te lezen. In ieder geval niet als ze in de folder Nederlandse literatuur voorjaar 2011 de teksten over hun nieuwe boeken hebben gelezen.
Het lijkt of De Bezige Bij na de dood van de grote kanonnen Reve (2006), Wolkers (2007), Claus (2008) en Harry (2010) geen geloof meer heeft in auteurs van eigen bodem. Om tot die conclusie te komen hoeven we alleen maar de superlatieven te tellen in de teksten over de nieuwe boeken.
In de folder Vertaalde literatuur voorjaar 2011 komen de mooiste loftuitingen voorbij. Over ‘Het Mussolinikanaal’ van de Italiaanse schrijver Antonio Pennacchi (als hij Pennacchi Antonio had geheten had ik ook geloofd): meeslepend, episch, wervelend, knap, rijk, groots, bijzonder, indrukwekkend, tragisch, opmerkelijk, intiem, onvergetelijk, dramatisch, kleurrijk, helder, humoristisch, ontroerend, en intiem. 18 superlatieven.
Her en der schreeuwt men deze dagen moord en brand met betrekking tot de opkomst van de PVV en praat men over immigranten als ware het een bedreigde diersoort. Nu zal ik als allochtoon niet ontkennen mijn leven in Nederland niet altijd over rozen gaat. Maar als er iémand is die mij de laatste tijd het gevoel heeft gegeven hier thuis te zijn, dan is het Geert Wilders wel. Continue reading
Bij de AKO-boekhandel in het station stond hij bekend als Aldi-tas, omdat hij altijd een boodschappentas van deze Duitse supermarktketen bij zich had. Niemand wist hoe hij heette of waar hij vandaan kwam. Bijna iedere dag liep hij de AKO binnen, bleef een kwartier tot een halfuur in de boeken bladeren en ging weer weg zonder iets te kopen. Op de weinige dagen dat hij niet langskwam zeiden de personeelsleden tegen elkaar: ‘Weet je wie er vandaag niet was? Aldi-tas.’
Hij moest ergens in de dertig zijn geweest en had stroblond haar dat, met de scheiding links, altijd netjes gekamd was. De bril met donker montuur maakte een belezen indruk en het smalle snorretje zag er verzorgd uit. Maar aan zijn kleren was te zien dat het niet zo goed met hem ging. Hij droeg altijd dezelfde bietenkleurige windjekker en blauwe trainingsbroek met twee witte strepen opzij. Aan zijn voeten had hij, ongeacht het seizoen, plastic badslippers en dikke, grijze sokken.
En dan die tas.
Bent u ook zo benieuwd hoe onze vaste bijdrager Ulrik Unger er in het echt uitziet? Goed nieuws! Het nieuwbakken cultfenomeen heeft zich nu gestort op het genre van de korte film, met daarin een hoofdrol voor zichzelf. Het is een prachtige productie geworden. Een film over het herontdekken van de liefde, de kunst van de verleiding en het fotograferen van joden. Ideaal om even te kijken in de rust van Duitsland-Spanje of op uw laptop in de tuin. Zegt het voort!
Het zijn slappen zakken die geen kinderen bakken. Zo luidt een oud-Hollands spreekwoord dat ik zojuist verzon, na lezing van het boek ‘Slappe Zakken!’ van voormalig journaliste Astrid Theunissen. Korte inhoud: jarenlang wou niemand in het café en daarbuiten Astrid zwanger maken, maar dat lag niet aan Astrid, maar aan onvolwassen mannen die liever blijven spelen dan een gezin te stichten. En al die bakfietsmannen dan, met al die kinderen? Nee, zei Theunissen recent in de Volkskrant, die vervoeren liever bier in die bakfiets. Steek dat maar in je slappe zak, bakfietsrijders als Beau van Erven Dorens (vier zoons)!
Continue reading
Of het nu rappers uit de hood zijn, of romanschrijvers of andere kunstenmakers: ze hebben allemaal hetzelfde probleem. Just when I thought I was out, they pulled me back in. Continue reading
Gisteren las u wellicht al iets van deze strekking. Maar waar de Viva toept, toept Propria Cures nog altijd over. Droomtransfer? Laten we onszelf niet te hard op de borst kloppen. Maar zeg nou zelf, dat eerstvolgende nummer – met Frits Sissing in kikvorsperspectief – mag u toch onder geen beding missen?
Update: We begrijpen de boodschap: u wilt meedoen. Dat is natuurlijk geen probleem. Als u belooft vanaf nu uw meesterwerkjes niet meer naar ons door te mailen, dan doen wij niet moeilijk en leveren gratis enkele professionele tips, een zwik oefenmateriaal en de koning van het genre
Voor mensen die er geen verstand van hebben, intellectuelen bijvoorbeeld, lijkt het misschien alsof Voetbal International een praatprogramma over voetbal is op RTL7, waarin veel smakeloze grappen worden gemaakt. In werkelijkheid is het een diepgravende documentaireserie over het leven zelf.
Continue reading
Toen Sir Alwyn Cameron d’Arcy, rechter in ruste, op de achterbank van zijn Bentley het gordijn voor de zijruit opzijschoof en naar buiten keek, kon hij een huivering niet onderdrukken. Deze werd niet veroorzaakt door de zwarte zijden dameskousen die hij onder de pantalon van zijn antracietgrijze krijtstreepkostuum droeg, noch door de bijpassende satijnen slip die zijn heerlijkheid omspande. Het was dan ook geen erogene sensatie, zoals hij die bijvoorbeeld ervoer bij het passen van nieuwe lingerie uit Parijs of het raadplegen van een pornografische houtsnede, vervaardigd door een oude Japanse meester. Nee, het was de aanblik van het straatbeeld die de voormalig Chief Justice deed sidderen.
Continue reading
Soms moet je een paar weken ver weg om je weer even te realiseren hoe klein Nederland is. En af en toe een ramp in een ander land kan ook geen kwaad om de dingen waar we ons hier druk over maken een beetje te relativeren.
Na een bezoek aan Zuid-Afrika bedacht ik me weer eens hoe futiel de politieke kwesties in ons land zijn, als je ze afzet tegen de enorme problemen waarmee men elders in de wereld te kampen heeft. Met de discriminatie valt het bij ons erg mee als je het vergelijkt met een land waar de Apartheid formeel is afgeschaft, maar de hele inrichting van het land nog steeds eerst en vooral met huidkleur van doen heeft. Wij maken ons druk om het aantal verkeersdoden nog verder omlaag te krijgen, het zijn er nu ongeveer 700 per jaar op een totaal van 16 miljoen inwoners, in Zuid-Afrika is tenminste tien procent van de bevolking HIV-geinfecteerd en sterven tenminste 250.000 mensen per jaar aan deze ziekte. In Nederland is het aantal mensen dat aan HIV overlijdt minder dan 100 per jaar.
Continue reading
