TD

Nieuws: de #feestgate gaat door. Zojuist is er een nieuwe bres geslagen in de verdedigingswal van Femke Fataal. Om even het geheugen op te frissen: Halsema had Lennart Booij (werkt niet voor een fooi) tot partyplanner van het volksfeest ‘Amsterdam 750 jaar’ gepromoveerd. Booij declareerde € 10.000 (excl. BTW) per maand voor 20 uur per week, vanaf 1 februari 2020 tot 31 januari 2022. De maanden waarin hij petanquete in de Provence buiten beschouwing gelaten, schraapte hij zo €210.000 binnen. Door publicaties van uw favoriete studentenblad stond Booij, over wie natuurlijk niet onvermeld kan blijven dat hij mentor was van de Graaier des Vaderlands Sywert van L., zo snel buiten dat zijn schaduw nog binnen was.

In de slag om de Stopera gooide de burgemeester de ene na de andere ambtenaar voor de bus. Iemand had Booij het verkeerde contract voorgelegd, dus daar stond dan wel dat hij maximaal 24 maanden (maal 10.000 is, 240.000, dus boven de Europese aanbestedingsnorm) zou werken, maar het ging om de intentie. Personeel & Organisatie had zitten slapen toen het contract eindigde en Booij schaamteloos facturen bleef sturen. De manager leadbuyer had beter moeten opletten. En haar junior-woordvoerder, Marloe Boon, die in een zeer eerlijk antwoord aan dit blad had gezegd dat Booij tot oktober 2025 zou blijven, heeft het politieke equivalent van een Azteeks zonneoffer ondergaan: inmiddels is ze woordvoerder van de Lenin van GroenLinks, Rutger Groot Wassink. Al valt hij wel mee, als je eerst onder de knoet van Halsema zat.

De burgemeester trok zich terug achter haar politieke Maginotlinie: er was een afspraak met Booij dat hij tot de verkiezingen zou blijven en na het plebisciet zou een nieuwe (of de oude) Volkskommissar het brood-en-spelenfestijn in 2025 organiseren. Daar bleef zij op hameren en als de Duitse stoottroepen tijdens de slag bij Verdun liep de oppositie in de personen van Johnas van Lammeren en Annabel Nanninga zich stuk op deze muur. Een uitputtingsslag (zestien uur raadsdebat), maar Halsema hield stand.

Om voor de laatste keer een oorlogsmetafoor te gebruiken: de WOB is de journalistieke tank of atoomboom. Het breekijzer om een doorbraak mee te forceren. 330 pagina’s gelakte documenten ploften 20 mei 14:20 in ons postvakje. Een race tegen de klok, want de betaalde kranten wilden zo snel mogelijk deze groene WOB-weide kaalvreten.

Waar haalde Marloe Boon het idee vandaan dat Booij tot oktober 2025 zou blijven? Had ze een kater, tripte ze alsof ze een paddoplantage naar binnen had geschrokt? Het antwoord is duidelijk: Lennart Booij dacht dat hij tot oktober 2025 zou blijven. ‘Lennart Booij is gevraagd om tot en met 27 oktober 2025 betrokken te zijn bij Amsterdam750, als extern programmadirecteur’: zo staat het in de mail van 26 januari. De man die met Halsema had afgesproken tot aan de verkiezingen op zijn stoel te zitten. Deze mail van Marloe aan mij was door hen samen opgesteld, blijkt uit de WOB. Hij was voorgelegd aan Peter Teesink – de gemeentesecretaris had niet de behoefte om hem te corrigeren. Niemand begon over die zogenaamde afspraak. Als die had bestaan hadden daar twee partijen van geweten: de gemeente, in de persoon van Halsema, Teesink, iemand die een mooie handtekening of ferme handdruk kan geven, én Booij. En laat de laatste nou van niets weten.

Het WOB-web was deze keer wijd uitgeworpen. Alle documenten over de aanstelling van Booij vanaf september tot 25 februari werden naar boven gevist. Nergens ook maar één letter over een afspraak dat Booij tot het nieuwe college zou blijven. Niet in de mails, niet in de appjes. Zijn ze in de Stopera vergeten deze afspraak mee te sturen? Of bestond hij enkel in het hoofd van Halsema? Eens kijken wat haar nieuwe verdedigingslinie zal zijn.   

Er zijn meer reuzenpanda’s in Nederland dan CDA’ers in de Stopera. Waar de bewoners van Ouwehands Dierenpark Xing Ya en Wu Wen er zelfs in zijn geslaagd zich te reproduceren (wie Fan Xing wil bewonderen moet snel wezen, hij gaat later dit jaar naar China; er is in dit land immers alleen ruimte voor échte vluchtelingen), is Diederik Boomsma de laatste bekokstovende christenhond van Amsterdam. Als u hem in de politieke jachtarena wil spotten, moet u ook snel zijn: na woensdag is hij vertrokken.

Boomsma is strenger in de leer dan Xing en Wu, want in tegenstelling tot deze falende beesten weet hij al vijfhonderdachtentwintig maanden – and still counting! – zijn seksuele onthouding vol te houden. Of dat aan zijn diepe overtuiging ligt dat het zaad zondig is (Romeinen 3:10-11), of aan de camouflageoutfit, bestaand uit zwarte schoenpoets rondom zijn ogen en veertig kilo babi pangang onder zijn giletje, laat ik hier in het midden; zoek zijn foto maar op. Maar wees eerlijk tegen uzelf: als u langer dan dertig seconden twijfelt tussen onderkinplooien en lippen, verdwijnt ook bij u de lust.

Er is in Nederland ook een groep die vele gelijkenissen heeft met deze troeteldieren en dat zijn homoseksuelen. Homo’s zijn de panda’s van de politiek: in de natuur halen ze met hun klauwen vals uit, ze hebben een knuffelachtig imago bij het grotere publiek dankzij hun malle trekjes, en ze planten zich niet voort. Zelfs bij de christendemocraten zijn ze sinds enkele jaren in de ban van de troetelnichten. Ze moeten wel normaal doen en niet met een tangaslip en roze boa op een boot staan, maar buiten deze niet-principiële bezwaren – het blijft een politieke partij – probeert het CDA haar doodsstrijd nog nét iets te verlengen door een onverwachts electoraat aan te boren.

In het verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen schrijft de partij het volgende: ‘Wij staan voor een stad waar iedereen zichtbaar zichzelf mag zijn. We dragen met trots uit dat wij een Regenbooggemeente zijn en zetten ons in voor een veilige en inclusieve omgeving voor LHBTQI+-personen, op straat, in het onderwijs, bij sportverenigingen en op de werkvloer. We tolereren geweld en discriminatie tegen LHBTQI+-personen niet.’ Van zoveel billenlikkerij bij de homo’s in de stad wordt zelfs wijlen Pim Fortuyn misselijk. Waar is de tijd gebleven dat het CDA aids een beroepsziekte vond? Dat de enige geschikte darkroom uit zes planken bestaat?

Gelukkig toont Boomsma dat hij het grootste talent van een christendemocraat bezit: twee tongen. Eén om te paaien, één om uit te delen. Naast lijsttrekker is Boomsma ook penningmeester van de Europese mini-denktank Center for European Renewal. Diederik let niet alleen op de centjes, maar heeft de organisatie ook in huis gehaald – letterlijk: zijn huisadres is het statutaire inschrijfadres. Wat is het voor ’n club? Een groep mannen die hun jeugdtrauma’s over liefdesafwijzingen en teleurstellingen van zich af lult en de schuld voor zijn falen bij vrouwen/ migranten/links/bomen/Foucault legt. Kortom: ze zijn conservatief. Dat blijkt ook uit de voorzitter, Andras Lanczi, bedrijfspoedel van Victor Orbán, huisintellectueel van Fidesz, de antihomopartij wier Europarlementslid József Szájer in december 2020 te midden van een bukake werd betrapt.

Hoe denkt dit clubje over modieuze LHBTQIAHGVNSHVDSD+-issues? ‘The family is the foundation of society. Families grow from the union of man and woman in marriage, who support each other and welcome the hopeful task of raising their children to become mature adults, able in their turn to embrace the vocation of parenthood. The family as a social institution must always be upheld.’ Omdat verongelijkte refobendes weten dat ze niemand meer angst inboezemen met verwijzingen naar een boek van een sedimentair volk van tweeduizend jaar geleden, laten ze dat tegenwoordig achterwege. Ze beroepen zich op een natuurlijke orde, wijzen erop dat de enige missie missionair is, stellen dat acht kinderen een mooi minimaal streefgetal is, en meer altijd beter.

Wat hierboven staat over het kerngezin – ‘Families grow from the union of man and woman in marriage’ – is, op zijn zachtst gezegd, in tegenspraak met het CDA-verkiezingsprogramma. Amsterdam moet een Regenbooggemeente zijn die geen homohuwelijken sluit? De partij staat op voor inclusie van homo’s, maar ze mogen niet trouwen? Dergelijke tegenstrijdigheden zijn voor de gewone lezer opzienbarend, maar u moet daarbij niet vergeten dat de partij jarenlang devoot wegliep met een boek waarin een dertiger met een midlifecrisis kon toveren.

(Laat ik duidelijk zijn: natuurlijk moet het homohuwelijk verdwijnen. Het heterohuwelijk ook. Als de u rest van uw leven met uw labradoedel wilt spenderen kan dat natuurlijk, er hoeft geen ambtenaar aan te pas te komen. Alleen een gek laat zijn liefde beoordelen door de staat, het koudste monster van allemaal.)

Diederik Boomsma staat op een tweesprong. Als hij naar links gaat, verliest hij zijn geliefde mannenbroeders in zwart en krijtstreep. Naar rechts, die in roze en leer. Gelukkig hoeft hij niet te kiezen. De electorale neutronen die boven de stad zweven ontloopt hij niet.

Kim van Keken en Dieuwertje Kuijpers brachten in oktober hun binnengehaalde buit naar de afslag genaamd Vrij Nederland. Waar had dit duo onderzoeksjournalisten op gevist? Verhalen over nepotisme en vriendjespolitiek van reclamebureau en grachtengordelcarrousel BKB. Resultaat? Wat scholletjes, klein grut over BKB-baby’s en een enkele vette zalm in de vorm van een onderhandseklus van Bussemaker toen ze nog minister van Onderwijs was. Jet zit al enkele jaren veilig op een leerstoel in Leiden, dus zij glipte door de mazen van de ophef. Als Van Keken en Kuijpers hun hengels wat beter hadden afgesteld hadden ze boven water kunnen krijgen dat Femke Halsema vanuit de Stopera tot op de dag van vandaag Lennart Booij honderdduizenden euro’s geeft voor het organiseren van een feestje. Let’s get the party started!

Dat die hele BKB-club meer stinkt dan zeven kilo paling die drie jaar fermenteert boven het systeemplafond wordt duidelijk als we haar track record erbij pakken. In 2007 mocht de club, bestaand uit oud-PvdA’ers, van PvdA’er Bert Koenders een feestje van €750.000 organiseren. Een paar salonsocialisten die elkaar tonnen toeschuiven, zo kennen we de oude arbeiderspartij. Hoeveel mensen kwamen op het festival af? 5000. 150 euro subsidie per bezoeker. Wie trad er op? Marco Borsato. Die had het vast ook gratis gedaan als hij in de tienertent had gestaan.

BKB heeft een groter spoor van corruptie achter zich hangen dan een lekkende olietanker. Waarom kregen Van Keken en Kuijpers dan zo weinig boven tafel? Omdat Booij (de ene B, de andere B is gestikt in zijn laatste verzonnen verhaal) in 2011 solo ging. En wie enkel bij Take That in de cd-bak zoekt, mist het oeuvre van Robbie Williams. Public Relevance heet Booij’s bedrijf; wat doet het zoal? ‘Door strategische moderatie, strategisch advies, creatieve interventies of specifieke (digitale) vormen komen heldere waarden naar boven, borrelen nieuwe ideeën op en ontwikkelen we samen een scherp beeld van uw publieke relevantie.’ Juist ja. Dan ben je toch een ongelofelijke sneuneus als je in deze marketingspeak trapt. Op de slicke website staan klanten als de gemeente Amsterdam en enkele ministeries. Dus: tjop tjop, hier komt de WOB.

Zoals Lucebert zei is alles van waarde WOB-baar, dus ik vroeg in Den Haag en bij de Stopera naar Public Relevance. Overal hetzelfde antwoord: we willen je best helpen, maar we kennen dat hele bedrijf niet. Na wat speurwerk werd duidelijk dat die hele BKB-garde een kerstboom van bv’tjes heeft opgetuigd om belasting te ontwijken en nieuwsgierigen op afstand te houden. Vizier bijgesteld, de vraag uitgebreid. En het resultaat mag er wezen.

Ons mooie Mokum bestaat in 2025 750 jaar. Hieperdepiep hoera! Wie is de voorzitter van het feestcomité? Inderdaad, ene Lennart Booij. Programmadirecteur heet dat in ambtelijk jargon. Waarom deze man de geschikte kandidaat is staat enkele alinea’s hierboven. Eerder waargemaakt falen is een garantie voor meer werk voor de bobo’s en beunhazen onder de Concertgebouwgraaiers. Hoeveel mag Booij iedere maand bijschrijven? €10.000 exclusief BTW. Jaarlijks dus €145.200. Best netjes voor tweeëneenhalve dag borrelen, brainen met je benen op tafel en scrummaster spelen.

U leest het goed: met een parttime baan graait Booij bijna evenveel bij elkaar als Halsema (ook net geen 1,5 ton), al moet zij daarvoor minstens het dubbele aantal uren draaien. De schaamteloze zelfverrijking van grachtengordelgrut wordt enkel overtroffen door de schijnheiligheid die je tegemoet walmt als ze hun bek optrekken over duurzaamheid, inclusiviteit of een ander inhoudsloos modewoord.

De zaak is echter nog leuker dan dat ’ie voorkomt. In overleg tussen Peter Teesink, de gemeentesecretaris, en Halsema is begin 2020 besloten dat er geen vacature hoeft te komen voor de goedbetaalde functie van commissaris feestbeest. Dan kunnen we prima binnenskamers regelen, zo dachten ze. Dat dit niet helemaal de bedoeling is wisten zij ook wel; alles boven de 214.000 moet openbaar worden aanbesteed. Op de Stopera werd een list bedacht. Booij zou slechts voor negen maanden worden ingehuurd, zodat het bedrag ruim onder de norm zou blijven. Of zoals de geanonimiseerde manager Leadbuyer Personeel aan Teesink schreef (ik houd zoveel van de WOB): ‘Uitgaand van 9 maanden komt het dan op 90k euro. Daarvoor moet een afwijking worden ingevuld die ik dan goedkeur. De motivatie waarom voor deze rechtstreekse constructie wordt gekozen is belangrijk voor het nageslacht en wordt dus vastgelegd.’ Hoe motiveert Teesink het besluit? Die Booij is zo’n topper, want hij heeft een ‘goed netwerk in Amsterdam’ en deze kennis is ‘schaars’. Dit is wel een erg magere poging om vriendjespolitiek toe te dekken.

En steeds als je denkt dat je alle cadeautjes dankbaar hebt uitgepakt blijkt er nog meer in de zak te zitten. Op de offerte die Booij in januari 2020 stuurt staat dat hij iedere maand 10k declareert, tot en met oktober 2020. ‘Bij voorziene overschrijding wordt vooraf melding gemaakt en toestemming gevraagd aan de Gemeentesecretaris.’ In mijn WOB-net tref ik inderdaad de facturen aan van februari 2020 tot en met oktober 2020, maar ook die van november 2020 tot en met november 2021. Hier gaan dus een paar dingen mis. Booij is helemaal geen negen maanden ingehuurd, hij heeft al 23 maanden (€278.300) gedeclareerd[Kleine correctie: een AT5-journalist die geen vijf jaar over zijn introductievak Statistiek deed wees mij erop dat hij in die periode 19 maanden had gedeclareerd; Booij moest natuurlijk ook zijn bijeengeschraapte centen kunnen uitgeven tijdens zijn vakantiemaanden. In totaal krijg hij € 229.900] en de kassa rinkelt door. Is hier toestemming voor gevraagd aan de gemeentesecretaris? Geen idee, maar als het zo zou zijn, had dit formulier in de WOB moeten zitten. Quod non. Het heeft er eerder alle schijn van dat de top van de ambtelijke piramide – hallo Teesink, hallo Halsema – hun eigen boekhouder om de tuin heeft geleid om zo een flinke zak dukaten aan een makker te schenken. En navraag bij de gemeente en Booij zelf (waar gaat het heen met de ongecheckte roddels?) levert op dat Booij nog tot 27 oktober 2025 op zijn stoel blijft zitten. Een simpele rekensom [1 december 2021 tot en met oktober 2025] maakt dat de voorzitter van het partypolitbureau dus nog €556.600 568.700 mag opstrijken de komende jaren. Totaal: €834.900 798.600 voor een bijbaantje om een jubileum te organiseren. Het enige feestbeest dat van deze teringzooi beter wordt is Booij zelf.

Naast dit kankergezwel van corruptie hangen er nog meer kleptocratische kuchjes rondom Amsterdam 750 jaar. Afgelopen oktober werd in De Balie het Vrijdenkersfestival gehouden, onderdeel van het feestgedruis van de gemeente. Waarom ging Amsterdam 750 jaar niet in zee met Pakhuis de Zwijger? De Rode Hoed? Felix Meritis? De laatste keer dat bij die laatste plek enige vorm van opwinding was stonden de tanks van Chroesjtsjov in Boedapest om de Magyaren tot de orde te roepen. Die podia kunnen ook wel hulp gebruiken van de gemeente. De perswoordvoerder van de gemeente mailt dat De Balie ‘in het profiel past’ en dat daarom voor die locatie is gekozen. Dat is van het niveau dat de reden dat je met je vriendin gaat is omdat ze een hartslag heeft. Meer plausibele verklaring is dat Booij kind aan huis in Albrechts clubhuis is en daar flink schnabbelt: zo werd Booij onder andere dezelfde maand door De Balie ingehuurd om een avond aan elkaar te lullen. Helemaal prima, totdat Booij op een zak belastinggeld zit en dat gebruikt om zijn andere opdrachtgever te verrijken. Jij geeft klus aan mij, ik geef klus aan jou. Als we allemaal aan onszelf denken, wordt er aan iedereen gedacht. Wie denkt dat dit puriteinse muggenzifterij is, moet bedenken dat Booij als lid van de Raad voor Cultuur (hoeveel bijbanen kan je hebben?) niet mocht meepraten over subsidie voor De Balie of andere podia. Blijkbaar hanteert de gemeente Amsterdam andere integriteitsstandaarden dan de Raad. Zo bezien had Robert Mugabe meer integriteit in zijn teelbal dan deze konkelende kliek bij elkaar.

Het duurt nog ruim drie jaar tot deze graaifuif is afgelopen. Dat kan sneller. Binnenkort een uitzwaaifeestje voor Halsema en Booij?

TD

Nog even over dat horroressay van Mathieu Segers. In het vorige nummer serveerde ik de beste knul af door tweemaal te drukken op zijn onwelriekende open wonden. Goed onderwerp, abominabel wollig geschreven en van een niveau dat verraadt dat het opgeklopteluchtproza vooral diende om af te leiden van een gebrek aan steekhoudende argumenten. Deze week is de uitdaging groter, en toch ook weer niet. Want de harige en uitgekotste gnocchi Ilja Pfeijffer is zo achterlijk dat hij het meest gelezen essay van het moment bijna woordelijk overschrijft. Iemand moet deze pseudo-Italiaanse baggerput dempen. Vooruit dan.

Het stuk van Pfeijffer verscheen 1 december op de website van HP/De Tijd met de titel ‘Het coronabeleid kan geen dag langer worden toevertrouwd aan deze demissionaire regering’. Als u het wilt lezen, moet u zich haasten: als het kolossale cokehart van Tom Kellerhuis ermee ophoudt is er niemand die het hoofdredacteurschap overneemt en gaat de pagina op zwart. Ten overvloede: Segers verscheen in De Groene van 18 november. Tijd voor essayexegese. 

Goed. We gaan beginnen. Eerst de kleine punten. Segers gaat in zijn essay te raden bij de semiotiek. ‘Een leider van een land is als een “teken van een teken” om met Umberto Eco te spreken’, schreef hij, en verderop ging hij verder in op de betekenis van tekens. Pfeijffer? ‘Ik vrees voor de tekenen, die niet te negeren zijn.’ 

Akkoord, niet echt overtuigend. Teken is immers geen vreemd woord om te gebruiken, het is geen, even denken, betonmolen, puddingbroodje of contrastvloeistof, of een andere willekeurige samenstelling. Zo’n woord zou opvallen. Zoals dat laatste woord deed bij Segers. ‘De woekerende ziekte fungeerde als een contrastvloeistof die de zwakke plekken in het lichaam van de Nederlandse staat en maatschappij deed oplichten.’ Tot welke poëzie inspireerde deze zin Pfeijffer? ‘Het virus werkt als een contrastvloeistof, die de zwakke plekken in het organisme zichtbaar maakt.’ 

Segers grootste bezwaar tegen de Nederlandse politiek was dat ze geen moer geeft om intenties, maar enkel naar het resultaat van beleid kijkt. ‘Uiteindelijk leidt dit onherroepelijk tot wat omschreven kan worden als een “politiek van gevolgen”.’ Wat maakt Pfeijffer van deze zin? ‘Het is een bestuursstijl die zich concentreert op de onmiddellijke effecten van beleid zonder zich te interesseren voor de oorzaken van problemen.’ 

Hier ontwikkelt zich voor Pfeijffer toch wel een probleem. Inspiratie opdoen in deze en gene roman, daar een pastiche van maken: helemaal prima als Joost Zwagerman je inspirator is. Maar het bijna woordelijk overschrijven van andermans werk of de ideeën van een ander gebruiken om je ego, dat te groot is om in het Colosseum te passen, en je kitschkarakter op te kalefateren is, hoe je het ook wendt of keert, diefstal. Plagiaat. Pfeijffers essay is een kopie van andermans koppie. En het hoeft ook niet het einde van zijn carrière te betekenen: Joost de Vries propt, na zijn kopieerkunst, nog steeds iedere week zijn nog steeds uitdijende reet in zijn redacteursstoel bij De Groene. 

Is er mogelijk een verband tussen de omvang van beide drillbillen en hun overschrijfneigingen? Dat durf ik niet te zeggen. Laat ik ondertussen maar doorgaan met mijn Turnitintruc. Segers heeft de dodelijk saaie mening – en dat zegt de huishistoricus – dat weinig kennis van het verleden zorgt voor problemen in het heden. ‘Het geheugen wordt een last bij de beleving van het heden, en de eenvoudige conclusies die aan die beleving verbonden kunnen worden.’ Gaap. Pfeijffer opent synoniemen.net en schrijft dezelfde Maarten van Rossemmening op. ‘Het is de stijl die de problemen van vandaag hoopt op te lossen zonder zich te laten afleiden door gisteren of morgen.’

Segers stelt dat ‘de Italiaanse pers het heeft over de Nederlandse staat als “vijand van zijn eigen burgers”’. Wat maakt de klucht van de zelfbenoemde tientoncasanova ervan? ‘De overheid heeft zich opgesteld als vijand van het volk.’ Segers heeft het verderop over ‘politiek pragmatisme’ en ‘rationele beleid’, Pfeijffer over ‘nuchter, pragmatisch en bewust onideologische kortetermijnbeleid’. 

Volgens mij begint u ook een lijn te herkennen. Classicus Pfeijffer schrijft vaker andermans werk over dan een chronisch spijbelende gymnasiast latijnengrieks.com. Maar iedere klassieketalendocent had natuurlijk zijn methoden om liegende en bedriegende lapzwansen te ontmaskeren: ga op zoek naar de fout in de vertaling. Heeft de scholier in kwestie die ook overgeschreven, dan klapt de val dicht. Zoals ik de vorige keer schreef weet de sukkelige Segers niet wat utilisme is, hij verzette zich tegen de ‘niet-ethiek’ van individueel gewin en genot. Pfeijffer snapt tenminste dat dit wel ethische posities zijn, hij noemt het ‘individualisme en concurrentiestrijd’. Segers pleit voor meer ‘kwaliteit van sociale relaties’, een frase die leest alsof je zesendertig mariakaakjes zonder water in één minuut naar binnen schrokt. Pfeijffer maakt hem iets eleganter, hij heeft het over ‘altruïsme en solidariteit’. 

Zelfs de oplossing van de voorgestelde problemen neemt Pfeijffer van Segers over. De laatste concludeerde dat ‘het Nederlandse zelfbeeld en de leidende politicus toe zijn aan correctie’, Pfeijffer versimpelt dat naar ‘de enige hoop voor Nederland is een radicale trendbreuk’. Ik kan nog meer voorbeelden tonen –  het zijn er te veel en ik zit aan het maximum van mijn aantal woorden – maar u snapt het punt. Pfeijffer is een jattende rat. En hij is dit jaar de hoofdgast op het Boekenbal en schrijft dat weggeefprulletje. Het zou me niks verbazen als het boekenweekgeschenk, in navolging van dat van Wolkers, Siebelink of Reve, Augustuswarmte, Tas met teleurstellingen of De derde jongen heet. Als HP/De Tijd en de CPNB een beetje zelfrespect hebben, gooien ze deze klaplopende, afgeschminkte clown linea recta op straat of van een burg af. In Genua schijnt een mooie hoge te staan.

TD

U zult wel denken: is september niet te vroeg om te zeiken over kerstliedjes? Moeten niet eerst de truffelpepernoten de winkel uit, de boom worden opgetuigd en uw aanstaande ex, na een twistgesprek over het gebruik van de bordeauxrode servetten of de geërfde zilverkleurige met goudafgezette randen tijdens het diner, afgetuigd? Het zal allemaal wel: mijn blad, mijn ergernissen. Mijn gal komt omhoog door de klassieker ‘De herders lagen bij nachte’, een leugenachtig propagandalied dat enkel overtroffen wordt door René Frogers ‘Een eigen huis’, en dan specifiek door één frase: ‘daar hoorden ze d’engelen zingen’. Engelen zingt niet, hij schreeuwt, raaskalt, blaft door een megafoon heen, terwijl hij deze niet nodig heeft, want met zijn volume is hij in staat om de voorspelde aardbeving onder Istanbul in gang te zetten. Wat zegt u? Heeft dat kerstnummer niets met Ewald Engelen te maken? Verrek, wat scherp! Maar laten we het nu toch maar even over hem hebben.

U kunt deze man kennen van zijn columns in De Groene Amsterdammer waarin hij tweewekelijks een tirade houdt over de hoogopgeleide elite die dit land naar de knoppen helpt. Dat het anonieme twitteraccount @Peter1456891 dezelfde mening eropna houdt en daarmee in een beweging de stelling van prof. dr. E. R (die R staat voor Rombaut. Rombaut! Blijkbaar is gekte genetisch overdraagbaar!) Engelen ondergraaft, deert hem niet. Er is ook een kans dat u hem kent omdat u een seminarium in financiële geografie, zijn zelfgecreëerde vakgebied, bij hem volgt, hoewel hierbij moet worden opgemerkt dat de kans groter is dat u in de Bilderdijkstraat wordt aangereden door een noordelijke witte neushoorn dan dat u daadwerkelijk onderwijs van Engelen krijgt. Onderwijs geven is voor aio’s, de kneusjescolonne waarvan iedereen drie dagen gratis arbeid moet verrichten omdat overuren uitbetalen een gewoonte was die met Den Uyl mee het graf in ging, de verdrukte arbeiders waarover hij iedere keer dezelfde opgefokte column uitbraakt, en daar staat deze hoogleraar ver boven.

Wat doet Rombaut dan voor die ruim € 8000, – per maand? Twitteren dat Ernst Kuipers een enkeltje concentratiekamp moet krijgen. Foto’s uploaden van het uitzicht over de Nederrijn van zijn villa in Heveadorp. En af en toe een boekje schrijven. Zo kwam dit voorjaar Ontwaak! Kom uit uw neoliberale sluimer uit, een schotschrift waarin Engelen laat zien dat een weerlegging van zijn stelling door een zelf aangedragen tegenvoorbeeld niet betekent dat zijn hypothese onwaar is, maar dat hij juist harder moet schreeuwen en zijn toevlucht moet nemen tot hyperbolen en metaforen om zo een letterkots op te boeren waarvan zijn lezers hun gezicht afwenden. Voorbeeld. Alles in Nederland – en dan bedoelt Engelen ook echt alles, hij fulmineert over ‘een door drank, drugs en seks doordrenkte “belevenisindustrie”, bestaand uit exotische vakanties, festivals en extreme sportevenementen’ – is de schuld van hoogopgeleiden. En wij altijd maar grollen over de dozijnen media en cultuur-meisjes die de universiteit ieder jaar de werkloosheid intrapt; blijken ze in werkelijkheid de wereld te besturen! Hoogopgeleiden zijn volgens Engelen dus een samenklittende groep die mbo’ers negeert. Prima stelling, al is het niet de mijne, want ik scheld de minifascisten in reflecterend uniform die een kruispunt proberen te overheersen consequent uit, dus het verwijt dat ik de diplomalozen niet zie staan, glijdt geheel van mij af.

Het wordt lachwekkend als Engelen verderop in zijn boek tekeer gaat tegen het curriculum van de universiteit. Studenten moeten worden opgeleid tot ‘waarheidssprekers die zijn geoefend in het leveren van fundamentele maatschappijkritiek, die steeds op zoek zijn naar de achterkant van het gelijk, die zich niet met een kluitje het riet in laten sturen’. De studenten die dát kunnen, dat zijn wel goede lui. Dus alle hoogopgeleiden zijn fout, maar de goedopgeleide hoogopgeleiden zijn goed, zegt prof. dr. Engelen. Het is een menukaart met Schrödingers kat op een toastje als amuse, een liegende Kretenzer als hoofdgerecht en als toetje een tirade uit Wappiestan over het falende ICT-beleid van de rijksoverheid die tegelijkertijd dankzij een vaccinatieprogramma een chip bij ieder burger inbrengt om zo bloed en DNA af te tappen. 

Staat er dan geen goede zin in het hele boek? ‘Wie zich overschreeuwt verraadt zijn eigen onzekerheid, zo luidt de ijzeren wet van de psychologische overcompensatie.’ Inderdaad, Ewald, inderdaad.

Eigenlijk wilde ik hier zijn boekje laten rusten, verder gaan met de rest van zijn onzin, maar ik kan het niet. Ik ben een diabetisch kind in een snoepwinkel en prop me vol. Wat denkt u van deze? ‘In al zijn geschriften wijst Max Weber op de keerzijde van voortschrijdende technische rationaliteit. Hoe meer waarden, affecten, emoties en het mysterie van God en Schepping uit ons dagelijks leven verdwijnen, hoe meer wij ons gevangen weten in een stalen kooi van bureaucratische afhankelijkheden. […] Het staal van de bureaucratische kooi is koud vergeleken met de warmte van de naastenzorg die kerk en gemeenschap vóór de intrede van het individualisme en het secularisme van de Verlichting bood.’ Bij dit tromgeroffel zie ik mistige Thüringens bossen opdoemen, waartussen Engelen in de ochtend met behulp van twee paarden zijn akker bewerkt en daarna trouw met zijn fokvrouw, die is gedecoreerd met het Ehrenkreuz der Deutschen Mutter, en hun acht kinderen – Günter, Parsifal, Friedrich, Gunnhildr, Freya, Heinrich, Baldr en Reinhard – naar de dagelijkse rundfunktoespraak van de Führer luistert. Vergeleken met dit geblaat is Andreas Kinneging de bedrijfspoedel van RuPaul.

De pamflettenprofessor heeft de laatste jaren niet stilgezeten. In 2016 verscheen De mythe van de gemaakte vrouw: nieuw licht op het feminisme, zijn interpretatie van Simone de Beauvoirs De tweede sekse. Ik zou nu een lollige of snedige opmerking kunnen maken over wat feminisme te maken heeft met financiële geografie, of een absurdistische vergelijking maken tussen muterende zeepaardjes en geobstipeerde darmen, maar ik ben nederig, ken mijn grenzen: het valt allemaal in het niets bij Engelens koeterwaalse redeneringen van hierboven. Vorig jaar verscheen er nog een heus wetenschappelijk paper van hem, wat hem daarvoor voor het laatst in 2017 was gelukt. ‘What comes after the pandemic? A ten-point platform for foundational renewal’, gepubliceerd op een obscure, zelfbeheerde wordpress-website, geen enkel peer-reviewed tijdschrift had de behoefte om deze zesduizend woorden af te drukken. Mocht u zich zorgen maken om de werkdruk van de hoogleraar, dan stel ik u graag gerust: met drieëndertig man schreven ze dit artikel. Dat komt neer op een kleine honderdtachtig woorden de neus, dus als ik deze nutteloze zin even in deze alinea fiets, bevat ze er meer dan Engelen, als we ervan uitgaan dat hij überhaupt iets heeft gedaan, heeft bijgedragen aan zijn enige publicatie uit 2020.

Twee pamfletjes, een paar honderd woorden in een niet-gepubliceerd paper en een enkele boekrecensie hier en daar. Dat is de oogst van vijf jaar je eigen leerstoel managen. Het is niet erg dat Engelen nog luier is dan een zesdejaars rechtenstudent die voorafgaand aan zijn studie al verzekerd is van een plek in de maatschap van zijn vader. Ook niet dat hij op boekentour ging met Marianne Thieme en dat hij voor haar zijn vrouw en kinderen in de steek liet. Engelen schreeuwt en eist zuiverheid, is manisch en manicheïstisch. Hij laat geen ruimte voor de menselijke smet, de eeuwige hypocrisie, het geploeter over de akker van onwetendheid. Maar wie zuiverheid wil moet boven de schoorsteen van Treblinka hangen, het ruikt naar verschroeid mensenvlees. 

‘Alleen in naam is de Nederlandse universiteit een meritocratie; in de praktijk is ze een reservaat van verwende academici’, schreef een hoogleraar eens. ‘Nog altijd worden medewerkers getolereerd die zich met minimale inspanning van hun academische verplichtingen kwijten. Nog steeds staan Nederlandse universiteiten het toe dat medewerkers maandenlang niet op het werk verschijnen’, bulderde hij. ‘Loop voor de grap eens een faculteit binnen. Wat ziet u? Lege gangen, lege kamers, doofstomme computers. De Nederlandse academicus werkt immers thuis; de (schamele) investeringen van werkgever in gebouw, organisatie en infrastructuur ten spijt. Het zijn de vele indicaties van misbruikte collectieve generositeit (goudgerande arbeidscontracten, “spookprofessoren”, snoepreisjes) die de directe aanleiding zijn geweest om academici te dwingen meer rekenschap af te leggen over de besteding van wat uiteindelijk publieke middelen zijn.’ Allemaal misstanden aan de Nederlandse academie! Wat moeten we doen met deze luilakken? ‘Schop de uitvreters eindelijk eens de tempel uit!’ Was getekend: Ewald Rombaut Engelen. 

Dus Ewald, beste makker, wees consequent. Wees een vent en hang je toga aan de wilgen. En jezelf erbij. 

TD

Archief