Er zullen mensen zijn die weinig zin hebben in nog een stuk over Eindeloos vertier, maar ik heb weinig zin om rekening te houden met die mensen. Ja, voor een literaire roman is het veel in het nieuws geweest, maar daar kan je ook gewoon dankbaar voor zijn, en laten we wel wezen: iedereen die daarover zeurt heeft het boek nog steeds niet gelezen, en dus ook niet genoeg David Foster Wallace achter de kiezen om te mogen zeuren. Bovendien heb ik een heel andere boodschap dan al die andere stukken over de vertaling door Robbert-Jan Henkes. Zeg maar gerust een tegengestelde. 

Eindeloos vertier is de afgelopen maanden nogal de hemel in geprezen. Uitgeverij Koppernik is opgevoerd als kleine David die de grote David van de anglofone literatuur wist te overmeesteren; Robbert-Jan Henkes als de nauwkeurige steen uit zijn slinger. De Groene Amsterdammer maakte ten gevolge van de vertaling een themanummer over David Foster Wallace. PC maakte daar weer een themanummer over, en – ongetwijfeld de grootste postume eer voor de wereldberoemde schrijver – studentenvereniging Unica organiseerde dáárover weer een themafeest. 

Tegenover die vrolijke feestakkoorden waren er ook tegengeluiden in mineur, dat moet gezegd worden. Oud-SLAA-directeur Daphne de Heer liet zich in de Nederlandse Boekengids ook kennen als zo iemand die nog nooit Wallace heeft gelezen, maar toch ziek van hem is; ongeveer even geloofwaardig als uw vrouw die chlamydia zou hebben opgelopen zonder te neuken met andere mannen. De Heer vindt de Nederlandse literatuurkritiek niet divers genoeg, en doet Wallace af als ‘verstard en old skool’ – ironisch genoeg een nogal ouderwetse spelling van old school; het komt niet in het hoofd van De Heer op dat zij, om een frisse wind te laten waaien door het huis der literatuurkritiek, misschien zelfs eens met haar bedorven bramentaart van een achterwerk uit de tocht moet gaan zitten –, en dat kan je alleen denken als je hem nog nooit hebt gelezen. 

Zelf vond ik het juist verfrissend om zo veel over Wallace te lezen in het Nederlands. Toch moet ik zeggen dat ik schrok, toen ik aan Henkes’ vertaling van Infinite Jest begon. Meteen al in de eerste alinea heeft hij ‘administrative sounds’ vertaald als ‘administratief lawijd’. Toen ik dat woord opzocht, vond ik dat het de obscuurst mogelijke spelling is van een zuid-Nederlands dialectwoord voor ‘lawaai’. Kijk, hè, soit, Wallace gebruikt ook dialectwoorden – maar niet hier. Moet je dat dan zelf zo gaan invullen? In de eerste alinea al? Daarbij betekent ‘sounds’ helemaal niet hetzelfde als ‘lawaai’, zodat Henkes al met al wel erg veel nauwkeurigheid opoffert om Wallace’ stijl in het Nederlands te simuleren.

Robbert-Jan Henkes is sinds de publicatie van Eindeloos vertier o.a. een ‘rockstervertaler’, ‘meestervertaler’ en ‘onvertaalbaarheidsexpert’ genoemd. Hij staat bekend als een eigenzinnige, excentrieke vertaler, die veel gebruikmaakt van obscure dialectwoorden, straattaal, en zelfs neologismen. Zijn mantra als vertaler is: Vertaal wat er niet staat. Dat is natuurlijk een verwijzing naar Karel van het Reve, die daarmee op zijn beurt verwees naar Arthur Langevelds introductie op het vertaalvak uit 1986. In Henkes gelijknamige boek, Vertalen wat er niet staat, waarin hij inzichten deelt over zijn vak, beticht hij Karel van het Reve ervan ‘het vertalersgilde zand in de ogen te hebben gestrooid’. Henkes stelt vervolgens zijn eigen vertalersdevies tegenover dat Van het Reve: vertalen naar wat je denkt dat er staat, maar dan in het Nederlands. Klinkt redelijk, behalve voor mensen die weten dat dat ook precies is wat Van het Reve bedoelde met ‘vertaal wat er staat’. Ik citeer Reve:

Er staat bij voorbeeld ‘On razvel rukami’. Zouden we precies vertalen wat er staat dan kregen we iets als Hij bewoog zijn langs het lichaam hangende armen iets zijwaarts, de geopende handen iets naar voren kerend, en liet zijn armen meteen weer tegen het lichaam vallen. Wij kennen dat gebaar heel goed, maar het komt in het Nederlands niet voor en er wordt daarom in onze taal nimmer over gesproken of geschreven. Wat moet de vertaler in zo’n geval doen? ‘Hij knikte’ vertalen met ‘hij bewoog zijn hoofd naar voren en naar beneden en terstond waarop naar achteren en naar boven’? Dat gaat niet aan. De vertaler blijft weinig anders over dan ‘on razvel rukami’ te vertalen met ‘hij haalde de schouders op’, hoewel dat niet juist is.

Voor iemand die zo graag met overslaande stem ageert tegen iedereen in zijn vakgebied, weet Henkes vaak helemaal niet waar hij het over heeft. Zo blijkt ook als hij door NRC wordt geïnterviewd: 

NRC: Toen Infinite Jest in 1996 verscheen, was het gelijk een cultboek. In welk opzicht brak hij met de Grote Amerikaanse schrijver?
RJH: ‘Ik ben niet zo thuis in de Amerikaanse literatuur. De enige grote schrijvers die ik kan noemen zijn J.D. Salinger en Mark Twain. Eerlijk gezegd weet ik dus helemaal niet waarmee hij zou breken. Als ik aan een Amerikaanse roman begin, sla ik hem snel weer dicht.’

Dit zou voor een gemiddelde hoogopgeleide al gênant zijn, laat staan voor een literair vertaler. Ook als hij gevraagd wordt naar de bedreiging die kunstmatige intelligentie vormt voor het vertaalvak, valt Henkes door drie stalen draadmanden tegelijk: ‘Die taalrobots kunnen helemaal niets. Ik kijk weleens rond op het internet, maar de kwaliteit is waardeloos. Het is gortdroge kopij. Je kunt je als vertaler onderscheiden door te zeggen: ik kan hier iets leuks van maken. Je wilt juist de persoon achter de vertaling zien, dat maakt de tekst leesbaar.’ Henkes’ favoriete standpunt is dat vertalen doorgaans een te droge boel is. Hij mist de humor. Wat humor dan betekent voor Henkes, lezen we in Vertalen wat er niet staat, als hij het heeft over Dovlatov: ‘Je merkt het niet, maar hij [Dovlatov] heeft een contrainte. Hij wil geen twee woorden met dezelfde letter beginnen in een zin. Hij is dus altijd aldoor alleszins algeheel absoluut apert allejezus anti-alliteratief’. 

Wat Henkes betreft zou heel Vertalië (zo noemt hij de vertaalwereld) dit niveau van hilariteit moeten nastreven, waarbij hij het vooral belangrijk vindt dat de vertaler zelf zijn werk ook leuk vindt. Daarmee slaat hij opnieuw de plank mis, want er is werkelijk niemand die benieuwd is naar de persoon achter de vertaling. Een vertaling wordt er niet leuker of beter van als een vertaler zijn persoonlijkheid daarin verwerkt: hoe zou de lezer in godsnaam moeten weten in welk stuk van de tekst hij de persoonlijkheid van de vertaler leest en in welk stuk de persoonlijkheid van de schrijver? Dat is nog wel het ergste: dat iemand die nu Eindeloos vertier leest, vervolgens denkt dat niet Henkes, maar Wallace zo achterlijk zou zijn om een woord als ‘lawijd’ te gebruiken. 

Het zal mij in alle eerlijkheid worst wezen of Robbert-Jan Henkes lol heeft tijdens het vertalen. Ik zou ook niet meer betalen voor een omelet als ik wist dat de chef ontzettend geniet van eieren bakken. Henkes is een kind in een pedofielenlichaam, maar de wereld is geen speeltuin. Mensen willen vooral een accurate vertaling lezen, en als vertaler moet je dus niet al te veel schrijver willen zijn, ook omdat de schrijver meestal een betere schrijver is dan de vertaler. Dat is zeker waar als David Foster Wallace de schrijver is, en absoluut gegarandeerd als Robbert-Jan Henkes de vertaler is. Dat is waarom heel veel mensen 50 euro betalen om een boek van David Foster Wallace te lezen, hoe belabberd vertaald ook, en helemaal niemand 25 euro betaalt om een boek van Robbert-Jan Henkes te lezen. Absoluut het beste wat je als vertaler kunt doen, is helemaal niet opvallen. Als je eindeloze narcisme dat kan verdragen, natuurlijk. 

Ik zou nu nog een hele rits voorbeelden van opvallend idioot vertaalwerk kunnen opnoemen waaruit Henkes’ onkunde blijkt – in de tweede alinea vertaalt hij ‘the spidered light of an Arizona noon’ naar ‘de spinneglans van een Arizoonse namiddag’, alsof Wallace doelde op de ons aller bekende glans van spinnenlichamen, en niet gewoon op zonlicht dat door een vensterraam in meerdere stralen (of spinnenpoten) wordt opgedeeld – maar het gaat ondertussen wel lang genoeg over Robbert-Jan Henkes. Laten we het alstublieft weer over David Foster Wallace hebben. 

WF

Eindeloos vertier, David Foster Wallace (vert. Robbert-Jan Henkes).
Koppernik, €50

Vertalen wat er niet staat, Robbert-Jan Henkes.
De Arbeiderspers, €24,99

Archief