Wie het interview met Arie Boomsma in Volkskrant Magazine heeft gelezen weet dat het niet goed gaat met de fitness-evangelist. Zelf zegt hij dat het beter met hem gaat dan ooit, maar al die squats de hele dag, dat moet wel dienen om iets te onderdrukken. Toch is Arie altijd bereid om zowel geestelijke als fysieke raad te geven.

 

Beste Arie,
Ik ben vluchteling. Ik ben helemaal van Syrië naar Nederland lopen in karavaan. Ik dacht hier leven opbouwen, maar mensen zij binden varkens aan boom en zij gooien stenen door mij raam. Mij vrouw en kinderen zij zijn bang dat Nederlanders niet gastvrij zijn als wij dachten. Help mij.
Tarek Abboud

 

Lieve Tarek,
Dat is nog eens een goede oefening voor je kuiten, zo’n mars vanuit Syrië! Ik zou als ik jou was niet bij de pakken neer gaan zitten: die stenen kun je uitstekend gebruiken. Door zo’n kei te deadliften train je niet alleen je been- en bilspieren, maar ook grote groepen spieren in je rug, armen en schouders. Zelf lift ik graag als ik even op zoek ben naar de goede woorden. Tijdens het schrijven van dit antwoord heb ik al drie rondes van tien keer achter de rug!
Arie

 

Beste meneer Boomsma,

Net als u heb ik altijd veel hoop geput uit het geloof. Van u begrijp ik dat: God lijkt u op geen enkele manier tegen te werken in de dingen die u onderneemt. Zelfs uw homoseksuele neigingen weet u met hulp van boven ogenschijnlijk moeiteloos te onderdrukken. Hoe anders is dat voor mij? Ik heb een gemene vrouw en een diep ongelukkige, gehandicapte zoon die nooit zal leren lopen. Wat heb ik fout gedaan? Is dit rechtvaardigheid volgens de Heer?

Een gelovig man

 

Lieve medegelovige,Niet zo sip! Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Mijn nieuwe boek Fit (€19,99) daarentegen niet. Ik begrijp uit je brief dat je zoon in een rolstoel zit, maar is er ook iets mis met zijn armen? Druk die jongen een paar gewichtjes in zijn handen! Kun jij hem ondertussen al joggend vooruit duwen. Blijf vooral bidden, twintig weesgegroetjes per dag die je beurtelings aanvult met een reverse lunge en een diepe squat. Veel sportplezier!

Arie

 

Hoi Arie,

Ik probeer iedere week minstens drie keer langs de GGZ te gaan, en richt me dan altijd op verschillende onderdelen. Maandag zit ik bij de gespreksgroep borderline, woensdag doe ik therapeutisch kartonprikken en vrijdag speel ik Cluedo op de psychotische afdeling. Verder let ik op mijn voeding: ik ontbijt met een lithiumshake, lunch met een flink bord citalopram en trazodon, slik de hele dag door clozapine en klap voor het slapengaan de nodige pammetjes. Toch heb ik er vorige week nog een diagnose bijgekregen: een dwangneurose. Is het dan nooit genoeg? Moet ik de hele DSM afwerken? Graag hoor ik hoe jij mijn problemen zou oplossen.

Groetjes,

een verward persoon

 

Hoi verward persoon, wat vervelend nou allemaal. Dwangneuroses zijn bijna net zo naar als hamstringblessures. Het goede nieuws is dat je ze prima kunt bestrijden met mijn fitnessregime. Leg om te beginnen een halter onderaan de trap. Daarmee ga je voortaan bij iedere tree eerst tien keer een upright row doen, en dan tien keer een military press. Als je terug moet doe je hetzelfde, maar dan van onder naar boven! Koop vervolgens een flink zware kettlebell, doe hem in je tas en neem hem overal mee naar toe. Voordat je iemand gedag zegt ga je voortaan eerst 25 swings doen met die kettlebell. En niet smokkelen hè: zowel met links als met rechts. Geleidelijk kun je het schema uitbreiden met oefeningen onder de douche, in bed en op de WC. Als het je te ver gaat vraag je jezelf: wil ik nou van die dwangneurose af of niet? Wees systematisch, consequent en onverbiddelijk, dan ben je voor je het weet weer zo gezond als een vis.

Arie

Het leven van een schrijver bestaat niet alleen uit glamour, uit het ophalen van geldprijzen van 50.000 euro, het geïnterviewd worden op tv of radio, het in ontvangst nemen van beurzen en subsidies of het knuffelen met boekhandelaren die zeggen dat ze je boek goed vinden, omdat ze het nu eenmaal goed vinden. ‘En dat is mijn mening. Basta!’ Ze zeggen dat omdat je er al tienduizend keer langs bent geweest om met ze te slijmen. Het zijn altijd ontzettende imbecielen, boekhandelaren. Je hebt om boekhandelaar te worden helemaal geen opleiding nodig. Je raadt de mensen, je klánten, maar wat in het wilde weg aan, alles wat in de bestsellerlijst staat, als je maar zelf al die rotzooi niet hoeft te lezen, als je zelf überhaupt maar niet hoeft te lezen.

Maar het schrijversbestaan bestaat dus niet alleen uit gefêteerd worden en shinen en omhelsd worden door boekhandelaren, soms is het ook gewoon tot vervelens toe wachten tot die man die jóú in je jeugd heeft verkracht is overleden (waartoe collega Noort gedwongen was) of tot die broer met die verzameling kinderporno de pijp uit is gegaan (dat had collega Mutsaers bij de hand) of tot je vader dood is zodat hij je niet meer kan tegenspreken (collega Op de Beeck). Je hebt ook nog zoiets als fatsoen en een verfijnde literaire smaak.

(Ik moet opeens terugdenken aan die middag dat Eva Hoeke en Marcel van Roosmalen me thuis kwamen interviewen en alle pakken jus d’orange leegdronken. Op een gegeven moment begonnen ze ongevraagd zelfs zélf naar de ijskast te lopen. Dan schonk Marcel staand een glas in, dronk dat snel leeg, vulde het opnieuw en vervolgens gingen ze verder met het interview, waarbij ze het overigens voornamelijk over zichzelf en hun kind hadden.)

En dan heb je dus die verschrikkelijke jeugdherinneringen – an unhappy childhood is a writer’s gold mine, zeggen ze wel, maar intussen heb je die ongelukkige jeugd wel beleefd. Zoals die keer dat ik met mijn schoolklas uit de Haagse Schilderswijk naar het museum moest. Hoe oud was ik toen? Tien, hooguit elf. Ik had in elk geval nog nooit met een boekhandelaar gesproken of een boekhandel vanbinnen gezien, ik was nog onbedorven, ik stond nog open voor kunst en literatuur. Ik ging met al mijn klasgenoten, met dat hele zootje ongeregeld, naar het Gemeentemuseum. De bus werd op de heenweg half gesloopt. Maar uiteindelijk zaten we dan in het museum op de vloer – omdat we uit de Schilderswijk kwamen waren er voor ons geen stoeltjes of bankjes – en daar zaten we met zijn allen te staren naar een schilderij. Voor zover dat tenminste te zien was, want ervoor stond een vrouw. Die kwam duidelijk uit de keurige Vogelwijk; het was zo’n tuthola die bekakt sprak en ons streng aankeek en zei dat het jammer was dat wij allemaal uit de Schilderswijk kwamen. Waarom was dat zo jammer? Omdat, legde ze uit, als we nette kindertjes van een nette school in een nette buurt waren geweest, er zeker wel eentje van ons had geweten wie de schilder was geweest die dit schilderij had gemaakt.

Naast het schilderij hing een bordje en daar stond op ‘Piet Mondriaan’. Ik dacht: dat zal hem wel zijn. Maar ik durfde het niet te zeggen. Ik dacht: dat zal wel te makkelijk zijn, dat zal wel niet mogen, dat je dan zegt wie het is. Dan telt het vast niet, want het staat al op het bordje.

Ik heb er altijd spijt van gehad dat ik het niet heb gezegd, dan had ik het vooroordeel van die vrouw over Schilderswijkkindjes kunnen wegnemen. Ik was tien, hooguit elf, maar ik hád het moeten zeggen.

Dit is dus duidelijk weer een voorbeeld van hoe je in Nederland wordt gediscrimineerd enkel en alleen omdat je in de Schilderswijk bent geboren.

De volgende keer vertel ik over mijn bezoek aan Renate Dorrestein, maar nu kan ik al zeggen dat ik haar oude schrijfmachine (nee, geen computer, echt nog zo’n aftands apparaat, een roestige Continental, het ding stond op een wankel krukje in de woonkamer, vlak bij de keuken) probeerde te stelen, maar hoe ze erin slaagde me op de drempel – ik stond al bijna buiten – te tackelen en de schrijfmachine weer van me af te pakken. En dat met dat verzwakte lichaam van haar! ‘Schenk woorden en blijf!’ riep ik nog door de brievenbus, want de deur had ze al, met die verroeste schat in haar armen, met onverwacht veel kracht dichtgesmeten.

AS

Zelf iemand tackelen? Doe mee aan de PC ONTHOOFTPRIJS.

‘Dit is Haydn, duifje’ zei ik, terwijl ik met mijn linkerhand door de haardos van mijn vriendinnetje kamde.

Ze pruilde haar opgespoten onderlip. Ik wist zeker dat ze een vulgaire Italiaan wilde horen, net als de vorige keer. Vivaldi misschien, of Rossini. Zoals op alle momenten van moedeloosheid schoot me meteen een citaat van Houellebecq te binnen. ‘Hoe heet het vet rondom de vagina? De vrouw.’ Ja, good old Becqy. Chroniqueur van de ondergang van het avondland. De mens is een stompzinnig schepsel. De beschaving heeft ons Sophocles gegeven, Brahms en Nietzsche, en wat doet de mensheid? Zij luistert naar Drake en loopt rond op afzichtelijk Amerikaans schoeisel. Absque omnis exceptionibus.

Ik besloot haar te straffen met Schoenbergs Drei Klavierstücke. Een beetje atonaal, maar nog net lekker fin de siècle. Precies goed genoeg om meisjes mee te martelen zonder daarbij mijn eigen gehoor te verzieken. Bestonden er vrouwen met wie je langer dan vijf minuten op onderhoudende wijze over componisten kon spreken? Nee, en dat kwam omdat ze altijd direct over Chopin begonnen, alsof er buiten die epileptische tuberculoselijer om niemand in staat was geweest het notenschrift te hanteren. Aures habere et non audire.

Ik boog me voorover en sloeg de toetsen buitensporig hard aan. Maiorus cede! Vanuit mijn ooghoek zag ik hoe mijn Florentijnse schoonheid ineen kromp. Ze had een draak van een ziel – volkomen aangerand door deze lege, liefdeloze tijd – die in een uitzonderlijk geslaagde mal was gegoten. Het product van eeuwenlange inspanningen van haar voorouders om zo goed mogelijk te trouwen, de bloedlijn vrij te houden van schadelijke invloeden, het familiefortuin te bewaken en de jongens op Grand Tour te zenden, was tenietgedaan, het was in één generatie bedorven, en dat allemaal door de jaren zestig! Crimine ab unus discus omnes.

Ik sloeg de toetsen aan alsof ik een ongehoorzame hond afroste. Mijn blik gleed over het notenschrift. Die Tasten tonlos niederdrücken! Ik drukte het pedaal naar beneden alsof ik een Ferrari reed. Etwas flüchtiger! Ik beeldde me in dat de toetsen haar clitoris waren en liet mijn nagels over het ivoor krassen. Het stuk duurde dertien gelukzalige minuten. Al die tijd lag ze met opgetrokken knieën en halfopen mond op zijn vloer, ijskoud en levenloos als een aangespoelde zeebaars. Nemo mi impune lacessit! Undique periculae nostrum imminentus! Vitus brevis est, longa arte!

Van elk waarheen bevrijd verschijnt juni 2018 in het Frans, Latijn en Hoogduits.

 

Irae furor brevus estis? Participeer aan het PC-ONTHOOFTCONCOURS.

Amazone in zicht.

Zaterdag 25 april verscheen in De Groene Amsterdammer een essay van de hand van Marja Pruis waarin ze toegaf niet van de straat te zijn. Marja bulkt van het cultureel kapitaal, hetgeen des te duidelijker wordt als ze zichzelf afzet tegen de groepsgenoten met wie ze min of meer gedwongen een rondreis door Brazilië maakte. “Je hebt mensen, en je hebt klassen.” Terwijl haar reisgenoten met selfiesticks in de rondte zwaaiden, noteerde Marja alles in haar “eeuwige aantekeningenboekje”. PC legde de hand op dit boekje en publiceert hierbij de avonturen die Marja op haar Kras-reis beleefde.

 

Maandag

Zojuist het hele roteind naar gate G23 afgelegd. Ben eerst nog zeventien loopbanden overgegaan om in de aankomsthal te zoeken naar de enige boekwinkel die om 6 uur ’s ochtends al open was. Bleek een AKO te zijn. Natuurlijk niemand die mij daar aan een dichtbundel van de ooit in São Paulo woonachtige Elizabeth Bishop kon helpen. Schiphol maakt distinctie domweg onmogelijk! Marja, hoe kon je die bundel nou op je nachtkastje laten liggen? No way dat ik in Brazilië een vluchtelingenroman van een Pakistaan ga lezen. Dat ding is trouwens loodzwaar, ik laat het hier voor de gelukkige vinder. Hopelijk is het filmaanbod van TUI een beetje redelijk. Om me heen beginnen de eerste stakkers ondertussen te dringen voor het boarden. De gedachte dat mijn reisgenoten zich bevinden tussen deze mensen met hun asymmetrische kapsels en makkelijke schoenen maakt me bang.

 

Dinsdag

De vlucht was een hel. Ze zeggen wel eens dat mensen die zich fatsoenlijk kleden grote kans maken op een upgrade, maar ik heb er niks van gemerkt. Bizar om te zien hoe al die proleten met net zoveel gemak het vliegtuig naar Brazilië pakken als een Citroën Picasso naar Preston Palace. Een nieuwe strevende klasse is opgestaan! Daar sla ik nog wel een keer een stuk uit. Maar voorlopig streef ik nog altijd harder in dat hete kutcolbert. Ik hield het niet meer toen ik dat vliegtuig uitstapte,  het mag een wonder heten dat de douane me niet tegenhield met al dat zweet op mijn kop. Ben gelukkig wel wat opgebeurd door de Braziliaanse gids die ons voor het vliegveld stond op te wachten. Leuke jongen, al wist hij alles over carnaval en niks over het Indigenisme. Ik schat hem tussen de 25 en de 50.

 

Woensdag

Heb vanochtend de hotelkamer verlaten om mee te gaan op excursie naar de Igazú-watervallen. In mijn witte linnen pak was het goed uit te houden. Luchtig en gekleed met een koloniaal tintje, helemaal perfect, zou je denken. Bleek het de bedoeling dat we in een bootje onder die watervallen door zouden gaan varen. Natuurlijk niet aan die flauwekul meegewerkt, al was het maar vanwege de hondslelijke oranje reddingsvesten. Heb me hoog boven achter de reling verschanst en op Herman, Sandra, Gijs en de anderen staan neerkijken. Toen ik al die handen in de boot tegelijkertijd omhoog zag gaan kreeg ik heel even zin om naar beneden te springen. Heel even maar hoor, zoiets zou ik nooit doen, zeker niet in de natuur.

 

Donderdag

Vandaag een forse wandeling door de favela gemaakt. Kon ik maar wat vet van mijn bovenarmen aan die kinderen schenken! Dat dat niet gaat wil natuurlijk nog niet zeggen dat het een goed idee is om stroopwafels uit te delen. Probeerde me wel te distantiëren van de groep maar dat viel nog niet mee als witte chica. Heb me uiteindelijk maar laten uitnodigen in een krot van een jongen die mijn ongemak zag. Kijk, ik mag dan sociaal niet heel begaafd zijn, maar als journalist begrijp ik tenminste dat je dat soort dingen niet voor elkaar krijgt als je de hele tijd druk bent die hongerbuikjes te fotograferen. Ben ik nou zo slim, of hebben zij zo weinig intellectueel kapitaal?

 

Vrijdag

Christus de Verlosser in Rio, wat een dag. Vanochtend leek het nog zo’n goed idee om me een dagje aan mijn reisgezelschap te onttrekken en alleen op pad te gaan. Zij moesten zich koste wat kost van de Suikerbroodberg afwerpen, ik moest hoognodig mijn culturele reserves aanvullen. Onze gids verwees me door naar het Museu de Arte Contemporânea. Ik zag aan hem dat hij graag had meegewild, maar ja, hij moest natuurlijk op dat stel zwakzinnigen letten. Geeft niet, maar het had wel leuk geweest als hij me iets had uitgelegd over de route ernaartoe. Heb twee uur in een bus gezeten die me naar een voorstad van Rio bracht. Uiteindelijk maar ergens uitgestapt en aan de terugtocht begonnen. Dertien kilometer over de brug van Niterói naar Rio gelopen, al mijn geld en Cartier-horloge kwijtgeraakt en vier aanrandingen doorstaan. Ik kan niet echt zeggen dat ik me nog mens voel. Toen ik kruipend in het hotel aankwam was het donker en zat iedereen goddank al op zijn kamer. Hopelijk heb ik morgen genoeg energie om hun verhalen aan te horen.

 

Zaterdag

Vandaag hebben we zeven kilometer langs Copacabana Beach gefietst maar ik wilde alleen maar dood. Ben uiteindelijk met fiets en al op het strand neergestort in de hoop dat de groep het niet zou merken. Integendeel, ze stelden direct voor om dan allemaal even pauze te houden. Ondertussen zat er al één ongevraagd aan mijn schouders te trekken. Ze beloofde dat ze de knopen er wel voor me kon uit masseren en bood me terstond haar afgedankte LINDA. aan. Die heb ik maar even doorgebladerd, niet voor mezelf maar voor haar natuurlijk, en omdat ik door al die verschrikkelijke dagprogramma’s nog altijd geen boekwinkel heb kunnen bezoeken. Morgen dan maar.

 

Zondag

Net de ontbijtzaal uitgevlucht. Ongelofelijk wat er daar voor beschuldigingen op me werden afgevuurd. “Leuk dat je zo los bent gekomen Marja!” “De Mas que nada zal nooit meer hetzelfde zijn!” Ik weet niet waar die mensen het over hebben. Ik kan me enkel herinneren dat er gister na het strandbezoek geen eind aan hun avances kwam. Ze wilden per se dat ik meeging een “pien-ja-ko-lada” drinken bij het zwembad. Heb gezegd dat ik het niet zo zag zitten om me te laten bedienen door een zwarte ober die 7 real per dag verdient, maar hedendaagse slavernij bleek voor dit gezelschap geen argument. Ik moest en zou mee. Waarom toch? Wat willen deze mensen van me? Heb besloten me voor de zekerheid de rest van de dag in mijn hotelkamer op te sluiten. Bourdieu heeft mij definitief verlaten.

 

Marja Pruis

Kunt u dit beter? Doe mee aan de PC ONTHOOFTPRIJSVRAAG.

Door gastredacteur Stefano Keizers (SK)

Dit is het zesde en laatste stukje dat ik schrijf voor Propria Cures. Ik heb op allerlei manieren geprobeerd om mijn redacteurschap te verlengen maar het mocht niet baten.

Gezien de diepgaande band die we hebben leek het mij noodzakelijk om te gaan reflecteren. Nog eenmaal blik ik terug op alle hoogte- en dieptepunten die ik tijdens het schrijven voor jullie doorgemaakt heb.

Waar te beginnen? Ik herinner mij nog goed hoe ik in het najaar van 2017 een e-mail van ene Mathijs kreeg; een mooie, uitgebreide e-mail, die mij op waarde schatte. En hoe het vervolgens 3,5 maand duurde voordat ik Mathijs een antwoord gaf. Ik weet nog goed hoe mijn regisseur mij op allerlei manieren heeft afgeraden om op het aanzoek in te gaan en hoe ik het met hem eens was.

Toen eind februari bleek dat ik een gigantische huurschuld had en de e-mail van Mathijs nog steeds de enige opdracht was die op de planken lag, besloot ik uiteraard om een principiële knieval te maken. Hoe nat waren de tranen toen bleek dat achter het gastredacteurschap van dit vod geen liquide vergoedingen schuilgaan! Hoe mensonterend was de trots die mij deed bewegen om alsnog op het aanbod in te gaan!

Voor ik het wist was mijn leven totaal veranderd en slokte de allesverslindende draaikolk van de hogere sferen mij op in dit immer beklijvende avontuur.

Met weemoed kijk ik terug op de nul reacties die mijn werk teweeg heeft gebracht. Het uitblijven van aanmoedigingen van lezers, het nooit verkrijgen van (op z’n minst) ontvangstbevestigingen nadat ik mijn stukjes had opgestuurd, de complete willekeur waarmee er met mijn werk werd omgegaan, het gemis van een beknopte introductie aan de achterban, het nooit zien of spreken van de mensen, het maanden na dato verwelkomen van één summier exemplaar van de papieren uitgave, het steeds meer het idee krijgen dat werkelijk niemand deze teksten leest en het dus niet uitmaakt wat ik opschrijf, het vervolgens verder uittesten van die hypothese en mijn vermoedens bevestigd zien worden, het volledig verspillen van mijn en jullie tijd, daar was het me uiteindelijk allemaal om te doen.

Wat ontzettend fijn dat ik dit platform heb mogen gebruiken om steeds meer het idee te krijgen dat ik daadwerkelijk niet besta. Bedankt dat ik eens temeer heb mogen proeven van het zoete goed dat zich futiliteit mag noemen, bedankt dat ik mij heb mogen wanen in de woestijn, in de limbo, in het ongewis, dat ik de trauma’s uit mijn jeugd heb mogen herbeleven, bang en alleen, opgesloten op mijn kamer.

Ik vind het mooi om te zien hoe weinig impact iemands bloed, zweet en tranen kunnen hebben. Is het geen prachtig idee dat hard werken absoluut niet altijd loont? Worden we niet gelukkiger van de gedachte dat je ook met het doen van vrijwilligerswerk in een diepe depressie kunt belanden?

Al met al is het een mooie tijd geweest, doorspekt met pijn en frustratie, doorzeeft met kogels. Voor de laatste keer kwak ik met extreem veel tegenzin wat tekst neer, rek ik zo geforceerd mogelijk de lengte op omdat ik al een paar alinea’s geleden de draad ben kwijtgeraakt.

Ik zag zojuist dat ik het minimale aantal vereiste woorden (400) ruimschoots bereikt heb (546) en ik kan niet beschrijven hoe goed dat voelt.

Geen idee eigenlijk waarom ik nog steeds aan het typen ben. Het klink in elk geval als de perfecte conclusie voor dit hele verhaal.

Ik ben eenzaam.

SK

Naam en nummer zijn bekend op de redactie.

De redactie reageert doorgaans niet.

Ook rancuneus? Doe mee aan de PC ONTHOOFTPRIJSVRAAG.

Archief