OM
Wat kwam er voor Noah? De schepping, de zondeval en een hele grote vloedgolf. En wat kwam er na Noah? De nieuwe schepping, ChatGPT, en Nanoah Struik. Op de achterflap van hun debuut Benin Boi staat dat Nanoah queeractivist is, spreker, podcastmaker, en de tweede persoon in Nederland die, in 2019, een x kreeg in hun paspoort. Op Nanoah’s cv, dat de redactie in handen heeft gekregen, staat verder dat hen de dertiende klant was van de Bakker Bart in Emmen en achtste werd bij de kleurplaatwedstrijd van de Emté in 2007. Verder heeft hen een zelfgekozen voornaam omdat hen een genderneutrale naam wilde hebben en een zelfgekozen achternaam omdat hen niet langer de achternaam van hun homofobe vader wilde dragen. Het enige wat ik daarover ga zeggen is dat hen, als hen dan zo nodig de naam van een schipper uit de mythologische oudheid moest kiezen, beter voor de naam Theseus had kunnen gaan.
Genoeg over Nanoahs naam, want Nanoah heeft het niet makkelijk: hen is gay, zwart, non-binair, trans, autistisch en kan niet schrijven. En mij is het alleen om dat laatste te doen. Want hoewel Atlas Contact vast liever een gay zwarte non-binaire trans autist had gehad die wel kan schrijven, is een gay zwarte non-binaire trans autist die niet kan schrijven het op een na beste. Daarom mocht Nanoah een memoir uitbrengen over hun zoektocht naar hun Zwart-zijn, hun queerness en hun Nigeriaanse afkomst. Wel koos Atlas Contact wijselijk voor een imprint, een soort schuilnaam voor uitgevers: Spring. Een eigenaardige naam, maar ik kwam er al snel achter dat het kort is voor ‘na-elke-zin-die-je-leest-wil-je-de-huid-van-je-gezicht-af-trekken-en-samenrollen-tot-een-koord-om-mee-te-springtouwen’. Maar dat past natuurlijk niet op de cover.
Nanoah schrijft namelijk dingen als: ‘Hier [in Nigeria] blijft de kus hangen in de lucht, onuitgesproken’. Het zet je aan het denken: communiceert Nanoah door te kussen, zoals de Khoisan volkeren met klikgeluiden? Of is Nanoah een van die mensen die ‘kus’ zegt, als ze hun liefde willen uitdrukken? ‘De queerness spat ervan af’, is ook een leuke, al is dat nog enigszins logisch, omdat queerness wel iets vloeibaars heeft, maar dan staat er verderop: ‘het ongemak spat ervan af, of in ieder geval, zo voelt het’, wat dan weer minder logisch is, want ongemak spat helemaal niet. Ongemak is juist heel taai en stoffig, een beetje als Turks fruit dat over de datum is. Maar Nanoah houdt het liever bij vloeibare metaforen: ‘de vooroordelen vloeiden net zo rijkelijk als de melanine in mijn huid’, ook weer zo’n mooie vergelijking, voor mensen die kanker een mooi gezwel vinden, althans.
Tijdens het lezen van hun memoir valt het al snel op dat hen niet over al te veel werkende hersencellen beschikt: hoewel Nanoah ernstig benadrukt dat hen vervroegd eindexamen Engels heeft gedaan en als een van de eersten AVI-uit was, beschrijft Nanoah steeds hoe hen Tiktoks kijkt terwijl hun partner boeken leest, en krijgt hen het voor elkaar om beide keren dat hen naar Nigeria afreist malaria op te lopen. Geen malariatablet innemen voordat je naar Nigeria reist is toch een beetje als meedoen aan een Grindr-orgie zonder van tevoren PrEP te nemen. Maar het ergste is nog wel dat, wanneer Nanoah het al 222 pagina’s heeft gehad over hun familieleden in Nigeria die namen hebben zoals Saturday, Joy en Patience, hen het lef heeft om op pagina 223 te schrijven: ‘Ik vermoed sinds kort dat die Engelse namen iets te maken hebben gehad met de Britse smeerlappen die Nigeria in de negentiende eeuw koloniseerden, maar daar weet ik verder het fijne niet van.’ Google het dan, Nanoah! En als je dan denkt: oké, maar misschien heeft hen dit geschreven zonder toegang tot het internet, denkt u verkeerd: op de volgende pagina beschrijft Nanoah hoe hen een Grand Theft Auto V-feitje opzoekt. Kwestie van prioriteiten.
Gelukkig is er iets bedacht voor mensen die na de AVI nooit meer een boek hebben opengeslagen en toch willen schrijven: Claude. Maar dat heeft Nanoah nog niet ontdekt, dus hen doet het met zijn dommere makkelijk te herkennen broertje, ChatGPT. Er staat op iedere pagina wel iets als: ‘Het [agender] bleek een term te zijn die onderdeel was van het non-binaire spectrum: geen man én geen vrouw. Of juist allebei. Dat klonk als vrijheid. Als ademruimte.’ Of: ‘Ik leg de [Keith Haring-]sokken klaar bij mijn outfit voor morgen. Ze zijn mijn stille, persoonlijke daad van verzet: mijn eerste stappen op Nigeriaanse bodem maak ik ongezien maar onmiskenbaar queer.’ Of, en voor deze passage was zo ongeveer de hele Victoriawaterval nodig om het datacenter mee af te koelen: ‘Maar dat glas is haar [de kat] grens: onzichtbaar, onverbiddelijk. En dat is meteen haar probleem: zij zit gevangen in mijn appartement in Den Haag, terwijl de vogels buiten vrij hun evenwicht bewaren. En juist die vrijheid maakt hen ongrijpbaar.’
Je zou kunnen zeggen dat er niets mis is met het gebruiken van AI voor een roman. We zijn ook niet boos op Rembrandt omdat hij de Nachtwacht met een kwast heeft geschilderd in plaats van met zijn vingers. Maar dat komt omdat Vermeer met diezelfde kwast iets heel anders zou schilderen. Het zit hem erin dat een tweede schrijver, laten we hen Voornoah noemen, met precies dezelfde soort zinnen zou komen, als hen AI op dezelfde manier zou gebruiken als Nanoah. Voor je het weet heb je dan ook nog een Tijdensnoah die dus ook weer precies in die stijl schrijft. Daar gaat je literatuur. En wie trapt er weer in? De witte millennials bij Atlas Contact: Marcella van der Kruk, in dit geval. Die heeft op haar studie Culturele Antropologie en Moderne Nederlandse Letterkunde geleerd dat je Zwart-zijn serieus moet nemen, dus ze houdt netjes haar lach in, doet het bovenste knoopje van haar mom jeans open omdat ze zo flatulent is in dit deel van haar cyclus en stuurt Benin Boi naar de drukker. Ik ben maar alvast begonnen aan de bouw van mijn ark: als de boekhandels overspoeld worden met nog meer -noahs drijf ik veilig op de drek, met op mijn boot twee giraffen en een kladblok. Misschien spelen we galgje.
OM
Benin Boi, Nanoah Struik.
Spring (echt niet Atlas Contact hoor), €22,99
We moeten het hebben over journalisten. Niet over hun verstreken of juist ongestreken overhemden en egomanie, of dat ze de hele werkdag staren naar het scherm met de live leescijfers van hun artikel in de kantine, nee, we pakken het probleem bij de atoomkern aan: hun taalgebruik. Ze kunnen niet spellen, gebruiken krukkige anglicismen en noemen alles, maar dan ook echt alles ‘kraakhelder’. Zowel de soep in het restaurant als de taal in de nieuwe roman of de muziek van een opera kraken van helderheid. Het is doortrapt: de lezer weet niet wat het betekent zonder dat de lezer het gevoel heeft dat hij niet weet wat het betekent. Als een currymaaltijd gemaakt met van die zerocalorierijst: achteraf zit je vol, maar energie om de trap op te lopen heb je niet. De allergrootste gelatinerijstkorrel in deze categorie, ik krijg er nu ook weer spontaan kippenvel van, is, mijn hemel, gaan deze woorden nu echt uit mijn pen komen, de volgende: ‘wat het betekent om’.
Zo geeft een schrijver volgens NRC weer ‘wat het betekent om als kind op te groeien met een rokkenjager’, en maakt een roman ‘aangrijpend invoelbaar wat het betekent om als vluchteling afgesneden te zijn van het land dat je lief is en ergens anders een nieuw leven op te bouwen’. Ja, je kunt kind zijn, opgroeien met een rokkenjager, of vluchteling zijn, afgesneden van het land dat je lief is, ergens anders een nieuw leven opbouwen, allemaal waarneembare bezigheden. Maar wat het betekent? Niets. Althans, niets meer dan wat het betekent om op dinsdag een boterham te eten.
Maar het wordt nog erger wanneer de zinsnede na een vorm van ‘onderzoeken’ staat. Een kop in NRC: ‘“After Us” is een spannende en wonderschone exploratie van wat het betekent om wél te bestaan’. Ik heb het even uitgezocht, maar ‘After Us’ is gewoon een theaterstuk voor mensen, en niet voor aliens die mogelijk niet weten hoe het is om te bestaan. Of neem de Filmkrant: ‘Passing (…) onderzoekt wat het betekent om als zwart persoon door het leven te gaan als wit.’ Prima, een filmmaker zou nog iets kunnen onderzoeken, maar een film niet. Een film is eventueel het resultaat van onderzoek, een film gaat gewoon ergens over. In dit geval over een omgekeerde chocoladezoen.
Maar het meest pedant is de constructie nog wel in combinatie met mens: ‘Ik denk dat geschiedenis ons vooral kan laten zien wat het betekent om mens te zijn’, stond laatst in NRC. De geschiedenis kan ons veel leren, maar juist niet wat het betekent om mens te zijn. Mensen uit de geschiedenis zijn namelijk niet. Je als levend mens tot de dode mens keren om te vragen wat het is om mens te zijn is als Abdelkader Benali die aan A.F.Th. van der Heijden vraagt hoe het is om (wat het betekent om) een lage rusthartslag te hebben. In de Volkskrant gaat het zelfs over een ‘zoektocht naar de vraag wat het betekent om mens te zijn’. Een zoektocht naar een vraag is al absurd natuurlijk: als je je vraag kwijtraakt zal die niet zo belangrijk zijn geweest en hoef je daar geen zoektocht voor op touw te zetten. En dat blijkt, want die vraag is dus wat het betekent om mens te zijn. Als dat je vraag is raad ik je aan een dozijn Gillette-scheermesjes in te slikken en te stoppen met mens zijn, dan hoef je je ook niet meer af te vragen wat dat precies betekent.
Nu denken jullie natuurlijk, heremijntijd, wat een mierenverkrachtend geneuzel van die OM. En daar hebben jullie helemaal gelijk in. Het gaat er niet om wat er niet staat in zo’n zin, het gaat erom wat er wel staat: namelijk niets. En dat is irritant. Journalisten zijn er om ons iets uit te leggen. In klinkklare kraakheldere taal. En als ze dat niet kunnen, moeten ze nog even goed bij zichzelf nagaan wat het betekent om journalist te zijn.
OM
Een Wallace-themanummer? De WhatsApp-groep van de redactie ontploft: ‘gonna be huge’, zegt de een, ‘can’t say it’, zegt de ander, ‘big’, zegt de volgende, ‘been saying’, zegt de een weer, ‘let’s get it said’, zegt de tweede. Tja, kan, denk ik, maar waarom? Ik heb dat kleimannetje nooit iets literair-satirisch horen zeggen. Altijd dat gepicknick op de kaasmaan, maar ondertussen mislukken al zijn uitvindingen. Gromit, die is een stuk slimmer, daar zouden we het eens over moeten hebben, dat zien die lui dan weer niet in. Maar goed, ik heb ooit een toespraak gelezen van hoe-heet-die-gast-ook-alweer, over een saai leven hebben en je dan moeten inleven in je domme medemens omdat je eigen leven dan leuker wordt ofzoiets. Iets met vissen en actief besluiten niet iedereen een idioot te vinden. ‘Dit is water’, zeg ik daarom acht keer tegen mezelf, en ik app terug: ‘leuk idee, jongens!’
Een vlaag van ellendigheid overvalt me vrijwel direct: moeten schrijven over een wipgeneuste kaasvreter is niet wat ik me had voorgesteld van mijn redacteurschap. Waar begin je, met zo’n figuur? Ik besluit me in hem in te leven en een cracker met Yorkshire Wensleydale te eten bij de thee vanmiddag. Maar in de supermarkt blijken alle blokken kaas er zweterig uit te zien. ‘Sorry, we krijgen de koeling niet meer aan de praat’, zegt een medewerker die me de vochtige Wensleydales ziet inspecteren. Dat zo’n inteeltjosti aan een contract komt. Hoe moeilijk is het om een stuk kaas koud te houden terwijl het buiten vriest? Maar die bezwete kazen doen me wel ergens aan denken: het voorhoofd van die schrijver waar al die deugjongens zo weg van zijn. Walter Falcon uit Dallas was het, volgens mij.
Met in mijn handen een pak crackers en een netje Babybellen, knappe jongen die een Babybel weet te bederven, sluit ik me achter aan de rij. Voor me staat een Amerikaans stel, een man met een hoofd als een beitel en een vrouw die eruitziet als een emmer. Zo traag als een slak met een verdraaide meniscus laden ze hun boodschappen op de lopende band. In de gaten die tussen de producten ontstaan zou ik al mijn aankopen kwijt kunnen. Een eerste neiging het stel onder de oksels te kietelen houd ik in bedwang. Een tweede neiging ook. ‘Dit. Is. Wa. Ter.’ Ik bijt op mijn wangen en proef bloed. Ben ik een goed mens? Nog wel. Houd dit vast. Wil ik wel een goed mens zijn? Als dit is wat ervoor nodig is, twijfelachtig.
Dan ben ik eindelijk aan de beurt. De cassière steekt haar Baker-Miller-roze nepnagels in een van de waxkaasjes. ‘Latisha’, roept ze door de voordeelsupermarkt met een stem die de absolute stem van de dood is, ‘hoe duur is… dit?’ Ze houdt het netje als een trofee omhoog en kauwt in afwachting van Latisha’s respons met open mond op een stuk gom. Ik moet denken aan een studie die aantoonde dat er meer poepbacteriën onder acrylnagels blijven zitten dan onder natuurlijke nagels. De geperforeerde huid van de Babybel zal geen weerstand bieden tegen de eencellige E. Coli’s, die zich vervolgens, al smullend van de witte kaas, elke twintig minuten in aantal verdubbelen. Kon ik me elke twintig minuten maar in aantal verdubbelen, sabbelend op maagdelijk zachte kaas, en ondertussen iedereen uitroeien. Dan zou de wereld een betere plek zijn. Maar het is water. Ik kies ervoor het betekenisvolle, het mystieke van de situatie inzien, de Vomar is als moeder aarde, Latisha is Maria, water, het is water, ook kankercellen hebben water nodig.
Buiten houdt een meisje met een iPad in haar hand me tegen. ‘Hoi, heeft u even de tijd voor de kindertjes met honger in Zuid-Soedan?’ Haar frivoliteit is ongepast, ze weet het, maar nee zeggen is nog veel ongepaster, dat weet ze ook. Met die ene vraag sluit ze me op in een kooi en gooit ze het sleuteltje weg. Al snel laat ze zakjes superpindakaas zien om uitgemergelde kinderen mee aan de praat te krijgen. Ik rochel iets op en laat het in mijn mond heen en weer gaan. ‘Met drie keertjes vijftien euro kunt u twee hele kinderen helpen’, zegt ze. Ik wil het meisje vragen of kinderen met honger wel zo heel zijn en of ik niet een gehalveerd tarief kan betalen voor een zwaar ontvleesd kind. ‘Ik zoek vandaag tien mensen die mij willen helpen en ik heb er al negen gevonden!’ Mijn wangzakken zuig ik naar binnen om zoveel mogelijk speeksel bij de rochel te voegen. ‘Kan ik uw naam erbij zetten?’ Ik open mijn lippen en breng mijn tong op spanning om de rochel met grote kracht naar buiten te stuwen. Maar dan denk ik toch weer: dit is water dit is water dit is water en slik ik de rochel door. Geniaal eigenlijk, die godverdegodver-hoe-heet-die-nou, kunnen we daar geen themanummer over maken?
OM
Dit is water, David Foster Wallace.
Koppernik, €15