Wanneer er weer een of andere Amerikaanse haatpriester verklaart dat alle homoseksuelen ontaarde viespeuken zijn en daarom vermoord moeten worden, is het bon ton om te zeggen dat het allemaal projectie is. Men is dan geneigd om te zeggen dat zo’n geestelijke dat alleen maar vindt omdat hij er zelf in het geheim een perverse seksuele voorkeur op nahoudt of worstelt met de homoseksuele gevoelens die hij diep van binnen koestert. Dat lijkt mij net zo infantiel als denken dat pestende kinderen dat doen omdat ze zelf onzeker zijn, en niet omdat het gewoon lekker voelt om de baas te zijn. Het is als zeggen dat de Holocaust alleen is gebeurd omdat de nazi’s stiekem zelf joden waren. En toch is het, in het geval van Jan Kuitenbrouwer, onomstotelijk waar. De enige reden dat hij constant transgenders lastigvalt is dat hij zelf, diep van binnen, een rattig vies mannetje is.

Zelf is hij daar nog niet achter. Dus blaft hij tig columns, interviews, opiniestukken en binnenkort ook een boek vol over het gevaar van de transen die uw dochters komen roven. Want net als iedere andere kalende sociaaldemocraat die heeft gepiekt in de jaren ’80 – na een tweede hersenbloeding zou Max Pam niet meer van Kuitenbrouwer te onderscheiden zijn – denkt hij dat hij Karel van het Reve is. En Karel van het Reve, die verzette zich tegen idées reçues, dus nu moet hij dat ook doen. Maar toen Reve het deed was dat vooral leuk omdat hij daarmee afgaf op dictatoriale regimes, mondiale godsdiensten of Charles Darwin en niet, zoals Kuitenbrouwer, onzekere tieners die met hun identiteit worstelen. Het is sowieso een goede vuistregel om mannen met de haarlijn van Kuitenbrouwer, Pam of Reve niet te vertrouwen als het om kinderen gaat.

Minderjarigen zijn niet de enige transgenders waar die troglodiet een standpunt over ventileert. Er zijn voor Kuitenbrouwer namelijk twee soorten te onderscheiden: (i) de verkrachters die vrouwen en kinderen lastigvallen en (ii) vrouwen en kinderen die Kuitenbrouwer zelf wil lastigvallen. Praat of schrijft hij over de eerste groep, dan is hij enorm begaan met de tweede groep. Praat of schrijft hij over de tweede groep, dan is hij ineens bezorgd lid van de eerste groep.

In een interview met oud-SP’er Jasper van Dijk op Youtube-kanaal De Nieuwe Wereld opent Kuitenbrouwer met de eerste variant. Het gesprek gaat over de net afgeschoten transgenderwet, die het aanpassen van het geslacht in het paspoort makkelijker had moeten maken. ‘Er zijn grote bezwaren. De vrouwenbeweging zegt “ja wacht eens, elke man die dat v’tje gehaald heeft, die kan nu in vrouwenruimtes optreden”.’ Jasper: ‘Daar heb je geen paspoort voor nodig toch? Als ik naar de dameskleedkamer wil…’ Jan, die steeds agressiever zijn lippen met zijn gezwollen koeientong bevochtigt: ‘Ja, maar als een sportclub jou wil weigeren, omdat je een man bent en eigenlijk geen vrouw bent, bijvoorbeeld dat je zogenaa-, dat je wel in transitie bent, maar dat je al je normale geslachtsfuncties nog hebt, dan wordt een sportclub terecht gewezen’. Nu wekt het lichaam van Kuitenbrouwer sowieso meer de indruk van een schelploze mossel met taaislijmziekte dan die van iemand die ooit een kleedkamer van binnen heeft gezien, maar dat hij denkt dat er daar ooit ‘al je normale geslachtsfuncties’ in het spel komen, zegt heel veel meer over de smerige fantasieën die hij zelf koestert, dan over de transgenders die zich gewoon willen omkleden.

Nog hijgeriger wordt het als Kuitenbrouwer in diezelfde discussie een punt probeert te scoren over de rug van mishandelde vrouwen. Iets wat hij zo op het eerste oog wel vaker doet. ‘In Schotland was er een blijf-van-mijn-lijf-huis waarvan de directeur een trans vrouw is. […] Daarom heeft J.K. Rowling nu een opvang voor mishandelde vrouwen opgezet waar ze wel mogen selecteren op die manier. Want er was geen plek meer waar een vrouw naartoe kon gaan met de garantie dat daar niet ook een man met functionerend geslacht rondliep.’ En een lesbische vrouw dan? Of een homoseksuele man, of een castraat? Zou ik vragen als ik zin had om heel lang en hard na te denken over mensen hun geslachtsdelen. Maar dat heb ik niet, want ik ben wél normaal. Wat is dan eigenlijk het probleem met die trans vrouw? U hoort Kuitenbrouwer het antwoord bijna denken: als hij die trans directeur was geweest, had hij die kwetsbare vrouwen allemaal helemaal doodverkracht, en hij kan zich simpelweg niet voorstellen dat andere mensen dat helemaal niet willen.

Echt hypocriet wordt de projectie wanneer hij overgaat op de tweede variant en begint over trans jongeren. Dat weet Kuitenbrouwer zelf ook, want hij probeert zich al dagen onder de volgende quote uit te wormen met allerlei lulsmoesjes – dat hij het anders bedoelde, dat er geen kinderen bij betrokken waren, dat hij journalistiek onderzoek deed – dus ik citeer nauwkeurig: ‘Trans meisjes die willen een dubbele mastectomie, die willen hun borsten kwijt en dat wordt al op grote schaal gedaan nu. En dat is uiteraard ook onherroepelijk. Terwijl er dus kinderen zijn, ik zit in een facebookgroep met transtieners, je weet soms niet wat je leest. Want er zijn ook kinderen die denken “die groeien wel weer terug”’. Jan Kuitenbrouwer zat in een facebookgroep met trans tieners. Voor zijn journalistieke onderzoek. Dat is zoiets als op journalistiek onderzoek gaan in de vrouwenwc. Om maar te zeggen: als er iemand is die met al zijn normale geslachtsfuncties vrouwenruimtes zou binnendringen, dan is het Jan Kuitenbrouwer wel.

Ook op andere sociale media gaat hij los op minderjarigen. ‘Gekke vraag misschien, maar tot wanneer noem je een mens eigenlijk een kind?’, vraagt hij zijn achterban op Twitter. Voor welk onderzoek hij die informatie nodig heeft wil ik niet weten. En daar blijft het niet bij. Hij laat gretig commentaar achter. Bijvoorbeeld onder een braaf informatiefilmpje over een middelbare scholier die trots uitweidt over zijn transitie en daarbij vertelt over, ja, heel vies als je naast het lichaam ook het brein van een weekdier hebt, de prothese die hij draagt ‘zodat het lijkt dat ik ook wat in mijn broek heb’. Kuitenbrouwer: ‘Als je T gaat nemen als meisje krijg je gender*euforie*, je voelt je de koning te rijk. Maar dat zakt en dan rijst de vraag: waar is ‘t beloofde land? Waarom ben ik nog steeds ongelukkig, ondanks baardgroei en lage stem? En wat doet deze vieze siliconen klomp in mn onderbroek?!?!’ Pardon? Waarom ben ik nog steeds ongelukkig, ondanks baardgroei en lage stem? Jan maakt weer duidelijk wat een sneu stuk vreten hij zelf is. En waarom begint hij in godsnaam over een ‘vieze siliconen klomp in mn onderbroek’? We mogen hopen dat hij een excuus heeft om zich zo uit te laten over een puber die hij niet eens kent. Ik kan me eigenlijk maar één manier bedenken waarop deze opmerking nog onaangepaster, smeriger en ontaarder zou zijn dan hij al is, en dat is als Kuitenbrouwer ook nog eens géén pedofiel zou blijken.

Meer dan genoeg reden, dus, om dit slijmerige excuus voor een man weg te houden bij kinderen, laat staan een discussie over levensreddende zorg voor minderjarigen. En toch kan Kuitenbrouwer in NRC ongehinderd leeglopen over het Dutch Protocol en het Cass review. Mogen we na al die smeerpijperij dan op z’n minst verwachten dat hij de juiste wetenschappelijke expertise in huis heeft om een klinische leidraad en wetenschappelijke overzichtsstudie te bekritiseren? Heeft-ie een studie toegepaste pedagogiek, klinische psychiatrie, kindergeneeskunde of desnoods chirurgie voltooid? Niets daarvan, Kuitenbrouwer heeft het gewoon bij een bachelor journalistiek gelaten. Maar u hoeft Kuitenbrouwers LinkedIn-pagina niet uit te pluizen om te weten dat hij geen reet begrijpt van wetenschap. Daarvoor is er de alinea in het NRC-stuk waarin hij tegelijkertijd klaagt dat er voor de effectiviteit van het Dutch Protocol geen bewijs is én dat die behandeling experimenteel is.

Van die bachelor journalistiek heeft hij ook bar weinig geleerd overigens. Lezen, bijvoorbeeld, is Kuitenbrouwer nooit meester geworden. Zo beslaat gejammer over onderzoek ongeveer de helft van het artikel: ‘AUMC zegt alleen dat het onethisch zou zijn om patiënten welbewust een behandeling te onthouden, maar dit overtuigt niet. Er zijn andere mogelijkheden. De wachttijd voor een behandeling bedraagt nu zo’n drie jaar, die wachtlijst is een soort controlegroep, maar zij wordt niet onderzocht’. Terwijl hij, als hij die waterige vissenogen van ‘em aan het werk had gezet, in de UMC-reactie op het Cass review het volgende had kunnen lezen: ‘Mogelijk zouden wachtlijstcontrolegroepen en vergelijkingen tussen klinieken als alternatief kunnen gelden. Intussen zijn er wel resultaten beschikbaar van verschillende onderzoeken die jongeren tijdens de behandeling hebben gevolgd’.

Eigenlijk doet die gluiperd het heel slim. Na je door al die achterlijke teksten van Kuitenbrouwer te hebben geploegd en uren te hebben gekeken naar de rotte-kwarklel die bij De Nieuwe Wereld onder zijn kin heen en weer zwaait, na iedere keer weer zijn penetrante ketchup-en-salamigeur te moeten inbeelden wanneer Jan over functionerende geslachten begint, vergaat de lust snel om ‘em nog tegen te spreken. Aan het eind van de rit wil je er allemaal niets meer mee te maken hebben. Ik ben allang blij dat hij met zijn piezelige journalistendiploma mijn vakgebied nog niet te berde heeft gebracht. Voor je het weet moet je zo’n man uitleggen dat er bij cis-trans isomerisatie voor hem niets te neuken valt.

MvD

Timon Dias combineert de twee meest ergerlijke persoonlijkheden: Geenstijl-redacteur en psycholoog. Kinderlokkers en oorlogscriminelen zijn ergere persoonlijkheden, maar iedereen is het over het algemeen met elkaar eens dat die mensen geen platform verdienen. Helaas is Geenstijl al een platform van zichzelf en psychologen mogen zich zelfs doctorandi noemen als ze vier jaar op de universiteit onderzoeken met n=1 hebben uitgevoerd. En dit stokstaartje met het charisma van een wrattenzwijn denkt dat het hem tot een expert op allerlei gebieden maakt buiten de lekkerste insecten van de savanne.

Het is eigenlijk nog erger gesteld dan zoals het hierboven beschreven staat: Dias is niet alleen een afgestudeerd psycholoog, hij is ook nog eens van oorsprong een hbo’er. En iedereen met gezond verstand weet: eens een hbo’er, altijd een hbo’er. Hij kan nog zozeer zijn best doen om z’n platte accent te verbergen of zich te kleden als een academicus, maar we can always tell. Of anders vertelt Dias het zelf wel op zijn website, waar hij trots zijn hbo-diploma pedagogische hulpverlening plaatst naast zijn universitaire graden in de psychologie. Met andere woorden: hij heeft zijn leven lang geleerd met kinderen te communiceren.

Dan het redacteurschap. Ik heb Geenstijl altijd als de meest beschamende loot van het PC-onkruid beschouwd. Grappig noch goed geschreven is het al vanaf de oprichting een herinnering aan het feit dat om een grap te kunnen schrijven, hbo’ers te allen tijde geweerd moeten worden. Universitair geschoolden kunnen nauwelijks coherent schrijven, laat staan een grap produceren, dus hoe iemand ooit op het idee is gekomen dat hbo’ers het wel zouden kunnen, ontgaat mij volledig. En zodra een grappig bedoelde blog ook wekelijks de immigratie-instroom bijhoudt of de hele twittertijdlijn van de IDF overneemt voor een liveblog, is het duidelijk dat het niet een grap betreft, maar gewoon een oprechte overtuiging. Het enige debielere in deze kwestie is dat het obsessief overnemen van IDF-propaganda door anderen weer wordt onthaald als een ‘sterk staaltje journalistiek’ – toegegeven, dat zijn mensen als Leon de Winter, de man die uitgeholde schedels van Palestijnse kinderen gebruikt om zijn ovenfrieten in te bakken.

Wie zit er achter de Israël-Palestina-liveblogs? U raadt het al, empathicus Timon Dias. U kent hem waarschijnlijk van zijn GS-pseudoniem, @Spartacus. Nu is de enige overeenkomst die Dias heeft met de Thracische gladiator dat hij een Sklavenmoral aanhangt, want naar mijn weten en volgens Dias’ Instagram heeft hij nog nooit parmula en sica gehanteerd. Hij oefent wel met pijl en boog, zoals lafaards graag doen. Heeft u immers ooit van een dappere boogschutter – de echte soort, niet de astrologische variant – gehoord? Nou dan. En nee, Willem Tell telt niet, in de eerste plaats gebruikte die een kruisboog en in de tweede plaats is een kruisboog ook een boog en dus laf.

Dias’ obsessieve persoonlijkheid zou nog te vergeven kunnen zijn als het niet gepaard zou gaan met zijn randdebiliteit; een treinautist is een prima persoon, een treinautist die de serienummers niet kan onthouden niet. Of, in het geval van Dias, iemand die bij elke binaire scheet van een algoritme of LLM in extase geraakt. In februari kwam een AI videogenerator online en Timon zijn ondergoed kon die dag als dorstlesser dienen voor een gevulde club Church: ‘Goedemorgen deze morgen en u bent getuige van de eerste werkelijke quantum leap sinds OpenAI’s ChatGPT. Wat u hier boven en onderstaand aantreft is van een geheel andere orde. In godsnaam kijk naar de textuur en beweging van het “water”.’ Nee, Timon, dit is geen quantum leap, dit is een verzameling bewegende beelden die vooral inspelen op de fantasie van afantasten. Ik weet dat het veel gevraagd is van iemand die psychologie heeft gestudeerd en opkijkt tegen Jordan Peterson – een benzoverslaving zou wel Dias’ achterlijkheid deels kunnen verklaren –, maar digitale beelden gegenereerd door een processor zijn niet indrukwekkend en alleen iemand met een door het internet gladgeschaafd brein zou het tegendeel beweren.

En oh, wat is Dias’ brein gladgeschaafd door het internet. Zijn obsessie met Israëlische ziekenhuisrenovaties doet alleen onder voor zijn obsessie met trans mensen. Er gaat geen maand voorbij of hij heeft er wel een GS-topic aan gewijd, wat wil zeggen dat hij vier populaire tweets heeft bijeengebracht uit het hersendode circuit waarin hij zit met seksvacuüms als Kuitenbrouwer en Caroline Franssen, en er een paar opmerkingen bij heeft geschreven. Natuurlijk niet op een grappige of originele wijze, meestal komt hij niet boven het niveau ‘transvrouw (m)’ uit – dezelfde grap die mijn identiteitsbewijs maakt, en dat is een stuk plastic.

Psychologische verklaringen voor deze obsessie zal ik achterwege laten, ik verlaag mij niet tot dat niveau – spijtig, want ik had graag uitgewijd over het inferioriteitscomplex dat een bruine man naar de Geenstijl-burelen leidt –, maar ik zal nog eens onomwonden zeggen wat ik zie als ik Timon Dias zie posten over het gevaar van trans hink-stap-sprongers, genderneutrale toiletten of andere denkbeeldige dreigingen: een kleingeestige, bange en rancuneuze burgerman met minder schrijftalent dan ik in een estradiolgevulde ejaculatie heb. Het enige dat ik mensen als Timon Dias kan toewensen is het lef eens vrijheid in woord en daad echt te praktiseren en na een schamele afscheidsbrief aan de paar mensen die nog niet weggelopen zijn uit zijn leven vanwege zijn transgendergerelateerde posts, een laatste rustplaats te vinden in het leeuwenverblijf van de dichtstbijzijnde dierentuin waarin hij is gesprongen om aan te tonen dat er een biologisch verschil bestaat tussen mannelijke en vrouwelijke leeuwen. Hopelijk komt hij er dan in zijn laatste minuten achter dat er ook gewoon transgender leeuwen bestaan.

AP

Geloven in zweverig gelul is eigenlijk alleen een probleem wanneer arme mensen het doen. Voorbeeld: als iemand met een tweedehands Kia Picanto zich door een instagramhoroscoop laat overtuigen dat er ‘belangrijke veranderingen gaan plaatsvinden, waar je op moet voorbereiden door goed voor jezelf te zorgen’, zijn ze naïef en sneu. Als ze daarna voor een tientje een holistisch gezichtsmasker kopen in plaats van zonnebrand, zijn ze slachtoffer van desinformatie. Maar wanneer iemand met een BMW zich door Trouw-columnist Rob de Wijk laat aanleunen dat ‘het duidelijk is dat de huidige situatie zich ontwikkelt naar een climax’ en ‘de huidige veiligheidssituatie een aansporing is om vaart te maken en urgentie uit te stralen’, zijn ze welingelicht en belezen. En als ze vervolgens ook nog voor meerdere honderden miljoenen aan militair materieel inkopen, zijn ze niet alleen welingelicht en belezen, dan zijn ze de Minister van Defensie.

Dat het holle gezever van De Wijk bij defensiebobo’s gretiger aftrek vindt dan een homoseksuele rekruut in het Griekse leger, en dat iedereen dat dan maar normaal vindt, is misschien debiel, maar het is ook volkomen begrijpelijk. Naast emeritus hoogleraar International Relations and Security en oprichter van het Haagse Centrum voor Strategische Studies is Rob de Wijk nou eenmaal ook een gebocheld Roemeens dametje dat zichzelf in een slecht zittend pak heeft gehesen om haar handlezingen aan bestuurders te slijten. En net zoals dat gebochelde Roemeense dametje heeft Rob ook een uitstekende neus voor mensen die hij geld kan aftroggelen. Want als er een sector is waar het geld tegen de plinten klotst, terwijl de speknekken aan de top wel wat hulp kunnen gebruiken met nadenken en maar al te graag in de toekomst willen kijken, dan is het de defensiesector wel.

Les één bij het geven van handlezingen, trekken van horoscopen of leggen van tarotkaarten, is dat de klant altijd moet horen wat hij wil horen. Daarbij is het vooral niet de bedoeling met de creativiteit aan de haal te gaan, maar iedereen in hun eigen gelijk te bevestigen. Anders is het snel gedaan met de klandizie. Wil een jonge meid met een nieuwe vriend haar toekomst weten, dan wordt d’r verteld dat ze binnenkort zal trouwen. Rob begrijpt dat maar al te goed. Wil een topambtenaar van de NAVO weten wat er voor het bondgenootschap in het verschiet ligt? Dan schrijft De Wijk gewoon tien keer dezelfde column over Poetin: ‘Poetin heeft geen recht om oorlog te voeren, Zelensky wel’, ‘Poetin en Netanyahu hebben geen ruimte meer voor oplossingen’, ‘Poetin zit vast in een doodlopende weg, hij kan alleen nog wild om zich heen meppen’, ‘Pacifisten vergeten dat Poetin maar een taal verstaat: die van macht’ en ‘Een gevoelige nederlaag voor Poetin: niet minder, maar meer NAVO’. Nu is het leven in Rusland ook niet alles, maar als we de godganse tijd met dit soort onzin geconfronteerd moeten worden, begrijp ik wel dat Poetin het niet zo opheeft met journalisten die over hem schrijven.

Een ander geheim van het waarzeggersgilde waar De Wijk goed van op de hoogte is, is dat alle voorspellingen precies vaag genoeg moeten zijn om op elke situatie toegepast te kunnen worden. Zo lezen we op de achterzijde van zijn nieuwe boek, Het nieuwe IJzeren Gordijn, de volgende analyse: ‘We stevenen af op een permanente confrontatie met Rusland. Maar niet alles is verloren, concludeert De Wijk in dit fascinerende nieuwe boek. De Oekraïne-oorlog heeft Europa gedwongen zich aan te passen aan een nieuwe tijd. En paradoxaal genoeg liggen daarin juist kansen om onze welvaart en veiligheid beter te verankeren’. Dat slaat natuurlijk in zijn algemeenheid helemaal nergens op. Het klinkt misschien als een genuanceerde mening over een militair conflict, maar als de conclusie van je verhaal over de Oekraïne-oorlog net zo goed van toepassing is op, zeg, de zomertijd, is het misschien toch beter gewoon je bek te houden.

Wil overigens niet zeggen dat de emeritus professor nooit de mist in gaat en nooit een controleerbare claim doet. Integendeel. Rob laat zich er al jaren op voorstaan dat hij als enige in het land waarschuwt dat Rusland met kernkoppen gaat strooien. In zijn afstudeerscriptie: ‘Dat probeerde ik al in mijn afstudeerscriptie’. Tijdens een interview met Volkskrant magazine twee jaar terug: ‘Er wordt voor het eerst in de geschiedenis openlijk gesproken over een kernwapenoorlog. Dan is het wel terecht dat iemand zich zorgen begint te maken’. En in het nieuwe boek: ‘In landen als Nederland werd schouderophalend over kernwapens gesproken. Zo’n vaart zou het toch niet lopen?’. Nu kan u zeggen dat het dat tot nu toe ook niet heeft gedaan en Robs voorspelling daarom gelul van de bovenste plank is. Dus doet een journalist van het FD dat ook. ‘Feit is: Poetin heeft het nog steeds niet gedaan.’ De Wijk: ‘Hij kan het maar één keer doen en dan is het wel een klap die je mogelijkerwijs met zijn allen niet overleeft. Of je gaat een drempel over waardoor de wereld er echt anders uitziet’. Als het waar was geweest dan klopte het. Of niet. Wat een debiel.

Waar doet zo’n man het eigenlijk voor? Zit die man de gehele dag te piekeren over kernoorlog uit menslievendheid? ‘Ik zat na een bespreking op het NAVO-hoofdkwartier met een collega in een gepantserde auto in Kabul en wij moesten eigenlijk worden opgeblazen, maar de bom sloeg 50 meter achter ons in. Er waren twintig doden, hoorden we later.’ Interviewer: ‘Wat heftig.’ Rob: ‘Nou ja, er is niks ergs gebeurd, dus het valt wel mee’. Waar hij wel wakker van ligt? ‘Afhankelijk van hoe de oorlog escaleert, is het denkbaar dat het nachtmerriescenario van een blokkade van de straat van Hormuz uitkomt. De inflatie loopt dan hard op.’ Volgens Rob de Wijk moeten we oppassen met de intercontinentale raketten omdat een kernoorlog nog wel eens slecht uit zou kunnen pakken voor de economie. Ieder normaal mens zou zich zorgen maken om belangrijkere zaken. De belachelijke hoeveelheden kankercolumns die De Wijk erover zou schrijven bijvoorbeeld.

MvD


REDACTIONEEL

Normaliter kijkt Propria Cures graag neer op andere universiteitsbladen – maar nog liever kijkt ze neer op een CvB. Niet alleen op de UvA blijkt het CvB een bestuurlijk godscomplex te hebben ontwikkeld; ook in buitengebieden als Eindhoven en Delft wordt de persvrijheid van het plaatselijke universiteitstijdschrift door middel van bedreigingen met rechtsgangen onder druk gezet. Een PC-redactie laat zich echter niet intimideren, al helemaal niet door een dreigende brief van het CvB.  

De redactie van Delta, het tijdschrift van TU Delft, wel. Zij zag zich gedwongen om haar kritisch onderzoeksstuk over de werkcultuur aan I&IC offline te halen. Laat PC dan weer heel erg geïnteresseerd zijn in stukken die niet gelezen mogen worden. Gelukkig doolt PC al sinds jaar en dag door het riool van de academische sferen, waar zij deze week het onderzoeksstuk van Delta vond dat onder dwang werd verwijderd. Zodoende presenteren wij, uit solidariteit met tijdschrift Delta, alsnog de gewraakte tekst op onze site. En met het verschijnen van de volgende editie van Propria Cures ook op de Delftse universiteitscampus, waar wij ons blad gratis zullen verspreiden. 

De redactie van Propria Cures


Het college van bestuur heeft het managementteam van het Innovation & Impact Centre (I&IC) een zwijgplicht opgelegd over het functioneren van de op 1 april 2023 aangestelde directeur. Dat heeft zoveel onduidelijkheid en frustratie teweeggebracht bij I&IC-medewerkers dat zij zich beschadigd voelen. Twaalf medewerkers spreken tegenover Delta van een vertrouwensbreuk met rector magnificus Tim van der Hagen, de directeur Human Resources en de ombudsfunctionaris. Hoe één kwestie de conclusies van de Inspectie van het Onderwijs illustreert: de zorg voor medewerkers is aan de TU Delft niet op orde.

Goedemorgen,

Naar aanleiding van de inventarisatie heeft Tim mij verzocht jullie het volgende te sturen:

———

Het College van Bestuur wil je nogmaals op het hart drukken dat geheimhouding over deze kwestie essentieel is. De MT leden van I&IC hebben van het College van Bestuur de mededeling gekregen dat bij schending van de geheimhouding arbeidsrechtelijke maatregelen genomen zullen worden.
Er wordt zeer vertrouwd op je discretie.

———

Met vriendelijke groet en fijne feestdagen.

Dit bericht krijgen vijftien medewerkers van het Innovation & Impact Centre op vrijdag 22 december 2023 in hun inbox. Afzender: Carin van der Hor, de externe vertrouwenspersoon van de TU Delft. Alle vijftien hebben zich in de maanden daarvoor bij haar gemeld met zorgen over gebeurtenissen op hun afdeling. Van der Hor heeft hun klachten samengevat in een rapport dat ze half oktober heeft voorgelegd aan het cvb en Human Resources. Als het cvb haar vraagt om de melders bovenstaande boodschap te geven, moet zij daaraan gehoor geven. Het cvb kent de melders immers niet. Volgens Van der Hor is het dan goed gebruik dat een vertrouwenspersoon zo’n bericht verstuurt. Er is voor de organisatie immers geen andere manier om anonieme melders te bereiken en communicatie tussen beide moet volgens haar mogelijk blijven. Dus kopieert Van der Hor de regels over de zwijgplicht en drukt ze op de verzendknop. Wat de melders met deze boodschap moeten weten ze niet, maar ze trekken de conclusie dat ze hun mond moeten houden.

De melders waren alle vijftien afzonderlijk bij vertrouwenspersoon Van der Hor terechtgekomen met klachten over de nieuwe directeur van I&IC, Kemo Agović. Een samenvatting van Van der Hor’s rapport daarover hadden ze al gekregen, maar op 22 december krijgen ze een schok: de onduidelijke situatie waarin zij zich in hun werk bevinden, het gebrek aan sturing, leidinggevenden die er steeds slechter uitzien en vaak ziek zijn: het hangt samen met die zwijgplicht.

Wilde speculaties

Onderwerp van die zwijgplicht is de directeur. Door het gebrek aan communicatie doen over hem al maandenlang de wildste speculaties de ronde. Niet verwonderlijk, want vanaf zijn aantreden heeft nauwelijks iemand zicht op wat hij doet. Hij is geregeld afwezig en sinds november 2023 verschijnt hij zelfs helemaal niet meer op kantoor. Alleen niemand zegt wat er aan de hand is. Vanaf het najaar moet iedereen doen alsof Agović gewoon op afspraken zal verschijnen, terwijl die steeds kort van tevoren worden afgezegd. I&IC werkt veel met externe relaties wat die last-minute-afzeggingen extra ongemakkelijk maakt: ‘Waarom ben ik dan komen opdraven’, horen I&IC-medewerkers van hun externe relaties. Een antwoord op die vraag kunnen ze niet geven.

22 december 2023, de datum waarop bovenstaande mail wordt verstuurd, is saillant. De kerstvakantie staat voor de deur. Het is exact een jaar nadat de Inspectie van het Onderwijs TU-medewerkers opriep zich te melden als zij ongewenst gedrag op de werkvloer hadden ervaren. Die datum leidde destijds tot uitgesproken ergernis bij het cvb. De timing zou de kerstborrels en vakanties van TU-medewerkers verpesten. Om die reden maakte het college van bestuur een groot kritiekpunt van die donderdag 22 december 2022. Maar een jaar later, op 22 december 2023, de dag voor de kerstvakantie, ontvangen melders bij de vertrouwenspersoon de mail die zij interpreteren als een dreigement: als onze leidinggevenden al ontslag boven het hoofd hangt als zij hun mond open doen, wat staat ons dan te wachten?

Smartwatch

Om te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen moeten we terug naar april 2023. Kemo Agović begint als de nieuwe directeur I&IC. Het cvb is ‘verheugd met zijn benoeming’ en heeft ‘er alle vertrouwen in dat I&IC onder zijn leiding onze huidige allianties kan versterken en nieuwe in gang zetten’. Ook Agović heeft er zin in. Maar al snel rijzen binnen I&IC twijfels over zijn functioneren. Mensen zien hem niet inhoudelijk aan het werk. Gesprekken en overleggen gaan bijna alleen maar over persoonlijke onderwerpen, waarbij hij veelvuldig op zijn smartwatch kijkt.

Niet iedereen interpreteert deze voorbeelden overigens op dezelfde manier. Waar de een sturing, visie en duidelijkheid mist, geeft de ander de nieuwkomer aanvankelijk het voordeel van de twijfel: het is niet onprettig dat hij elk voorstel goedkeurt. En dan zijn er de mensen aan wie de onrust op dat moment allemaal nog voorbijgaat. Bij I&IC werken ongeveer 170 mensen, lang niet allemaal hebben ze direct van doen met de directeur.

Nul op het rekest

Onder degenen die dat wel hebben, nemen de verbazing en de onvrede over het functioneren van de directeur met de week toe. Verschillende betrokkenen proberen dat eerst met hem zelf te bespreken. Zonder resultaat. Ze richten zich vervolgens tot rector Tim van der Hagen en directeur Human Resources (HR) Annemieke Zonneveld, maar krijgen nul op het rekest.

Intussen zien medewerkers dat de praktische problemen zich opstapelen, maar blijft het onduidelijk wat er precies aan de hand is. Sommigen geven hun eigen leidinggevenden de schuld van die situatie, omdat die vragen ontwijken of nietszeggende antwoorden geven. Het leidt tot onderlinge frustratie, ergernis en boosheid: medewerkers voelen zich niet serieus genomen.

Pas tijdens een I&IC-personeelsbijeenkomst op 7 maart 2024 begrijpen medewerkers dat hun leidinggevenden in een onmogelijke positie zitten. Dik een week eerder, op 27 februari, hadden de medewerkers van I&IC, net als alle TU’ers, een summier cvb-bericht gekregen. Daarin bedankte het cvb de directeur voor zijn diensten en kondigde het zijn vertrek aan per 1 juni 2024. In datzelfde bericht zei de directeur te hebben besloten dat het tijd is voor ‘een nieuwe richting’ in zijn carrière in lijn met zijn ‘langetermijndoelen en aspiraties’ na nog geen jaar in dienst van de TU Delft. Het college van bestuur schreef dit besluit te ‘betreuren’, maar te ‘respecteren’.

Ongeloof

Het cvb-bericht roept onder medewerkers talloze vragen op. Op 7 maart 2024 krijgen zij alle gelegenheid om die te stellen aan het managementteam, zo is aangekondigd in de uitnodiging voor de personeelsbijeenkomst. Wederom blijven antwoorden uit. Medewerkers krijgen te horen dat ze hun blik op de toekomst moeten richten. Er knapt iets bij sommigen. Na maanden van frustratie en oplopende spanningen over het gebrek aan communicatie en daadkracht, barsten mensen in huilen uit. Eén van de melders kan het niet langer aanzien en zegt dat MT-leden een zwijgplicht opgelegd hebben gekregen, op straffe van ontslag.

Die boodschap slaat in als een bom. Het ongeloof is groot. De aanwezigen hebben nog geen week eerder, op 1 maart, net als heel Nederland kunnen lezen dat de Onderwijsinspectie de TU Delft tot op het hoogste niveau wanbeheer verwijt wegens het niet op orde hebben van de zorg voor medewerkers. De inhoud van dat rapport wordt voor hen ineens akelig herkenbaar. De stemming slaat om. Voor de MT-leden klinkt steun en medeleven. De frustratie richt zich na al die maanden plotsklaps niet meer op de leidinggevenden, maar op de laag daarboven: het college van bestuur en de directeur HR. Van hen kwam immers de zwijgplicht.

Verreweg de meeste medewerkers weten dan nog altijd niet dat er door vijftien collega’s melding is gedaan bij de vertrouwenspersoon, die daarover in oktober 2023 een rapport had gestuurd aan het cvb en HR. Dat rapport leidde tot een onafhankelijk extern onderzoek naar het functioneren van de I&IC-directeur. Dat gebeurt vaker als een vertrouwenspersoon een ernstig signaal afgeeft (zie punt 3.3 in het jaarverslag 2022 van de vertrouwenspersonen).

Knagende onzekerheid

Beide onderzoeksrapporten zijn vertrouwelijk. Meerdere betrokkenen bevestigen echter dat beide onderzoeken, dat van de vertrouwenspersoon en dat van het externe bureau, tot negatieve conclusies kwamen. Twee bronnen delen de kwalificaties uit het rapport van de vertrouwenspersoon met Delta: bij de directeur was sprake van grensoverschrijdend gedrag, mismatch, managerial bullying, integriteitsissues en onprofessioneel gedrag.

Terwijl de onderzoeken lopen naar het functioneren van hun al maanden steeds vaker afwezige directeur horen de medewerkers van I&IC niets. Ook de vijftien melders bij vertrouwenspersoon Van der Hor weten na het uitkomen van haar rapport niet wat er gaande is. De directeur verschijnt vanaf november 2023 niet meer op kantoor, maar blijft tot diep in 2024 wel degene die, op afstand, documenten ondertekent. Dat laatste is niet voor iedereen duidelijk, waardoor er soms vertraging ontstaat. In het cvb-bericht over het vertrek van de directeur staat bovendien dat hij tot nog 1 juni 2024 in dienst blijft. Aan de knagende onzekerheid bij alle betrokkenen komt pas op 25 maart een einde als zij de korte bevestiging krijgen dat drie dagen later een interim-directeur zal aantreden.

Uitnodiging

Al maanden heeft de schade bij I&IC-medewerkers door het totale gebrek aan duidelijkheid zich opgebouwd. Ze nemen geen genoegen met de summiere uitleg die zij krijgen tijdens de personeelsbijeenkomst op 7 maart. Na afloop van die beladen en emotionele bijeenkomst, steekt een groep van elf medewerkers de koppen bij elkaar: wat kunnen wij doen, vragen ze zich af. Ze besluiten rector Van der Hagen en HR-directeur Zonneveld om uitleg te vragen.

Op 11 maart mailen zij Van der Hagen en Zonneveld namens een groep van 87 medewerkers. Ze schrijven: “Veel collega’s zijn geraakt door de situatie en in de bijeenkomst liepen de emoties bij velen van ons hoog op. Als medewerkers van het I&IC maken wij ons daar zorgen over. Het gebrek aan communicatie, uitleg, duidelijkheid en transparantie heeft grote impact op onze dienst. [..] In het kader van een open cultuur, waarin iedereen zich gezien en gehoord mag voelen, stellen wij het op prijs als u – leidinggevende van onze (voormalig) directeur – met ons in gesprek gaat, de mogelijkheid geeft om onze vragen te beantwoorden en ingaat op onze zorgen.” Van der Hagen en Zonneveld stemmen toe op 21 maart langs te zullen komen.

Vertrouwelijkheid geschonden

Ze missen deze kans om de rust bij I&IC te doen weerkeren, schrijft I&IC-medewerker Jan Schiereck op 22 maart al in een ingezonden brief in Delta. Een verslag van die bijeenkomst, een bijbehorende mail, beide in het bezit van Delta, en meerdere aanwezigen bevestigen dat beeld. Over het verslag dadelijk meer.

Eerst de manier waarop die bijeenkomst tot stand kwam, want ook daarover blijkt onvrede te bestaan. Dat is in de bijeenkomst expliciet benoemd en daardoor bij alle aanwezigen bekend. Het betreft de rol van de ombudsfunctionaris voor personeel, Birgitte Peters. Haar was door twee medewerkers gevraagd, zo blijkt ook uit haar eigen reactie onder dit artikel, mee te denken over hoe het gesprek tussen de I&IC-medewerkers aan de ene kant en Van der Hagen en Zonneveld aan de andere kant het beste vormgegeven zou kunnen worden.

Excuses

Tot hun verbijstering schendt de ombudsfunctionaris in de communicatie daarover de vertrouwelijkheid. In een mail aan Van der Hagen en Zonneveld zet ze beide medewerkers tussen de geadresseerden, terwijl de ombudsfunctionaris hun juist had gezegd dat ze vertrouwelijk met hun gegevens zou omgaan. Die mail en de mailwisseling eromheen, waarin ook excuses staan van de ombudsfunctionaris, zijn in handen van Delta.

In die mailwisseling adviseert de ombudsfunctionaris Van der Hagen en Zonneveld om geen grote personeelsbijeenkomst te organiseren waar beiden vragen zouden moeten beantwoorden, maar in kleiner comité samen te komen. De twee medewerkers gaan daar niet mee akkoord. Van der Hagen en Zonneveld hebben immers al toegezegd naar een bijeenkomst met alle I&IC-medewerkers te komen. Bovendien stelt de ombudsfunctionaris voor om die kleinere bijeenkomst te houden op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip als de grote bijeenkomst. Van der Hagen reageert desondanks snel en enthousiast op het advies van de ombudsfunctionaris: hij volgt het graag op, schrijft hij.

Verscheurd en uitgeput

Na een resolute afwijzende mail van de betrokken medewerkers komt hij daarop terug. Hij en Zonneveld komen zoals afgesproken alsnog naar de grote bijeenkomst. Het wordt een beladen uur. Meerdere malen moet er een pauze worden ingelast omdat de emoties hoog oplopen: mensen zijn boos of huilen.

Een medewerker schetst eerst de sfeer bij I&IC, zo is te lezen in het verslag van de bijeenkomst: “Ik zie mensen rondlopen die letterlijk gebukt gaan onder de last die ze dragen. Leidinggevenden die zich verscheurd voelen en uitgeput zijn.”

Ook staat er: “We kregen geen informatie, geen antwoorden op vragen over wat wij moeten communiceren naar onze contacten: intern, en ook extern, bij de gemeente, etc. Dat heeft ook effect op onze eigen geloofwaardigheid en reputatie. We schamen ons dood. Nu schijnt er een interimmer te komen (zoals eerder in dit artikel is te lezen, kwam de aankondiging van de komst van de interim-directeur vier dagen na de personeelsbijeenkomst, op 25 maart, red.). Ook daarover is geen centraal geregisseerde, duidelijke communicatie vanuit het cvb. Het cvb heeft veel energie gestoken in een tegenreactie van 172 pagina’s op het rapport de onderwijsinspectie; nog omvangrijker dan het rapport zelf. Wij kregen een mail van 5 regels over het vertrek van onze directeur. Wat een schrijnend contrast.”

Tientallen vragen

En: “We ervaren collectief dat de juridische procedures en de hoogte van een afkoopsom belangrijker zijn dan het welzijn van de 170 medewerkers binnen onze directie. We hebben tientallen vragen en voelen ons niet erkend en serieus genomen als intelligente en gedreven professionals. De randvoorwaarden om ons werk goed te kunnen doen ontbreken. Mensen haken af, worden ziek of nog erger: talentvolle en zeer geliefde medewerkers vertrekken – en ze voelen zich nog schuldig ook dat ze hun collega’s achterlaten met de scherven. [..] Het I&IC voelt zich als groep al lange tijd verweesd en verwaarloosd.”

De organisatoren van de bijeenkomst van 21 maart sturen hun verslag op 4 april naar het cvb, de directeur HR en de voorzitter en vice-voorzitter van de ondernemingsraad (or). In de begeleidende mail staat dat de medewerkers van I&IC  zich ‘absoluut [willen] inzetten voor het proces van heling en onze blik op de toekomst richten’. “Echter, wij vinden het spijtig om te zien dat dit aan ons wordt gelaten. De wond is bij meerdere mensen diep en zal zich zonder enige nazorg niet vanzelf sluiten. Een interim-directeur met een breed en complex aandachtsveld kan dit ook niet alleen. Hiervoor is ook inzet van het cvb en HR essentieel.”

Volgende keer net zo

Van der Hagen reageert door te zeggen ‘begrip te hebben voor de boosheid in de zaal en geraakt te zijn door dit verhaal’. Wat erop volgt, schiet veel aanwezigen echter in het verkeerde keelgat, zo blijkt uit het verslag en uit gesprekken van Delta met verschillende aanwezigen. De rector zegt namelijk dat hij en HR niet anders hadden kunnen handelen, dat vertrouwelijkheid voorop staat en dat een soortgelijke casus een volgende keer op dezelfde manier zou worden aangepakt. Hij concludeert dat de aanpak ‘heeft gewerkt’, hetgeen Zonneveld beaamt. Verder stellen beiden dat MT-leden wel degelijk informatie hadden kunnen delen.

Hoe dat had gemoeten terwijl hen ontslag boven het hoofd hing bij het doorbreken van de hun opgelegde zwijgplicht, wordt niet duidelijk. Later bevestigen Van der Hagen en Zonneveld dat de mt-leden niks valt te verwijten.

Uit het verslag, de begeleidende mail en de gesprekken met betrokkenen blijkt dat veel medewerkers allerminst klaar zijn om naar de toekomst te kijken, zoals het college van bestuur graag wil. Alle betrokkenen spreken van een geschaad vertrouwen in het cvb, de dienst HR en de ombudsfunctionaris. Medewerkers zeggen door alles wat er is gebeurd geen idee meer te hebben waar ze zich moeten melden bij sociale onveiligheid. Ze vragen om excuses voor de hele gang van zaken. Die zijn vooralsnog niet gekomen.

Opnieuw naar de inspectie

Het verhaal van I&IC illustreert de conclusie van de Inspectie van het Onderwijs: de zorg voor medewerkers is aan de TU Delft niet op orde. Niet voor niets hebben tenminste twee betrokkenen een nieuwe melding gedaan bij de inspectie. Die laat via een woordvoerder weten dit om redenen van vertrouwelijkheid niet te kunnen bevestigen. Maar de woordvoerder zegt ook dat een casus die in lijn is met hetgeen door de inspectie is geconstateerd van pas kan komen in het herstelonderzoek dat ze zal doen op de TU Delft.

Reacties en journalistieke verantwoording

College van bestuur en Human Resources

Delta heeft rector Van der Hagen en HR-directeur Zonneveld op 11 april verzocht om een interview voor wederhoor, nadat het al bij een eerder interviewverzoek aan de rector had aangegeven vragen te zullen stellen over I&IC. Dat interview ging niet door. Een woordvoerder liet op 11 april weten dat is besloten tot een ‘medialuwte, in deze fase van het opstellen van het verbeterplan, om het proces ongestoord te laten verlopen’.

Desondanks heeft Delta op 12 april alle bevindingen die op de rector en de HR-directeur betrekking hebben per e-mail aan ze voorgelegd, inclusief de vraag of ze bereid zijn excuses te maken. Daarop stuurden zij later die dag het volgende statement:

“Wij zijn nauw betrokken bij en begaan met de problematiek van de afdeling I&IC. De medewerkers van I&IC gaan door een moeilijke periode. Er zijn gevoelens van onrust en onbehagen naar aanleiding van wat er de afgelopen periode is gebeurd. Dat is een situatie waarin geen enkele medewerker terecht wil komen.
Wij zijn als werkgever dan ook nauw betrokken bij een proces om te komen tot herstel van goede verhoudingen en een goede werksfeer. En zijn daar sterk aan gecommitteerd.

In onze positie als werkgever krijgen we veel informatie die veelal sterk persoonlijk van aard is en die ons in vertrouwen wordt gegeven. Dit betekent dat het voor ons onmogelijk is om op de vragen ten behoeve van uw artikel te reageren, vanuit de waarden van vertrouwelijkheid en respect voor de collega’s in kwestie. Het staat ons niet vrij informatie te verstrekken die tot personen herleidbaar is. Wij hebben uitgebreid gesproken met de MT-leden van I&IC, ook over personen die zijn geraakt. Ook hier is het onontkoombaar dat deze informatie vertrouwelijk is en moet blijven.”

Ombudsfunctionaris voor personeel

Delta heeft ook ombudsfunctionaris Brigitte Peters op 11 april per e-mail een interviewverzoek gedaan. Daarop kwam een reactie met de eis deze integraal te plaatsen. Het is journalistiek zeer ongebruikelijk om zo’n eis in te willigen. Delta plaatst hem voor de volledigheid toch, met enkele aantekeningen daaronder:

“Als ombudsfunctionaris heb ik een vertrouwensfunctie, die ik naar eer en geweten uitvoer. Dat een journalist mij benadert voor wederhoor over mijn vertrouwensfunctie vind ik hoogst ongemakkelijk aangezien de essentie van mijn functie is dat mensen – inclusief ikzelf – zich beschermd moeten weten door die vertrouwelijkheid. De hoofdredacteur van Delta benaderde mij met de mededeling dat zij beschikt over “verschillende documenten en meerdere getuigenverslagen waarin mijn handelen in dit dossier als problematisch wordt bestempeld”. Over welke documenten het gaat en wie deze “getuigen” zijn, vertelt Delta er niet bij. Ik reageer niet op anonieme aantijgingen. Mijn vermoeden is dat dit gaat over de I&IC-medewerkersbijeenkomst van afgelopen 21 maart en hoe twee organiserende I&IC-medewerkers mijn advies aan hen, de CvB-voorzitter en de directeur HR hebben ervaren. Die twee medewerkers van I&IC hadden mij benaderd of ik als moderator wilde optreden met als doel: “hoe kunnen we veiligheid voor iedereen waarborgen, ook voor (CvB-voorzitter) Tim.” Omdat ik dit een vruchtbare benadering vond, heb ik samen met een expert, met de twee I&IC medewerkers 1,5 uur gesproken hoe de bijeenkomst zo goed mogelijk vorm te geven. De volgende dag lieten zij mij weten – zonder enige toelichting – niet met mij in zee te willen gaan met de toevoeging: “We zullen zelf contact opnemen met Tim om onze aanpak van de meeting te bespreken.” Ik heb dit proces willen ondersteunen met een goedbedoeld professioneel advies: stem met elkaar af over de verwachtingen en het doel van die bijeenkomst. Mijn intentie was dat er een goede basis gelegd zou kunnen worden voor een eerlijke kans op de verbetering van de communicatie binnen de TU Delft (CvB-I&IC, en visa versa). Ik zou het onterecht vinden als mijn oprechte intentie nu anders wordt geïnterpreteerd.”

Het verwijt dat de ombudsfunctionaris Delta maakt is voorbarig. Tijdens het beoogde interview zou Delta vanzelfsprekend details over documenten en getuigen delen, voor zover de vertrouwelijkheid dat zou toelaten. Delta heeft de ombudsfunctionaris dit per e-mail laten weten. Vervolgens heeft Delta op 12 april de bevindingen over haar handelen aan haar voorgelegd met een verzoek om een reactie op die punten. De intentie daarvan is wederhoor. Daarop liet de ombudsfunctionaris weten met rust gelaten te willen worden.

Anders dan in de verklaring hierboven is weergegeven, hebben de twee I&IC-medewerkers de ombudsfunctionaris niet gevraagd om als moderator op te treden, maar om te adviseren over wie daarvoor geschikt zou kunnen zijn, zo blijkt uit hun mailwisseling.

Externe vertrouwenspersoon

Delta heeft kort met vertrouwenspersoon Carin van der Hor gesproken, zoals uit het begin van het artikel al blijkt. Ze zegt: “Hoezeer het me ook aan het hart gaat, ik kan niet inhoudelijk op individuele casussen ingaan. Ik zie dat het hele gebeuren schade toebrengt en dat vind ik verschrikkelijk.” Over de mail van 22 december zegt zij nog: “Ik had erbij moeten vermelden dat ik niet anders kon dan die doorsturen. Op de inhoud kan ik verder helaas niet ingaan.”

Directeur I&IC

Na meerdere pogingen tot wederhoor in de afgelopen weken, heeft Delta op 12 april Kemo Agović opnieuw benaderd per mail, Whatsapp en telefoon. Per mail zijn hem de bevindingen over hem voorgelegd, met de mededeling dat Delta op korte termijn een artikel over I&IC zou publiceren, dat deels over hem zou gaan, en met het verzoek diezelfde ochtend te laten weten of hij bereid is een reactie te geven. Hij heeft hier niet op gereageerd.

Werkwijze

Delta heeft voor dit verhaal acht afzonderlijke betrokkenen on the record geïnterviewd en met nog eens vier anderen achtergrondgesprekken gevoerd. De meeste van hen hebben Delta zelf benaderd omdat ze geen andere uitweg meer zagen. Dit artikel is gebaseerd op hun verhalen, op de aantekeningen die zij het afgelopen jaar hebben gemaakt, op meerdere originele e-mails en e-mailwisselingen en op het verslag van de bijeenkomst van 21 maart.

Eerder in het verhaal staat in een quote dat naast de directeur meerdere medewerkers van I&IC vertrekken of zijn vertrokken. Dat heeft Delta bij betrokkenen zelf of andere bronnen voor vijf personen kunnen verifiëren.

Meerdere personen hebben delen van een vertrouwelijk document voorgelezen. Delta heeft dat verantwoord en voldoende geacht, gezien het grote belang voor de medewerkers van de TU Delft dat hiermee gediend is. Datzelfde geldt voor het anoniem houden van deze bronnen. Deze werkwijze is journalistiek te verantwoorden als er een groot belang gediend is in combinatie met een groot risico op negatieve consequenties voor klokkenluiders en bronnen.

Veel vragen zijn nog onbeantwoord. Vanwege mogelijke herleidbaarheid tot individuen hebben we ook niet alles in detail kunnen opschrijven.

Delta blijft de ontwikkelingen volgen. Heb je tips, meld je dan via tudelta@protonmail.com. Je kunt rekenen op vertrouwelijke omgang met je informatie.

Julien Althuisius klinkt u misschien in de oren als een verzonnen naam – maar dat zijn alle namen, sukkel. U kunt beter zeggen dat Julien Althuisius klinkt als een naam die verzonnen is door Harry Mulisch, voor een romanpersonage dat op een bedlegerige septemberochtend aan zijn anus krabt om er dan achter te komen dat zich daarin een opgerolde schatkaart voor een scheepswrak ergens in de Bermudadriehoek bevindt. En voor de jonge lezers die niet weten wie Harry Mulisch was: denk aan een soort Joost de Vries met minder kapsones.

En, voor de lezers die niet weten wie Julien Althuisius is: dat is een columnist bij de Volkskrant. Nooit een goed teken, natuurlijk, en alsof één Sylvia Witteman nog niet genoeg is schrijft Althuisius ook columns ‘over het dagelijks leven’, steevast met minstens één van de drie elementen uit de volgende triviale trifecta: gênante situaties in de tram die nooit gebeurd zijn; sociaal voyeurisme in de rij van de supermarkt; en anekdotes met de kinderen aan de ontbijttafel, die altijd besloten moeten worden met het mierzoete besef dat we toch wel van ze houden, hoe mislukt ze ook zijn. Lijkt me overigens logisch: het zijn je kinderen. Ik mag hopen dat je nog van ze houdt als ze meer met de kat knuffelen dan met jou – dat maakt je nog geen goede vader. 

Het echte probleem met dit soort columns is natuurlijk niet eens bovengenoemd feelgood-cliché. Het is zelfs niet zinnen als ‘Deze dikke laag gelijkmatig uitgesmeerd ongemak vindt plaats met wederzijds en stilzwijgend begrip’ en ‘Het was niet de emotie in haar gezicht die me raakte, maar het gebrek daaraan’. Het echte probleem is dat de kinderen van Julien Althuisius mij geen kanker kunnen schelen. Ze mogen wat mij betreft vandaag te pletter storten als dat betekent dat ik die compleet van enig wenkbrauwhaar verstoken rotkop nooit meer hoef te zien bij de column van de dag. Meneer lijkt wel het eerste testsubject voor een experimentele, zeer plaatselijke chemokuur voor oogkanker. 

Een ander bloed onder mijn afgekloven nagels vandaan halend ticje van Althuisius, dat hij overigens deelt met belletjelellende lellebellen als Marja Pruis en Niña Weijers, is dat hij, als hij in zijn columns schrijft over bekende mensen, altijd onnodig vaag doet over wie het nu betreft. ‘Waarschijnlijk wilde ik stoer doen, of grappig, of in ieder geval iets om maar enigszins in het gevlei te komen bij deze schrijver, die een van de meest gewaardeerde is in Nederland, die al literaire prijzen won toen ik nog ingestopt werd door mijn moeder; die ik bewonder, al is het alleen maar omdat ze zo ongegeneerd zichzelf is.’ Zeg, voor wie doet Althuisius dit nou eigenlijk? In elk geval niet voor de 99% van de Nederlandse bevolking die helemaal niet wil weten wier hielen Althuisius nu weer heeft liggen likken. En de rest raakt alleen maar gefrustreerd, omdat ze dacht dat ze kinderachtige rebussen voorgoed op de basisschool had achtergelaten. 

Maar, goed dan, ere wie ere toekomt: zelfs Julien Althuisius breekt zo nu en dan met de vaste vorm van columns van de dag. Zo geeft hij af en toe ook zonder anekdotische aanleiding zijn mening over moderne maatschappelijke fenomenen. En dan kan hij nog wel eens fel uit de hoek komen. Zo moeten er tribunalen komen, onder andere ‘voor mensen die het woord “eyecatcher” gebruiken. Voor mensen die het woord “boevenpad” gebruiken, voor mensen die about last night zeggen; of gamechanger.’ Tribunalen voor mensen met lelijk taalgebruik; dat klinkt als kantoorhumor. En dat klopt, want Althuisius blijkt de grap te hebben overgenomen van een collega. Dat het allemaal dus toch weer voortkomt uit een gaapverwekkende anekdote, kunnen we hem nog wel vergeven. Wat we hem daarentegen niet kunnen vergeven is de gruwelijke denkfout dat het op enigerlei wijze interessant of intelligent is om een hekel te hebben aan dit soort taalverschijnselen. Meer mensen, en dan met name mensen die in kantoren werken, lijken te denken dat liefde voor taal inhoudt dat je een lekker warm gevoel in je buik krijgt als je een alliteratie leest. Gewoon een keer een fatsoenlijk boek lezen, ho maar.

Snoeverij is het dus, maar ook hypocrisie. Dat Althuisius’ ludieke taalvoorkeuren op niets anders zijn gebaseerd dan de dikke eelthuid van zijn voorhoofd, bewijst een van zijn andere stukken. Daarin noemt hij de inbreker van zijn auto ‘Een onverlaat. Een snoodaard. Een spitsboef’. Als dit geen woorden van de categorie ‘boevenpad’ zijn, is het zelfbewustzijn van Julien Althuisius niet van de categorie meelworm. 

En dat dat laatste wel degelijk zo is, demonstreert Althuisius ten slotte graag nog eens zelf, in een nog recentere column. ‘Mijn trainers benaderen zaktraining als een voorbereiding op een echt gevecht’, schrijft hij, oprecht verbaasd. Maar Julien, wat is een training anders dan een voorbereiding op een echte situatie? Misschien is dat anders voor Julien Althuisius, en heeft hij, na het halen van zijn zwemdiploma, nooit meer een voet in een zwembad gezet. Het zou ook meteen zijn columns verklaren: sinds hij in groep drie leerde schrijven, heeft hij nooit meer een normale zin op papier gezet. 

WF

Archief