Gastbijdrage

Maandag
Het is weer de drukste week van het jaar. Al dat bidden, al dat geklaag, en niemand die zich nog zorgen maakt om de financiële gezondheid van de Moederkerk. Het paleis staat vol met palmentakken terwijl die krengen uit Kenia moeten worden geïmporteerd. Ze vragen er ieder jaar meer voor, ik stikte bijna in mijn Toscaanse truffels met chocoladegarnering toen ik de rekening zag. 39 cent per stuk! Inclusief btw, dat dan weer wel, dat verrekenen we aan het eind van het jaar weer. Ieder jaar is een jubeljaar bij de fiscus voor ons! Als ik nou tegen die vrouwen in de kwekerij zeg dat ik een week lang driemaal daags voor hen een weesgegroetje doe, zou ik dan korting krijgen?

Dinsdag
Ik ben op bezoek bij de dames van het Onze-Lieve-Vrouwen-Van-Het-Einde- Van-De-Wereld-En-De-Hel-Voor-Hen-Die-Zich-Niet-Onderwerpen-Aan-Het-Gezag-Van-Wim-Eijk-klooster in Nuenen. De nonnen zijn vereerd met mijn komst, moeder-overste Christina stelt haar cel open voor mij. Niet dat ik samen met haar het linnengoed deel, nee; ik onthoud mijzelf van al het lichamelijke genot! In het nachtkastje lag een Satisfyer Pro Penguin Lucht-
druk Vibrator, maar die zal Christina wel in beslag hebben genomen van
een meisje op de kostschool. Ik zette het apparaat aan, het trilde over mijn
lichaam, richting mijn onderbroek, en stelde me voor helse verleidingen. Heilige Theresia, wat een extase!

Woensdag
De mannen van Goldman helpen mij met het beheren van de heilige huisjes. De grondprijzen in Amsterdam gaan door het dak, dus dit is het moment om onze housing stock om te zetten in goud. Het overleg ging goed, alleen Thomas was steeds argwanend. ‘Hoeveel provisie strijken jullie zelf op, hé?’ De driedelige pakken aan de overkant van de tafel begonnen zenuwachtig aan hun neuzen te kriebelen. ‘Mijn thesaurier is niet goed op de hoogte van christelijke gastvrijheid, vergeef me.’ Hiermee redde ik deze miljoenentransactie. ‘Zonder die Joden gaat het niet!’ schreeuwde ik tegen Thomas toen ik de woekeraars uit het paleis had geleid. ‘We mogen blij zijn dat er in de VS nog wat over waren, deze lui kunnen alles in geld veranderen; ze zijn er voor geboren!’

Donderdag
Mijn jaarlijkse bezoek aan Bart viel me zwaar. Jarenlang had ik rondgevraagd bij de Dominicanen of daar een pitbull was die Zijn Woord wilde verdedigen en het werk voor Hem wilde doen, maar na de inquisitie zijn de honden van de Heer lui geworden. En toen kwam hij tot mij, het eenzame schaap dat dankzij mijn geestelijke begeleiding een stuk gereedschap in Gods handen is geworden. In zijn cel knielde ik nederig voor hem en waste zijn voeten. ‘Eminentie, Els Borst is dood, maar heb ik wel het juiste gedaan?’ Ik verwijderde met de washand de schimmel tussen zijn kleine en tweede teen. ‘Je hebt haar die op Zijn troon ging zitten Zijn woede laten voelen. Ja, de Heer is trots op je. Dankzij jou is het volbracht.’

Vrijdag
Die mis duurde ellenlang, het was echt een lijdensweg. Geen gebed en preken meer in het Latijn, geen eerbied voor mijn ambt, alles waar deze Kerk eeuwenlang voor stond is in de jaren 60 uit het raam gevlogen. Die verschrikkelijke hippies ook, met die antichrist uit Buenos Aires aan het roer. Gelukkig kon ik de mis laten opdragen door de plebaan, want het gepeupel dat ik volgens de nieuwe regels aan moet kijken is mijn blik onwaardig. Domine, non sunt digni! Ik dommelde wat, maar schrok wakker toen ik het geluid van munten in de collectemandjes hoorde. Wie zijn de gierigaards die denken dat ze hun zielenheil kunnen kopen met koper?Aflaten voor biljetten, papers for papers, zo doen wij al eeuwen zaken en gelukkig kan niemand dit fundament van de Kerk bedreigen.


Zaterdag
Oecumene? Die ketters zijn een kanker dat moet worden uitgeroeid! Eindelijk dacht ik te kunnen genieten van mijn zaterdagse rust, werd ik weer lastig gevallen met theologische hocus pocus. Ik kreeg post van de scriba van die protestantse inteeltbende; of we niet volgend jaar een gezamenlijk paasviering konden houden, om zo de kerken wat voller te krijgen. Laat ze maar aankloppen bij de As-Soennah-moskee, liever Turks dan paaps was hun motto, toch? Daarnaast ben ik de martelaren van Gorcum nog niet vergeten! Oog om oog, tand om tand, zo sprak de Heer en zo zal het zijn.

Zondag
Opgestaan bij het kraaien van de haan, het is de belangrijkste dag van het jaar, hier leeft het hele bisdom naartoe. Snel een preek geschreven voor de paasmis, maar ik kon mijn aandacht er niet goed bijhouden. Ik droeg mijn rood-witte shirt onder mijn soutane en het leek me beter om vandaag mijn pileolus niet op te zetten, het hoofddeksel ziet er namelijk behoorlijks semitisch uit. Bij het voorbereiden van de dienst zat ik toch al iets te veel in de stemming van de Galgenwaard. ‘En de hogepriesters hebben Hem veroordeeld tot het kruis, daarom: Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ galmde door de Sint-Catharinakathedraal. Veel geroezemoes in het schip, maar gelukkig weten katholieken teksten altijd in context te begrijpen, dus problemen hoef ik niet te verwachten. De Bunnikside bleef vandaag leeg, maar gelukkig ging de E-Eredivisie wel door. De Joden namen de digitale punten mee naar 020, gestolen uiteraard, dat is het enige dat dat kruiperige volk doet.

Wim Eijk

Mag je iemands schrijftalent in twijfel trekken die niet weet wie Philippe Geubels is?

Bregje Hofstede is een door de literaire kritiek bejubelde schrijfster, genomineerd voor alle mogelijke prijzen, maar van Philippe Geubels had ze nog nooit gehoord, zag ik kijkend naar De Slimste Mens.

Ik vroeg me af of andere grote schrijvers ook zo gespeend waren van kennis over populaire cultuur. Hemingway en Fitzgerald gingen om met de sportjournalist Ring Lardner. In de grote roman Tender is the Night is het personage Abe North zelfs deels gebaseerd op Lardner. De songschrijver Cole Porter behoorde tot hun Zuid-Franse vriendengroep, evenals de acteurs Mistinguett en Rudolph Valentino. De komische Dorothy Parker en Robert Benchley kwamen ook weleens langs met hun deadpan Philippe Geubels-grappen. Ik durf te beweren dat de beste Amerikaanse schrijvers uit de jaren twintig en dertig, voeg John Dos Passos er maar aan toe, absoluut op de hoogte zouden zijn geweest van het bestaan van een toenmalige Philippe Geubels.

Jammer voor Bregje Hofstede, maar als schrijver zou ze in die kringen niet hebben meegeteld.

Tenzij popculture iets typisch Amerikaans is. Iets waarop de literati in Europa zouden neerkijken.   

Dan zou Bregje Hofstede in een traditie passen van mensen die hun neus ophalen voor televisie en voor mensen als Philipe Geubels die aan dat vulgaire medium hun faam danken.

Hoe zit dat in het anti-Amerikaanse filosofenland dat Frankrijk heet?

Welnu, het laatste boek van Frédéric Begbeider heet La frivolité est une affaire sérieuse.

De site van France Inter, radio, stelde hem de vraag wat voor hem popcultuur betekende.

“Het is alle cultuur die je niet hoort op France Culture. Ik wil ermee zeggen dat cultuur niet per se is voorbehouden aan de elite.”

Hij noemt Randy Newman en Rihanna als voorbeelden en blijkt een fan te zijn van de detectiveschrijver Frédéric Dard, die honderdvijfenzeventig policiers schreef met als hoofdpersoon commissaris San-Antonio.

Het begint er slecht uit te zien voor Bregje Hofstede, die blijkens de Slimste Mens dacht dat Bloemendaal in Gelderland lag. 

Zou Begbeider een uitzondering zijn? Iemand die alleen maar wil shockeren en daarom van alles verzint wat de filosofen verachten?

Hoe zit het met Michel Houellebecq?

Dit is een citaat uit zijn nieuwe roman Sérotonine:

“Ik verafschuwde Parijs, deze weerzinwekkende stad vergiftigd door haar burgerlijke eco-moralisme (…) ik reed in een 4-wheel drive op diesel –misschien heb ik in mijn leven niet veel gepresteerd, maar ik zal op zijn minst hebben bijgedragen aan de vernietiging van de planeet.”

Dit zal je op France Culture echt niet met instemming geciteerd horen worden. De Franse hogere cultuur gaat moeite genoeg hebben met deze roman, eerste oplage 350.000 stuks, waarin Houellebecq, ver voordat de Gele Hesjes Parijs probeerden te verwoesten, haarfijn de onvrede op het Franse platteland aanvoelde waarvan de politieke elite geen idee had.

“Wat vind je van Barbie?” vroeg Philip Freriks naar de bekende weg bij de zelfverklaarde feministe Hofstede.   

Van Barbie moest Bregje helemaal niets hebben, terwijl ze zelf de rol tussen de vier mannen om haar heen met verve vervulde. Niet alleen zag ze er prachtig uit –die nek, die ogen, het lichaam- maar bovendien wist ze niks.

“Wat weet je van Simone Kleinsma?” luidde de vraag.

Het bleef doodstil in huize Barbie waar de televisie nooit aanstaat.

Helaas moet ik de eerder gestelde vraag met “ja” beantwoorden. Schrijvers die serieus genomen willen worden, zouden beter op de hoogte moeten zijn van het triviale.

Henk Spaan

Elke student moet zich profileren als originele denker, liever vandaag dan morgen en liever gisteren dan vandaag. En aangezien iedereen straks hetzelfde cv heeft met bijpassende meningen, staat alleen de optie open om tegen de stroom in te zwemmen. Dat wil zeggen, exclusief voor studenten die in Amsterdam studeren. Want Amsterdam, dat is de stad van Van Heutsz. Noem zijn naam in gezelschap van intellectuelen en het debat ontspoort. Dit is het profileringsmomentje bij uitstek. Als Amsterdamse student kunt u niets ergers doen, dan zich te profileren als goede koloniaal.

Eerst even wat context. In deze stad is de politiek-correcte opvatting over het koloniale verleden als volgt: alles eraan is fout, iedereen was een misdadiger (beter gezegd: oorlogsmisdadiger) en er moeten excuses en terugbetalingen komen. Zeker door degenen die blank, ik bedoel wit, zijn. Die zijn extra schuldig. Vanzelf. Buiten de hoofdstad, vooral in de noordelijke buitengewesten, denken ze in de regel genuanceerder, maar een Amsterdamse student komt daar uiteraard niet en dus blijft het Amsterdamse morele kompas hem/haar/ anders de weg naar de waarheid wijzen.

Ik weet dit omdat ik de biografe van Van Heutsz ben, en ik reis door stad en land om over hem en het koloniale verleden te spreken. Dat het aanslaat, merk ik aan de groeiende hoeveelheid haatmails. De afzenders daarvan zullen mijn aandachtigste lezers zijn wanneer de biografie verschijnt. In 2020, dank voor de belangstelling.

Wat te zeggen?

Wat te zeggen Er is bijzonder vaak een moment waarin een debat kan ontstaan. Een herdenking hier of daar, een opmerking over Zwarte Piet is een gemakkelijk bruggetje (denk: racisme nu, racisme toen) en anders staat er wel een bruikbare aanleiding in de krant. Uw taak is de discussie te laten ontsporen, om de eigen zichtbaarheid te vergroten. U bent een Russische tank, de ander is een Italiaanse brug.

Zo’n debat begint redelijk. Even laten ontwikkelen, dat de ander denkt wat een fijn gesprek is dit. Dan: aanvang ontsporing.

Eerste tip. U zegt vol overtuiging: “Maar we hebben in Indië tenminste wèl spoorwegen aangelegd.” Een goede koloniaal begint altijd over spoorwegen. Niets zeggen over het snellere transport van legertroepen, hoor. Benadruk het voordeel dat de bevolking ervan had, economisch en dergelijke. Noem familiebezoek voor een emo-momentje. Wijs ook op de architectonische schoonheid van de koloniale spoorwegstations, daar verschijnen boeken over: “Dat zegt toch wel iets?” Dooddoeners hebben hun nut.

Tweede tip. De ja-maar-methode. Die is geschikt wanneer het debat over de dekolonisatie-oorlogen gaat. Dat heb je tegenwoordig snel, want het historisch geheugen van de gemiddelde Nederlander is klein, daar past niet zoveel kennis in. Iedere zin die u zegt begint met: Ja, maar. Ja, maar de Bersiap, ja, maar de doden aan Nederlandse zijde, ja, maar de Buitenkampers, ja, maar weet je wel dat het aantal doden nog veel hoger is dan tot dusver wordt aangenomen? Nooit het samen eens worden dat oorlog per definitie een lelijk ding is.

De derde tip komt zo dadelijk.

Heutszerdam

Even een tussenstukje met leuke weetjes. Amsterdam is Heutszerdam. Nadat Van Heutsz uit Indië terugkeerde, besloot hij om nou eens niet in Den Haag te gaan wonen zoals de meeste GG’s deden, maar in Amsterdam. Jarenlang woonde hij er heerlijk en ontving hij er zijn vrienden en zakenrelaties. Hij hielp mee het Tropeninstituut op te richten. Hij kreeg er in 1924 een glorieuze staatsbegrafenis, dus op kosten van Nederland, en tout Amsterdam liep uit, wat dacht u. Op de NieuweOoster is, voor wie wil, zijn graf te bezoeken, het is een enorm mausoleum, kunt u niet missen. Na wat andere monumenten voor de man werd in 1935 helemaal speciaal voor Van Heutsz het toen grootste monument van Nederland onthuld, aan het Olympiaplein. Tegenwoordig is de buurt er zenuwachtig over, al heeft het monument een andere naam gekregen. Ja, je kunt nooit weten, een handgranaat heb je zo. Een paar jaar geleden was er opeens een manifestatie, dat is onrustig.

Onderzoek

Nu komt de derde tip. Daarmee maakt u geen vrienden, dat zeg ik er volledigheidshalve bij. Uw gesprekspartner zal inmiddels heel warm gedraaid zijn en beginnen over uitbuiting en slavernij, en misbruik en misdaad. Hier heeft u het nieuwste taboe en dat is, dat er geen enkel positief woordje meer gezegd mag worden over de koloniale tijd. U heeft de spoorwegen al genoemd. Kan niet nog een keer. Dus wat doet u? Op rustige toon zegt u te verlangen naar een groot onderzoek dat de gehele koloniale periode moet omvatten, daarna leunt u voorover en u zegt met nadruk: “Dus óók de positieve aspecten.”

Kaboem!

Vilan van de Loo

Onder de titel Mijn strijd verscheen onlangs de nieuwe vertaling van Mein Kampf (genomineerd voor de Nazi-Literatuurprijs 1926) in het Nederlands. Lange tijd was dit spraakmakende debuut van Adolf Hitler in ons land verboden, maar sinds 2016 zijn de rechten vrijgegeven. Uitgever Mai Spijkers over het belang van zijn nieuwe aanwinst en over hoe hij de concurrentie aftroefde in het confisqueren daarvan.

Mai Spijkers (Goirle, 10 april 1955) werd geboren als Mai Snickelgroeier, maar hij liet zijn achternaam – om begrijpelijke redenen – reeds op jonge leeftijd veranderen. In 1989 startte hij in een krap bemeten kelder in Amsterdam zijn eigen uitgeverij en sindsdien verovert hij in talrijke landen de boekenmarkt.

We worden hartelijk ontvangen in zijn ‘Promethuis’, zoals Spijkers’ vorstelijke vakantienestje op een bergtop in het zuiden van Duitsland heet. Het is een plek waar hij naar eigen zeggen “lebensraum vindt” en waar geregeld goede vrienden en vakbroeders over de vloer komen. De succesvolle uitgever laat zich tijdens ons bezoek vergezellen door een vrouwelijke publiciteitsmedewerker en aan zijn voeten ligt een vrolijk kwispelende herdershond, die voortdurend nederig aan zijn schoenen likt.

Wanneer vernam U voor het eerst dat de rechten werden vrijgegeven?

‘Ik was in Engeland en luisterde naar een bericht op de Nederlandse radio. Op zo’n moment leert de geschiedenis dat je onmiddellijk in actie moet komen. Dat je de concurrentie als het ware met een Blitzkrieg moet overrompelen. Ik vloog nog diezelfde dag naar Duitsland, waar we op een mooie vergaderlocatie aan een meer in slechts twee uur onderhandelen met alle betrokkenen tot een finale oplossing kwamen.’

Mai Spijkers neemt ons mee naar het balkon van zijn villa. Onder het genot van een apfelstrudel met slagroom smullen we van het uitzicht. ‘Mano, afgelopen nu!’ beveelt hij de hond die zich direct weer likkend op zijn schoenen stort als we gaan zitten. ‘Geen snugger beest,’ fluistert Spijkers ons toe, ‘maar we hebben hem jaren geleden bij zijn familie weggeplukt, toen we er een nodig hadden, en nu zitten we ermee.’

Terug naar uw boek. Het omslag is sober en bruin als een oud hemd. Vindt u dit geen gemiste kans?

‘Kijk, ik had natuurlijk dolgraag een portret van de auteur op de achterflap gezet, maar dat bleek helaas verboden. Ook een swastika, commercieel gezien toch een symbool met een bewezen aantrekkingskracht, is nog altijd onwettig. Ik denk dat we in ons kikkerlandje nog niet klaar zijn voor het Gesundes Volksempfinden.’

Er zit natuurlijk wel een reden achter, waarom dat verboden is.

‘Dat zal best an sich, maar als men de rechten op het boek vrijgeeft, dan zeg ik: maak het dan meteen in zijn geheel salonfähig. Op deze manier loop je een uitgever namelijk behoorlijk voor de voeten. Stel je toch eens voor dat ik Vijftig Tinten1 zou uitgeven maar de anaalballetjes niet mochten worden verkocht. Een onwerkbare situatie voor onze merchandise-afdeling.’ Zijn publiciteitsdame schiet hem bij:  ‘Briljante ideeën als een Hitlermok of een SSleutelhangertje konden inderdaad na de eerste brainstorm gelijk in de prullenbak.’

Spijkers lijkt zich plots iets te binnen te schieten: ‘O, kun jij trouwens nog even achter die auto aangaan?’ Al bellende verlaat zijn medewerker het balkon.

‘Je ziet, het werk gaat zelfs in het Promethuis gewoon door,’ zegt Spijkers. Om daarna ambitieus te vervolgen: ‘Toen ik las dat die Buwalda voor zijn boekpromotie met een reclameauto het land intrekt, dacht ik: misschien kunnen wij de komende maanden met een Mercedes 770K Grosser Offener Tourenwagen2 door Nederland gaan. Beter goed gejat dan slecht bedacht, denk ik dan.’

Daar heeft u gelijk in, en dat brengt ons gelijk weer bij uw vertaling. Mijn strijd ligt nu enkele weken opgestapeld tussen de bestsellers in de boekwinkels. Wat vindt u van de kritiek dat het een slecht idee is om de uitgave zo makkelijk beschikbaar te stellen?

‘Ik vind het als uitgever en boekenliefhebber belangrijk dat in een tijd waarin het rechtsextremisme overal in Europa opbloeit, er een handboek voor de doelgroep in de winkels ligt. De bekende kwestie van vraag en aanbod. Voor mezelf is het daarnaast een grote aha-erlebnis, want zo ging het destijds ook bij Vijftig Tinten3. Er was een enorme behoefte aan een boek dat ons uit de seksuele dip haalde, en zoiets is natuurlijk ook op het sluimerende fascisme van toepassing. En om dat laatste in het perspectief van onze tijd te zien, hebben we wat verklarende inleidingen aan het boek toegevoegd4.’

Maar volgens critici bladeren nieuwsgierige en onervaren lezers deze inleidingen snel door. Men wil meteen naar de sensatie, naar de woorden van Hitler, zoals men ook bij het kijken naar een seksfilm het kennismakingsgesprek met de loodgieter overslaat. Het ontbreken van voetnoten als zorgvuldige duiding zien velen als een historische vergissing.

‘Daar gaan we weer. Zoals ik in een televisie-interview al stelde5 kunnen lezers die het boek serieus willen begrijpen de Duitse vertaling6 met al die minuscule rotlettertjes raadplegen. Voor de liefhebber staan er 3700 in. Je moet er maar zin in hebben, denk ik dan. Voor mij leiden voetnoten alleen maar af van de gedachte van het centrale verhaal. Ik streef naar bladzuiverheid.’

Heeft u nog andere namen overwogen dan Mijn strijd?

(lachend) ‘Mein Bankrekening kon binnen de uitgeverij op aardig wat stemmen rekenen. Die zouden we dan op het omslag communiceren zodat de lezer meteen wist waar de opbrengst naartoe zou gaan.’

Het boek kost vijftig euro7– vanwaar die hoge prijs?

‘Ja, we waren eerst van plan om het bedrag tussen de veertig – vijfenveertig euro te houden, dat vond de publiciteitsafdeling ook wel geestig, maar die extra euro’s bleek ik toch nodig te hebben om mijn nieuwste project vorm te gaan geven…’

En dat is?

‘Ik kan en wil daar helaas nog niet al te veel over zeggen, maar ik heb altijd al een droom gehad om een groot vakantieparadijs aan de Noordzee te bouwen.’

Heeft U tot slot zelf eigenlijk iets met Hitler of die periode uit onze geschiedenis?

Misschien alleen dat ik op 10 april8 ben geboren. We hebben nog gekeken of we daar iets mee konden in de promotie, maar het was natuurlijk pas echt kassa geweest als ik tien dagen later9 ter wereld was gekomen… (lachend)… Dan hadden we het Mai Kampf genoemd!

Eva de Bruin en Gaston Kamerling


Grijs

2 De auto van Hitler, ook wel bekend als de Führerbumper

3 Grijs

4 Historicus Willem Melching heeft de hoofdstukken van inleidingen voorzien

5 Bij Nieuwsuur, Uitzending 4-9-2018

6 Wetenschappelijke vertaling verschenen in 2016

7 Het boek kost 49,99 om precies te zijn

8 De dag dat de Oostenrijkers met een overgrote meerderheid goedkeuring gaven aan de Anschluss.

9 Op 20 april werd auteur Adolf Hitler geboren, verantwoordelijk voor de moord op 6 miljoen joden. De vertaling van Spijkers staat momenteel op plek 3 in de Bestsellerlijst.

Ik begon in 2006 te studeren in Amsterdam. Dat is nu twaalf jaar geleden. Ik had me dat nooit zo gerealiseerd, tot ik dit stukje ging schrijven. Twaalf jaar. Dat is niet ‘een paar jaar geleden’, dat is gewoon echt officieel ‘vroeger’.

Want ik kan jullie vertellen: Amsterdam was in mijn tijd een heel andere stad. Er was geen Noord-Zuidlijn, om maar eens iets te noemen. Dat kunnen jullie je nu niet meer voorstellen, maar die was toen pas 362 jaar in aanbouw, dus nog lang niet af. Als je naar Noord wilde moest je achter het station gaan staan en drie keer op je vingers fluiten, dan kwam er een sloep met een norsige man in een streepjestrui die vroeg: wat mot je? En dan moest je zeggen: ik wil graag naar Noord, meneer. En dan zei die vent: zes florijnen. Want daar betaalden we mee. Niks geen bitcoins. En voor zes florijnen was je dan in Noord. Al was de vraag wat je daar te zoeken had, want Noord was nog helemaal niet hip. Dat was toen nog gewoon Zaandam-Zuid. Paar verlaten fabrieken en één aftandse supermarkt, waar alles over datum was.

Ja, twaalf jaar is een lange tijd.

Ik had bijvoorbeeld woonruimte. Betaalbare woonruimte. Dus je hoefde niet met 5 man in een bedstee voor 1400 euro per maand, welnee, ik had gewoon een appartementje, met een eigen keukentje, en een slaapkamer, en een woonkamer, en twee badkamers, en een kelder, en een fietsenschuurtje, en drie balkons, twee filmzalen en een dakterras. Dat kon toen nog gewoon. Gedeeld toilet, dat wel, maar je kan natuurlijk niet alles hebben.

Ja, het is bijna ongelooflijk hoeveel er in twaalf jaar tijd kan veranderen. Je mocht buiten staan met een glas. Dus dan bestelde je wat te drinken in de kroeg, en dan mocht je dat mee naar buiten nemen. Stond je gewoon op de stoep met een biertje. Even frisse lucht halen. Want binnen werd natuurlijk altijd gerookt.

En nog nauwelijks toeristen. Amsterdam was nog niet ontdekt. De rij voor het Anne Frankhuis kwam hooguit tot Amstelveen, meer mensen kwamen er gewoon nog niet op af. Je werd hooguit eens per vijf minuten omver gereden door iemand op een huurfiets. Ging nog heel rustig allemaal. Rondvaartboten dreven leeg en doelloos door de grachten. Je kon ’s nachts op het Leidseplein een speld horen vallen. Al was dat meestal een naald, want drugs hadden we al wel.

Ja, het was een andere tijd. Een andere stad. Al kan het zijn dat ik het inmiddels een klein beetje geromantiseerd heb. Maar ja. Het is immers ook alweer twaalf jaar geleden.

Pieter Derks

Ook ’n mooi verhaal op de plank?

Doe mee aan de KOLOMKOMPETITIE.

Archief