Ik heb het zelf niet bewust meegemaakt, maar men zegt dat je op de Zeedijk vroeger Chinese heroïne van uitstekende kwaliteit kon kopen en door de schoonste meisjes van Hertogdom Krain de mosselen van je zeemanspik kon laten krabben. Kort gezegd was het daar toen kut op een leuke manier. Nu is het er kut op een kutte manier: heden ten dage kun je er slechts verpoederde ontwormingspillen en selfiesticks in je ogen krijgen. Toch had ik als jonge puber een reden om er naartoe te gaan, helemaal vanuit de andere kant van het land. Ik zat in een fase waarin ik veel naar 3robi en LouiVos luisterde en volgens de enige Antilliaanse jongen op mijn categoraal gymnasium moest ik naar de Patta-winkel in Amsterdam als ik mezelf daarnaar wilde gaan kleden.

Ik stapte het pand op de Zeedijk binnen. Het bleek een winkel waar ze vier paar schoenen en vijf T-shirts verkochten. Voor de duidelijkheid: ik heb het niet over modellen, maar over exemplaren. Terwijl ik de vier kledinghangers voorzichtig over het veel te lange rek schoof, werd ik door drie zwarte mannen aangestaard alsof ik zojuist met een Sjtreimel op mijn hoofd de Vrijdagmoskee van Isfahan was binnengewandeld. Als een kapotte klok waarbij de uren- en minutenwijzer in tegengestelde richtingen naar de twaalfuurspositie bewogen, vormden hun wenkbrauwen een steeds nauwere V. Het was alsof ze hun tractor beam verkeerd om hadden ingesteld: ik voelde mezelf als vanzelf weer op de stoep belanden. Uiteraard met lege handen.

Eenmaal terug in Zwolle vertelde ik mijn vrienden hoe ver ze wel niet voorlopen in Amsterdam: kledingwinkels zijn daar zo cool dat ze je niet eens meer kleren willen verkopen. Nu, vele jaren later, blijkt Patta wat dat betreft weinig veranderd: het merk heeft het pre match shirt van het Nederlands Elftal ontworpen, en het is het lelijkste kledingstuk dat ik ooit heb gezien.

Ik snap het: als ontwerper van een shirt voor Onze Jongens heb je een moeilijke opdracht. Voor een land vol mensen die eruit zien alsof ze heftige bloedarmoede hebben, moet je een shirt bedenken dat per definitie de kleur bevat die mensen van dat huidtype het slechtst staat. Gelukkig heeft ons voetbalelftal een multiculturaliseringsslag gemaakt en kan de meerderheid onze nationale kleur inmiddels prima hebben. Die gedachte hebben ze bij Patta helemaal doorgetrokken: volgens oprichter Guillaume Schmid moest het shirt vooral ‘blackness uitstralen’. Dat hebben ze bereikt door een Surinaamse kralenketting een prominente plek in het motiefje te geven. 

Kijk, ik ga hier niet flauw (lees: ethno-suprematistisch) doen: van mij mag je prima naar de roots van bepaalde spelers verwijzen. Het WK is een lekker modern, geweldloos surrogaat voor het aan de bajonet rijgen van je buurvolkeren, maar dat wil niet zeggen dat rassenmenging en militant nationalisme niet samengaan. Ik ben geen puurheidspurist. Dat gezegd hebbende: Suriname heeft gewoon een poging gedaan om zich te kwalificeren. In dat licht voelt het toch als een gemene streek om als voormalig kolonisator hun symbolen te stelen. ’t Is, om in voetbaltermen te blijven, als iemand schoppen die op de grond ligt.

Terug naar de esthetiek van het shirt: naast de ala kondre-ketting wordt het faux Versace-patroon gevormd door leeuwen en tulpen, dus de originaliteit houdt daar op. Er is een goede reden dat Gianni Versace en zus Donatella Italianen zijn: Italianen zijn hysterisch en theatraal, vandaar de logische connectie met de barok. J.P. van Hecke, daarentegen, ziet er met zo’n zwierig patroon uit als de versierde Tripp Trapp van een jarige kleuter. Alsof het nog niet erg genoeg was: van een willekeurig aantal spelers is de vlag van zijn geboortestad op het shirt beland. Je hebt letterlijk een hele cultuur om je op te baseren, maar je kiest ervoor om de plakkerige restjes symboliek onder de ijskast weg te schrapen. Om één positief ding te benoemen: door deze briljante ingeving ben ik erachter gekomen dat de vlag van Volendam een paard afbeeldt dat een vis onder zijn nagelriem heeft hangen (hoefriem?, whatever). Ik had er toch al geen zin in, en met dit shirt erbij al helemaal niet. Laat die leeuw maar in zijn hempie staan.

IS

Archief