MM

De archaïsche verwachting dat een minister of staatssecretaris toch wel verstand zal hebben van zijn of haar portefeuille, stamt uit een tijd waarin Halbe Zijlstra nog niet bestond. In 2010 werd Zijlstra op cultuur gezet omdat er wat vuil werk moest worden opgeknapt. Halbe was volgens velen, maar vooral volgens zichzelf, de aangewezen persoon om de cultuursector met cirkelzaag te lijf te gaan. ‘Als je weinig van cultuur weet kun je goed afstand houden’, meende hij. Zijlstra’s manier van afstand houden manifesteerde zich bijvoorbeeld in het niet weten van wie het schilderij was dat jarenlang in zijn werkkamer hing: ‘“Díe wil ik hebben”, riep ik. Dat is waar het bij kunst om gaat. Ik ben niet van de namen; kunst is smaak, je moet er blij van worden, het moet je energie geven.’

Van op vakantie gaan krijgt de kersverse minister van Buitenlandse zaken ook energie. Halbe ziet zichzelf als een geboren kosmopoliet. Zo schreef hij ooit op zijn website, die vermoedelijk door de VVD uit de lucht is gehaald: ‘Reizen? Ik ga graag op vakantie en heb inmiddels landen als Nieuw Zeeland, Indonesië, Mexico, Venezuela, Caribische gebied [sic] en de VS bezocht. Ook maak ik graag stedentrips, bijvoorbeeld naar Parijs, Budapest, Rome, Berlijn, New York en San Francisco.’ Zijlstra gaat er prat op dagelijks de New York Times en de Financial Times te lezen. Dat hij alleen de Sudoku’s maakt wordt door de VVD angstvallig verzwegen. Ernstig schrijft hij over die ene keer, toen hij in Colombia was en het hotel tegenover het zijne ontplofte: 36 doden. ‘Wat hebben we het in Nederland toch goed.’ Af en toe laat hij in een zin nonchalant een voormalige, exotische woonplaats vallen: ‘Het terugtreden uit de raad leidde echter niet tot desinteresse in de politiek. Integendeel, ik verstuurde vanuit mijn woonplaats Mexico City zelfs ingezonden brieven naar het Utrechts Nieuwsblad.’ Of: ‘Voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 heb ik echter aangegeven dat ik niet langer een baan en politiek wilde combineren. Ik werkte namelijk weer in het buitenland (Londen).’

Halbe Zijlstra draagt het masker van de kosmopoliet met de onhandigheid van een roodverbrande imperialist van boerenafkomst. Alles aan hem lijkt het jammer te vinden dat hij tijdens zijn dienstreisjes straks geen tropenhelm op mag zetten en dat de draagstoel voorgoed is afgeschaft. Vooral de portefeuille ontwikkelingssamenwerking is hem op het lijf geschreven. De zin ‘kijk eens hoe mooi we dat hier voor die mensen hebben gedaan!’ zal hij bij het inspecteren van een nieuw basisschooltje om de minuut laten vallen. Bij gebrek aan echte koloniën zal Zijlstra zich straks toch moeten richten op de overzeese gebiedsdelen die ons nog resten. Gelukkig is er op Sint-Maarten een hoop te doen.

Het is vooral spannend hoe Zijlstra zijn diplomatieke taak zal gaan invullen. Na de polyglot Timmermans en backpackminister Koenders krijgen de buitenlandse ministers straks een man op bezoek die vermoedelijk alleen in het Esperanto kan boeren. Misschien is dat juist de reden waarom Halbe Zijlstra door de VVD naar voren is geschoven. In het regeerakkoord staat dat er ‘diplomatieke actie’ zal worden ondernomen tegen ‘landen die niet meewerken aan het opsporen van de daders van vliegramp MH17’. Het is misschien de enige manier om de Russen te bestrijden: door wrecking ball Zijlstra op ze los te laten. Desondanks voorspellen Zijlstra’s ideeën over de aanpak van tirannieke leiders niet veel fraais. ‘Je moet er zaken mee kunnen doen’ is kort samengevat zijn pragmatische VOC-mentaliteit. Bovendien schijnt hij Poetin al eens ontmoet te hebben.

Althans, dat beweert de VVD. Zijlstra zou een speciale band met Rusland hebben: als jonge ondernemer zou hij ooit zijn uitgenodigd in het Russische buitenhuisje van Poetin, samen met Shell-topman Jeroen van der Veer. Dit gerucht was voor de VVD genoeg reden om Zijlstra naar voren te schuiven als gedroomd minister van Buitenlandse zaken. Vorige week zei Jeroen van der Veer echter dat hij meermaals in Poetins datsja is geweest, maar dat hij er Zijlstra nooit is tegengekomen. Dat roept natuurlijk een hoop vragen op. Hoe groot was de datsja wel niet? En hoe druk was het daarbinnen? Om zijn kosmopolitische imago te sparen, trok Halbe haastig een rookgordijn op. Hij wilde ‘bevestigen noch ontkennen’ dat hij als ondernemer ooit in een buitenhuis met Poetin was. Wat is hier in godsnaam gebeurd? Drie mogelijke scenario’s:

Eén. Zijlstra was daadwerkelijk in Poetins datsja. Hij arriveerde een dag eerder dan Jeroen van der Veer en had zo het privilege zijn eerste avond in het exclusieve gezelschap van Poetin door te brengen. In een poging een woordje Russisch te spreken, beledigde hij achtereenvolgens de gastheer, de overleden moeder van de gastheer, de afwezige vrouw van de gastheer en de zwarte labrador van de gastheer. Poetin liet wodka aanrukken om de tijd met een drankspelletje te doden, en na acht glazen braakte Zijlstra de eerder geconsumeerde borsjtsj uit over het antieke berenkleed op de vloer. Hij werd de kamer uitgesleept en buiten in de sneeuw gelegd. ’s Ochtends werd hij wakker in een bedstede. Hij besloot te beginnen in de nieuwe Dan Brown die hij op Schiphol had aangeschaft, en ving door de kier van de bedstee half het gesprek tussen Poetin en Shell-topman Jeroen van der Veer op.

Twee. Zijlstra was onderweg naar Poetins datsja, maar raakte verdwaald. Hoewel hij voldoende roebels op zak had voor een taxi naar de Chinese grens, mislukte zijn poging om een taxi aan te houden. Zijlstra besloot op zoek te gaan naar het busstation van Jekaterinenburg. Vier uur later checkte hij onderkoeld in bij een budgethotel. Nadat hij drie eenarmige Tsjetsjeense hoeren bij de deur van zijn kamer had weggestuurd belde hij huilend met vrouw Ingrid. Ingrid boekte een retourticket en zes uur later zat Halbe alweer in het vliegtuig naar huis.

Drie. Zijlstra is nooit in Poetins datsja geweest omdat hij al kaartjes voor Metallica had. Samen met zijn studievriend Kevin liep hij enkele kleine kneuzingen op in de pit. Maandagochtend vroeg men op kantoor of hij en Jeroen het leuk hadden gehad in Rusland. Halbe zei onder de indruk te zijn van de Russische gastvrijheid, maar wilde niets loslaten over zijn blauwe plekken.

Vooralsnog lijkt het tweede scenario het meest plausibel. Ook imperialisten zijn soms onhandige backpackers die naar moeder de vrouw verlangen. De tijd zal leren of Zijlstra het op zijn toekomstige reisjes droog weet te houden. 

MM

Hoewel de genetische jackpot niet bepaald op zijn naam is gevallen, schijnt het niet makkelijk te zijn om Yernaz Ramautarsing te versieren. Vele Hindoestaanse vaders hebben hun dochter ooit gedwongen om jacht te maken op de meest pientere telg uit de welvarende Ramautarsing-clan. Grootmoeders offerden complete bloemencorso’s en wierrookstallen aan de godin van de liefde, ouders verkochten hun auto en bankstel om voor een goede bruidsschat te zorgen. Het mocht allemaal niet baten: telkens wanneer knappe meisjes hem meevroegen naar een Bollywoodfilm, toonde hij zich zo geïnteresseerd als een castraat met bindingsangst. Hij liet een geringschattende blik over hun sari glijden en mompelde dat hij vanavond al met Ayn had afgesproken.

 

Yernaz Ramautarsing ligt het liefst in bed met een dode Russische vrouw. Als hij moet kiezen tussen zijn moeder of Ayn Rand, kiest hij voor Ayn Rand. Met de onstuimigheid van een verliefde puber en de rekkelijkheid van een Mormoon wijdt hij zijn leven aan de vrouw en haar gedachtegoed. Al sinds zijn eerste zaadlozing ziet hij het als zijn roeping om het politieke geweten van de Nederlander met het gedachtegoed van de Russin te impregneren. De CU2-pagina die hij ooit aan zijn heldin wijdde heeft hij inmiddels omgebouwd tot officiële fansite, en ook zijn beruchte facebookpagina ‘Linkse indoctrinatie op mijn universiteit’ is niet meer dan een verkapte poging om zelf ook jonge mensen te indoctrineren. De meeste interviews die hij geeft, gaan, na het uitwisselen van enkele beleefdheden, van begin tot eind over Rand, en wanneer dat niet zo is, dan gaan ze over mensen die beter naar Rand hadden moeten luisteren. Margaret Thatcher? Niet slecht, maar ze had wel wat grondiger mogen privatiseren. Donald Trump? Een stap in de goede richting, maar als Yernaz zelf president van Amerika was, zou hij het land ‘meer in de richting van het kapitalisme duwen’.

 

De meeste marxisten genieten van het feit dat Ayn Rand, die pleitte voor het opdoeken van de verzorgingsstaat, er aan het einde van haar leven voor koos om een ziekte-uitkering en een sociale zorgverzekering aan te vragen. De objectivistische doctrine is vooral leuk als je niet aan longkanker en teruglopende verkoopcijfers lijdt. Desondanks hield Rand ook op haar sterfbed nog nukkig vast aan haar gelijk. Zo is het eveneens merkwaardig dat haar apostel Ramautarsing blijft pleiten voor een kapitalistische survival of the fittest. Als afstammeling van door het kapitalisme uitgebuite koelies zou Yernaz toch zijn vraagtekens kunnen zetten bij concepten als loonslaven, zelfverrijking en grootgrondbezit. In plaats daarvan ziet hij het als een rechtvaardigheid van de natuur: er is namelijk een verschil in IQ tussen volkeren en dat is wetenschappelijk bewezen. Eugenetica? ‘Dit doet mij geen plezier, eerder pijn. Ik had ook graag gezien dat het anders was, dat zwarte mensen hyperintelligent waren, dat Surinamers het hoogste gemiddelde IQ van de wereld hadden. Maar het is niet zo.’

 
Baudet hoopte met de benoeming van Ramataursing als kandidaat voor de gemeenteverkiezingen van Amsterdam in één keer van alle aantijgingen over racisme en misogynie verlost te zijn. Op het eerste gezicht leek het geen slecht idee: een kandidaat waartegen Gloria Wekker wat bleekjes afsteekt, die ook nog eens zweert bij het gedachtegoed van een vrouwelijke filosoof, zou de jammerklacht van de elite moeten verstommen. Het probleem is echter dat Yernaz aan oikofobie lijdt. Als er iemand is die Suriname een bananenrepubliek vindt, is hij het. ‘De westerse cultuur is een superieure cultuur’ legt hij een hindoestaanse interviewer uit. Op een Surinaamse radiozender windt Yernaz zich op over de Surinaamse mentaliteit om alles wat Surinamers in Nederland doen van applaus te voorzien. Om zijn aanklacht kracht bij te zetten neemt hij een kwartier de tijd om in te hakken op de Afro-Surinaamse Sylvana Simons. ‘Daar heb je weer zo’n arrogante koelie’ zie je de rest van de
mensen in de studio denken.

 

Als het niet zo voorspelbaar was, was het grappig: Baudet heeft een Surinamer in dienst genomen die openlijk impliceert dat zwarte mensen dommer zijn dan witte. In de toekomst kan hij ieder debat met een ‘Ze zeggen het zelf!’ om zeep helpen. Eerlijk is eerlijk: het scheelt hem vast een hoop werk. Ook in de kolonie was de Nederlander al gecharmeerd van de ijverige hindoestaan. Yernaz, echter, doet er nog een schepje bovenop. Ayn Rand fluistert hem in dat mensen met een laag IQ niet alleen minder rijk worden, maar dat dat ook nog eens rechtvaardig is. Het is Baudets ultieme kerstcadeau: een oikofobe Surinamer die zijn hele wereldbeeld bevestigt en daarbij als kers op de taart een nog vreemdere haargrens heeft dan hijzelf. Nu enkel een vrouw erbij die zo dik is dat zijn beginnende buikje wegvalt op de foto’s, en hij is gelukkig. Oh nee, die vrouw was er al.

 

Het Forum voor Democratie is de partij van de liefde, maar wel van de voorwaardelijke liefde. Diversiteit is een groot goed, maar je moet je huidskleur met een hoog IQ compenseren om toe te mogen treden tot de B.V. Nederland. Zelfs het Mensa-genootschap selecteert minder hardvochtig aan haar poorten. Het is de vraag of Yernaz ooit doorkrijgt voor welke racistische praalwagen hij is gespannen. Het zou al zijn beweringen over het gemiddelde intelligentiequotiënt van zwarte mensen in één ruk ontkrachten. Vooralsnog kijkt hij lichtelijk bezeten naar de maan terwijl hij een eerste druk van The Fountainhead tegen zijn borst gedrukt houdt. Maar laten we blijven hopen.

MM

Het feit dat de verschijningsdatum van een roman januari 2018 is, is maar een zwak argument om die roman niet al in oktober 2017 te recenseren. Vooral wanneer de voorspelbaarheidswaarde van het boek zo groot is dat zelfs Maurice de Hond zich ermee door zijn mondeling Nederlands zou bluffen. De laatste keer dat Leon de Winter iemand verraste, was het waarschijnlijk zijn vrouw Jessica Durlacher met een midweekje Tel Aviv. Voor de rest lijkt hij iedere week simpelweg op de rode knop van zijn automatische column-generator te drukken, die na wat gebliep en gepruttel vierhonderd woorden uitspuwt. Er zitten vier schuifjes op het apparaat, die Leon al naar gelang van zijn humeur en het wekelijkse aantal doden door islamitisch terrorisme iets naar boven of beneden duwt: complottheorie, rassenleer, falend Europees beleid en de waarde van zijn huis in Bloemendaal.

 

Voor iedereen die de ouderwetse mening is toegedaan dat een abonnement op het lijfblad van Arthur Seyss-Inquart ook in 2017 nog niet bon ton is, kan zich voor een ingedikte weergave van Leons Telegraaf-columns tot twitter wenden. Leons tweets zijn ofwel complottheorieën over de Nederlandse overheid die samenspant met moslims, ofwel hijgerige complimenten aan het adres van joodse Nobelprijskandidaten of jeugdige islamcritici. Aan de diabetespatiënt die afgelopen zomer een ongeluk veroorzaakte op het stationsplein in Amsterdam wijdde De Winter zestien tweets: ‘Heeft hij gevast? […] Jokt politie een beetje? […] Is de politie gek geworden? Of wil men dat wij dat zijn?’. Over Harvey Weinstein, toch een soort Leon the Winter gone wrong, tikt hij er maar twee: ‘Totale schok! Nooit eerder gebeurd! Uniek in Hollywood! Filmproducent maakt misbruik van zijn macht en dwingt seks af! […] De hypocrisie van geschokte sterren…’ Als een man op dezelfde magere, blonde vrouwen met acteerambities valt en ook nog eens een begraven voorhuid heeft, dan schept dat natuurlijk een band.

 

Enfin, het boek. De titel luidt ‘De dood van Europa’. Alles wijst erop dat we hier te maken hebben met een echte De Winter. De omvang is gelijk de buikomtrek van de auteur in centimeters, de opdracht (Voor J., M. en S.) dient om de lezer te herinneren dat De Winter wel een echte familieman is. Vervolgens serveert Leon de amuse, een reeks citaten van drie pagina’s, die de leeslust dusdanig ondermijnt dat de lezer zich tweemaal naar de wc zal spoeden om ruimte te maken voor de rest van het menu. We lezen Oriana Fallaci in haar late jaren: ‘Europa is Europa niet meer, het is Eurabië, een kolonie van de islam, waar de islamitische invasie niet alleen fysiek vorderingen maakt, maar ook op geestelijk en cultureel niveau.’ We lezen het gal dat Brigitte Bardot als oud, rochelend besje richting Parijse banlieuebewoners spuwde: ‘Ik heb niet tegen een Frans Algerije gevochten om nu een Algerijns Frankrijk te hebben.’ En we lezen een hoop Leon de Winter zelf. Met dat postmoderne gedoe heeft hij niet zoveel op, maar intertekstualiteit naar eigen werk is natuurlijk altijd prachtig. Als klap op de vuurpijl volgt nog een plichtmatige lijkenparade waarin Theo van Gogh, Pim Fortuyn en Harry Mulisch weer even worden opgedolven en besnuffeld. Goede ideeën van onder de grond! Daarna is het twee pagina’s lang stil.

 

De lezer herpakt zich, zucht: ‘de kop is eraf!’ en denkt meteen: goed dat Leon deze niet hoort. We beginnen in hoofdstuk 1 en maken kennis met Europa Alexandrowna Ivanova, ‘blond, voluptueus, schor van het roken en zingen, harde drinker, wilde danser, twaalf ambachten en dertien ongelukken’. Zien we hem allemaal, lezers? De vrouw is een metafoor voor het continent! De vrouw Europa houdt van vrije seks, drankgelach en andere zaken waar moslims zweepslagen voor krijgen. En wat gebeurt er met Europa? Europa gaat dood! Het is nu aftellen tot de blonde, voluptueuze Europa – die hierna Ropa Ivanov wordt genoemd, want anders ligt het er wel erg dik bovenop, zelfs voor Leon de Winter – eraan gaat. De vraag is alleen: hoe gaat De Winter de asielzoeker die haar dood op zijn geweten heeft in zijn plot manoeuvreren?

 

Dat doet hij geheel op z’n De Winters: Ropa en haar vriend Matthijs hebben te vaak coke gesnoven en gaan afkicken in een het vakantiepark van de vader van Matthijs. Intussen stromen vluchtelingen Nederland binnen en verandert het vakantiepark in een lucratief azc. Dat gaat natuurlijk maar een paar bladzijden goed. En inderdaad: Ropa verdwijnt. Na een week wordt haar lichaam gevonden: ‘Tientallen messteken, een uitbarsting van blinde haat’. De rechercheur die het onderzoek naar Ropa’s dood moet leiden wordt natuurlijk tegengewerkt door politiek Den Haag, dat de affaire in de doofpot wil stoppen. Maar gelukkig zijn daar mannen als De Winter zelf, burgerwachten met twitter als enige wapen. De zaak ontspoort in de media, er worden azc’s in de fik gestoken, rellen en vechtpartijen slaan over naar het hele land, en natuurlijk probeert Den Haag de boel nog te redden, hetgeen uiteraard tevergeefs is. De Winter heeft weer een boek geschreven waarop hij zichzelf kan aftrekken.

 

Dat staat natuurlijk niet op de achterkant. In plaats daarvan staat er: ‘De dood van Europa is een ijzingwekkende roman over de gevaarlijke cocktail van maatschappelijke onvrede en migratie. Met meesterhand laat Leon de Winter zien hoe een schijnbaar onbeduidend incident kan uitgroeien tot een nationale revolutie.’ En: Nieuw Israëlitisch Weekblad: ***** ‘Angstaanjagend en afschuwelijk raak. De Winter bewijst opnieuw de Nederlandse Houellebecq te zijn.’ De Telegraaf: ‘Deze man verdient een sterrenregen. Wat een belangwekkend, grandioos boek!’ En tot slot, om ook de markt van Gutmenschen nog even aan te boren, De Volkskrant: ‘Geen […] oninteressante […] analyse van de huidige maatschappelijke […] problematiek. […] De Winter heeft weer een afschuwelijk […] ambitieus […] boek geschreven.’ Uitgeverij Hollands Diep, laat u dat recensie-exemplaar maar zitten.

MM

Leon de Winter, De dood van Europa. Hollands Diep, €19,99.

Vanaf 30 januari 2018 in de betere boekhandel.

Bezigheidstherapie heeft de mensheid opgezadeld met een oneindige berg literair restafval. Laatst vond ik het complete verzameld werk van Maarten Biesheuvel letterlijk op een vuilniscontainer. Gesigneerd, met onleesbare, vermoedelijk tijdens een manische aanval geschreven opdracht en daardoor zo onmiskenbaar authentiek. Op de kaft van een van de drie gedundrukte delen zat duivenpoep, en de motregen begon vat te krijgen op het linnen omslag. Zo’n laatste rustplaats gun je niemand, dus ik nam de dwalende loenatik mee naar het speciale plankje van mijn boekenkast waar ook Sylvia Plath, Pepijn Lanen en Bram Bakker in hun eigen tempo aan hun einde komen. Voor iedere schrijvende gek had ik hetzelfde gedaan, behalve voor Myrthe van der Meer.

 

Myrthe van der Meer vormt een aparte categorie binnen de psychiatrische ziekenboeg van de literatuur. Wie ooit een gesigneerde Myrthe van der Meer bij het grofvuil tegenkomt, doet er verstandig aan direct de crisisdienst te bellen en tien meter afstand te houden. De enige plek waar deze vrouw thuishoort, is in een zeer nauwgesloten dwangbuis. De psychiaters die haar behandeld hebben, zijn achtereenvolgens zelf manisch, bipolair en depressief geworden, de uitgevers die haar uitgeven waren dat al bij aanvang. Myrthe van der Meer heeft de gewoonte om zonder haar medicatie in te nemen in de gevarenzone van haar toetsenbord te komen, alwaar ze, door niemand tegengehouden, vrijelijk haar gang kan gaan.

 

Het is onwerkelijk dat de Volkskrant, in plaats van zich af te vragen waarom de vrouw vrij rondloopt, zich afvroeg of het niet leuk zou zijn om Myrthe van der Meer vier pagina’s lang haar nieuwe boek te laten samenvatten. ‘Myrthe van der Meer (pseudoniem)’ vond dat wel leuk. Waarom staat dat ‘(pseudoniem)’ daar toch altijd zo potsierlijk ironisch achter? En waarom heeft ze überhaupt een pseudoniem? Is het om het behandelend medisch personeel om de tuin te leiden? Alsof die psychiaters en verpleegkundigen ooit nog aan iets anders kunnen denken. Hoe het ook zij, volgens de Volkskrant heeft ‘M. van der Meer verschillende bestsellers op haar naam staan waarin ze de werking van de moderne psychiatrische kliniek blootlegde.’ Inderdaad, Myrthe van der Meer heeft aangetoond dat de moderne psychiatrie zoals we die kennen ontoereikend is. Met slechts enkele boeken heeft ze, zonder enige vorm van wetenschappelijk onderzoek, een geheel medisch discipline overtuigend failliet weten te verklaren.

 

Nu ze de psychiatrie ten dode heeft opgeschreven, verkent Van der Meer zoals het een borderliner betaamt de grenzen van haar jachtterrein. Volgens de Volkskrant stuitte de uitbehandelde patiënte tijdens een van haar vele dwangneuroses al spoedig op een nieuw onderwerp: ‘Het idee ontstond toen ze haar boekenkast ordende en zich afvroeg waarom er honderden boeken zijn over het houden van katten, honden en paarden, maar geen enkel boek over het houden van mannen.’ Het op kleur sorteren van een boekenkast lijkt een onschuldig vergrijp, net als het neerkalken van inspirational quotes op een muur, maar onderzoek heeft aangetoond dat beide handelingen opvallend vaak uitgevoerd worden door mensen met afwijkingen in het schizoïde spectrum. Tot zover geen verassingen. Wel een verassing: ‘Van der Meer houdt op dit moment een paard, twee pony’s en een man.’ Je zou die arme ziel maar wezen: in plaats van een diepe dankbaarheid voor alle keren dat je haar moest complimenteren nadat ze schuimbekkend de boekenkast op kleur had gesorteerd, krijg je een boek waarin je soort belachelijk wordt gemaakt.

 

Als Van der Meers nieuwe boek een kleinkunstvoorstelling was geweest, dan werd de avond enkel bezocht door het publiek dat ook naar Sara Kroos gaat. Vrouwen tussen de dertig en veertig die hun afwezige gevoel voor humor verbergen door op hoge, griezelige toon uit te halen na precies de grappen die daar het minst om vragen. Het type feminist dat woedend wordt wanneer een man een boek over het houden van vrouwen schrijft, maar een hol, boosaardig ‘net goed’ laat klinken wanneer de rollen omgedraaid zijn. Het houden van mannen – veldgids voor de praktijk is nog niet verschenen, maar het inkijkje dat de Volkskrant de lezer gunt is even veelbelovend als de aanblik van een massagraf: ‘Vacht: beperkt zich tot bepaalde delen van het lichaam. Over het algemeen kort.’ ‘Rui: verhaart weinig tot niet. Pas op latere leeftijd verliest de man meer haar. Dit groeit dan niet meer terug.’ ‘Aandacht: weet zich over het algemeen overdag zelfstandig bezig te houden en vraagt relatief weinig aandacht. Een deel is vooral ’s nachts actief. Allergie: ook geschikt voor gezinnen met een allergie.’

 

Hoewel er vaak beweerd wordt dat de grens tussen genialiteit en waanzin a thin line is, lijkt het geval van Van der Meer het omgekeerde aan te tonen. In haar periodes van relatieve helderheid komen er dusdanig veel flauwe en belegen ideeën uit haar koker dat je haast vermoedt dat de redactie van Kopspijkers! er achter zit. ‘Gelukkig bestaat er nog één soort garantie waarmee de man voor totale verwaarlozing behoed kan worden: in de meeste gevallen kan een man die niet meer voldoet – zelfs tot jaren na aanschaf – achtergelaten worden op de stoep van de fokker.’ Omgekeerd zou je dat eens bij de ouders van Myrthe van der Meer moeten proberen: daar draaien de ijzeren rolluiken als ze haar op de bewakingscamera’s zien aankomen meteen naar beneden. De fokker kent zijn gebroed als geen ander.

 

MM

Plunder nu uw messenblok en doe mee aan de PC ONTHOOFTPRIJSVRAAG.

Het is zover: nu u, na het volgen van twee maanden verkiezingstelevisie, in geestelijk opzicht nog naar behoren lijkt te functioneren, mag u middels het aankruisen van het juiste hokje blijk geven van uw gezonde verstand. Ook als u, na het ongelukkige toeval drie keer in een interview met Mona Keizer te zijn gevallen, de weg kwijt bent, kunt u gewoon een poging wagen. Is niet Mona Keizer de reden van uw beperkte verstand, maar is dat een zuurstoftekort bij uw geboorte, of een sangriaverslaving van wijlen uw moeder? Geen man overboord! Ook u bent uitgenodigd voor de polonaise van de democratie!

 

U kunt dit feestje vieren door te stemmen op de VVD. Een goede keuze. Als de VVD wederom plaatsneemt op het pluche, staat u ook over vier jaar niet in de file. Misschien staat er dan wel een erehaag van kinderen met stormmeeuwen op hun matrozenpakjes langs de weg, maar daarvan is nog nooit iemand te laat op z’n werk gekomen. Tijd is geld, dat weet een VVD-er als de beste. Daarom moet het invullen van de belastingaangifte voor hardwerkend Nederland makkelijker worden. Zo makkelijk, dat je je bonnetjes gewoon kunt weggooien, of ze tussen de buikplooien van Ton Elias kunt verstoppen. Als daar nog ruimte is, tenminste.

 

Vertelt u uw vrouw ook altijd wat zij moet stemmen? Overweegt u dan eens het CDA. Respect voor vrouwen komt uit de joods-christelijke traditie, dat is al duizenden jaren zo. Of in ieder geval tientallen. Bent u zelf misschien een vrouw? In de tijd dat u zo’n stemwijzer invult, kunt u ook vijftien aardappelen schillen. Vertrouw dus op het hoofd van het gezin. Vrouwen doen bij het CDA volwaardig mee in de maatschappij: zij zijn bijvoorbeeld vrijwilliger, mantelzorger, of werkzaam als activiteitenbegeleider in een verpleeghuis. Vrouwen moeten, met dit drukke takenpakket, niet vergeten om doordeweeks de boodschappen te doen. Op zondag is de Albert Heijn, als het aan het CDA ligt, namelijk gesloten.

 

Bewaart u ook zulke warme herinneringen aan uw tijd als Erasmusstudent, toen u nog wodka dronk uit Spaanse navels en uw eerste biertje in het Esperanto bestelde? Besef u dan wel dat de Europese gemeenschap met de Italiaanse en de Française in uw campusbed mede mogelijk is gemaakt door D66. Graag gedaan. Maar ook nu u zich heeft voortgeplant met uw vroegere buurmeisje en uw gezin vrij riant in de Jordaan woont, kan D66 u nog van dienst zijn. U wilt toch wel dat Fleur en Sebastiaan straks in groep drie een academicus voor de klas krijgen?

 

Een andere mooie optie is de PvdA. Laat u door de media niet wijsmaken dat het niet zo lekker gaat, het gaat namelijk beter dan ooit met de partij. Wie stond er ook alweer achter in de peilingen, en werd vervolgens president van de Verenigde Staten? Wie werd eveneens verweten geen idealen te hebben, maar mocht niet veel later het Witte Huis betreden? Juist ja! Ook de PvdA wil een muur: eentje van stapels briefgeld, rondom het mediapark heen. Elk jaar 100 miljoen extra naar de publieke omroep, want die moet wel kunnen concurreren met de schotel!

 

Bent u ook links, maar komt u uit Brabant? Voor mensen als u is er een speciale partij opgericht: de SP. Dat staat voor ‘Socialistische Partij’. Socialisten zijn mensen die harder werken dan VVD-ers, maar acht keer zo weinig verdienen. Het salaris van de partijmedewerkers stroomt namelijk rechtstreeks de partijkas in. Misschien wilt u ook lid worden van de partij. U krijgt dan de biografie van Emile Roemer opgestuurd, die vol staat met interessante weetjes, partijliederen en spelfouten. Eindredactie vindt de SP een decadentie die is voorbehouden aan de 1%.

 

Wie weet denkt u dit jaar: ik wil eens op een zogeheten tweedegeneratie-Nederlander van niet-Westerse komaf stemmen. Bij GroenLinks kunt u kiezen uit Zihni Özdil, Nevin Özütok en Armağan Önder. Vindt u dat niet divers genoeg? Neem dan Jesse Klaver: Marokkaanse vader, Indische (en daar zit vaak ook Chinees bloed in!) moeder. Het kolonialisme en de gastarbeider verenigd in één mens, een fusion-gerecht van de bovenste plank. Tagine met loempia’s, tabouleh met rendang – de kiezer vreet het toch wel.

 

Voelt u zich door al het bovenstaande niet echt aangesproken? Heeft u ook een mening over de publieke omroep, een hypotheek in Almere, een zoon bij de korpsmariniers, een dochter op handbal, een abonnement op de Panorama, een neger als buurman, een strippenkaart voor de sauna, een hond die op straat poept, een contact- en een stadiumverbod? Daar is helemaal niets mis mee! In tegendeel, de PVV vindt u een goede vaderlander en komt graag met u in contact. U kunt de PVV ontmoeten bij de dichtstbijzijnde dolfinaria en zeehondencrèches.

 

Heeft u nog steeds last van keuzestress? Wees niet bang. Het gaat om de handeling. Wat u ook zal doen, uw moeder en Tim Hofman zullen trots op u zijn.

 

MM

STEMMEN TE MOEILIJK?

U KUNT OOK GEWOON MEEDOEN AAN DE RECENSIEPRIJSVRAAG

Archief