De meeste mensen staan in het leven met een ernst die lachwekkend naïef is. Ze nemen zichzelf heel serieus, en koesteren een diepe minachting voor zaken die zij als onserieus beschouwen. U en ik, humoristen, weten wel beter. Als wij de slappe lach hebben, voelen wij ons juist op ons sterkst. Wij lezen moppenboekjes nog echt, in plaats van er alleen gemakzuchtig doorheen te bladeren. Op een scheetkussen slapen wij het allerlekkerst; onze OV-chipkaart werkt ook in de rebus. Het circus is wat ons betreft een even belangrijke culturele institutie als de bibliotheek, en de clown is de enige artiest die het verdient serieus te worden genomen.

Ik heb sinds kort Instagram, en toen ik daar stuitte op het account van Myron Hamming, oud-stadsdichter van Groningen, dacht ik even dat ik in hem een broeder had gevonden. Een zielsverwant, een mede-satiricus, een maatje in het kwaad. Iemand die al dat gedoe ook niet zo serieus neemt, en die, om de invalide poortwachters van de hoge cultuur te laten struikelen, maar al te graag zijn beste beentje naar voren zet. Geweldig, het concept van een ‘dyslectische dichter’. Ronduit fantastisch, vond ik het, hoe Myron tegen heilige huisjes aan trapte door kluchtige gedichten op zijn Instagram te plaatsen. Neem als voorbeeld dit kleine meesterwerkje: ‘er veranderde zoveel toen / ik fouten maken niet langer / verwarde met falen’. Toen ik dit las dacht ik: dit is satire. Zo maak je slechte dichters belachelijk. Hier kan ik nog wel wat van opsteken – of dan in ieder geval de meeloper. Ik besloot meteen een optreden van deze Groningse Vondel te boeken.

Kunt u zich voorstellen hoe verbaasd ik was, toen ik eenmaal in de zaal naar hem zat te kijken. Diezelfde ochtend had ik nog gedacht: Myron Hamming, wat een grappige keuze! Een hilarische combinatie van een token black guy-naam als ‘Myron’ om racisme belachelijk te maken en van ‘Hamming’ als tongue in cheek-verwijzing naar zijn eigen hamsterachtig dikke wangen. Zelfspot staat bij mij hoog in het vaandel, dus weet dat ik er met de beste verwachtingen inging. Maar toen ik eenmaal zat en naar Myron keek, en werkelijk niemand lachte toen hij op plechtige toon het gedicht ‘soms wil ik me verstoppen / voor de wereld en gezien / worden tegelijkertijd’ voordroeg, realiseerde ik me dat ik dit keer de naïeveling was geweest. Myrons naam was schrikwekkend echt, en zijn gedichten ook. 

Terwijl het afschuwelijke besef bij me indaalde dat Myron ook een van die mensen was die zichzelf serieus nemen, werd ik tegelijkertijd op groteske wijze gewaar van de vorm van zijn penis, duidelijk afgetekend in de stof van zijn broek. Mijn paniek nam toe, maar Myron begon ongestoord aan het volgende gedicht: ‘maar misschien lukt het wel / maar misschien lukt het wel / maar misschien lukt het wel / maar misschien lukt het wel / maar misschien lukt het wel’. Lukte wat wel? Hier blijven zitten zonder opeens uit mijn stoel op te staan en met mijn hoofd vooruit tegen een muur aan te rennen? Hoe kan het dat niemand in de zaal lachte? Had iemand hier ooit gelachen?

De rest van de voorstelling herinner ik me als een waas; ik was waarschijnlijk te verbijsterd om nog externe prikkels te registreren. Nu ik weer veilig thuis ben en alle gebeurtenissen met een afstandje kan bekijken, kan ik opnieuw de humor inzien van Myrons gedichten. ‘vaak bleken het achteraf alleen / je eigen gedachtes te zijn / die je tegenhielden’. Zal wel wezen, maar Myron mag zich echt wel wat vaker laten tegenhouden door zijn gedachtes. ‘Het is niet erg om bang / te zijn, zonder angst / verliest moed haar / betekenis’. En woordgeslacht, blijkbaar, want ‘moed’ is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Achteraf gezien was het ook geen grap dat Myron zichzelf als ‘dyslectische dichter’ omschreef. 

Myrons gedichten zijn van zichzelf al zo grappig dat ik er niet eens meer een leuke grap bij hoef te bedenken. Misschien zou een makkelijker mens daar dankbaar voor zijn, maar het feit dat Myron Hamming ooit tot stadsdichter van Groningen is uitgeroepen, baart mij vooral zorgen. Wat is daar aan de hand? De burgemeester van Groningen – overigens ‘een maat’ van Myron – moest laatst aftreden omdat hij door een vrachtwagenchauffeur betrapt was op masturberen in zijn auto. Q.E.D. het is een idiote stad die een idioot volkje huisvest, maar zelfs dan is het moeilijk te geloven dat er in heel Groningen niemand rondloopt die een beter gedicht kan schrijven dan ‘verwacht niet er te kunnen zijn voor wie / je liefhebt zolang je voor jezelf / geen ruimte vindt’. Tot die persoon zich opwerpt, rest ons niets anders dan lachen. 

WF

Archief