TD

Stromboli, een van de vele klassiekers van Nederlandse bestverkopende auteur Saskia Noort, is verfilmd. Een vraaggesprek over Foucault, literatuur, vrouwen en Connie Palmen. ‘Leon de Winter is natuurlijk een totale gek.’

In Stromboli zien we vrij veel thema’s met een filosofisch karakter. Freuds ideeën over seksualiteit zien we terugkomen, in de film zit een scene met het biechthokje, ik moet daarbij denken aan het werk van de late Foucault. Door welke filosoof bent u geïnspireerd voor uw werk?
‘Ik ben niet echt door een filosoof geïnspireerd, als ik eerlijk ben. Waar ik dan mijn ideeën vandaan haal? Van mezelf. Nee, serieus… Uiteraard heb ik zelf de nodige retraites gedaan: daar heb je allerlei spirituele gesprekken met mensen, maar het is niet zo dat ik de hele tijd filosofische boeken lees.’

Tussen het boek en de film bestaan enkele doch grote verschillen. Denkt u dat een verfilming van een boek – hoe goed zij ook is – recht kan doen aan de artistieke creatie van de auteur?
‘Ik denk dat je beide niet kan vergelijken, hoewel de film recht doet aan het boek. Dat wat ik wil vertellen met mijn boek, wordt ook in de film verteld. Dat vind ik erg mooi. In mijn boek zitten twee verhalen, in de film heeft Michiel van Erp gekozen voor één verhaal. Je hebt natuurlijk het verhaal van de scheiding, de moeder die uit een huwelijk stapt en over wie allerlei seksistische vooroordelen de ronde doen. En daarnaast het verhaal waarin zij op zoek gaat naar de waarheid over hoe ze verder moet. Ik snap dat de filmmakers het eerste deel eruit hebben gehaald.’

In Stromboli staan trauma en de omgang ermee centraal. Het idee van Stromboli – de mens is een berg waarin het vanbinnen borrelt en spuwt – vind ik een mooie metafoor. Ook zien we in uw werk het idee van beschaving als een vernislaag terug. U schraapt dat weg en probeert te kijken naar wat de echte drijfveren zijn; veelal geweld en seks. Deze thema’s doen mij denken aan het werk van Arnon Grunberg. Als ik u de vrouwelijke Arnon Grunberg noem, wat is dan uw reactie? En wat vindt u van zijn werk?
‘Dan ben ik zeer vereerd. Ik vind Grunbergs werk práchtig. Niet alles, eerlijk gezegd. Maar ik voel me vooral vereerd. Ik denk dat andere mensen verbaasd reageren, maar ik neem dit compliment aan.’

Dat brengt ons bij een persoon die verbaasd kan reageren. Eerst een citaat uit Stromboli. ‘De LINDA. vond het “zo herkenbaar, zo ontroerend – de liefde spat ervan af”, maar Connie Palmen zei in DWDD: “Karel deelt het bed met het Paard van Troje. Zij is de ondergang van de Nederlandse literatuur.”’ In één zin: wie of wat is Connie Palmen voor u?
‘Connie Palmen was – en is nog steeds – een literaire heldin. Ik ben ietsjes jonger dan Connie Palmen en zeker in het begin was ik een grote fan – ik ben nog steeds fan, overigens. Ik heb ook al haar boeken gelezen. Maar ik was wel geschrokken van haar reactie op het Boekenbal.’

In 2009 maakte Palmen zichzelf onsterfelijk door kacheltjelam voor de camera haar collega’s Noort, Kluun en Heleen van Royen ‘stelletje nietsnutten’ te noemen. In een eerder interview in Het Parool noemde Noort deze actie ‘een messteek in mijn rug’.
‘Natuurlijk ben ik daar mee bezig geweest. In Stromboli zijn Karel en Sara ook schrijvers. Sara wordt steeds bekender met haar columns, terwijl Karel symbool staat voor de traditionele literaire wereld (hij drinkt veel en schrijft al jarenlang geen romans meer, TD).’

Dit ene bijzinnetje over Connie Palmen is een kleine polemische aanval. U bent niet de eerste die dit doet. De groten der aarden deden het: Philip Roth, Arie Storm. Een reactie blijft niet vaak uit. Vreest u niet de toorn van Palmen in haar volgende Grote Literaire Roman – tenminste, als die er ooit gaat komen?
‘O nou, als ze dat doet, ben ik alleen maar blij. Ik zou dat fantastisch vinden. Natuurlijk! Die opmerkingen op het Boekenbal vond ik toen niet leuk, maar het was natuurlijk a) een eer, en b) het heeft mij zo veel air time opgeleverd. Inderdaad, ook extra lezers. Ik zal het je zeggen: ik en mijn boek kwamen hiervoor niet bij De Wereld Draait Door aan tafel. Maar als Connie Palmen er wat over zegt wel. Dan is er polemiek – dat vinden ze interessanter dan gewoon een boek. Ik deel hier inderdaad een tik uit, dat vind ik ook wel leuk. Ik denk niet dat zij dat heel erg vindt, maar we gaan het meemaken. Ze gaat het zeker niet lezen, want ze leest mijn boeken niet.’

Heeft een recensent ooit iets kritisch over u geschreven waarvan u dacht: zij of hij heeft een punt?
‘Er is weleens iets geschreven waarbij ik dacht: ja… Wat was het ook alweer? Iets grammaticaals, een terugkerende zinsbouw. Met die kritiek was ik blij, al hoor ik dat liever van mijn redacteur dan als mijn boek al af is. Ik kan heel goed tegen kritiek, vooral als die inhoudelijk is: als iemand schrijft dat ik veel clichés gebruik, dan ga ik daar zeker op letten.’

Wat is uw guilty pleasure?
‘Reality tv. Nee, geen Big Brother of Utopia, die programma’s vind ik stom. Ik houd liever van The Real Housewives Beverly Hills of Married at First Sight Australia. Nederlanders zijn heel slecht in reality tv, daarom kijk ik liever Angelsaksische.’

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
‘Zo… Even denken. Dat is een boek van Ammaniti (Nicolò, TD). Italiaanse schrijver. Ik haal je op, ik neem je mee. Ik houd erg van Italiaanse schrijvers.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog gelezen?
‘Dan denk ik aan Jonathan Franzen. Welk boek? Allemaal. Die laatste heb ik ook niet gelezen, ben de titel kwijt…’

Crossroads…
‘Nee, ik bedoel die daarvoor…’

Freedom, Purity, The Corrections…
‘Freedom, die ja. Is er een Nederlands boek dat over honderd jaar nog gelezen wordt? Ik houd het maar hier bij.’

Welk boek ligt momenteel naast uw bed?
‘Dat is… een boek van… Ow wat erg, ik weet al die namen niet. Hij heet Dave Nicholls…? Dave Nicholls… Ja, dat is hem. Hij heeft Wij geschreven. En het boek op mijn nachtkasje heet Onze jonge jaren… Maar het kan ook anders heten. Ik ben er nog niet in begonnen, maar het ligt wel op mijn nachtkastje. Er liggen wel meer boeken – heel veel. Ik krijg altijd veel boeken opgestuurd en dan vragen ze een week later: heb je het al uit?’

Welke Nederlandse schrijver is naar uw idee het meest onderschat?
‘Welke Nederlandse auteur is het meest onderschat? Nou, ik!’ Na een kort lachintermezzo: ‘Ik vind onderschat een moeilijk woord; welke schrijver verdient een groter publiek, denk ik dan. En dat is Manon Uphoff. Natuurlijk Vallen is als vliegen, maar dat is slechts één boek – ik vind al haar boeken goed. En eigenlijk vind ik alle vrouwelijke auteurs, met uitzondering van Connie Palmen, onderschat. Ja, ook vrouwen als Nina Polak en Mensje van Keulen en Marja Pruis. Jij noemt het sisterhood… Ik vind hen allemaal onderschat – zij staan niet in de Bestseller Top60 en dat komt mede doordat serieuze media liever schrijven over het zoveelste boek van Herman Brusselmans. Met onderschat bedoel ik niet dat ze niet serieus genomen worden als literair auteur, maar mensen gaan eraan voorbij als ze wordt gevraagd: wat vind je de tien beste titels. Altijd hoor je dan Van der Heijden of Grunberg, Harry Mulisch… Dan krijg je misschien nog Connie Palmen, maar voor de rest zijn het allemaal mannen. Ik vind dat wij erg slecht omgaan met onze vrouwelijke literaire auteurs in Nederland.’

Hebt u verborgen talenten? En, als u geen schrijver zou zijn, wat zou u dan zijn?
‘Journalist, maar goed, dat ben ik ook. Misschien zou ik wel vastgoedspecialist zijn. Niet per se als makelaar: ik denk eerder aan opkopen, flippen en doorverkopen.’

“Ik ben Saskia Noort, makelaar in pandjes en woon in Bergen…”
‘Ik denk niet dat ik per se een hele goede designer ben, maar wel dat ik goed kan inschatten welk huis veel winst gaat opleveren. Pandjesmakelaar, ja, dat zou ik wel goed kunnen. Beetje die Selling Sunset-achtige bezigheid.’

Er staat een tafeltje klaar langs de Seine, met twee kaarsen op een rood geblokt kleed. Obers in jacquet staan klaar. Welk personage uit de wereldliteratuur zou u uitnodigen voor een diner à deux?
‘Ik denk Knausgård… Toch weer een man, hé? Ik zou eigenlijk een vrouw moeten zeggen. Toch ga ik voor hem, ik vind die trilogie van hem fascinerend, het is allemaal biografisch.’

Welke klassieker hebt u tot uw grote schaamte nog nooit gelezen?
Direct: ‘Oorlog en vrede. Ik weet eigenlijk ook niet of ik het wil lezen. Maar het is zo’n boek waar iedereen over begint en dan denk ik: ik heb het niet gelezen… Soms denk ik: ik ga op vakantie en dat ga ik het helemaal lezen, maar dan wil ik het toch niet lezen. Het voelt dan als huiswerk.’

Tolstoi of Dostojewski?
‘Beetje lastig, want ik heb Tolstoi dus nog niet gelezen. Dus ik denk dat ik dan voor hem kies, dan kan ik dat gaan lezen.’

Pier Paolo Pasolini of Reiner Werner Fassbinder?
‘Pasolini.’

Jessica Durlacher of Leon de Winter?
‘O my god! Jessica Durlacher. Niet alleen uit sisterhood, hoor… Leon de Winter is natuurlijk een totale gek, met zijn meningen. Ik vind het bizar dat die man nog een podium krijgt. Maar ik vind het ook gek dat zij nog met hem is. Ik kies dan dus voor Jessica.’

Dan Brown of John Grisham?
‘John Grisham.’

W.F. Hermans, Gerard Reve of Harry Mulisch?’
‘Oehh…’

Met het pistool op de borst.
‘Nou, niet Reve. Ik vind De avonden saai, verschrikkelijk. Maar mijn ouders vonden het prachtig. En nog steeds moeten die arme kinderen dat kutboek lezen op school… Het is geen kutboek, maar wel saai. Uit deze drie kies ik dan toch Harry Mulisch.’

Jonathan Franzen of Jennifer Egan?
‘Ik weet niet wie die laatste is. A Visit from the Goon Squad? The Candy House? Wordt zij gezien als vrouwelijke schrijfster van The Great American Novel? Zegt mij niets. Dus ik kies haar, want Franzen heb ik al gelezen.’

Sigmund Freud of Carl Jung?
‘Freud, denk ik. Hoewel hij ook inmiddels totaal achterhaald is. En hij is seksistisch… Toch ik kies voor hem.’

Nou, dat was hem dan.
‘En waar komt dit eigenlijk in?’

Propria Cures.
‘Aha, oké.’

Nieuws: de #feestgate gaat door. Zojuist is er een nieuwe bres geslagen in de verdedigingswal van Femke Fataal. Om even het geheugen op te frissen: Halsema had Lennart Booij (werkt niet voor een fooi) tot partyplanner van het volksfeest ‘Amsterdam 750 jaar’ gepromoveerd. Booij declareerde € 10.000 (excl. BTW) per maand voor 20 uur per week, vanaf 1 februari 2020 tot 31 januari 2022. De maanden waarin hij petanquete in de Provence buiten beschouwing gelaten, schraapte hij zo €210.000 binnen. Door publicaties van uw favoriete studentenblad stond Booij, over wie natuurlijk niet onvermeld kan blijven dat hij mentor was van de Graaier des Vaderlands Sywert van L., zo snel buiten dat zijn schaduw nog binnen was.

In de slag om de Stopera gooide de burgemeester de ene na de andere ambtenaar voor de bus. Iemand had Booij het verkeerde contract voorgelegd, dus daar stond dan wel dat hij maximaal 24 maanden (maal 10.000 is, 240.000, dus boven de Europese aanbestedingsnorm) zou werken, maar het ging om de intentie. Personeel & Organisatie had zitten slapen toen het contract eindigde en Booij schaamteloos facturen bleef sturen. De manager leadbuyer had beter moeten opletten. En haar junior-woordvoerder, Marloe Boon, die in een zeer eerlijk antwoord aan dit blad had gezegd dat Booij tot oktober 2025 zou blijven, heeft het politieke equivalent van een Azteeks zonneoffer ondergaan: inmiddels is ze woordvoerder van de Lenin van GroenLinks, Rutger Groot Wassink. Al valt hij wel mee, als je eerst onder de knoet van Halsema zat.

De burgemeester trok zich terug achter haar politieke Maginotlinie: er was een afspraak met Booij dat hij tot de verkiezingen zou blijven en na het plebisciet zou een nieuwe (of de oude) Volkskommissar het brood-en-spelenfestijn in 2025 organiseren. Daar bleef zij op hameren en als de Duitse stoottroepen tijdens de slag bij Verdun liep de oppositie in de personen van Johnas van Lammeren en Annabel Nanninga zich stuk op deze muur. Een uitputtingsslag (zestien uur raadsdebat), maar Halsema hield stand.

Om voor de laatste keer een oorlogsmetafoor te gebruiken: de WOB is de journalistieke tank of atoomboom. Het breekijzer om een doorbraak mee te forceren. 330 pagina’s gelakte documenten ploften 20 mei 14:20 in ons postvakje. Een race tegen de klok, want de betaalde kranten wilden zo snel mogelijk deze groene WOB-weide kaalvreten.

Waar haalde Marloe Boon het idee vandaan dat Booij tot oktober 2025 zou blijven? Had ze een kater, tripte ze alsof ze een paddoplantage naar binnen had geschrokt? Het antwoord is duidelijk: Lennart Booij dacht dat hij tot oktober 2025 zou blijven. ‘Lennart Booij is gevraagd om tot en met 27 oktober 2025 betrokken te zijn bij Amsterdam750, als extern programmadirecteur’: zo staat het in de mail van 26 januari. De man die met Halsema had afgesproken tot aan de verkiezingen op zijn stoel te zitten. Deze mail van Marloe aan mij was door hen samen opgesteld, blijkt uit de WOB. Hij was voorgelegd aan Peter Teesink – de gemeentesecretaris had niet de behoefte om hem te corrigeren. Niemand begon over die zogenaamde afspraak. Als die had bestaan hadden daar twee partijen van geweten: de gemeente, in de persoon van Halsema, Teesink, iemand die een mooie handtekening of ferme handdruk kan geven, én Booij. En laat de laatste nou van niets weten.

Het WOB-web was deze keer wijd uitgeworpen. Alle documenten over de aanstelling van Booij vanaf september tot 25 februari werden naar boven gevist. Nergens ook maar één letter over een afspraak dat Booij tot het nieuwe college zou blijven. Niet in de mails, niet in de appjes. Zijn ze in de Stopera vergeten deze afspraak mee te sturen? Of bestond hij enkel in het hoofd van Halsema? Eens kijken wat haar nieuwe verdedigingslinie zal zijn.   

Er zijn meer reuzenpanda’s in Nederland dan CDA’ers in de Stopera. Waar de bewoners van Ouwehands Dierenpark Xing Ya en Wu Wen er zelfs in zijn geslaagd zich te reproduceren (wie Fan Xing wil bewonderen moet snel wezen, hij gaat later dit jaar naar China; er is in dit land immers alleen ruimte voor échte vluchtelingen), is Diederik Boomsma de laatste bekokstovende christenhond van Amsterdam. Als u hem in de politieke jachtarena wil spotten, moet u ook snel zijn: na woensdag is hij vertrokken.

Boomsma is strenger in de leer dan Xing en Wu, want in tegenstelling tot deze falende beesten weet hij al vijfhonderdachtentwintig maanden – and still counting! – zijn seksuele onthouding vol te houden. Of dat aan zijn diepe overtuiging ligt dat het zaad zondig is (Romeinen 3:10-11), of aan de camouflageoutfit, bestaand uit zwarte schoenpoets rondom zijn ogen en veertig kilo babi pangang onder zijn giletje, laat ik hier in het midden; zoek zijn foto maar op. Maar wees eerlijk tegen uzelf: als u langer dan dertig seconden twijfelt tussen onderkinplooien en lippen, verdwijnt ook bij u de lust.

Er is in Nederland ook een groep die vele gelijkenissen heeft met deze troeteldieren en dat zijn homoseksuelen. Homo’s zijn de panda’s van de politiek: in de natuur halen ze met hun klauwen vals uit, ze hebben een knuffelachtig imago bij het grotere publiek dankzij hun malle trekjes, en ze planten zich niet voort. Zelfs bij de christendemocraten zijn ze sinds enkele jaren in de ban van de troetelnichten. Ze moeten wel normaal doen en niet met een tangaslip en roze boa op een boot staan, maar buiten deze niet-principiële bezwaren – het blijft een politieke partij – probeert het CDA haar doodsstrijd nog nét iets te verlengen door een onverwachts electoraat aan te boren.

In het verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen schrijft de partij het volgende: ‘Wij staan voor een stad waar iedereen zichtbaar zichzelf mag zijn. We dragen met trots uit dat wij een Regenbooggemeente zijn en zetten ons in voor een veilige en inclusieve omgeving voor LHBTQI+-personen, op straat, in het onderwijs, bij sportverenigingen en op de werkvloer. We tolereren geweld en discriminatie tegen LHBTQI+-personen niet.’ Van zoveel billenlikkerij bij de homo’s in de stad wordt zelfs wijlen Pim Fortuyn misselijk. Waar is de tijd gebleven dat het CDA aids een beroepsziekte vond? Dat de enige geschikte darkroom uit zes planken bestaat?

Gelukkig toont Boomsma dat hij het grootste talent van een christendemocraat bezit: twee tongen. Eén om te paaien, één om uit te delen. Naast lijsttrekker is Boomsma ook penningmeester van de Europese mini-denktank Center for European Renewal. Diederik let niet alleen op de centjes, maar heeft de organisatie ook in huis gehaald – letterlijk: zijn huisadres is het statutaire inschrijfadres. Wat is het voor ’n club? Een groep mannen die hun jeugdtrauma’s over liefdesafwijzingen en teleurstellingen van zich af lult en de schuld voor zijn falen bij vrouwen/ migranten/links/bomen/Foucault legt. Kortom: ze zijn conservatief. Dat blijkt ook uit de voorzitter, Andras Lanczi, bedrijfspoedel van Victor Orbán, huisintellectueel van Fidesz, de antihomopartij wier Europarlementslid József Szájer in december 2020 te midden van een bukake werd betrapt.

Hoe denkt dit clubje over modieuze LHBTQIAHGVNSHVDSD+-issues? ‘The family is the foundation of society. Families grow from the union of man and woman in marriage, who support each other and welcome the hopeful task of raising their children to become mature adults, able in their turn to embrace the vocation of parenthood. The family as a social institution must always be upheld.’ Omdat verongelijkte refobendes weten dat ze niemand meer angst inboezemen met verwijzingen naar een boek van een sedimentair volk van tweeduizend jaar geleden, laten ze dat tegenwoordig achterwege. Ze beroepen zich op een natuurlijke orde, wijzen erop dat de enige missie missionair is, stellen dat acht kinderen een mooi minimaal streefgetal is, en meer altijd beter.

Wat hierboven staat over het kerngezin – ‘Families grow from the union of man and woman in marriage’ – is, op zijn zachtst gezegd, in tegenspraak met het CDA-verkiezingsprogramma. Amsterdam moet een Regenbooggemeente zijn die geen homohuwelijken sluit? De partij staat op voor inclusie van homo’s, maar ze mogen niet trouwen? Dergelijke tegenstrijdigheden zijn voor de gewone lezer opzienbarend, maar u moet daarbij niet vergeten dat de partij jarenlang devoot wegliep met een boek waarin een dertiger met een midlifecrisis kon toveren.

(Laat ik duidelijk zijn: natuurlijk moet het homohuwelijk verdwijnen. Het heterohuwelijk ook. Als de u rest van uw leven met uw labradoedel wilt spenderen kan dat natuurlijk, er hoeft geen ambtenaar aan te pas te komen. Alleen een gek laat zijn liefde beoordelen door de staat, het koudste monster van allemaal.)

Diederik Boomsma staat op een tweesprong. Als hij naar links gaat, verliest hij zijn geliefde mannenbroeders in zwart en krijtstreep. Naar rechts, die in roze en leer. Gelukkig hoeft hij niet te kiezen. De electorale neutronen die boven de stad zweven ontloopt hij niet.

Kim van Keken en Dieuwertje Kuijpers brachten in oktober hun binnengehaalde buit naar de afslag genaamd Vrij Nederland. Waar had dit duo onderzoeksjournalisten op gevist? Verhalen over nepotisme en vriendjespolitiek van reclamebureau en grachtengordelcarrousel BKB. Resultaat? Wat scholletjes, klein grut over BKB-baby’s en een enkele vette zalm in de vorm van een onderhandseklus van Bussemaker toen ze nog minister van Onderwijs was. Jet zit al enkele jaren veilig op een leerstoel in Leiden, dus zij glipte door de mazen van de ophef. Als Van Keken en Kuijpers hun hengels wat beter hadden afgesteld hadden ze boven water kunnen krijgen dat Femke Halsema vanuit de Stopera tot op de dag van vandaag Lennart Booij honderdduizenden euro’s geeft voor het organiseren van een feestje. Let’s get the party started!

Dat die hele BKB-club meer stinkt dan zeven kilo paling die drie jaar fermenteert boven het systeemplafond wordt duidelijk als we haar track record erbij pakken. In 2007 mocht de club, bestaand uit oud-PvdA’ers, van PvdA’er Bert Koenders een feestje van €750.000 organiseren. Een paar salonsocialisten die elkaar tonnen toeschuiven, zo kennen we de oude arbeiderspartij. Hoeveel mensen kwamen op het festival af? 5000. 150 euro subsidie per bezoeker. Wie trad er op? Marco Borsato. Die had het vast ook gratis gedaan als hij in de tienertent had gestaan.

BKB heeft een groter spoor van corruptie achter zich hangen dan een lekkende olietanker. Waarom kregen Van Keken en Kuijpers dan zo weinig boven tafel? Omdat Booij (de ene B, de andere B is gestikt in zijn laatste verzonnen verhaal) in 2011 solo ging. En wie enkel bij Take That in de cd-bak zoekt, mist het oeuvre van Robbie Williams. Public Relevance heet Booij’s bedrijf; wat doet het zoal? ‘Door strategische moderatie, strategisch advies, creatieve interventies of specifieke (digitale) vormen komen heldere waarden naar boven, borrelen nieuwe ideeën op en ontwikkelen we samen een scherp beeld van uw publieke relevantie.’ Juist ja. Dan ben je toch een ongelofelijke sneuneus als je in deze marketingspeak trapt. Op de slicke website staan klanten als de gemeente Amsterdam en enkele ministeries. Dus: tjop tjop, hier komt de WOB.

Zoals Lucebert zei is alles van waarde WOB-baar, dus ik vroeg in Den Haag en bij de Stopera naar Public Relevance. Overal hetzelfde antwoord: we willen je best helpen, maar we kennen dat hele bedrijf niet. Na wat speurwerk werd duidelijk dat die hele BKB-garde een kerstboom van bv’tjes heeft opgetuigd om belasting te ontwijken en nieuwsgierigen op afstand te houden. Vizier bijgesteld, de vraag uitgebreid. En het resultaat mag er wezen.

Ons mooie Mokum bestaat in 2025 750 jaar. Hieperdepiep hoera! Wie is de voorzitter van het feestcomité? Inderdaad, ene Lennart Booij. Programmadirecteur heet dat in ambtelijk jargon. Waarom deze man de geschikte kandidaat is staat enkele alinea’s hierboven. Eerder waargemaakt falen is een garantie voor meer werk voor de bobo’s en beunhazen onder de Concertgebouwgraaiers. Hoeveel mag Booij iedere maand bijschrijven? €10.000 exclusief BTW. Jaarlijks dus €145.200. Best netjes voor tweeëneenhalve dag borrelen, brainen met je benen op tafel en scrummaster spelen.

U leest het goed: met een parttime baan graait Booij bijna evenveel bij elkaar als Halsema (ook net geen 1,5 ton), al moet zij daarvoor minstens het dubbele aantal uren draaien. De schaamteloze zelfverrijking van grachtengordelgrut wordt enkel overtroffen door de schijnheiligheid die je tegemoet walmt als ze hun bek optrekken over duurzaamheid, inclusiviteit of een ander inhoudsloos modewoord.

De zaak is echter nog leuker dan dat ’ie voorkomt. In overleg tussen Peter Teesink, de gemeentesecretaris, en Halsema is begin 2020 besloten dat er geen vacature hoeft te komen voor de goedbetaalde functie van commissaris feestbeest. Dan kunnen we prima binnenskamers regelen, zo dachten ze. Dat dit niet helemaal de bedoeling is wisten zij ook wel; alles boven de 214.000 moet openbaar worden aanbesteed. Op de Stopera werd een list bedacht. Booij zou slechts voor negen maanden worden ingehuurd, zodat het bedrag ruim onder de norm zou blijven. Of zoals de geanonimiseerde manager Leadbuyer Personeel aan Teesink schreef (ik houd zoveel van de WOB): ‘Uitgaand van 9 maanden komt het dan op 90k euro. Daarvoor moet een afwijking worden ingevuld die ik dan goedkeur. De motivatie waarom voor deze rechtstreekse constructie wordt gekozen is belangrijk voor het nageslacht en wordt dus vastgelegd.’ Hoe motiveert Teesink het besluit? Die Booij is zo’n topper, want hij heeft een ‘goed netwerk in Amsterdam’ en deze kennis is ‘schaars’. Dit is wel een erg magere poging om vriendjespolitiek toe te dekken.

En steeds als je denkt dat je alle cadeautjes dankbaar hebt uitgepakt blijkt er nog meer in de zak te zitten. Op de offerte die Booij in januari 2020 stuurt staat dat hij iedere maand 10k declareert, tot en met oktober 2020. ‘Bij voorziene overschrijding wordt vooraf melding gemaakt en toestemming gevraagd aan de Gemeentesecretaris.’ In mijn WOB-net tref ik inderdaad de facturen aan van februari 2020 tot en met oktober 2020, maar ook die van november 2020 tot en met november 2021. Hier gaan dus een paar dingen mis. Booij is helemaal geen negen maanden ingehuurd, hij heeft al 23 maanden (€278.300) gedeclareerd[Kleine correctie: een AT5-journalist die geen vijf jaar over zijn introductievak Statistiek deed wees mij erop dat hij in die periode 19 maanden had gedeclareerd; Booij moest natuurlijk ook zijn bijeengeschraapte centen kunnen uitgeven tijdens zijn vakantiemaanden. In totaal krijg hij € 229.900] en de kassa rinkelt door. Is hier toestemming voor gevraagd aan de gemeentesecretaris? Geen idee, maar als het zo zou zijn, had dit formulier in de WOB moeten zitten. Quod non. Het heeft er eerder alle schijn van dat de top van de ambtelijke piramide – hallo Teesink, hallo Halsema – hun eigen boekhouder om de tuin heeft geleid om zo een flinke zak dukaten aan een makker te schenken. En navraag bij de gemeente en Booij zelf (waar gaat het heen met de ongecheckte roddels?) levert op dat Booij nog tot 27 oktober 2025 op zijn stoel blijft zitten. Een simpele rekensom [1 december 2021 tot en met oktober 2025] maakt dat de voorzitter van het partypolitbureau dus nog €556.600 568.700 mag opstrijken de komende jaren. Totaal: €834.900 798.600 voor een bijbaantje om een jubileum te organiseren. Het enige feestbeest dat van deze teringzooi beter wordt is Booij zelf.

Naast dit kankergezwel van corruptie hangen er nog meer kleptocratische kuchjes rondom Amsterdam 750 jaar. Afgelopen oktober werd in De Balie het Vrijdenkersfestival gehouden, onderdeel van het feestgedruis van de gemeente. Waarom ging Amsterdam 750 jaar niet in zee met Pakhuis de Zwijger? De Rode Hoed? Felix Meritis? De laatste keer dat bij die laatste plek enige vorm van opwinding was stonden de tanks van Chroesjtsjov in Boedapest om de Magyaren tot de orde te roepen. Die podia kunnen ook wel hulp gebruiken van de gemeente. De perswoordvoerder van de gemeente mailt dat De Balie ‘in het profiel past’ en dat daarom voor die locatie is gekozen. Dat is van het niveau dat de reden dat je met je vriendin gaat is omdat ze een hartslag heeft. Meer plausibele verklaring is dat Booij kind aan huis in Albrechts clubhuis is en daar flink schnabbelt: zo werd Booij onder andere dezelfde maand door De Balie ingehuurd om een avond aan elkaar te lullen. Helemaal prima, totdat Booij op een zak belastinggeld zit en dat gebruikt om zijn andere opdrachtgever te verrijken. Jij geeft klus aan mij, ik geef klus aan jou. Als we allemaal aan onszelf denken, wordt er aan iedereen gedacht. Wie denkt dat dit puriteinse muggenzifterij is, moet bedenken dat Booij als lid van de Raad voor Cultuur (hoeveel bijbanen kan je hebben?) niet mocht meepraten over subsidie voor De Balie of andere podia. Blijkbaar hanteert de gemeente Amsterdam andere integriteitsstandaarden dan de Raad. Zo bezien had Robert Mugabe meer integriteit in zijn teelbal dan deze konkelende kliek bij elkaar.

Het duurt nog ruim drie jaar tot deze graaifuif is afgelopen. Dat kan sneller. Binnenkort een uitzwaaifeestje voor Halsema en Booij?

TD

Nog even over dat horroressay van Mathieu Segers. In het vorige nummer serveerde ik de beste knul af door tweemaal te drukken op zijn onwelriekende open wonden. Goed onderwerp, abominabel wollig geschreven en van een niveau dat verraadt dat het opgeklopteluchtproza vooral diende om af te leiden van een gebrek aan steekhoudende argumenten. Deze week is de uitdaging groter, en toch ook weer niet. Want de harige en uitgekotste gnocchi Ilja Pfeijffer is zo achterlijk dat hij het meest gelezen essay van het moment bijna woordelijk overschrijft. Iemand moet deze pseudo-Italiaanse baggerput dempen. Vooruit dan.

Het stuk van Pfeijffer verscheen 1 december op de website van HP/De Tijd met de titel ‘Het coronabeleid kan geen dag langer worden toevertrouwd aan deze demissionaire regering’. Als u het wilt lezen, moet u zich haasten: als het kolossale cokehart van Tom Kellerhuis ermee ophoudt is er niemand die het hoofdredacteurschap overneemt en gaat de pagina op zwart. Ten overvloede: Segers verscheen in De Groene van 18 november. Tijd voor essayexegese. 

Goed. We gaan beginnen. Eerst de kleine punten. Segers gaat in zijn essay te raden bij de semiotiek. ‘Een leider van een land is als een “teken van een teken” om met Umberto Eco te spreken’, schreef hij, en verderop ging hij verder in op de betekenis van tekens. Pfeijffer? ‘Ik vrees voor de tekenen, die niet te negeren zijn.’ 

Akkoord, niet echt overtuigend. Teken is immers geen vreemd woord om te gebruiken, het is geen, even denken, betonmolen, puddingbroodje of contrastvloeistof, of een andere willekeurige samenstelling. Zo’n woord zou opvallen. Zoals dat laatste woord deed bij Segers. ‘De woekerende ziekte fungeerde als een contrastvloeistof die de zwakke plekken in het lichaam van de Nederlandse staat en maatschappij deed oplichten.’ Tot welke poëzie inspireerde deze zin Pfeijffer? ‘Het virus werkt als een contrastvloeistof, die de zwakke plekken in het organisme zichtbaar maakt.’ 

Segers grootste bezwaar tegen de Nederlandse politiek was dat ze geen moer geeft om intenties, maar enkel naar het resultaat van beleid kijkt. ‘Uiteindelijk leidt dit onherroepelijk tot wat omschreven kan worden als een “politiek van gevolgen”.’ Wat maakt Pfeijffer van deze zin? ‘Het is een bestuursstijl die zich concentreert op de onmiddellijke effecten van beleid zonder zich te interesseren voor de oorzaken van problemen.’ 

Hier ontwikkelt zich voor Pfeijffer toch wel een probleem. Inspiratie opdoen in deze en gene roman, daar een pastiche van maken: helemaal prima als Joost Zwagerman je inspirator is. Maar het bijna woordelijk overschrijven van andermans werk of de ideeën van een ander gebruiken om je ego, dat te groot is om in het Colosseum te passen, en je kitschkarakter op te kalefateren is, hoe je het ook wendt of keert, diefstal. Plagiaat. Pfeijffers essay is een kopie van andermans koppie. En het hoeft ook niet het einde van zijn carrière te betekenen: Joost de Vries propt, na zijn kopieerkunst, nog steeds iedere week zijn nog steeds uitdijende reet in zijn redacteursstoel bij De Groene. 

Is er mogelijk een verband tussen de omvang van beide drillbillen en hun overschrijfneigingen? Dat durf ik niet te zeggen. Laat ik ondertussen maar doorgaan met mijn Turnitintruc. Segers heeft de dodelijk saaie mening – en dat zegt de huishistoricus – dat weinig kennis van het verleden zorgt voor problemen in het heden. ‘Het geheugen wordt een last bij de beleving van het heden, en de eenvoudige conclusies die aan die beleving verbonden kunnen worden.’ Gaap. Pfeijffer opent synoniemen.net en schrijft dezelfde Maarten van Rossemmening op. ‘Het is de stijl die de problemen van vandaag hoopt op te lossen zonder zich te laten afleiden door gisteren of morgen.’

Segers stelt dat ‘de Italiaanse pers het heeft over de Nederlandse staat als “vijand van zijn eigen burgers”’. Wat maakt de klucht van de zelfbenoemde tientoncasanova ervan? ‘De overheid heeft zich opgesteld als vijand van het volk.’ Segers heeft het verderop over ‘politiek pragmatisme’ en ‘rationele beleid’, Pfeijffer over ‘nuchter, pragmatisch en bewust onideologische kortetermijnbeleid’. 

Volgens mij begint u ook een lijn te herkennen. Classicus Pfeijffer schrijft vaker andermans werk over dan een chronisch spijbelende gymnasiast latijnengrieks.com. Maar iedere klassieketalendocent had natuurlijk zijn methoden om liegende en bedriegende lapzwansen te ontmaskeren: ga op zoek naar de fout in de vertaling. Heeft de scholier in kwestie die ook overgeschreven, dan klapt de val dicht. Zoals ik de vorige keer schreef weet de sukkelige Segers niet wat utilisme is, hij verzette zich tegen de ‘niet-ethiek’ van individueel gewin en genot. Pfeijffer snapt tenminste dat dit wel ethische posities zijn, hij noemt het ‘individualisme en concurrentiestrijd’. Segers pleit voor meer ‘kwaliteit van sociale relaties’, een frase die leest alsof je zesendertig mariakaakjes zonder water in één minuut naar binnen schrokt. Pfeijffer maakt hem iets eleganter, hij heeft het over ‘altruïsme en solidariteit’. 

Zelfs de oplossing van de voorgestelde problemen neemt Pfeijffer van Segers over. De laatste concludeerde dat ‘het Nederlandse zelfbeeld en de leidende politicus toe zijn aan correctie’, Pfeijffer versimpelt dat naar ‘de enige hoop voor Nederland is een radicale trendbreuk’. Ik kan nog meer voorbeelden tonen –  het zijn er te veel en ik zit aan het maximum van mijn aantal woorden – maar u snapt het punt. Pfeijffer is een jattende rat. En hij is dit jaar de hoofdgast op het Boekenbal en schrijft dat weggeefprulletje. Het zou me niks verbazen als het boekenweekgeschenk, in navolging van dat van Wolkers, Siebelink of Reve, Augustuswarmte, Tas met teleurstellingen of De derde jongen heet. Als HP/De Tijd en de CPNB een beetje zelfrespect hebben, gooien ze deze klaplopende, afgeschminkte clown linea recta op straat of van een burg af. In Genua schijnt een mooie hoge te staan.

TD

Archief