Daar ligt u dan, stilletjes zwetend op een slaapzaal in de StayOkay Amsterdam-Oost, wachtend op het begin van de rest van uw leven. Uw inkomen van de afgelopen drie maanden vakkenvullen in Albert Heijn Meppel-Centrum heeft u reeds overgemaakt aan de commissie intree; het resterende saldo heeft u gisteren uitgegeven aan een voordeelverpakking Durex-ribbelcondooms en een ‘negroni’ van negenentwintig euro. Maar met dat geld kunt u in Friesland toch niks, het maakt niet uit, het gaat nu allemaal gebeuren. Binnen twee weken ontmoet u een meisje met een neuspiercing en een schipperspet die u in de liefde in zal wijden; u zult mensen vinden met wie u Spinvis kunt luisteren en het bloedvergieten in Gaza kunt verafschuwen; u zult, met de harde kern van de intellectuele kring waar u binnen afzienbare tijd het middelpunt van zal vormen, een smaakvol ingerichte etage betrekken aan een stille watergracht. Op die etage zult u Chablis drinken, poëzie lezen, en hartstochtelijk afgetrokken worden. U valt in slaap.

Maar helaas: op de introductiedagen van uw bachelor ‘Global Interdisciplinarily Sustainable Political Art Studies’ is geen enkele schipperspet te bekennen. De mentor van uw intreegroepje, Chiang Long Siu uit Taipei, laat u in het café filmpjes zien van MMA-gevechten; uw overige Amerikaanse en Chinese groepsgenoten vinden u een ‘creep’, en willen het liefst zo veel mogelijk tijd op het Leidseplein onder invloed van Brabantse badkuipdrugs doorbrengen. U gaat naar een feestje van W.L.G. Unica, waar u voor lesbienne wordt aangezien door een dikke, Christelijk-homoseksuele Drs. P.-tribute act in een jurk: hij verkracht u (‘heen en weer / heen en weer’ zingt hij, al stotend). Tijdens uw eerste studieweek wilt u de emotionele weerslag van deze ervaring in een gedicht uitwerken, maar dat lukt niet, omdat u dom bent. U zakt voor wetenschapsfilosofie. Om de vijftienhonderd euro huur per maand van uw garagebox in Diemen te betalen, gaat u aan de slag als schoonmaker bij Saints & Stars.

Waar is toch het Amsterdam dat u zocht, het Amsterdam uit Bij nader inzien, of (laten we realistisch zijn, u bent achttien jaar en hebt waarschijnlijk in uw leven meer tijd doorgebracht in de comments van xvideos.com dan tussen de kaften van een fatsoenlijke literaire roman) De wetten en Niemand in de stad? Is er ook een H.E.B.E. waar het ontgroeningsritueel níet bestaat uit het beklimmen van de Zuiderkerktoren en er dertig keer ‘kankerneger’ vanaf schreeuwen, terwijl u lauw bier adt uit de penisprothese van de praeses? Nee. Dat Amsterdam bestaat niet. Wat wel bestaat, is PC.

Want u heeft in uw korte, trieste tijd hier precies één juiste keuze gemaakt: u heeft uw moeder een Tikkie gestuurd van €55, die u vervolgens volgens de instructies heeft overgemaakt naar de Stichting Propria Cures voor een jaarabonnement. PC is uw gids, uw baken, uw schild tegen al het achterlijke, lelijke en ondermaatse waar u door omringd wordt, het enige licht in uw donkere leven. Ook al weet u niet wie Femke Brockhus of Marja Pruis zijn, voelt u dat de zin ‘Femke Brockhus werd opgenomen in het leipe lesbo-clubje van Marja Pruis’ een diepe waarheid bevat. U bent overtuigd feminist, maar als u leest dat Margreet Fogteloo ‘nog het meest lijkt op een sigaret die tot een stompje is opgerookt, op straat is gegooid, en dan weer door een zwerver is opgeraapt en afgekloven’ gniffelt u stiekem – daarna maakt u uit schuldgevoel vijf euro over naar 133 Femicidepreventie. AP, WF, MAJM en IS beginnen een steeds groter deel van uw onderbewustzijn te dicteren, en als u weer eens op een regenachtige middag in september terug naar Diemen fietst (het gaat moeizaam, u slaapt slecht, herinneringen aan de boven u wiegende vetrollen van de Christelijke Drs. Papzak-Piemel in een jurk houden u wakker) ziet u eindelijk in dat u zo niet langer door kan, dat uw leven anders moet. U wordt PC-redacteur.

Maar dat gaat zomaar niet. PC-redacteuren nemen in het Amsterdamse studentenleven een bijzondere plaats in. U kunt zich dat studentenleven het best voorstellen als een grafiek met de assen ‘ordinair hedonisme’ en ‘vet gevonden worden door oude mannetjes in bepaalde cafés alsmede twintigjarige publiciteitsstagiaires bij Uitgeverij Pluim’, waarin PC de rechterbovenhoek bewoont. De meeste PC-redacteuren hebben in een aantal Noord-Afrikaanse landen een actieve fatwa uitstaan, soit, maar ze leiden ook een glitter en glamour-bestaan aan de top van de Nederlandse literaire apenrots, waar boekcontracten, open bar-uitnodigingen en gewillige (zij het op leeftijd zijnde) romanschrijfsters ze om de oren vliegen. U zult vast begrijpen dat wij die plaats met enige verve verdedigen: u moet uw redacteurszetel verdienen.

De meest traditionele manier om dat te doen is door u ongevraagd en woordelijk tegen ons aan te bemoeien: u stuurt een gedicht (over enge, op everzwijnen / zakken aardappelen / vrouwelijke terriërhonden / Nesciolezers lijkende cocaïneverslaafden bij W.L.G. Unica, bijvoorbeeld) of een stukje van om en nabij de negenhonderd woorden naar redactie@propriacures.nl. In het eerstvolgende nummer (of het nummer daarna: vanwege het hierboven genoemde ordinaire hedonisme hanteren wij een wat Sub-Saharaanse arbeidsethos) vindt u in de Correspondentierubriek een reactie op uw inzending, en daar kunt u maar beter voor gaan zitten. De eindredactie van PC bestaat uit een tiental aan elkaar vastgeketende studenten Nederlands die hun tentamen historische letterkunde niet gehaald hebben, en daarom voor straf een semester lang op 800 calorieën en tien ongevraagde manuscripten per dag in onze kelder moeten zien te overleven. Die hongerlijdende studenten mogen niks doen behalve sentimentaliteit, wijdlopigheid en het woord ‘echter’ uit uw stuk wegstrepen – anders worden ze door de redactie gefolterd met kleine zweepjes.

Als uw stuk als meeëter geplaatst wordt, vindt u het dus in sterk aangepaste en ingekorte vorm terug. Maar veel belangrijker dan uw stuk, waar sowieso waarschijnlijk weinig aan deugt, is de reactie die u in de correspondentierubriek krijgt. Staat er een scheldkannonade of een oproep tot zelfmoord, dan deelt u vanaf nu een ervaring met A.F.Th. van der Heijden, Tim Hofman en Doortje Smithuijse en kunt u het uit masochistische overwegingen nog een keer proberen, al is het verstandiger als u verdergaat met uw leven. Staat er Schrijft u nog eens wat, dan bent u vanaf nu een heel bijzonder jongen of meisje, en móet u het nog een keer proberen.

Behalve uw brute doch muzikale verkrachting bij het litterarisch gezelschap heeft u alleen nog niks van letterkundige waarde meegemaakt in de hoofdstad: uw bron is, zo men zegt, opgedroogd. Bovendien bent u sinds uw gedicht over de situatie in PC geplaatst is bezocht door een kleurrijke knokploeg, bestaande uit een aantal spoken van ondergedoken joodse kindertjes, een meneer met een extreem lange nek, een mevrouw met een koeiengezicht en een socialistisch glossytijdschrift, en een mevrouw met één arm, die (met neukbaar-zomergasten-intellectueel-lesbische dictie) vertelde dat ze kanker had, al oogde ze daar wel erg kwiek voor. Ze vormden samen toch een dreigend geheel.

U heeft dus om lijfbehoudstechnische redenen snel een nieuw onderwerp nodig, en gelukkig heeft PC speciaal voor creatief achtergestelden zoals u een format ontwikkeld: de Prijsvragen.

De PC-prijsvraag is, gebiedt de eerlijkheid te zeggen, een traditie die meer bestaat voor het plezier van de redactie dan de verheffing van de inzender. Het stramien is simpel: de redacteuren verzamelen ’s avonds in de woning van een op-een-of-andere-manier-literaire juryvoorzitter, lezen gezamenlijk alle inzendingen voor, en zuipen zich de grafkanker in. In de afgelopen jaren gebeurde dat onder andere bij bij de nieuwe bewoners van Sunny Home, het huis van Maarten Biesheuvel; Geerten Meijsing (die de redactie, door de oude hartpatiënt een vijftal trappen op te jagen, bijna zijn leven ontnam); en op de Groningse compound van Marte Röling, Alissa Morriën et al. (van die laatste tachtigjarige vindt u in dit nummer nog een prikkelend erotisch verhaal). Omdat stukken op volgorde van insturen behandeld worden, doet u er verstandig aan om uw stijl- en onderwerpkeuze aan te passen aan het beschonkenheidsniveau dat u vanwege de afstand tussen uw inzending en de deadline verwacht – een onmogelijke opgave, dus. Bent u nou echt te dom om uw eigen onderwerp te bedenken?

Enfin. Het PC-prijsvragenseizoen opent officieel in oktober, met de Kolomkompetitie, waarin u zich mag wagen aan de meest debielbestandige vorm die de letteren rijk zijn. In vijfhonderd woorden krijgt u de kans om te bewijzen dat u de juiste dingen belachelijk vindt, en dat u in staat bent om uw correcte standpunten te verwoorden op een manier waar wij geen herseninfarct van krijgen, en – nog veel belangrijker – om kunnen lachen. Het is nadrukkelijk verboden om iets te zeggen over Trump, Wilders, ChatGPT, Oekraïne, TikTok, de ontlezing, de televisieserie ‘Adolescence’, televisieseries in het algemeen, persvrijheid, de roman All Fours, of de stikstofcrisis – uw meningen daaromtrent mag u in uw mooiste lange zwarte jas verpakken en opsturen naar de Volkskrant-opiniepagina-jugend bij de Babel.

Maar u wordt het niet. Uw column over de mensonterende architectuur van Roeterseiland, waar u toeft omdat u geen fatsoenlijke studie heeft uitgekozen, wordt te licht bevonden. Dat ziet u in het Juryverslag, waarin alle inzendingen gerangschikt, ontleed en afgeserveerd worden. In het verslag staat dat WF, tussen teugen van zijn ‘skinny bitch’ door, uw tekst ‘warriger dan de ketaminepraat van een twink in een Reguliersdwarsstraat- wc’ noemde. En dat is eigenlijk wel zo. U heeft de laatste tijd andere dingen aan uw hoofd. Het geatomiseerde bestaan in de grote stad begint effect op u te hebben. U verwaarloost uw eigen. U drinkt te veel. Uw stijl, weet u, hoort de rechtlijnigheid van uw denken te reflecteren, moet de jeugdige blos op de wangen van uw tekst zijn, maar uw denkproces begint de afgelopen tijd pathologische trekjes te vertonen.

Want u ziet patronen. Gevels van grachtenpanden die tijdens uw lange fietstochten naar Diemen langs de randen van uw blikveld schieten, communiceren in geheimtaal met een diep, maar voor u onkenbaar deel van uw wezen. Weerszijden van ophaalbruggen roddelen over u. Tijdens uw nachtelijke wandelingen door de binnenstad krijgt u steeds sterker de indruk dat de ratten uw gedachten aan het bespreken zijn.

Heel zorgelijk, allemaal, maar uw vrienden bij Propria Cures zijn met iets veel feestelijkers bezig: de Kerstprijsvraag. Begin december nadert het gezellige oer- Hollandse kerstgevoel op de PC-redactie steevast het kookpunt. Vrome AP zit dan Psalmen te neuriën, met over haar haren een hoofddoek en tussen haar vingers een rozenkrans; holle bolle WF wrijft jolig over zijn buik en baard en deelt kousen uit aan straatkinderen; MAJM overdenkt het lijden in de wereld, maar legt zich erbij neer dat de zachtmoedigen het aardrijk zullen beërven; IS draagt een kerstmuts en eet stoofpeertjes. Zo’n exces aan barmhartigheid en mensenliefde moet natuurlijk niet té lang op de PC-redactie heersen: straks komt er nog een ongeluk van.

En dus organiseert PC al meer dan honderd jaar de kerstprijsvraag, bedoeld als uitlaatklep om de kerstkoorts van alle lezers en redacteuren van PC in goede banen te leiden. Om u in de geest van het joelfeest een handreiking te doen, bedenkt de redactie tien zinnen (vorig jaar onder andere ‘bij het uitpakken van de cadeautjes kon de Siamese tweeling niet lachen om de zaag’ en ‘het was een stille, heilige nacht, althans totdat Lamine naar buiten ging’) die u in een kerstvertelling moet zien te verwerken.

Maar u bent nu echt de draad kwijt. Uw manager bij Saints & Stars maakt zich zorgen omdat u geen zeepsop meer gebruikt: u rochelt met bleek en spuugt op de vloer. Voor de Kerstprijsvraag dient u geen verhaal in, maar een bewijsmap in kerstthema. U ziet onheilspellende verbanden tussen Drs. P, de waterstofbom, en het kruisigingsverhaal; u heeft documenten gevonden waaruit blijkt dat Wernher von Braun via dispuut W.A.S.T.E. in een vroeg stadium bij Propria Cures betrokken was; in een Utrechts café heeft een oud mannetje u gewezen op gelijkenissen tussen de iconografie van Forum voor Democratie, het vroege werk van Parmigianino, en de logo’s van bepaalde twintigsteeeuwse CIA-programma’s. U krijgt voor uw inzending twee punten; IS merkt in het juryverslag op dat u waarschijnlijk een vrouw bent, en noemt u een ‘domme zeug’. Ach.

Na de kerstprijsvraag is uw eerstvolgende gelegenheid om de redactie van uw kunnen te overtuigen de Keefmanbokaal, al heeft u wat dat betreft pech: deze wisselbokaal, de zeldzaamste onderscheiding die Propria Cures toe kan kennen, wordt maar eens in de vijf jaar uitgereikt, en u moet nog drie jaar wachten. De Keefmanbokaal is vernoemd naar de dichtbundel ‘Keefman’ van Jan Arends, een ouderwetse Amsterdamse gek die zich eind jaren ’70 zó opwond over een poëzierecensie die Robert Loesberg in PC over hem schreef, dat hij zich van de achtste verdieping van de Openbare Bibliotheek aan het Roelof Hartplein wierp.

Dergelijke uitingen van literaire moed passen natuurlijk perfect bij de poëtica van dit blad (leest Joost Oomen mee?), waardoor vijfenveertig jaar geleden is besloten om een prijsvraag als immaterieel monument voor onze schizofrene Amsterdamse Icarus op te tuigen. De jurycriteria van de Keefmanbokaal zijn net anders dan die van andere prijsvragen: waar een perfecte inzending voor de kolomkompetitie getuigt van humor, goede smaak, brede ontwikkeling, en een nobel maar geperverteerd karakter, getuigt een perfecte inzending voor de Keefmanbokaal van volstrekte waanzin, realiteitsafkeer, en dreigend maatschappelijk gevaar. Een goede winnaar van de kolomkompetitie zou het best nog eens tot PC-redacteur kunnen schoppen; een goede winnaar van de Keefmanbokaal moet, voor ons aller lijfbehoud, achter zo veel mogelijk elektrische hekken worden weggestopt. Misschien lag het dan ook aan de feilloze craydar van de jury destijds dat de vorige winnaar van de Keefmanbokaal (die overigens won met de hoogste score in de geschiedenis van de prijs) om een Jan Arendsachtige reden niet meer onder ons is. Afijn, het was in de kern een lieve jongen, al kenden we hem geen van allen echt. Hij schreef stukjes over zijn buurman die (vooral met de kennis van nu) ontroerend waren. Waarschijnlijk was hij daarom zo geliefd bij zijn medestudenten. De volgende winnaar van de bokaal heeft een aantal moeilijke gesprekken te voeren.

U doet er verstandig aan, is de les, om nooit te snel te oordelen: het menselijk raadsel blijft voor ons allen (zo zeggen de Amerikanen) ‘a tough nut to crack’. Helaas is oordelen wel precies de insteek van de volgende prijsvraag: sterker nog, op het spectrum tussen ‘beoordelen’ en ‘veroordelen’ begeeft het zich nadrukkelijk aan de rechterzijde. In de Recensieprijsvraag (die wel elk jaar plaatsvindt, en waarvan (voor zover wij weten) nog nooit een inzender op onnatuurlijke wijze is overleden) mag u iets of iemand recenseren. Wat is recenseren? Recenseren (kan Charlotte Remarque u vertellen) is een heel andere ‘ball game’ dan literaire kritiek: recensies (veredelde koopadviezen, dixit CR) worden geschreven door Bo van Houwelingen en de Consumentenbond, terwijl de Literaire Kritiek is voorbehouden aan mensen met een Literatuuropvatting (d.w.z.: een poo-ee-tie-ka) zoals blond beest Charlotte Remarque, Lodewijk Verduin, Arie Storm (toen hij nog een baan had) en die ene kale homoseksuele meneer van Andere Tijden, die het altijd aan de stok met Grunberg had.

Veel te moeilijk voor u, met andere woorden. U mag, spreekbeurtgewijs, vertellen waarom u iets leuk of kut vindt – liever het laatste. Een paar decennia geleden was het nog verplicht om voor de Recensieprijsvraag een boek te recenseren, maar het is onderhand gebleken dat de inzenders van tegenwoordig met hun door korte filmpjes afgeragde voorhersenen beter presteren als ze hun kritische pijlen richten op frituursnacks, ‘YouTubers’, ‘Ferdinand Lankamp’, of individuele medewerkers van boekhandels. U bent vast anders. U moet het zelf weten.

De laatste prijsvraag van het jaar, de P.C. Onthooftprijs, is ook de belangrijkste. Zoals u misschien reeds is opgevallen hebben de meeste stukken in Propria Cures een wat aanvallende, op het vervelendende af op specifieke personen gerichte strekking. Met een duur woord noemen oude mensen dat ‘polemiek’, onze oude mensen noemen dat ‘onthoofdstukken’. Bij de P.C. Onthooftprijs mag u zich aan dit genre wagen: u krijgt de opdracht uw pen tot een machtig zwaard om te smelten, en spreekwoordelijke vrouwenbesnijdenis uit te voeren bij uw vijanden.

Eindelijk schiet (hakt?) u raak. Vroeg in januari (u was op uw dieptepunt) komt u een vriend tegen, die u direct besluit in te lichten over het Meestercomplot waar u sinds kort slachtoffer van bent, de tekens, de patronen, de meneren met nekken die zo lang zijn dat ze het raam van uw appartement op één hoog in kunnen kijken. Uw oude vriend (Abdul) knikt begripvol en biedt aan om u mee te nemen naar hot yoga – en als u daar bent, lost alles op in zalig zweet. U begint dingen weer helder te zien. U moet genoeg proteïne eten, en weinig zuipen, en lekker slapen, en uitsluitend op fantasie masturberen. U schrijft een moordzuchtig onthoofdstuk over Carry van Bruggen.

In de Correspondentierubriek treft u een onheilspellende zin aan: Komt u eens langs. U stuurt een mail naar de redactie, en krijgt het verzoek om om 20.00 te verschijnen bij een donker en verlaten kantoorpand in Noord, met een vers stuk, een krat bier en een ontdoornde roos. Als u binnenkomt, is MAJM een gedicht over iets met een ‘convex mirror’ aan het declameren terwijl hij via zijn neus, mond en oren vijf sigaretten tegelijk probeert te roken. AP is origami aan het vouwen met zeldzame documenten uit het Van Gogh-archief. WF is bezig zijn snor in te smeren met bijenwas. IS vertelt over Bolaño.

Maar als u binnenkomt, verstomt de boel. Het licht gaat uit: u moet het met kaarsen doen. Het doel van dit treffen, begrijpt u, is overhoring. U moet uw eigen bewijzen. Wat weet u over de invloed van Willem de Kooning op John Ashbery? Is vroege Reve / late Reve wel een zinnig onderscheid? Heeft Adriaan Morriën echt zijn dochter geneukt? Wie was een grotere homo, Kaváfis of Auden? Wat is bij Whitman de functie van de opsomming? Kunt u tien holocaustslachtoffers opdreunen? En wie waren de laatste vijf bedpartners van Charlotte Remarque?

Uw antwoorden worden in stilte aangehoord. Na het kruisverhoor krijgt u het verzoek de ruimte te verlaten. U hoort gestommel en gegiechel. U wordt besproken, weet u, maar u moet niet weer paranoïde worden – die tijd ligt achter u. Hot yoga. U mag weer binnentreden – ook de kaarsen zijn nu uit. U hoort een spreuk, er wordt een ritueel bij u uitgevoerd. U bent meeloper.

En eigenlijk is daarna de rest geschiedenis. Uw meeloperschap is een ramp, u wordt continu afgekafferd en vernederd, maar u heeft nu uw coping: de downward dog bij veertig graden. Na zes maanden wordt u tot redacteur geslagen; in uw Intree rept u met geen woord over de perfide, onzichtbare machten die uw leven zo lang een hel maakten. Na uw redacteurschap debuteert u met een gelogen autofictionele roman; Marja Pruis vindt u ‘reactionair’. Maakt allemaal niet meer uit. U bent Amsterdammer. U denkt er nooit meer aan. Alleen af en toe.

de redactie

Archief