De afgelopen weken was Thierry Baudet opnieuw het favoriete stokpaard van de Nederlandse opinionistas. Ondanks zijn ‘verrassend druk bijgewoonde’ partijcongres werd hij onverminderd weggezet als bekakte tafelspringer, pedante eendagsvlieg, heteroseksuele ersatz-Pim en onverbeterlijk egotistische saletjonker met grootheidswaan.

 

Aanvankelijk had ik daar het volste begrip voor. Zeker toen ik — rijkelijk laat, I know — alsnog het clipje zag waarin Baudet tussen twee klassieke pianoriedels in aan zijn zakje lavendel rook met de gretigheid van een cocaïnesnuiver. Hijzelf sprak van spiritueel genot. Zijn roes was er niet minder om.

 

Dat had vast, zoals alles bij hem, te maken met de onverdunde reinheid van ons vroegere Avondland waaraan de bloemige zeepgeur hem herinnerde. Die filosofische zindelijkheid wordt volgens hem echter bedreigd door Duistere Krachten in binnen- én buitenland. Ze willen onze Verlichting snuiten zoals een waxinelichtje tijdens het Armageddon. De goede verstaander begreep na één snuif van Baudet dan ook de godganse portee van zijn program. Wij moeten met zijn allen, en uiteraard met hem als Heiland, op zoek gaan naar ons verloren verleden vol zuivere pianoconcerto’s, Provençaalse kruiden en nationale zielenadel. Wat het madeleine-cakeje was voor Proust, is het zakje lavendel voor Baudet.

 

Ook mijn reactie bestond eerst uit milde hoon. Waarom ruikt een Nederlandse nationalist aan een zakje gedroogde Franse bloemen? Is dat niet oikofoob? Zijn geloof getrouw had Baudet moeten ruiken aan een te vaak gebruikt theezakje, een bol Goudse kaas of een ingelegde maatjesharing.

 

Toen hij kort na zijn congres ook nog opriep om ‘linkse leraren’ aan te geven via de sociale media, kon ik mijn lol helemaal niet meer op. Trots zijn op je verleden? Vertel mij wat! Reeds in 1989 heb ik een identieke klikactie van het fascistische Vlaams Belang (toen nog Vlaams Blok) gesaboteerd. In het veelgelezen Belgische blad HUMO riep ik alle schoolgaande jongeren op om voluit mee te werken door royaal aan het verraden te slaan. Liefst onder een schuilnaam en met lekker veel verzonnen klachten over alle onderwijzers die ze niet konden luchten. ‘Niet boycotten, maar deelnemen!’ Hoe noem je zo’n actie — een homeopathisch medicijn?

 

Het Vlaams Blok kreeg een zondvloed aan klachten binnen. Het zou weken van research hebben gevergd om de vele valse klachten te onderscheiden van de enkele ernstig bedoelde. Het beloofde zwartboek van het linkse zwendelonderwijs stierf een stille dood.

 

Begrijp me niet verkeerd. Ik bedoel hiermee niet dat de politieke ontwikkelingen in Nederland dertig jaar achterlopen op die in België — al wijst de lengte van de recente Nederlandse regeringsvorming toch op een zekere Belgocanisering van het Binnenhof. Ik bedoel er evenmin mee dat de partij van Thierry Baudet naadloos samenvalt met ons Vlaams Belang. Welnee. Het is veel erger. Baudet wordt wel degelijk jullie premier.

 

En dat hoeft niet eens zo lang meer te duren.

 

Dankzij het cordon sanitaire is het Vlaamse Belang nooit aan de macht gekomen. Hun flamboyante maar minder extreem-nationalistische uitdager ter rechterzijde — Bart de Wever — daarentegen wel. En hoe! In 2003 telde zijn gloednieuwe partij N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie) slechts één kamerlid. Vijftien jaar later is de N-VA de grootste partij van zowel Vlaanderen als België. Ze levert op federaal en regionaal niveau het leeuwendeel van de ministers, ze telt een paar gouverneurs en tientallen burgemeesters en ze bepaalt op elk vlak de politieke agenda.

 

Het is decennia geleden dat in België zoveel macht in één enkele politicus verknoopt geraakte. Bart de Wever is tegelijk voorzitter van zijn eigen partij, burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen (Antwerpen), en achter de schermen is hij de ware premier van België. De titeldrager van dat ambt, de Franstalige liberaal Louis Michel, is hooguit een zwijgzame doorligwond.

 

Het is aan deze De Wever, en niet aan Fortuyn, Wilders of Trump, dat Baudet zich spiegelt.

 

Het kokette citeren van Latijnse spreuken, het rommelige parafraseren van Theodore Dalrymple en David Hume, het rituele verketteren van elites terwijl je zelf al jarenlang tot de academische beau monde behoort: allemaal vintage De Wever. Idem dito het flirten met ondernemerschap en de handelsgeest van de VOC, terwijl je enige beroepservaring zich afspeelde onder de veilige, gul gesubsidieerde stolp van een universiteit.

 

Nog meer parallellen? Je zweert bij etiquette en correcte tafelmanieren, maar tegelijk laat je geen kans voorbijgaan om hele bevolkingsgroepen verbaal te schofferen. Het daaropvolgende trammelant grijp je gretig aan om jezelf luidkeels te framen als ‘het enige échte slachtoffer van deze kwaadwillige mediahetze’. Vervolgens ga je in alle talkshows klagen over complotten van ‘kartels’ die je van het scherm willen weren.

 

Ook in de geschreven pers en de sociale media speel je afwisselend Rambo en Calimero — het agressieve slachtofferschap als mediastrategie en perpetuum mobile. Met het aura van miskende intellectueel en het air van vroegoude diva. Maar bovenal houd je luidruchtig afstand van je tegenstander ter rechterzijde. Terwijl je minstens in je retoriek de grofste lijnen van zijn extremistische program kopieert. Al dan niet in gecodeerde, zeg maar homeopathisch verdunde vorm.
Bart de Wever bezit onmiskenbaar een spits politiek vernuft, een scherpe tong en een volgzame partij vol dwepers en zeloten. Maar hij zou nooit zo succesvol zijn geworden zonder ook de vele overgelopen kiezers van het Vlaams Belang. Decennialang zijn zij nors en nukkig blijven stemmen voor een club waarvan ze op voorhand wisten dat die nooit aan het beleid zou deelnemen. Rancune omgezet in een koppige, langdurige proteststem.

 

De Wever verbrak die ban. Bovenop de centrumrechtse kiezers die hij al bezat, vormde hij zichzelf om tot een instrument van weerwraak voor de uitgeputte kiezers van extreemrechts. Hoe hij dat deed? Hij zorgde ervoor dat hijzelf, en niet langer Filip Dewinter van het Vlaams Belang, het favoriete mikpunt werd van columnisten, satirici en politicologen. Vervolgens tooide hij zich met hun beledigingen zoals Cleopatra pronkte met haar diadeem en haar neus.

 

Precies datzelfde gebeurt in Nederland met Baudet. Ja, ook in dit eigenste stukje — ik maak me geen illusies. Maar zeg nu zelf: wie heeft het nog over die arme Geert Wilders? Wie scheldt nog op hém, met dezelfde felheid als jaren geleden? Ook een politicus is maar een product met een vervaldatum. Die van Dewinter en Wilders zijn ruim overschreden. Sinds kort liggen er spannend nieuwe kaakjes in de rekken. De smaak en ondertoon zijn net gelijkend genoeg om herkenning te scoren. De verpakking is net afwijkend genoeg om te spreken van iets nieuws.

 

Maar dit keer ijvert het product wél naar de macht. Dat is juist de extra flavour in de koek.

 

Wilders gedecimeerd en Baudet daardoor de huisbaas van het Torentje? Horresco referens, beste vrienden. Maar koop voor alle zekerheid toch maar al een zakje lavendel en leer eraan te snuiven zoals Thierry doet. Als betrof het je eigen scrotum en tegelijk de aardkloot, gevangen in de palm van je gemanicuurde hand.

 

In naam van de strijd tegen de wufte elites aller landen.

 

Tom Lanoye

Tom Lanoye overwintert in Kaapstad,
maar ontkomt zelfs daar niet aan Thierry
Baudet – of aan PC. Baie dankie!

Archief