DD
Is het de naderende ondergang van het avondland? Is het mijn naderende verwording tot oud-redacteur? Of is het toch het overlijden van de enige mens die ik onsterfelijk achtte, ons aller zielenherder, de kameleontische man zonder eigenschappen die tegelijk zo onweerstaanbaar charismatisch was, en nu ineens dood, de wereld als een desolate klomp achterlatend? Wat het ook is, ik ben verdomd cynisch aan het worden.
Of misschien is de nieuwe campagne van Tele2 wel gewoon echt heel kut, en ben ik niet steeds meer in een knorrige oude man aan het veranderen. “Ik wil tinderen tot ik getrouwd ben,” staat bijvoorbeeld op een van hun posters. Ik neem aan, maar wie weet wat de mores van de jeugd zijn, dat je pas gaat trouwen met iemand als je al enige tijd een vaste relatie hebt met diegene. Om dan door te gaan met tinderen lijkt me niet verstandig, en getuigen van twijfelachtige opvattingen over trouw en intimiteit. “Ja maar,” zegt dan de campagne van Tele2, “niet omdat het moet, maar omdat het kan.” In principe ben ik natuurlijk voor dit soort hedonisme, mijn bedrijf heet niet voor niets Fok dat, doen we gewoon. Een tijdlang heb ik geleefd volgens dat motto, en zodoende vele doldwaze avonturen beleefd.
Ik vind het nog steeds prijzenswaardig om dingen te doen omdat ze kunnen, en niet alleen te handelen vanuit verplichting of dat ellendige calvinistische idee dat je iets moet verdienen voordat je het jezelf gunt. Die laatste is overigens ook best nog wel te omzeilen, ik maak er dan ook een sport van om de meest krankzinnige aanleidingen te vinden om iets te vieren, waarna ik geheel gerechtvaardigd aan het bier of de champagne kan, of een bak Ben & Jerry’s leeg kan lepelen, of een veel te duur boek kan kopen van mijn laatste centen. Maar iets doen omdat het kan, niet omdat het moet, mag niet worden verward met iets doen dat niet moet, omdat het wel kan. Gek genoeg is elke poster in de Tele2-campagne daar wel een voorbeeld van. Ieder uur een selfie maken, dat is niet alleen funest voor iedere andere sociale dan wel professionele bezigheid die je ooit nog zou willen ondernemen, het is ook bijzonder vervelend voor je omgeving en getuigt bovendien van een zorgwekkende vorm van narcisme die euthanasierechtvaardigende vormen heeft aangenomen. Iemand anders helemaal gek appen is ook al niet bevorderend voor je vriendschap met diegene, en ook hier tiert het narcisme welig. Wel een relatie, die zo serieus is dat er een huwelijk op stapel staat, maar toch blijven tinderen? Laakbaar, achterbaks, narcistisch.
Tele2 voert dus een campagne die ofwel gericht is op narcistische mensen, ofwel erop uit is om narcistisch gedrag uit te lokken bij de beoogde consument, of, en hier komt mijn nieuwverworven cynisme weer om de hoek kijken, de reclamemakers signaleren dat we in een steeds narcistischere samenleving zijn beland, waar dit soort gedrag, dat uiteraard in de campagne is uitvergroot tot in het ridicule, in de basis teruggrijpt op een even geaccepteerde als wenselijke houding, een houding die tot op het bot egocentrisch is en me zeer verdrietig maakt. Ik vrees namelijk dat deze campagne feilloos doel treft, en het doel is dat een consument niet daadwerkelijk voornemens is elke minuut een selfie te maken, maar daar wel de geruststellende boodschap uit destilleert dat een abonnement bij Tele2 de mogelijkheid biedt om een onbepaalde hoeveelheid selfies te schieten, om zonder beperking te tinderen, om geen remmingen toe te passen op het eigen appgedrag. Zoals Tele2 het zelf stelt: trek het internet leeg.
Zonder meteen tot eco-activist te verworden is die slogan natuurlijk opmerkelijk gekozen in een tijdsgewricht waarin uit alle kanten, tot inmiddels zelfs de politiek aan toe, de boodschap steeds minder schoorvoetend aan de man wordt gebracht dat we er maar eens aan moeten wennen dat het niet te handhaven is om een mentaliteit van dingen ‘leegtrekken’ aan te hangen. Of het nu om het klimaat, om de economie of om de globalisering gaat, het credo van grenzeloosheid gaat niet meer op. Schengen staat op klappen, nieuw-extreemrechts is overal in opkomst, Arie Boomsma is getrouwd en wordt vader. Kortom, het is een verwarrende wereld, en Tele2 doet alsof we nog in de zorgeloze jaren negentig leven. Moet er dan geadverteerd worden met ‘neem 4G nu er nog electriciteit is’ of ‘wat als je terecht komt in een massa-aanranding en je beltegoed is op’, nou nee, maar Telfort adverteert bijvoorbeeld (nog steeds) op luchtige wijze met een door de crisis aan lager wal geraakte miljonair. Spotten met minima, dat kan gewoon. Het uit de as herrezen Ben gaat gewoon door met het maken van slechte woordspelingen waar ze begin deze eeuw waren opgehouden.
Voor Tele2 zou ik dus de campagne sTele2 voor willen stellen. Een Syrische vluchteling op het vakantiepark in Oranje probeert door kleine criminaliteit in zijn levensonderhoud te voorzien, want vluchtelingen hebben het nu eenmaal niet breed. Tele2 brengt hem op het rechte pad, want hun abonnementen zijn zo goedkoop dat zelfs voor een berooide, getraumatiseerde, rammend geile vluchteling in een land vol gewillige, schaarsgeklede blondines en andere uitwassen van de glorieuze Westerse Cultuur, onbeperkt 4G nu bereikbaar is. “Ierst, iek wilde schtelen,” zegt Abid uit Raqqa. “Nu iek hebben iets beters. Schtele2. Ies schtele, maar dan twee puunt nuul.” Voice-over: “Kom ons ook beroven, net als Abid, en steel zo’n crimineel goedkoop abonnement.” PC plaatst wel een nepnieuwsje: “Massaverkrachting bij Tele2. Klanten neuken telecomprovider massaal in zijn reet.”
DD
In januari vorig jaar, kort na de aanslag op Charlie Hebdo, plaatste PC een oproep aan extremisten wereldwijd om niet de satirici aan te vallen, die beroepshalve iedereen afzeiken, maar de mensen die een oprechte en specifieke hekel aan de islam hebben. Charlie Hebdo heeft geen hekel aan de islam, hooguit aan terrorisme en georganiseerd geloof. Annabel Nanninga daarentegen heeft een persoonlijke hekel aan elke moslim. IS, waar wacht je nog op? Die houding was natuurlijk naïef.
Niet omdat IS-strijders geen Nederlands kunnen lezen, omdat de oproep op een pagina vol advertenties stond en waarschijnlijk niemand is opgevallen, of omdat we geen abonnees in Syrië hebben, nee, die houding was naïef omdat er maar twee instituten op deze wereld blij zijn dat Annabel Nanninga bestaat: The Post Online en IS. Nu is The Post Online natuurlijk een beetje het IS van de Nederlandse media: iedereen heeft er een hekel aan, ze waren er ineens maar wanneer gaan ze weer weg, en er wordt achter de schermen veel te weinig nagedacht.
Zeker door Annabel Nanninga, die over de islam dingen opschrijft als “het kan me niet schelen dat er ook aardige mensen bij die club horen,” of het in haar stukken over “mensen, islamitisch of anderszins mentaal uitgedaagd”. Nanninga spuit onverbloemde haat tegen een bevolkingsgroep, een manier van leven, een geloofsovertuiging, en dat maakt haar tot een schadelijk en onwenselijk element in het publieke debat. Natuurlijk is de islam geen inherent gewelddadige of verwerpelijke godsdienst, en zoals gewoonlijk is het de mediëvistiek die ons uit kan leggen waarom.
De Middeleeuwen worden vaak ingezet in de discussie rond de islam, maar dan gewoonlijk om aan te geven dat moslims ‘nog in de Middeleeuwen leven’, of dat de islam een ‘Middeleeuws’ geloof is, dat we zonder gêne ‘achterlijk’ mogen noemen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de mens in de Middeleeuwen minder intelligent, minder ontwikkeld of zelfs minder kritisch of nieuwsgierig was dan nu. De mens was enkel méér gelovig, en daar zit de crux. In dezelfde tijd en in dezelfde streek waar zonder het gebruik van torenkranen, staalconstructies of beton, gebouwen werden gemaakt met gewelven van ruim vijftig meter hoog, stapels stenen die door niets anders dan druk, tegendruk en een beetje cement inmiddels al zo’n zes eeuwen overeind blijven, heerste ook de opvatting dat wij, Europese christenen, de taak hadden om het Midden-Oosten te zuiveren van de verwerpelijke ongelovigen die daar die dienst uitmaakten. Dat er in het Midden-Oosten ondertussen net zo goed geweldige uitvindingen werden gedaan, prachtige kunst werd gemaakt en intelligente gedachten op papier werden gezet, deed ons niet zo veel. Wij hadden immers God en het gelijk aan onze hand.
Zoals Godfried van Bouillon niet per se minder intelligent is dan de gemiddelde moderne mens, zo is ook de gemiddelde jihadist niet minder intelligent dan de gemiddelde mens. Ze handel(d)en alleen allebei vanuit een misvatting: mijn geloof heeft het gelijk in pacht, en dat geeft mij het recht om anderen te terroriseren. Is het christendom een inherent gewelddadig geloof, dat we met wortel en tak uit moeten roeien? Is het irrelevant dat er, nu en toen, ook een overweldigende meerderheid bestaat van christenen die nog nooit een moslim pijn hebben willen doen, en die op een gewone, deugdzame, zelfs liefdevolle manier hun geloof willen belijden?
Natuurlijk, aan wie gelooft zit een steekje los. Of het nu komt door langdurige indoctrinatie van kindsbeen af of door een ander trauma, wie meent zich in welke mate dan ook moreel boven iemand anders te kunnen plaatsen door een fictie als waarheid aan te hangen, of wie de stok achter de deur van een wraakzuchtig opperwezen nodig heeft om een deugdzaam leven te kunnen leiden, die is een arm mens. Maar wie ervoor kiest om op een persoonlijke manier de immense leegte en beklemmende zinloosheid van het bestaan te lijf te gaan met een troostende vorm van spiritualiteit, en daarbij accepteert dat andere mensen andere opvattingen hebben, en hen daar niet voor veroordeelt, die doet niets verkeerd of hij nu tot Jahweh of Allah of het spaghettimonster bidt.
Toch zijn het ook die mensen die door de haatdragende letterkots van Nanninga worden weggezet als aanhangers van een zieke ideologie van geweld en vernietiging. Schaamteloos schrijft ze dat de islam, in de vorm van immigranten, een oorlog met ons voert op ons eigen grondgebied. Dat is niets minder dan een groep in de samenleving tot vijandige mogendheid verklaren, met alle implicaties van dien. Er staan misschien weinig grappen in dit stuk, maar de tijd om te lachen met mensen die islamitisch extremisme gelijkstellen met het islamitisch geloof, is zo langzamerhand wel voorbij. Hoe meer het conflict tussen Oost en West tot een kookpunt komt, hoe meer de rijen zich sluiten en Annabel Nanninga en haar blinde kornuiten staan aan de verkeerde kant. Daarom houdt IS van hen: zij werken mee aan de tweespalt die IS nodig heeft om een burgeroorlog te starten.
Ik voel antipathie voor bijna alle gelovigen. Omdat ze zichzelf soms moreel superieur achten. Omdat ze hun opvattingen soms aan anderen op willen dringen. Omdat ze soms hun ogen sluiten voor de realiteit. Maar niet omdat ze iets aanhangen dat in alle gevallen verwerpelijk is, dat altijd haat en geweld predikt. Er bestaat niet zoiets als een gewelddadig geloof. Er bestaat alleen gewelddadige geloofsbelijdenis. Allah is groot, Annabel Nanninga. Groter en beter en menselijker dan jij.
DD
Toen Charlie Hebdo twee cartoons plaatste over dat Syrische joch in die Turkse branding stonden opiniemakers aller landen meteen klaar om een hele reeks hele rare stukken te schrijven, waarin voortdurend om de hete brij heen werd gedraaid. Het leek alsof elke opiniemaker wilde zeggen dat de mensen die ten tijde van de aanslag hun steun aan het blad betuigden (lees: iedereen en uw moeder) zich daar nu voor zouden moeten schamen, maar dat net niet helemaal durfden, omdat het natuurlijk impliceert dat een redelijk mens het blad indertijd juist niet had moeten steunen, wat weer zou moeten betekenen dat die aanslagen helemaal zo erg niet waren en de jongens en meisjes Hebdo de boel toch wel een beetje uit hebben gelokt.
Het was vermakelijk om te zien hoe de politiek-correcte medemens (daar moet een goed woord voor komen, policor is veel te Jalta en de South Parkvondst PC betekent natuurlijk al iets veel mooiers) zich in bochten wrong om recht te praten wat krom is: Charlie Hebdo moet kunnen schrijven wat ze willen, en over verdronken kinderen mag je geen grappen maken want dan ben je een lul.
Wat is oranje en blauw en ligt op de bodem van de Middellandse Zee? Een Syrisch vluchtelingenjongetje met een lekgestoken zwemvest. Wat is oranje en rood en drijft aan het oppervlak van de Middellandse Zee? Een zwemvest met een lekgestoken Syrisch vluchtelingenjongetje. Het is met deze tandemmop net als met de twee cartoons van Charlie Hebdo: je kan je afvragen of het nou allemaal wel nodig is, je kan je afvragen of het eigenlijk wel leuke grappen zijn, en je kan je afvragen of je er niet meer boosheid dan debatreflectie mee teweeg brengt, maar wat absoluut nooit een boeiende vraag is, is: mag dit? Het antwoord daarop luidt namelijk altijd: tuurlijk.
Als het antwoord namelijk niet ‘tuurlijk’ is, kom je in een schimmig gebied waarin je blijkbaar te ver kan gaan, en als je te ver gaat en je wordt vervolgens overhoop geknald door twee zwakbegaafde testosteronbroertjes met een obsessie voor actiefilms en een religie als quasimorele quasidekmantel, wat moet je daar dan van vinden? Niet dat het oke is, maar blijkbaar ook niet dat het allemaal de schuld van de heren Kouachi is. Op deze twijfelachtige richel balanceerde de afgelopen tijd de publieke opinie, en de domheid daarvan wil ik graag illustreren aan de hand van een willekeurig gekozen zondebok, een man over wie ik zometeen hele beledigende dingen ga zeggen alleen maar omdat zijn tweet het eerste voorbeeld was dat ik kon vinden.
Ene Feroz Khan, sportfotograaf en blijkbaar deugdethicus, tweette “Anyone still want to be #JeSuisCharlie now?” Nog afgezien van de afzichtelijke translinguistische taalfout die deze zin vormt, is dit een van de domste opmerkingen die ik in tijden heb gelezen. Ja natuurlijk zou men dat nog steeds moeten willen, domme sportfotograferende bokkenlul, want de implicatie van Charlie Hebdo nu afvallen is dat je het voor een minuscuul beetje allemaal wel prima vindt wat er is gebeurd. Roepen dat het vrije woord nooit ingedamd mag worden is blijkbaar weer uit, of het was eigenlijk al uit in de weken na de aanslag, toen er steeds meer stukken verschenen die het blad ervan betichtten dat ze nodeloos kwetsen. Dat zo’n redenering vreselijke dingen impliceert, kan je niet wegnemen door te zeggen: “natuurlijk vind ik niet dat je mensen overhoop mag schieten omdat je beledigd bent,” want tot op zekere hoogte vind je dat dan dus wel. De schuld van de aanslag mag dan nog steeds voor laten we zeggen 90% bij de daders liggen, een willekeurig percentage, die overige tien procent maakt wel dat het afknallen van de redactie van Charlie Hebdo blijkbaar een iets minder verwerpelijke daad is dan het afknallen van de redactie van de Tina, die nog nooit iemand heeft geschoffeerd. Dat is een redenering waar ik niet in mee wil gaan, en bovendien een die een gevaarlijk hellend vlak schept.
Dit allemaal nog afgezien van het feit dat die cartoons natuurlijk (in tegenstelling tot mijn hilarische voorbeeldgrappen) helemaal niet de spot drijven met verdronken vluchtelingen, maar met de West-Europese houding tegenover de vluchtelingencrisis. Maar het oormerk van goede satire is onbegrip bij het gepeupel, als je iemand in een massagraf legt door middel van fototrucage, als je een gekleurde medemens ongeletterd noemt, als je een dood Syrisch jongetje gebruikt om een punt te maken over de hypocrisie van de vluchtelingencrisis. Bovendien: als het smakeloos zou zijn om een dood jongetje te gebruiken om een punt te maken, dan zou ik nu aandelen Kalashnikov kopen. Dan is geen krant- of webredactie onschuldig.
DD
Het aanhoudende lenteweer had in mij die mysterieuze daadkracht opgeroepen, die zelfs de grootste sloddervossen ertoe brengt om het huis aan kant te maken. Ik had mijn zinnen op de keuken gezet, wiens uitpuilende werkbladen ik met onvermoede kracht attaqueerde, waardoor ik nu niet alleen paradijselijk veel werkruimte heb, maar ook bijzonder volle keukenkastjes. Ik was net doende een stofdoek uit te kloppen, toen de bel ging.
In het halletje nam ik de brommende telefoon van de haak, en vroeg, met welke bezoeker ik het genoegen had. Ik ontwaarde uit de gebruikelijke ruis alleen een muisachtig jammeren, alsof een van de hortensia’s bij de voordeur tot leven was gekomen en door een voorbijganger onnodig geschoffeerd. Ik besloot barmhartig te zijn, en de plant met een ferme druk op de knop toegang tot het pand te verschaffen.
In het trappenhuis hoorde ik het sloffen van kleine voetjes, afgewisseld met datzelfde deftige gejeremieer en af en toe een flink ophalen van de neus. Met groeiende spanning hield ik het trapgat in de gaten, net als de kat die naast me op de drempel was verschenen. Na enige tijd kwamen de slofjes dichterbij, en toen ontwaarde ik eerst een in een elegant handschoentje gestoken handje op de trapleuning, en snel daarna een compacte bos grijs haar. Pas toen daar een frêle, maar onberispelijk geklede gestalte achteraan kwam, zag ik wie ik op visite had: een ontroostbare Louise Gunning.
Op de overloop versnelde haar pas, en bij de deur gekomen vloog ze op een bedeesd drafje tegen me aan. Ik sloeg mijn armen maar om haar heen. Ik voelde de schouder van mijn werkshirt nat worden van haar tranen. “Kom binnen,” zei ik. “Ik heb de keuken opgeruimd. Uren bezig geweest. Wil je koffie?” Als er een geëmotioneerde dierbare mijn huis binnen komt, voel ik me altijd wat onthand. Je staat immers voor een lastig dilemma: gaan we op de bank zitten en uitgebreid over de onderhavige situatie praten, of ben ik ingeschakeld als comic relief en moet ik het juist over andere dingen hebben? Ik wilde net mijn nieuw verworven ets uit de kast pakken, ik weet dat Louise van kunst houdt, toen haar zachte snikken overging in een gierende uithaal.
“Ik meende het niet Daan, wat ik allemaal zei.” Ik vroeg wat ze precies bedoelde. “Op het lustrum. Wat ik allemaal zei over PC. Dat jullie achterhaald zijn, vergane glorie. Het was bedoeld als een grapje. Ik wilde jullie toespreken op de toon die jullie zelf voor anderen gebruiken. Het was een stijlfiguur! Hans zei ook dat het een goed idee was.” Zacht over haar schokschouderende rug aaiend legde ik uit dat wij dat er allemaal heus uit hadden gehaald, dat stijlfiguren een PC-redacteur niet vreemd zijn. Niet zelden, vertelde ik, zijn hele stukken in het blad volkomen fictief, maar brengen ze een onderliggende, verzwegen boodschap over. “Ja dat dacht ik dus ook,” bracht ze hortend uit, “maar ik weet gewoon niet meer of de dingen die ik zeg wel overkomen zoals ze bedoeld zijn. Ik heb het gevoel dat alles wat ik zeg, verkeerd wordt uitgelegd, en dat elke poging die ik doe om dat op te lossen mijn situatie alleen nog maar penibeler maakt.” Ik knikte begrijpend. “Nu las ik in de krant dat zelfs mijn regenjas niet deugt. Wat is er verdomme verkeerd aan een regenjas?” Na de krachtterm sloeg Louise haar hand voor haar mond. “Foei Louise!” riep ze uit. “Hou het debat beschaafd.” Ik lachte, en zei dat ze alles mocht zeggen in mijn huis. “Kankerkrakers!” zei ik droog. Voor het eerst blonk er iets in haar ogen, en maakte haar droevige grimas plaats voor een flauw lachje. “Ik wist dat het een goed idee was om hierheen te komen.” “Je weet dat je altijd bij mij terecht kan,” antwoordde ik.
“Ik ben ook helemaal geen autoritair despoot. Ik ben steeds bereid geweest het gesprek aan te gaan. De Volkskrant schreef in een stuk dat ik een maand geleden nog had gezegd met de studenten en docenten in gesprek te willen, en vervolgens toch de ME op ze af heb gestuurd. Maar zo is het niet gegaan! In die maand heb ik bijna elke dag vruchteloze gesprekken gevoerd met wispelturige bedilals uit het Maagdenhuis, die dan weer dit en dan weer dat wilden. En over elke handreiking die ik deed werd door hen uitvoerig in de media gemekkerd op een manier die inderdaad doet lijken alsof ik een soort dictatoriale tang ben.” Luid huilend zeeg ze weer ineen. “En nu, nu ben ik afgetreden, en nu zal je zien dat het nog steeds niet goed is. Ik zei dat ze naar Den Haag moesten, omdat ze alleen maar problemen aankaarten die landelijk of zelfs mondiaal zijn, niet alleen die van de UvA. Was niet goed. Het lijkt wel alsof er voor deze studenten buiten de UvA geen wereld bestaat. Als ik zeg dat er geen inhoudelijke tegenargumenten worden gegeven voor de fusie met de HvA dan redeneer ik teveel als een wetenschapper. Maar ik moet weg omdat ik teveel een manager ben. Wat is het nou? Ik snap niets meer van deze wereld.”
“Louise, ik snap het ook allemaal niet meer,” zei ik sussend. “Wat ik wel snap is dat jij en ik wel een borrel kunnen gebruiken.” Uit mijn geheel opnieuw gecategoriseerde koelkast haalde ik een flesje wit. Ik schonk twee iets te grote glazen in. Louise grinnikte. “Laat ik dan maar leven als een manager ook,” zei ze al vrolijker. We proostten. “Ik ga lekker achterover leunen en kijken hoe het hen vergaat. Dan zullen ze nog wel eens zien wie er hier niet kan besturen.”
Ik heb onlangs mijn abonnement op Het Parool opgezegd. In de praktijk merk ik daar weinig van. Om te beginnen krijg ik nog gewoon elke dag de krant, want de opzegtermijn is ongeveer een half jaar, dus ik zit er nog wel even aan vast. Bovendien merk ik er financieel niets van, want wat ik in PC altijd met veel brio ‘mijn abonnement op Het Parool’ noem, is in werkelijkheid natuurlijk gewoon het abonnement van mijn inwonende geliefde.
Toch kreeg ik er bijna spijt van dat mijn vriendin op de krant wilde bezuinigen, want ik las dat Eva Hoeke, toch wel een van de betere redenen om een andere krant te gaan lezen, naar De Volkskrant is vertrokken. Daar vonden ze de bijdragen van Aaf Brandt Corstius en Sylvia Witteman blijkbaar nog niet genoeg kleurloos huisvrouwengewauwel, daar moest nog een zwakzinnige bij. Enter Eva Hoeke, wier grootste talent Marcel van Roosmalen is, de man die om onduidelijke redenen Eva Hoeke koos uit de drie miljard vrouwen die onze planeet rijk is.
Waar kennen we Eva Hoeke ook alweer van? Waarom krijgen we bij de naam Eva Hoeke een onprettige, teerachtige smaak in onze mond? Eva Hoeke is de vrouw achter één bijzonder onfrisse en één bijzonder kneuterige rel, waar we sinds enkele dagen nog een bijzonder laakbare vorm van luiheid aan toe kunnen voegen. Het begon allemaal toen een onbekend gebleven medewerker van de Jackie een stukje tikte over de bijzonder aantrekkelijke, bijzonder succesvolle en naar het schijnt bijzonder vriendelijke zangeres Rihanna meende te moeten zeggen dat ze ‘een echte niggabitch’ is, een opmerking die Rihanna begrijpelijkerwijs nogal in het verkeerde keelgat schoot. Hoewel de Volkskrant uitpakte met de stompzinnige kop “Waarom zorgt het woordje ‘niggabitch’ in een Nederlands tijdschrift voor zoveel ophef?”, is de door hen opgetekende uitspraak van hiphopjournalist Saul van Stapele onmiskenbaar raak: “in het stuk van de Jackie krijg je de indruk dat zo’n modedame liggend op de bank met een wit wijntje iets lolligs heeft bedacht. Dit is net je foute oom die ooit een rapplaatje heeft gehoord en nu voortdurend ‘Yo, Yo, Yo’ roept.” Eva Hoeke, destijds hoofdredacteur en dus verantwoordelijk voor het gedrocht van een tekst, zoek het voor de grap eens op zou ik zeggen, stapte na alle commotie op. Dit deed ze echter niet voordat ze een flemerige excuusreactie had getikt, en vervolgens tegen Nu.nl liet weten dat ze een rectificatie achteraf niet nodig en een beetje overdreven vond.
Wie nu denkt dat Eva Hoeke na deze affaire was uitgerangeerd, heeft buiten het Parool gerekend, de krant waar de halfseniele Loes de Fauwe, de ongeletterde Rasit Elibol en de glibberige stijldwaas Mano Bouzamour emplooi vinden. Daar moet nog een rabiate racist bij! Enter Eva Hoeke. Bij Het Parool was het tijd voor de volgende rel. In een boze column maakte Hoeke gehakt van een pannenkoekenboerderij, die haar vriend had laten betalen voor twee glazen jus d’orange, terwijl hij zijn glas alleen maar had bijgevuld nadat het was omgevallen. Met haar column wist Hoeke de pannenkoekenboerderij-uitbaters, door de bank genomen toch de meer vreedzame inwoners van ons land, dusdanig op de kast te krijgen, dat ze een rectificatie eisten. In een tijd waarin de spanningen tussen vele bevolkingsgroepen op knappen staan, en radicalisering met bijbehorende geweldsuitbarstingen op de loer liggen, koos de redactie eieren voor haar geld, en bekeek, ik verzin dit niet, de camerabeelden. Daar bleek dat Van Roosmalen, die als NRC-columnist blijkbaar maar een schamele aalmoes van zijn Vlaamse despoot mag ontvangen, voor het afrekenen nog snel de helft van het sap had weggetikt, om vervolgens nog eens bij te vullen, en stampij te schoppen over de € 2,40 die Boerderij Meerzicht voor een glaasje versgeperst sap rekent, er van uit gaande dat Van Roosmalen kleine dorst had, want een groot glas sap kost € 3,75. Dat Van Roosmalen een pannenkoekenboerderij probeert op te lichten voor nog geen twee euro is al behoorlijk zielig, maar dat zijn vriendin er vervolgens in een landelijke krant over meent te moeten liegen (of dat hij zijn vriendin erover heeft voorgelogen, waardoor die zichzelf voor lul zet) is te treurig voor woorden. Het Parool rectificeerde, en een week later stuitte een andere medewerker van de krant per ongeluk op het onvermoede pareltje van een pannenkoekenboerderij dat we inmiddels wel kennen als Boerderij Meerzicht, waar de pannenkoeken lekker zijn, de medewerkers vriendelijk en de jus d’orange goedkoop. Het Parool ruimde twee hele pagina’s in voor een uitgebreid artikel en zette bovendien een aanbieding voor lezers op poten. Dit was uiteraard een integere nieuwsafweging, en volstrekt geen opzichtige Wiedergutmachungspannenkoek.
Wie nu denkt dat Eva Hoeke na deze affaire toch wel echt werd afgeserveerd, heeft buiten de Volkskrant gerekend, waarvan ik het povere columnistenaanbod hierboven al heb besproken. Eva Hoeke besloot haar derde baan in evenzoveel jaren te vieren met een derde rel. Een column schrijven voor de Volkskrant is natuurlijk een hele eer, en dat moet je toepasselijk terugeren. Bijvoorbeeld door helemaal je archief in te duiken en dan uitgebreid te zoeken naar een oude column, die je vervolgens een beetje aanpast, maar wel zo weinig dat zelfs Jan Dijkgraaf doorheeft dat we hier met onvervalst zelfplagiaat van doen hebben. Dan ben je lekker snel klaar, en heb je en passant ook weer je jaarlijkse flater geslagen. Op naar volgend jaar, Eva. Misschien kan je dan naar Trouw, en daar een fotoreportage inleveren over die keer dat je het gezicht van Jezus ontdekte in je eigen stront, om vervolgens je steun aan Robert Mugabe te betuigen met een Holocaustontkenning. Het wordt elk jaar moeilijker te toppen, maar als iemand het kan Eva, dan ben jij het.
Geachte heer Van Dijk (laten we elkaar vooral niet ongevraagd tutoyeren),
Boze reacties: als je ze niet krijgt, heb je een slecht stuk geschreven. Dat mijn recente betoog over het geldcircus dat we allemaal beter kennen als de Museumnacht een briljante tekst was, is met uw verbolgen uiteenzetting dus maar weer eens bewezen.
Aan uw stuk viel mij meteen iets interessants op (hint: dat was niet uw schrijfstijl). Het stuk dat u plaatste op http://www.nachtbrakers.nl/ongeschikt is doorspekt met plaatjes, al dan niet bewegend. Deze lijken bedoeld om uw artikel een sfeer van polemiek te geven, alsof u mij gaat afmaken, een sfeer die u blijkbaar niet in woorden onder kon brengen, en waarvoor u dus visuele ondersteuning nodig heeft. Over de inhoud van uw stuk moet ik nog beginnen, maar we kunnen wel al stellen dat de kreet ‘Jorrie de Porrie maakt gehakt van Propria Cures’ lichtelijk overdreven is. Men kan zich sowieso afvragen in hoeverre ‘tegen betaling je werkgever verdedigen zonder argumenten’ ooit ‘gehakt maken van iemand’ genoemd kan worden.

Jorrie maakt gehakt van ons. Met geanimeerde plaatjes.
Dat wij niet ieder jaar onze complete huisstijl veranderen is niet, zoals de inleiding van uw stuk doet vermoeden, een uitgekiende marketingbeslissing, ons oude logo is gewoon heel erg mooi. Eigenlijk raakt u hiermee meteen zelf al aan de kern van mijn kritiek: de Museumnacht is een uitgekookt evenement, zorgvuldig in de markt gezet maar vooral niet te bekommerd om de inhoud (gelikt, zoals u zelf toegeeft).
Ik ben blij dat u is opgevallen hoe ik ruiterlijk de hand in eigen boezem heb gestoken en heb verteld dat ik misschien ongeschikt was om een mening over de Museumnacht te geven, aangezien ik deze niet bezocht heb. Daarna verzandt u echter in een vergelijking met Taylor Swift, in plaats van in te gaan op de implicatie van het woord ‘misschien’, namelijk dat er nog iets achter komt, namelijk een punt van kritiek waar u niet op in bent gegaan. Laat ik het in uw Taylor Swift-jargon verpakken: als ik de eerste zes albums van Taylor Swift vol verwachting heb beluisterd, en ik werd keer op keer teleurgesteld door de platgemixte, hersenloze commercialiteit, dan kunt u me moeilijk kwalijk nemen dat ik het zevende album niet aanschaf, omdat ik me zo voor kan stellen dat mevrouw Swift niet ineens na zes albums waar voornamelijk een soort zucht naar geld, en nauwelijks enige vorm van creativiteit achter schuilt, het licht heeft gezien en een integer, boeiend album maakt. Bovendien ben ik dan, omdat ik de zes eerdere albums wel aandachtig heb beluisterd, gerechtvaardigd iets over Taylor Swift als muzikant te zeggen. Ik kan daarbij niet naar individuele nummers van haar nieuwe album verwijzen, ik kan geen recensie van het album geven, maar ik kan wel proberen uit de doeken te doen hoe Taylor Swift een knap uitziend front is voor een industrie van puur geld verdienen. Is het zo voor u enigszins begrijpelijk geworden? Blijkbaar niet, want mijn afwezigheid op de Museumnacht wordt, vrijwel als enige argument, nog een keer of drie herhaald.

Je artikeltje larderen met geanimeerde gifs is een eenvoudige manier om het wat cachet te geven.
Mijn aantijging dat uw werkgever alleen geïnteresseerd is in het verdienen van centjes en niet zozeer in musea, wordt eens te meer bevestigd door het feit dat u op deze theorie alleen ingaat als het gaat om de prijs van kaartjes voor de Museumnacht: ik had gezegd dat die €12,50 kosten en dat ik dat nogal veel vind voor wat je krijgt. Hilarisch dat u de moeite neemt om nog even fijntjes op te merken dat een kaartje maar liefst €18,50 kost. Overigens zijn wij hier in de redactie allen verantwoordelijk voor onze eigen stukken. We hebben niet eens een PR-medewerker, gek hè?
Het was dan ook mijn eigen fout dat ik jullie druiperige posters zag hangen, met daarop wat naakte, zwetende lijven en de naam MUSEUMNACHT, en dacht dat het thema ‘sex sells’ was. Ik baseerde me trouwens ook op een reactie van het Anne Frank Huis zoals opgetekend in het Parool. Jullie website wilde immers, uitgezonderd het betaalvenster, niet laden. Gek eigenlijk, dat u op mijn punt over het Anne Frank Huis niet in bent gegaan, eigenlijk ongeveer net zoals jullie publiciteitsmedewerker dat in Het Parool ook al niet deed.
Enfin, u leest mij vervolgens de les en vertelt me dat het thema helemaal niet ‘sex sells’ maar ‘art sells’ was. Daarmee maakt u een punt dat weliswaar correct is, maar ook lood om oud ijzer. Als het thema voor volgend jaar (neem dit alstublieft niet als tip ter harte) Art Kart zou zijn, met affiches van onder meer twee loodgieters, een prinses en een soort schildpad in kleine go-karts, dan is het thema inderdaad niet Mario Kart, maar het dekt wel de lading.

Nog een leuk plaatje.
Vervolgens moest ik van u een filmpje kijken, waar ik de hele vijf minuten van heb uitgezeten. Ik zag een hoop quasi-artistiek filmwerk, zeker vijf wauwelende mensen met vage functies, een stylist die niks mocht zeggen, en een fotograaf. Ik zie een heleboel mensen die geen seconde hebben nagedacht over de implicaties van deze campagne voor een museum als het Anne Frank Huis. Hoe kunt u dan volhouden dat de artiesten op dit festival de musea zijn, en niet de bands? Subtiel trouwens, hoe u met die retorische zet voorkomt dat u moet liegen dat de programmering inderdaad origineel en uitdagend was.
“We kapen die discussie, en dan hebben we het tenminste weer over kunst,” zegt een van de medewerkers met een vaag omschreven functie. Het is alleen maar over die ongepaste campagne gegaan, en juist minder dan ooit over kunst. Of, in de woorden van weer een ander iemand uit het filmpje: “We hopen dat er veel over gediscussieerd gaat worden, anders is het geen goede campagne.”
Ik zou de plank misslaan, en u zou me uit de brand helpen. Wederom liet ik me vol interesse meevoeren door iemand die uiteindelijk niets te vertellen bleek te hebben. Ik wilde argumenten, ik kreeg een opsomming van weetjes over de Museumnacht, 32.000 bezoekers, 50 deelnemende instellingen, et cetera. U herhaalt uw eigen claims: ‘vooruitstrevende schatten’, ‘de grote namen (…) verrassen net zo zelden als ze teleur stellen’. Het herhalen van uw oorspronkelijke mening geeft noch een weerwoord, noch een ontkrachting van mijn kritiek daarop. In uw slotalinea beweert u dat ik een op de gimmick afstevenende drang heb om me af te zetten. Ik heb een mening met argumenten onderbouwd. U heeft een promotiepraatje ter verdediging van de hand die u voert op internet gezet, met kreten als ‘dis gonna be good’. Misschien moet u toch nog maar eens opzoeken wat gimmick betekent.

Leuke gimmick, die geanimeerde gifs.
Afgelopen weekend zag ik bij thuiskomst dat het Kattenburgerplein was volgezet met dranghekken. Dat kan doorgaans maar een ding betekenen: het is weer Museumnacht. Dat ik die dit jaar niet heb bezocht, maakt mij misschien een ongeschikt persoon om er een mening over te hebben. Een door mijzelf uitgevoerd empirisch onderzoek over de periode 2007-2013 heeft echter aangetoond dat de Museumnacht, ik geloof dat we van de organisatie N8 moeten zeggen, elk jaar hetzelfde is.
In theorie is het een interessant evenement: ’s nachts naar een museum, waar een ongedwongen sfeer heerst, een drankje te drinken valt en ook nog eens interessante evenementen worden gehouden. Jammer alleen dat de Museumnacht in de praktijk veel eendimensionaler is dan dat, en ik er daarom ook niet heen ben gegaan. Alles aan het evenement is gelikt, en daar koester ik een groot wantrouwen tegen. De site heeft een gelikt laadicoontje, waarover later meer, dat hele N8 is natuurlijk vreselijk gelikt, al klinkt het als de naam van een provinciale snelweg, en op de posters wordt ook al heel veel gelikt, waarover eveneens later meer.
Wat ik prettig vind aan de Museumnacht is, dat het een van die jaarlijks terugkerende evenementen is die de potentie hebben, een bron van inkomsten te worden. Zo heb ik in de loop der jaren al diverse Museumnachten in binnen- en buitenstad tegen een vorstelijke vergoeding van vermaak voorzien. Ik lever graag en veel kritiek, maar als ik aan een instituut dat ik niet hoog heb zitten, geld kan verdienen, zou ik een dwaas zijn om die kans te laten lopen.
Gelukkig heb ik op die wijze mijn empirisch onderzoek uit kunnen voeren, zonder daar veel geld aan kwijt te zijn. Een liefhebber zal misschien opmerken dat de Museumnacht niet duur is, €12,50 voor een kaartje dat een nacht lang toegang geeft tot tientallen musea, en daarna ook nog eens een museum naar keuze voor een hele dag, mits voor 31 december. Zeker, het had allemaal veel erger gekund, maar laten we alsjeblieft niet doen alsof de Museumnacht een vorm van museumbezoek is.
Dan blijft dus over een toegangskaartje voor een museum naar keuze. À €12,50 is daar, mits het juiste museum wordt gekozen, inderdaad een euro of vijf mee gewonnen.Die vijf uitgespaarde euro’s kan de Museumnachtganger goed gebruiken, want dat is ongeveer wat een lauw biertje in een plastic beker kost. Als het op drank en sanitair aankomt is de Museumnacht eigenlijk een popfestival, maar dan zonder de schaal en de op mensenmassa’s berekende infrastructuur, en als de podia op zo’n tien minuten fietsen van elkaar lagen. Oh en natuurlijk een derderangsprogrammering. Waar op een popfestival nog wel eens acts op komen draven waarvoor mensen bereid zijn een modderig weiland te betreden, heb ik nog nooit iemand horen zeggen: “Ik ga eigenlijk alleen naar de Museumnacht omdat ik Kensington nog nooit heb horen spelen.”
De organisatie van de Museumnacht heeft maar een prioriteit, en dat is zo veel mogelijk mensen op de been te krijgen in veel te krappe museumfoyers, om daar veel te hard door allerlei acts heen te praten. Dat musea an sich en de intrinsieke kwaliteit van die sympathieke instituten door de Museumnacht niet als aandachtspunt worden gezien, kan met een eenvoudige casus uit het nieuws van de afgelopen weken worden aangetoond. Het thema van de Museumnacht (evenementen met een thema, wie haat ze niet) was dit jaar ‘Sex sells’, met navenante wervingsposters door een Playboyfotograaf, die zijn onmetelijke fantasie liet blijken door, jawel, naakte lichamen te fotograferen voor deze klus die hem zo ver uit zijn comfort zone lokte. Dat je een fotograaf met de fantasie van een Jonagold uitnodigt is nog tot daar aan toe, maar als je een conglomeraat van cultuurinstellingen vertegenwoordigt, waaronder het Verzetsmuseum en het Anne Frank Huis, en je bedenkt een thema als ‘sex sells’, dan ligt je prioriteit inderdaad bij wat er te verkopen valt.
Een andere anekdote die deze mentaliteit illustreert, werd mij bij toeval aangereikt door onze geliefde spoorwegen. Aangezien alles wat de NS aanraakt, in stront verandert, was niemand verrast toen de wifi in de trein een belabberd gedrocht bleek. Gelukkig heb ik dankzij deze gebrekkige voorzieningen van die privatiseringsfout wel ontdekt wat er gebeurt als de site van de Museumnacht niet wil laden: dan verschijnt er een zwart scherm, met daarop een verontschuldiging. De website kan helaas niet geladen worden, maar gelukkig is er wel een link die meteen naar de bestelsite voor tickets voert. Het zou toch jammer zijn als u de Museumnacht niet kunt spekken, alleen omdat u toevallig een gebrekkige internetverbinding heeft. Wie op deze link klikt, ontdekt waar de aandacht van de organisatie écht naartoe is gegaan. Zelfs op het wifinetwerk van de NS wordt de betaalpagina binnen een paar seconden geladen.
In 2007 is uit een onderzoek de herkomst van de moderne huiskat gebleken: zo’n tienduizend jaar geleden moet ergens in het Midden-Oosten, van oudsher de plek waar de grote ontwikkelingen der mensheid plaats vinden, een wilde kat uit het struikgewas zijn gekropen om zich, in een van de eerste menselijke nederzettingen die gewassen verbouwde, te goed te doen aan de grote hoeveelheden ongedierte die ook de voordelen van nieuwbakken fenomenen als akkers en graanschuren hadden ontdekt. De eerste ecologische ongediertebestrijder was geboren.
Nu, honderd eeuwen later, is het tijd de balans op te maken. Zoals dat gaat met ecologische bestrijdingsmiddelen is ook de kat een poes zonder klauwen gebleken. Muizen, ratten en andere welvaartsziektes tieren nog altijd welig in de spouwmuren en kruipruimtes van de beschaving, terwijl er rond katten een hele industrie van vervangend voer is ontstaan, waar grof geld in omgaat. 44% van de totale omzet bij dierenwinkels in Nederland bestaat uit de verkoop van diervoeding, en met maar liefst 4 miljoen katten tegen slechts 2 miljoen honden en een schamele 1 miljoen konijnen is de kat binnen de branche de kip met de gouden eieren.
Hoog tijd dus dat eerzame organisaties als de NVWA optreden tegen deze inefficiënte, sterk verouderde techniek van ongediertebestrijding. In navolging van de succesvolle bestrijdingscampagnes die Mao in het communistische China voerde om achtereenvolgens de spreeuwen en de insecten uit te roeien, heeft de NVWA de controle op cafékatten aangescherpt, en is bovendien overgegaan tot het actief handhaven van het verbod op huisdieren in ruimtes waar eten wordt bereid.
Naar goed Nederlands overheidsgebruik gaat de NVWA het houden van katten in cafés niet openlijk verbieden, maar gaat het eigenaren van zowel een café als een kat die daarin woonachtig is, het kattenhouden dusdanig onmogelijk maken dat een katvrij etablissement de enige leefbare optie wordt. Dat een kat niet in de keuken zou moeten mogen komen, zal geen mens verbazen. Dat er tussen de keuken en het taplokaal dusdanig veel voetverkeer is, dat de meeste cafés een open keuken hebben, is al even begrijpelijk. De NVWA legt nu de vinger op de zere plek en verklaart deze constructie tot verboden voor katten. De caféhouder die zijn keuken netjes afsluit, maar niet elke keer dat er iemand een tosti bestelt die hele steriele toegangssluis door wil lopen, wordt ook op de vingers getikt. Zodra er achter de bar meer culinaire handelingen worden verricht dan koekjes op schoteltjes leggen is ook de bar verboden terrein voor de kat. De sluwe uitbater, tot slot, die een katvrije keuken heeft, geen voedsel achter de bar bewaart, en de kat netjes in de kelder laat eten, ontspringt de kattengestapo niet: in de keuken liggen immers sinaasappelen opgeslagen. Wij hoeven niet opgeleid te zijn als NVWA-inspecteur om te kunnen begrijpen dat een lekkernij als een sinaasappel niet te versmaden is voor de gemiddelde kat, en hier een gezondheidsrisico van formaat op de loer ligt, waartegen doortastend moet worden ingegrepen.
Wanneer de Amsterdamse horeca wordt overspoeld door muizen en ratten, zullen horeca-ondernemers bij de NVWA gratis vergif op kunnen komen halen. Leg dit vergif vooral nabij het tosti-apparaat en tussen de sinaasappels, tegen zwerfkatten is nog onvoldoende handhaving. De overheid zal er op toezien dat ook de vele boerenbedrijven in ons land geen gebruik meer maken van katten in de bedrijfsvoering, en kwistig met vergif strooien. Als dan, na het sneven van zowel de kat als de muis, rat en zangvogel, ook de insecten verdwijnen, breekt de nieuwe Gouden Eeuw voor Nederland aan. Denkt u eens aan alle werkgelegenheid die ontstaat, wanneer in de fruitteelt (zoals dat, een erfenis van Mao, in China al decennia gebeurt) alle fruitbloesems handmatig bestuifd moeten worden! Immers, ook de bij, nog zo’n luiwammes onder de boerderijdieren, zal deze efficiëntieslag niet overleven. De werkloosheid zal verdwijnen, die opdringerige kopjes behoren tot het verleden, en tijdens het drinken van uw koffie wordt u niet meer gehinderd door dat eentonige gespin. Nadat astmapatiënten al de vruchten plukten van het rookverbod zullen nu ook de mensen met een kattenallergie uit hun sociaal isolement kunnen treden. Na tienduizend jaren als slaaf werpt de mensheid dan eindelijk het juk van de kat van zich af.
Het Centraal Planbureau vermoedt, dat het niet veel langer dan hoogstens tien jaar na invoering van deze maatregel zal duren, tot ook het verzet van eenlingen wordt gestaakt. De succesvolle, horecabrede invoering van het rookverbod laat dit zien. Natuurlijk zullen er caféhouders blijven, die bij hoog en bij laag volhouden dat zij de kat die gemoedelijk op een stoel ligt te slapen, nog nooit hebben gezien. Wellicht zullen er zelfs cafés overgaan tot het verbergen van voer- en waterbakjes in geheime compartimenten, die bij een eventueel bezoek van een controleur de kattenverzorgingsparafernalia aan het oog der wet onttrekken. De inspectie erkent dat Amsterdam een rebelse stad is, maar herinnert de burger er ook aan dat zelfs Amsterdammers zich aan de wet dienen te houden. Burgemeester Van der Laan heeft in een verklaring laten weten het beleid van Den Haag te volgen. Handleidingen tot burgerlijke ongehoorzaamheid zijn niet verkrijgbaar bij Propria Cures. U kunt Propria Cures niet bereiken via redactie@propriacures.nl.
Op mijn Facebookoverzicht is het al een paar weken heerlijk rustig. Sinds ik iedereen heb geblokkeerd die iets mij onwelgevalligs schreef over de crash van vlucht MH17 zie ik ook beduidend minder holistische Youtubevideo’s, chemtrailfotoalbums en vragenlijsten die moeten bepalen welke van de zeven archetypische oerpersoonlijkheden ik heb.
Hoe deze volstrekte malloten in mijn lijst terecht zijn gekomen weet ik niet, dat wil zeggen, ik weet van elk van de personen die mij zo het kapitalistische bloed onder de biologisch afbreekbare nagels vandaan halen, hoe ik ze ken. Ik weet alleen niet hoe en wanneer ze zijn afgegleden naar de volkomen krankzinnige Niburu-slangenkuil waarin ze nu rondkronkelen, het schuim op de mond, krijsend over de illuminati en het zionistisch wereldcomplot, zonder overigens te weten hoe je illuminati spelt, of wat een zionist nu eigenlijk is.
Facebook is gebouwd op de misvatting dat iedereen iets boeiends te melden heeft, en dat is koren op de molen van de geesteszieke complotindustrie, die louter bestaat uit mensen die deze misvatting inderdaad vurig aanhangig zijn. Men neme een these waar geen speld tussen te krijgen is: alles wat je weet, weet je via de media, en niemand weet of de media te vertrouwen zijn. Deze aanname is absoluut waar. Ik koester met liefde de mogelijkheid dat de Noord-Koreaanse propaganda waar wij zo om lachen de eigenlijke objectieve nieuwsgaring is, en onze Westerse wereld, waarin alle kunst en wetenschap niet ontsproten is aan drie generaties paffige Aziaten, juist uit louter overheidspropaganda bestaat. Het is met dit soort opvattingen echter net als met het solipsisme: het klopt inderdaad dat je alleen van jezelf daadwerkelijk kunt bewijzen dat je bestaat, en dat er geen enkel solide bewijs is dat ik niet schizofreen ben en ik alle mensen om mij heen, en dit blad, en de maatschappij, volledig heb verzonnen en ik in werkelijkheid besmeurd met mijn eigen uitwerpselen in een isoleercel lig, waar ik door de insecten die de werkelijke heersers over de wereld zijn in leven word gehouden omwille van mijn organen. Je moet er alleen niet je leven op inrichten.
Toch is het leven van vrijwel alle complotdenkers ingericht op een heilig geloof in hun complot, wat ze vervelender maakt dan de enkele verdwaalde gelovigen die ik in mijn vriendenlijst hebt. Gelovigen worden doorgaans alleen maar vervelend als ik zelf begonnen ben, bijvoorbeeld door ze onder een status die zich boos maakt over de supermarkt die op tweede Kerstdag geopend is, te wijzen op het feit dat hun geloof een zeer persoonlijke levensinvulling is, een keuze zelfs, en dus geen norm waar de hele maatschappij zich bij neer hoeft te leggen. Als ik er dan nog de Bijbelse waarde van naastenliefde tegenaan gooi heb je de crucifixen aan het dansen, maar laat ik niet nog verder van mijn betoog afdwalen. Complotdenkers geloven in hun eigen gelijk, en hebben bovendien een stevige drang tot kerstening, immers, wij zijn arme dwazen die door de illuminati in het duister worden gehouden over de werkelijke inrichting van de wereld, en de schellen moeten ons van de ogen vallen omdat een glorieuze held met een weblog en een proxyserver ons het licht laat zien. De complotdenker is een egocentrist pur sang. Ten eerste omdat hij denkt als een van de weinigen zicht te hebben op de waarheid, een aanname die niet zonder een veel te groot gevoel van eigenwaarde kan. Ten tweede omdat hij zich als verlosser profileert, iemand die niet alleen de onbetwistbare waarheid in pacht heeft, maar die er ook nog eens uit de goedheid van zijn hart alles aan doet om die waarheid aan zo veel mogelijk mensen op te dringen. De echte uitwassen heb ik ook al voorbij zien komen op facebook, types die een speciaal programma installeren dat hen vertelt door hoeveel mensen ze ontvriend of geblokkeerd zijn. Wekelijks worden deze stigmata aans ons, ongelovige Thomassen, getoond in een statusupdate: kijk eens hoe ik gehaat word, kijk eens wat een martelaar ik ben.
Omdat ik nogal een gebrek aan inlevingsvermogen heb, ergerde ik me wel aan deze mensen, maar voelde ik me nooit geroepen er iets aan te doen. Elf september was een Amerikaans regeringsproject. Nanobots worden door ons eten geroerd. Vaccinaties veroorzaken autisme. Ik vond het allemaal ergerlijk, maar werd nooit echt boos. Soms probeerde ik, als het me echt te gortig werd, in discussie te gaan, maar met mensen die hun mening als een feit behandelen is het moeilijk discussieren. Het keerpunt kwam toen ik een gesprek las dat, enigszins geparafraseerd, als volgt verliep:
Idioot 1: Vlucht MH17 is neergeschoten door rebellen!
Idioot 2: Je hebt het mis hoor. (Link naar onbekende nieuwsbron). Het is inmiddels bewezen dat het vliegtuig uit moest wijken voor onweer. Dus het vloog een andere koers.
Idioot 3: Inderdaad! En wie veroorzaakt onweer? Precies!
Voor wie nog niet op de hoogte is van wie onweer veroorzaakt: dat is natuurlijk de Bilderberggroep, die er financiele baat bij heeft als de Koude Oorlog weer oplaait. Met hun duivelse jujumachines hebben zij een onweerswolk opgeroepen die de arme inzittenden van de Boeing naar een wisse dood heeft geleid. Victorie voor het grootkapitaal!
Helaas voor de complotdenkers werd al snel daarna, mede door ettelijke foto’s van journalisten die niet bij hun ouders in de kelder Niburu zitten te refreshen, maar daadwerkelijk met gevaar voor eigen leven in het rampgebied waren, duidelijk dat 17 juli 2014 een stralende, bloedhete dag was in een reeks van stralende, bloedhete dagen die de bergingswerkzaamheden er ongetwijfeld niet prettiger op hebben gemaakt. Zonder scrupule werd een nieuwe theorie van stal gehaald: vlucht MH17 was vlucht MH370 (of: vlucht MH17 is op Schiphol volgeladen met lijken van mensen die al weken dood waren). Ik vroeg aan de complotdenkers waarom ik al een tijdje, eigenlijk ongeveer sinds die vliegramp, niets meer van mijn naar Bali reizende vriend had vernomen. Het is nu heerlijk
rustig op mijn Facebookoverzicht.
Dat voetbal en haat goed samengaan is een cliché van jewelste. Een vaak onderbelicht aspect van deze uitspraak is echter dat voetbal, als een van de weinige onder de schismerende sociale verschijnselen, dusdanig met haat is vervlochten dat het kansen op verbroedering biedt. Stel u bent voetballiefhebber, en u treft het ongenoegen per ongeluk een gesprek aan te knopen met een militante voetbalhater (n.b. dus niet het lijdzame soort, daar heb ik oprecht mee te doen). Beeldt u zich dan in dat het gesprek over het Duitse nationale elftal gaat. U zult zien dat u met de voetbalhater meer haat gemeen heeft dan u kon vermoeden.
Op 24 mei werd de VPRO Bagagedrager 2014 uitgereikt aan Rasit Elibol. Wat bedoeld was als sympathieke aanmoedigingsprijs voor beginnende reisverhalenschrijvers werd een ondoordachte, amateuristische kermis voor gevorderde jonge schrijvers, halve zolen en mijn zwager. Een hoofdschuddend ooggetuigenverslag.
Ik sta op het punt om de VPRO en de Bagagedrager met de grond gelijk te maken, en ik wek natuurlijk de schijn dat ik dat doe omdat de prijs niet naar mijn teerbeminde zwager is gegaan. Daar kan ik natuurlijk niets tegenin brengen, maar ik ben eigenlijk wel blij dat hij niet heeft gewonnen, want nu hoef ik niet met hem mee op reis. Ik heb een hekel aan reizen. Waar ik ook een hekel aan heb is slecht georganiseerde evenementen, en daarom schrijf ik dit stuk. Maar wie liever gelooft dat ik dit allemaal slechts uit rancune opteken, die gelooft dat maar. Continue reading
Een maand geleden werd ik gebeld door een redactrice van de NTR, die vroeg of ik mee wilde werken aan een nieuw programma, Utopia geheten. Het concept was eenvoudig: een loods, een lap grond, en dertig publieke intellectuelen. Geen geld, geen telefoons. Idylle, of chaos? Continue reading
In Amsterdam is er weinig contact tussen buren. Een vriendin van me woont naast een dealer, maar dat weet ze alleen omdat er ooit om vier uur in de ochtend een naakte man uit het raam werd gesmeten, en omdat er de hele dag door allerlei gespuis aanbelt, naar binnen gaat en na korte tijd weer vertrekt. Een goed gesprek heeft ze met de beste man nog niet gevoerd. Continue reading
Vanochtend werd bekend dat Henk Krol per direct afscheid neemt als lid van de Tweede Kamer. Zijn timing is opmerkelijk, slechts één dag voor het verschijnen van Propria Cures, waarin u een stuk aantreft dat weinig heel laat van Henks geloofwaardigheid. Ongetwijfeld heeft deze vernietigende beoordeling van zijn kunnen ertoe geleid dat Henk de enige juiste beslissing heeft genomen. Hij treedt hiermee in de voetsporen van Jan Arends, die ook al leerde dat je advies van PC niet naast je neer kan leggen. Lees hier vast het artikel in kwestie.
Voor Nederlandse columnisten lijkt het symptomatisch: op zeker moment komen ze als ambitieuze jongeling in de kolommen van een krant terecht, en Nederland is er wild van. Tien jaar precies dezelfde columns later, en de voorhoede (lees: Propria Cures) begint het zat te worden. Twintig jaar later volgt de rest van Nederland. Dertig jaar later schrijft Youp nog steeds in NRC.