Toen ik naar mijn werk fietste door de Zuid-Hollandse weilanden, zag ik tot mijn genot een haas over het fietspad rennen. Mijn vreugde was van korte duur, omdat ik zag hoe het arme beest in bruin-rode stroken uiteengereten werd, nadat het voor de lichtstraal uit mijn koplamp probeerde te vluchten en zodoende noodlottig de dorstrommel van een verderop aanwezige landbouwmachine inhupste. Omdat mijn huisarts, Dr. Noodles, altijd zegt dat lachen het beste medicijn is, besloot ik deze traumatische gebeurtenis te verwerken door het nieuwe boek van Abel van Gijlswijk te kopen.
Nadat Scheltema, Athenaeum en drie Leidse boekwinkels me hadden moeten teleurstellen, slaagde ik bij de Relay op Amsterdam Centraal; een winkel waar je naast occulte geschriften ook taartvorkjes in de vorm van wietbladeren en koffiekopjes met daarop ‘Hot mama’ kunt kopen. Voor iemand die anderen beschuldigt van het hebben van een ‘Ako-ideologie’ een markante distributiestrategie.
Zelfs als je de goede winkel te pakken hebt, is het boek moeilijk te vinden. De witte kaft met witte reliëfletters geeft het de allure van een door een spook volgespoten condoom of een zichzelf afwerpende slangenhuid. Tussen titel en auteursnaam bevindt zich een glimmend plakkertje, dat de zingende pygmeeën aan de lopende band van drukkerij Wilco scheef op mijn editie hebben aangebracht. Een zilveren ring aan de hand van een albino-aap.
De darmen, bloedvaten en pezen van die aap bestaan uit drie delen met respectievelijk witte, grijze en zwarte pagina’s. Interessant genoeg is elk deel korter dan het vorige. Misschien ontgaat me hier de esoterische symboliek, maar het lijkt erop dat de monocle-en-hoge-hoed-dragende industriëlen van Das Mag, Abels nationalisering van de drukinkt een halt toe hebben willen roepen. Ik begrijp ze volledig, zij zagen hun winstmarge natuurlijk al verdampen door zinnen als ‘chaos is de enige legitieme ordening’, zelfs al zouden ze die afdrukken op hergebruikt bakpapier. Leuk geprobeerd, Abel, maar de klanten van mijn taxidermiebedrijf waren niet blij toen ik hun Golden Retriever teruggaf met zijn kloten in zijn oogkassen en de poten aan de rug genaaid. Zij hadden toch een ander idee van een legitieme ordening van Rakkers lichaamsdelen.
Een contra-indicatie voor de stelling dat chaos nastrevenswaardig is, wordt, behalve bij een beest, ook geboden bij het opzetten van een zin. Dat krijg je Mark Fisher/Ad Visser helaas niet uitgelegd: ‘Net als mijn slapeloze nachten, loopt ook het sterven en herrijzen van mijn waarheid in een kring waar ik mijn klok op gelijk zou kunnen zetten’.
Een interessante passage, diep in het zwarte woud van deel drie, beschrijft hoe Abel zijn vader (wiskundige van beroep) tot wanhoop drijft met vragen als: ‘waarom zijn er oneindig veel getallen en maar tien cijfers?’ Van Gijlswijk senior, zijn zaad vervloekend omdat de wandelende sativastronk die eruit ontsproten is te dom is om te snappen wat een decimaal talstelsel is, maakt zich er vanaf door Gödel, Escher, Bach voor Abels neus neer te smijten. Een vorm van kindermishandeling waar een Noord-Nederlands pleegkind nog heimwee naar Rakkers kaken (inmiddels zijn sleutelbeenderen) van krijgt.
Toch heb ik geen medelijden met Abel. Toen ik zelf als puber Hofstadters schizofrene tirade kocht, besloot ik na tien bladzijden dat het tijd was om /lit/ niet meer te bezoeken en in de wondere wereld van de vagina te duiken. Abel, daarentegen, draaide nog een joint op de kaft van G.E.B. en Zeitgeist nog een keertje af op Youtube. Wie de ijspriem past, trekt hem door zijn frontale cortex en wordt daarna punkartiest en rapper. Eigen schuld dikke bult.
Zo’n jeugd leidt vervolgens tot passages als de volgende: ‘Ik verveel me vaak maar doe nooit echt niks. Ik wil alsmaar dingen maar eigenlijk heb ik niks nodig, want ik heb alles al, en uiteindelijk is niets toch ooit echt van mij. Ik zit stampvol meningen maar als puntje bij paaltje komt, blijkt vaak niets me heilig. En van alles wat ik vind, kan ik me het exact tegenovergestelde vaak ook ergens wel voorstellen.’ Een veertienjarige met een hanenkam en een klantenkaart van The Bulldog ziet hierin een fantastisch post-ironisch yin en yang: een goudeerlijke omarming van de ouroboros die het leven is. Ikzelf zie vooral een prachtige eerste alinea voor de ontslagbrief van een zekere acquirerend redacteur van Das Mag.
Behalve over waarom IQ-testen eigenlijk schedelmetingen zijn en de ‘energetische knopen’ in de buik van Slavoj Žižek, schrijft Abel ook over zijn thuisbasis: Amsterdam-Noord: ‘Op de plek waar ooit de galgen stonden, staat nu het laboratorium van Shell, waar je gerust je eigen betekenis op mag plakken.’ Het is nog veel erger, Abel. Bovenaan de piramide dansen er geen mannen in pijen rond een alziend oog terwijl er aardolie en adrenochrome door hun aderen stroomt. Bovenop de piramide redden drie mannen en twee meelopers elke twee weken de literatuur van mongolen zoals jij. Het complot gaat altijd dieper en blijkt altijd gruwelijker dan je dacht.
IS
Chaotisch denken voor gevorderden, Abel van Gijlswijk.
Das Mag, €22,99
Ongeveer 15% van alle scheidingen is een complexe scheiding, waarin het contact tussen de ouders regelrecht vijandig wordt, en er soms zelfs in het bijzijn van de kinderen hevige ruzies plaatsvinden. Kinderen kunnen hier zwaar onder lijden. Een zo’n kind is Davud Duk-Ekiz, de oudste zoon van presentator Fidan Ekiz en journalist Wierd Duk. Nadat zijn ouders de nummers van de Kindertelefoon en VeiligThuis uit zijn telefoon hadden verwijderd, zag hij zijn verhaal in dit blad vertellen als zijn laatste kans om hulp te zoeken. Zo’n hartverscheurende oproep konden wij natuurlijk niet zomaar naast ons neer leggen. Daarom laten we hem in PC zijn dagelijkse leven verslaan, in zijn eigen woorden, zodat meer mensen kennis nemen van zijn situatie en hij de hulp kan krijgen die hij nodig heeft.
Maandag
Op maandagmiddag ga ik naar papa. Omdat hij niet mag weten dat ik een fatbike heb, brengt mama me met de auto, al wonen we vijf straten verderop. Papa vindt fatbikes ‘turkenstepjes’, en ‘ara-bierfietsen’, en ‘amfibievoertuigen die alleen kunnen varen op de Middellandse Zee’. Mama moet altijd huilen als hij dat soort dingen zegt. Ik ben maar een half-Turk, dus ik denk dat hij het niet over mij heeft. Ik hoop het in ieder geval niet. Papa zegt dat mama krokodillentranen krijgt omdat ze zo veel leer draagt. En dat ze van de Grijze Wolven geleerd heeft hoe je sympathie bij witte mensen opwekt. Toen ik vandaag bij papa aankwam, stond hij op de stoep te roken. Binnen moest ik eerst door de metaaldetector om te kijken of de Moslimbroederschap afluisterapparatuur bij me had opgeplakt en toen gaf hij me voor ontbijt een bord met twee witte puntjes kroket en mayo, die ik echt bijna niet opkreeg omdat mama me thuis nog snel had volgepropt met pides sish-kebab. Papa is een belangrijke journalist voor Twitter en is heel druk, dus de rest van de dag heb ik een beetje misselijk op mijn Steamdeck gezeten.
Dinsdag
School is lastig. Ik val er net tussen. De jongens van de fatbikegroep vinden het raar dat ik van huis een trommeltje met boterhammen kaas meekrijg, en de jongens die voetballen zijn bang dat ik ze neersteek als ze de bal van me afpakken, die kijken ’s avonds naar papa op TV. Het helpt ook niet dat papa aan het eind van de dag altijd al te vroeg op het schoolplein staat en dan door het raam naar binnen kijkt om in de gaten te houden of ik mijn blanke meisjesklasgenoten geen onveilig gevoel geef. Toen hij vandaag weer door Twitter zat te scrollen terwijl hij ons naar huis reed zei ik dat dat onveilig was, en toen schreeuwde papa dat dat tegen hem zeggen pas onveilig is. ’s Avonds kwamen zijn borrelvrienden, en dan gaan ze altijd raadsels over ‘afval’ vertellen, en dat afval blijkt dan altijd Marokkanen of Turken te zijn. Geen half-Turken, gelukkig.
Woensdag
Op de woensdagmiddag haalt mama me van school, en dan gaan we samen winkelen. Als ik een paar dagen bij mijn vader ben geweest, vindt ze het altijd belangrijk om me ook weer onder te dompelen in mijn ‘roots’, en neemt ze me mee naar een Turks café. Ik vind het wel gek dat ze daarna gewoon naar de Zara en de Shein wil, en zelf een broodje gepekelde haring haalt dat ik niet eens mag proeven, maar ik weet dat ze het goed bedoelt. ’s Avonds heb ik met opa en oma in Turkije gebeld. Dat doe ik bij mama, want als papa ziet dat ik met Turkije aan het facetimen bent schreeuwt hij altijd naar oma dat ze met haar hoofddoekje de geest van Atatürk verraadt.
Donderdag
Omdat de relatietherapeut tegen papa en mama had gezegd dat het goed is voor mijn ontwikkeling als we nog af en toe als gezin samenzijn, gaan we soms met zijn drieën uit eten. Ik mag dan bepalen waar. Normaal vind ik dat heel leuk, maar dit keer wilde ik naar een pannenkoekenrestaurant, en dat zeg ik nooit meer. Papa en mama kregen al bij het bestellen enorme ruzie, omdat papa wilde dat ik een pannekoek met kaas en stroop zou nemen, maar mama vond dat een pannekoek met shoarma beter voor me was. Ik had sowieso geen honger, ik moet van papa en mama allebei de hele dag hun eten eten, op school noemen ze me nu Davud het halfkebapje. Geen hele, gelukkig.
Vrijdag
Vanavond moet papa weer op TV zijn. Mama had tegen de rechter gezegd dat hij vooral door al die TV-optredens onrustig werd, dan was hij overdag al niet te genieten en kwam hij ‘doorgesnoven’ thuis omdat Johan Derksen weer op Colombiaanse poederkoekjes getrakteerd had of zoiets. Ik weet niet wat doorgesnoven betekent maar vorige week kwam hij thuis met rode ogen en wilde hij bij mijn Roblox-account inloggen om te kijken of ik via patronen met Al-Qaida aan het communiceren was.
Ik vind het allemaal niet erg, hoor, ik snap ook wel dat papa het straatbeeld heeft zien veranderen, dat – sorry, hoor, ik hoor papa weer onder het tapijt zoeken naar agenten van het Moslimbroederschap, heel even – dat de MSM de gevaren van islamo-gauchisme niet ziet en zo, en Chris Jude lijkt mij ook een klootzak, maar ja. Ik wou gewoon dat hij me weer eens uit vissen zou nemen.
Het is een traditie die niet meer weg te denken is uit Nederland: het Sinterklaasjournaal. Dieuwertje Blok of die andere die met hun heerlijke ogen en volle monden de kinderen van ons land voorlichten over de recentste capriolen van Sint en de Pietjes. Wat alleen weinig mensen weten, is dat er vanwege het doorslaande succes van het origineel tegenwoordig ook een rijk palet aan alternatieve Sinterklaasjournaals bestaat: voor ieder kindje wat wils. Propria Cures neemt u mee.
Het Sinterklaasjournaal van Hezbollah
Sjeik S’nt-Al-Klaas is de door iedereen geliefde, witbebaarde kommandant van een succesvolle Hezbollah-brigade in Zuid-Libanon. Een van de redenen voor zijn populariteit is het jaarlijkse S’nt-Al-Klaas-feest, waarbij hij cadeaus weggeeft aan de lokale bevolking. Ook dit jaar is het raak – via een Cypriotisch bedrijf is het Al-Klaas gelukt om vijftienduizend piepers aan te schaffen voor een absolute bodemprijs. Zullen zijn presentjes bij iedereen in de smaak vallen?
Het poststructuralistische Sinterklaasjournaal
Pomopiet is een zwaarmoedige student filosofie en vergelijkende literatuurwetenschap aan de Sorbonne. Hij slijt zijn dagen rokend en flanerend langs de linkeroever van de Seine, waar hij de moderne toestand overdenkt. Op een koude Decemberavond ontmoet hij een mysterieus figuur in een gammel bootje: het blijkt Sintderridaas op zijn pakjesboot te zijn. Voor Pomopiet heeft Sintderridaas geen puzzel of rol snoep meegenomen, maar een theoretisch kader, waarmee Pomopiet mogelijk uit zijn intellectuele impasse kan ontsnappen. Lukt het Pomopiet om zijn pakjes – en zichzelf – te deconstrueren?
Het antisemitische Sinterklaasjournaal
In het antisemitische Sinterklaasjournaal kampt Sinterklaas met een groot probleem: de internationale markt voor pepernoten, chocoladeletters en marsepein wordt gemanipuleerd door een perfide kartel van Semietenpieten, die de wereld een schuldgevoel hebben aangepraat door middel van een verzonnen misdaad in de jaren ’40. Lukt het antisemitische Sinterklaas om te bewijzen dat de diefstal van zes miljoen pakjes suikerbrood door Hitlerpiet helemaal niet heeft plaatsgevonden, of zullen de Semietenpieten zegevieren?
Het Sinterklaasjournaal voor de Chinees-Indische horecasector
Piet Ping Pang van Chin.Ind. Specialiteitenrestaurant De Chinese Piet heeft hoog bezoek op zich wachten: Sinterklaas komt op 4 december met Amerigo en al zijn pietjes langs om rijsttafel te eten. Maar een drama is voorgevallen: Piet Pikant heeft alle sambal in Amsterdam en omstreken opgekocht. Zal het Piet Ping Pang desondanks lukken om een authentieke Chinees-Indische eetervaring neer te zetten, of valt het hele Sinterklaasfeest door flauwe Babi Pangang in de haaienvinnensoep?
Sinterklaasjournaal van tijdschrift Babel
Wanneer Ginds, over de Jordaan, den Pakjesboot landen zal op de bruine en gladgelopen kades onzer stad, zal enigerlei alsmede menig kind in een toestand van blijde verrukking geraken, die enkele maanden reeds in opbouw geweest zijnde was, en deerlijk uitschreien, dat het ‘Feest des Sinterklaas’ is aangevangen! Welk een weelde aan snoepgoederen, maar belangrijker, schone familiale, Oer-Hollandsche Naastenliefde en Gezelligheid zal dan uitbarsten, in een waarlijke explosie! In dit Essaieistisch Journaal zal den Babel documentairewijs trachten te verklaren, welke structurele en andersoortige factoren hebben bijgedragen aan het feit, dat het zo gekomen is, dat het Feest des Sinterklaas een dergelijke plaats van Prominentie in ons culturele erfdeel in is gaan nemen.
Sinterklaasjournaal in makkelijke taal
Het Sinterklaasjournaal in makkelijke taal is voor iedereen. Vooral voor mensen die het soms moeilijk hebben met taal. We leggen die mensen uit wat er aan de hand is met Sinterklaas. En zijn pietjes. Dat doen we met veel plaatjes. En op een rustigere toon. Onze presentator Özcan Akyol neemt je mee. Naar de wereld van Sinterklaas. Kom jij ook?
Het PVV-Sinterklaasjournaal
In het PVV-Sinterklaasjournaal lopen de zaken geenszins op rolletjes. Eritrese fatbikepieten uit het AZC hebben Blonde Piet uit Abcoude verkracht, vermoord en achtergelaten in een greppel. Linkse mediapietjes weigeren het echte verhaal over massamigratie te vertellen, waardoor Sinterwilders in moet grijpen om de blonde meisjespieten van Nederland te verdedigen. Lukt het Sinterwilders om alle testosteron- en kopvodpietjes in de pakjesboot naar Rwanda te brengen, of blokkeren D66-rechterpieten zijn plannen?
MAJM
Ik ben een provinciaal tegen wil en dank: bij mijn geboorteplaats Zwolle voel ik geen greintje chauvinisme. Als Zwolle een product was, was het Knorr Aromat. Als het een element was, was het broom en als het een dier was, zou het een steekvlieg zijn. Zwolle als supermarkt: de Plus. Zwolle als geometrische vorm: een ruit. Het is een Superdry-hoodie waarbij de uiteinden van het capuchonkoord zijn gaan rafelen omdat erop gesabbeld is. Het is aardappelsalade op een aluminium schaal die net overtuigend genoeg de belofte in zich draagt om slechts naar zout en vet te smaken, dat je er na enige twijfel toch een grote klodder van op je bord plempt tijdens een verregende barbecue. Als je Zwolle bij de bouwmarkt kon kopen was het een voegenkrabber van gegalvaniseerd staal. Het is een paar cognacbruine brogues met een blauw accent op de zool, het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie en de salade op het menu van een pizzeria. Misschien zelfs de gepekelde peper die je daar altijd uit moet vissen.
De enige tijd dat ik met weemoed terugdenk aan mijn jeugd op de terp aan de IJssel is nu, eind oktober. Terwijl ik mijn Leidse studentenkamer opstook met canvassen van Herman Brood en me zelfs nog door mijn stijf op elkaar geklemde tanden door hoor fluisteren dat het ‘goed is voor het Nederlandse voetbal’ dat de Eagles van Aston Villa winnen, lukt het me rond deze tijd van het jaar nooit om mijn afkomst verder te verloochenen. Deze periode broeit er zelfs een onstilbaar verlangen in mij op om als een Stachanovist te gaan werken aan een totale Sallandse culturele overwinning. Dat heeft alles met Halloween te maken.
Door het betere lik- en rimwerk van Mark Rutte vuren de Verenigde Staten vooralsnog geen bunker-busters op ons af, maar bombarderen ze alles ten westen van Utrecht met in karamel gedoopte appels op stokken en spinnenwebben van wol. Zoals dat gaat met Amerikaans imperialisme maken de kosmopolieten in de Randstad een zwaaiende beweging langs hun wang terwijl ze deze droge dildo in hun bek krijgen geramd. Sinds ik in het Westen woon weet ik onvrijwillig dat Jason Voorhees geen ijzerhandelaar uit Raalte is, maar iemand die een masker draagt dat refereert aan de enige op ijs gespeelde sport die we nou juist niet kennen in ons mooie land. Als u opmerkt dat ik me hier vergis en Michael Myers bedoel, bwijst dat des te meer hoe ver de besneden pik van Uncle Sam al in uw slokdarm zit. Ik word geacht het maar normaal te vinden dat mensen gezichten in pompoenen kerven en men smeekt mij ‘het fatsoen op te brengen’ om geen scheermesjes in de Bounty’s te steken die ik meegeef aan kinderen die het gore lef hebben om ‘trick or treat!’ te roepen wanneer ze bij me aanbellen, in plaats van een liedje te zingen.
Een belangrijk argument tegen dit oorspronkelijk uit Ierland afkomstige feest (een land vol mensen die een hekel hebben aan de zon, elkaar, en het hebben van een lever zonder cirrose), is dat het kinderachtige kiekeboe-gedoe van Halloween alleen tot de verbeelding van debielen spreekt. Horror is een genre voor mensen van wie de hersenpan eruit ziet als een lege zevenbaansweg waar tuimelkruid overheen waait. Halloween is net als Tucker Carlson en Oxazepam een batterij die aan de wegrottende synapsen van de funko-pop-verzamelaar met het gewicht van een Ford F-150 wordt geklemd. Volgens mij schrik ik? Mooi, dan leef ik waarschijnlijk nog. Tevreden neem ik nog een hap van mijn zwartgeverfde hamburger met pumpkin spice, bel de politie omdat mijn negroïde buurman geluid maakt en krab aan mijn scrotum met de bump stock van mijn AR-15.
Waarom pikt de Hollandse jeugd deze vernedering terwijl we al een prachtig lampionnen-en-twixenfeest hebben? Alleen een compromisloze herwaardering van Sint Maarten kan nog tegenwicht bieden. Wat mij betreft zendt de NPO de weken voor 11 November een journaal uit waarin te zien is hoe de goedheiligman uit Tours allerhande heidens altaar in de hens zet. Ach, comprimisloos, ik ben zelfs nog bereid om een handreiking te doen naar de horrorliefhebbers door een zwartgeschminkte Erik van Muiswinkel te laten figureren als een door Martinus uitgedreven duivel. Alles om de ontheiliging van Allerheiligen te stoppen.
Ik probeer hoopvol te zijn, maar dat lukt slecht omdat ik begrijp dat ik een achterhoedegevecht lever. Als het aan de groeiende groep Halloween-herauten ligt, staan onze dochters de hele herfst punch met promethazine te drinken uit red solo cups, slechts gehuld in een verpleegstersmuts en een witte BH met op elke tepel een rood kruis. Niet als ik er wat over te zeggen heb, ik blijf strijden. Ik stem BBB, want in Nederland hebben koeien staarten en meisjes rokjes aan, zoals het hoort.
IS
Als je veel informatie tot je neemt, ga je daar patronen in herkennen. Dat is iets menselijks. Het blijft dan natuurlijk nog maar de vraag of die patronen echt bestaan, of alleen maar projecties zijn van je eigen geest. Ik ben, voor zover dat nog niet duidelijk was, geen wetenschapper, maar van sommige patronen die mensen denken te zien kunnen we duidelijk zeggen dat ze louter denkbeeldig zijn. Sterrenbeelden, tarotkaarten, dat idee dat fluiten op een boot stormen aantrekt, dat je buikpijn krijgt als je met een mes door je drankje roert. Noem me een cynicus, maar daar geloof ik niet in.
De patronen die ik herken in Nederlandse literatuur, daarentegen, zijn heel andere koek. Die kan ik staven met keiharde feiten. Ik heb hier al een keer eerder vastgesteld dat er slechts drie soorten (recente) Nederlandse romans zijn: romans over hele rare seks op een hele normale, seksloze plek; sleutelromans van deuren die niemand wil opendoen; en aanstellerige autofictie van heel diep uit de mongolenput. Daar blijf ik achter staan, met één addendum. Recentelijk heb ik een nieuw patroon ontwaard. Dat gaat als volgt.
Ik schrijf dit vanuit een isoleercel. Dat komt zo: een paar jaar geleden had ik een familietrauma. Mijn vader was heel streng en mijn moeder was heel lullig. Ik sloeg daardoor met een roestige hamer een al even roestige spijker in mijn eigen arm. Ik kreeg de vereiste zorg; geestelijk bedoel ik, maar ik kreeg eerst natuurlijk ook de behandeling voor die spijker in mijn arm. Nou goed, na die zorg leek het even goed met me te gaan. Toen leerde ik zo in de periode in je leven dat je een beetje ongelukkig en onzeker bent, iemand of iets kennen dat mij helemaal in zijn greep kreeg. Ik begon me te verzetten tegen mijn ouders, die mij immers zo streng en lullig hadden behandeld. Uiteindelijk ging dat helemaal fout. In naam van datgene waar ik zo in de ban van was, verneukte ik iets zo grondig dat het landelijk nieuws werd. Ik werd daarom in de isoleercel gestopt, maar ben op de een of andere manier nog wel zo goed bij geest dat ik er nu heel genuanceerd op kan reflecteren, en er een roman over kan volschrijven.
Rouwdouwers, Vonkie, Beesten die je niet mag schieten, Zomersplinters, De collectieve inzinking van de familie Hofmeyer, Ludwig: allemaal gaan ze ongeveer zo. De verteller ontrafelt vanuit een soort alternatievige veilige haven een persoonlijke psychologische geschiedenis, van achter naar voren, met flashbacks die flarden van een moeilijke jeugd openbaren. In Ludwig vertelt ze vanuit het gekkenhuis hoe ze deelnam aan een cult, omdat ze een onzekere twintiger was; in Rouwdouwers is ze aan het houthakken met een man die geen Nederlands of Engels kan terwijl ze vertelt over haar kutvader die toch ook weer niet helemaal kut is; in Vonkie is ze op een wandeltocht in Schotland aan het zeiken over haar demente vader die toch ook weer niet altijd dement was.
Waarom boeit dit me allemaal zo weinig? Daar heb ik veel over nagedacht. Dat al deze boeken in essentie ongeveer hetzelfde zijn, helpt niet, natuurlijk. Dat ze in de literatuurgeschiedenis al vaak genoeg veel beter zijn uitgevoerd, ook niet. Dat flashbacks een gemakkelijke en afstompende manier zijn om spanning op te bouwen − een soort automatische cliffhangers, die alleen voor mensen die weinig boeken lezen minder flauw lijken − doet het genre ook geen goed. Schrijvers van deze boeken begaan dan ook nog vaak de fout aan het begin te waarschuwen dat wat hier verteld gaat worden heftig is. Toch een beetje alsof je, wanneer je een zwembad inloopt, bandjes omgeduwd krijgt. We kunnen wel zelf van de duikplank, hoor.
Uiteindelijk is het grootste probleem dat deze boeken, ik schaar ze bij dezen onder de noemer ‘playbackproza’, vaak nog slecht geschreven zijn, ook. Omdat Ludwig het exemplaar van deze soort is dat ik als laatste heb gelezen, en het voor een debuut best succesvol was, gebruik ik dat als voorbeeld. Auteur Jana Antonissen kende ik niet, maar op basis van haar biografie op de achterflap lijkt ze me een soort Vlaamse Doortje Smithuijsen. Daarvoor geldt hetzelfde als voor iemand met een vierkante snor die Drittes Reich uitschreeuwt met een zachte ‘g’: toch wat minder eng, maar het blijft Adolf Hitler.
Geen vliegende start, maar ik ben een rechtschapen jongen: ik ging er zonder vooroordelen in. Helaas bleek mijn Hitler-vergelijking weer eens verre van voorbarig: Ludwig is ook niet heel veel beter geschreven dan Mein Kampf. Probeer de volgende zin maar eens, nou ja, te lezen: ‘Die eerste nacht was de bedwelmende cocktail van anticipatie, vrees en ontzag zo tastbaar dat ze schitterend als het weerkaatste lusterlicht van alle spiegels was gesprongen, ons in haar weldadige gloed ondergedompeld had.’ In het beste geval mist hier een komma, in het slechtste geval een heel zinsdeel. Net zo heeft Antonissen in het beste geval dyslexie, en in het slechtste geval een virale hersenvliesontsteking.
Opnieuw, ik ben geen wetenschapper, maar het lijkt toch te neigen naar dat laatste. Ludwig is dus een roman over een cult, en Antonissen schuwt daarbij geen enkel cliché. Zo ook niet het cliché van de onweerstaanbare groepsdruk: ‘Eindelijk droeg ik bij. Eindelijk werd ik opgeslokt door iets groters, iets waarvan ik niet eens had durven dromen, iets waarvan ik had aangenomen dat het niet meer bestond: een maalstroom, een beweging, een geschiedenis schrijvende groepering.’ Ten eerste: Jana Antonissen lijkt me echt zo iemand die, als ze heeft besloten een roman te gaan schrijven, begint met het maken van een woordweb waarin ze samengestelde woorden als ‘maalstroom’ en ‘lusterlicht’ opneemt. Als ze dan, na meerdere lange sessies geconcentreerd nadenken, genoeg van die gecompliceerde woorden heeft verzameld om een A4’tje te vullen, kan ze eindelijk beginnen die met betekenisloze zinnen aan elkaar te knopen. Ten laatste: kijk, ik kan best geloven dat een cult verraderlijk kan zijn, hè. Dat je, ook als weldenkend mens, door groepsdruk en massahysterie tot dingen in staat kan zijn waarvan je dat nooit verwacht had. Maar maak dat dan tenminste enigszins invoelbaar door niet de allerdomste naïeve blonde kluchtkut ooit als hoofdpersonage op te voeren. Nu geloof ik het gewoon niet. Noem me maar een cynicus.
Dit was maar één voorbeeld, maar playbackproza is echt een wijdgespreide zwarte schimmel in de vodderige badkamer die de Nederlandse boekenwereld is. Ik ben toevallig net begonnen in de nieuwe roman van Emy Koopman, De vrouw in de kelder, en ja hoor: het gaat over een vrouw die in een kelder woont, en via flashbacks de relatie met haar vader, die net zo goed de kut-maar-ook-weer-niet-helemaal-kutvader uit Rouwdouwers had kunnen zijn, probeert te duiden. Emy Koopman kan dan wel een stuk beter schrijven dan bijvoorbeeld Jana Anatonissen, maar toch: vanaf de eerste flashback boeit dit verhaal mij minder dan het scheppingsverhaal een geaborteerde foetus. Bedenk je eigen verhaal, bedenk je eigen structuur, bedenk je eigen spanningsboog, of stop met schrijven. Lijkt me niet te veel gevraagd. Toch?
WF
Ludwig, Jana Antonissen. De Bezige Bij, €23,99
Rouwdouwers, Falun Ellie Koos. Atlas Contact, €22,99
Vonkie, Froukje Arns. Ambo|Anthos, €23,99
Beesten die je niet mag schieten, Femke Brockhus. De Bezige Bij, €22,99
Zomersplinters, Mick van Biezen. Lebowski, €22,99
De collectieve inzinking van de familie Hofmeyer, Julie Cafmeyer. Pluim, €22,99
De vrouw in de kelder, Emy Koopman. Arbeiderspers, €23,99