Monthly Archives: januari 2015

Het is niet niks om 125 jaar oud te worden. Zo zat ik laatst tijdens een kerstdiner naast een 101-jarige en toen dacht ik al; nou nou, die is oud. Kunt u nagaan. Er is dan ook een hoop veranderd de afgelopen 125 jaar. 125 jaar geleden leefde Hitler bijvoorbeeld nog. Sterker nog als, hij nu nog steeds geleefd zou hebben, zou hij op dit moment ook 125 jaar oud zijn geweest. Ook had 125 jaar geleden nog niemand van Jody Bernal gehoord, of van marktwerking in de zorg.

Sommige dingen blijven gelukkig gewoon wat ze zijn. Neem nou Propria Cures. Wist u bijvoorbeeld dat PC al 125 PC’s, vouw om iedere jaargang een kekke neplederen kaft en ze krijgen een onweerstaanbare aantrekkingskracht, niet jaar lang meer gemeen heeft met lelijke
vrouwen dan u op het eerste gezicht zou denken? Een enkele onaantrekkelijke vrouw zal u in het voorbijgaan niet zo snel opvallen, tenzij ze het echt bont maakt, maar zet zes exemplaren samen op de foto en ze zien er opeens helemaal niet meer zo onaantrekkelijk uit. Precies zo is het met Propria Cures. Elk afzonderlijke nummer is net niet goed, net te flauw, te voor de hand liggend, misplaatst, achterhaald, of te gehaast in elkaar geflanst. Maar neem 125 jaar aan in de laatste plaats door alle beroemde oud-redacteuren waar iedere zittende redactie zich zo graag mee vereenzelvigt.

Het zijn deze grote namen, waaronder Menno ter Braak, Mensje van Keulen, J. Slauerhoff en Martinus Nijhoff, die maken dat PC al 125 jaar lang een instituut is om rekening mee te houden. Het zijn dezelfde namen, die, mits ze nog niet overleden zijn, door de huidige redactie keer op keer gebeld worden om hun voorleesavondjes op te komen luisteren.

Je zou bijna vergeten dat er voor elke beroemde oud-redacteur minstens tien roemloos ten onder zijn gegaan.

Is PC dan enkel een opsomming van literaire hoogvliegers? Wie deze mening is toegedaan doet het blad tekort. Zo is Özcan Akyol niet enkel een dramatisch slechte auteur, hij is daarnaast ook een omhooggevallen crimineel met een misselijkmakend narcisme en een microscopisch kleine zelfkennis. PC is niet alleen een handvol beroemdheden uit vervlogen tijden, het is ook een blad dat al 125 jaar principieel dusdanig wars is van rages en populaire cultuur, dat het maar goed is dat het nooit een succesvol blad is geworden, omdat het dan alleen nog maar over PC zou gaan in PC, in een prachtig literair droste-effect.

PC heeft nooit geprobeerd vernieuwend te zijn en dat is maar goed ook. Het is al lastig genoeg om überhaupt vernieuwend te zijn, laat staan dat je dit 125 jaar lang weet vol te houden. Van het begin af aan wist men bij PC waar je oud mee kunt worden: op goedkoop papier kankeren op alles wat je niet aanstaat. Het mooie aan dingen die je niet aanstaan is namelijk dat er zich telkens nieuwe van aandienen. Voeg aan het gekanker een aantal goede grappen toe, roer het geheel tot een vlot lezend stuk tekst en je hebt een recept voor een blad dat zo nog 125 jaar mee kan gaan, als de er tegen die tijd tenminste überhaupt nog geletterden zijn.

Het verachten van alle schijn, alle inhoudsloze pretenties, het doet denken aan Nietzsches Zarathustra die zich tot het volk went met de woorden: ‘Wehe! Es kommt die Weit des verächtlichsten Menschen, der sich selber nicht mehr verachten kann.’ De laatste mens kan volgens Nietzsche zichzelf niet meer verachten en heeft daarmee ook alle vermogen tot achting verloren. Want ook verachting is nog altijd een vorm van achting. Maar zover is het nog niet. Zover zal het pas zijn als bij PC het licht uit gaat.

Het is overigens wel te hopen dat er binnen afzienbare tijd nog een flinke oorlog uitbreekt, het liefst op wereldschaal. Hoe PC het namelijk in godsnaam de eerste vijftig jaar heeft weten te stellen zonder Tweede Wereldoorlog is namelijk nog steeds een groot mysterie. Geen dankbaarder onderwerp voor een ongepaste grap dan een WOII-verwijzing op zijn tijd, al begint deze formule na zeventig toch ietwat sleets te worden. En IS moet het wel heel bont gaan maken de komende tijd, om de grap ‘Als de Duitse oorlogsprestaties in 1941 een matig succes zijn, dan is Abu Bakr al-Baghdadi een gematigde moslim.’ over vijftig jaar nog te kunnen maken, al kan dat er natuurlijk ook aan liggen dat het nu al niet zo’n hele sterke grap is.

Archief