Het is niet gemakkelijk om een vredesduif te zijn. Wanneer ik dezer dagen met mijn olijftak over de Randstad zweef, de tijd van het jaar dat de vrede welig zou moeten tieren, ben ik voornamelijk geneigd om tegen een pas schoongemaakt raam aan te vliegen. Overal zijn onruststokers. Overal zijn oproerkraaiers. Dit land is nog nooit zo verdeeld geweest. Soms word ik daar gewelddadig van. Soms wil ik alle opiniërende columnisten van NRC de nek omdraaien. Daarom zit ik nu ook in therapie. Ik heb een recept voor 500 gram oxazepam per week en de Heer weet dat ik ieder tablet nodig heb: God, wat mis ik de verzuiling.

Ergens zou het barmhartig zijn. Die nekken omdraaien, bedoel ik. Het gezicht van een opiniërende columnist is een gekweld gezicht; het is het gezicht van Rosanne Hertzberger; diep ongelukkig, vervuld van schaamte maar alsnog arrogant. Het is een uitdrukking die je alleen maar krijgt als je de hele dag in totale afzondering tegendraadse meningen zit te formuleren. Zo gaat dat tegenwoordig. Iedere debiel met een mening krijgt een opiniërende column in de katernen van NRC en iedere debiel met een bijbehorend plan – in het geval van Rosanne Hertzberger – komt op een kieslijst terecht, vaak van een partij die direct na de verkiezingen weer in elkaar stort. En het land? Waar blijft het land bij deze ontwikkeling? Onbestuurbaar. Alleen Mai Spijkers spint garen bij deze bedroevende gang van zaken, want alle nieuwe lijsttrekkers mogen hun biografieën bij Prometheus uitbrengen. Dat zijn er heel wat inmiddels.

Het grootste vergrijp van Mai Spijkers is overigens niet dat hij opruiende boeken uitbrengt. Of dat hij zijn redacteuren in hokken stopt en slaat met stokken. Nee, het is dat hij zoveel geld heeft en alsnog die afzichtelijke pakken draagt. Vooral degenen met de bretels. Die bretels zijn de echte bedreiging voor de vrede, denk ik soms. Dan zie ik Mai Spijkers zijn kantoor uitlopen, gekleed als een soort aan lagerwal geraakte oliebaron, en dan realiseer ik me: misschien was dat verheffingsideaal toch niet zo’n goed idee. Misschien had Mai Spijkers gewoon een rietsnijder in Zuid-Brabant moeten blijven, net zoals zijn voorouders.

Ik ben een groot voorstander van de verzuiling. Wat is een zuil? Goed dat u het vraagt. Het is een bouwkundig fenomeen. Zuilen zijn groot en breed en houden de hele tempel overeind. Het geheim van goed bestuur zit in de zuil. Dat zeg ik al jaren. Het Parthenon in Athene – de bakermat van de democratie – heeft er wel zesenveertig. Toevallig? Ik dacht het niet. Nu hebben mensen vaak iets aan te merken op de Atheense democratie; dat ze Socrates ter dood hebben veroordeeld, bijvoorbeeld. Maar om eerlijk te zijn had ik Socrates ook ter dood veroordeeld. Had die pederast maar niet zoveel irritante meningen moeten hebben. Als je erover nadenkt was Socrates ook maar de Rosanne Hertzberger van zijn tijd. Een vijand van de vrede.

Op regenachtige dagen lees ik graag de boeken van Arend Lijphart – Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek om precies te zijn – en dan denk ik terug aan de dagen van weleer. De tijd voordat iedereen zo nodig een individu moest zijn. Iedere zuil had zijn eigen vakbond, zijn eigen voetbalclub en met andersdenkenden werd simpelweg niet gecommuniceerd. Er heerste vrede tussen de gesegregeerde gemeenschappen. Alle mogelijke spanningen werden opgelost door compromissen van de elite: ons beroemde poldermodel. Zelfs in verkiezingstijd was er vrede, want er waren alleen maar grote volkspartijen. Iedere formatie ging van een leien dakje. Ik hoefde nauwelijks wat te doen. Ik zat de hele dag aan mijn cloaca te trekken.

Maar nu? Soms bid ik tot God voor de geestelijke gezondheid Rob Jetten. Alstublieft God, zeg ik zacht. Eeuwige, de Enige, de Almachtige, vestig uw blik op onze toekomstige premier. Heb medelijden. Zie hoe hij zit te werken in zijn schamele partnerwoning in Den Haag. Zie hoe hij zijn paperassen ordent in het schijnsel van een flakkerende kaars. Soms komt zijn Argentijnse hunk even naast hem staan. Hij fluistert zachte liefdeswoordjes in zijn oor, perverse fantasieën over bezwete kniebeschermers van het hockeyveld, maar Rob wuift hem geïrriteerd weg. ‘Niet nu, Nico,’ zegt Rob. ‘Ik moet PvdA-GL en de VVD in een kabinet zien te proppen.’ Daarna vervloekt hij de Nederlandse kiezer. Waar hebben ze hem mee opgezadeld?

Genoeg is genoeg. Dit land heeft maar drie partijen nodig: een racistische proletenpartij, een wereldvreemde kosmopolieten-partij en een groep zielloze liberalen die met iedereen in bed stapt. Dat is wat God voor ogen had toen hij dit pannenkoekenrestaurant van een natiestaat uit de klei deed oprijzen. Stel u zich voor. Mensen zouden weer door hun tijdlijn kunnen scrollen, zonder te worden belaagd met pastelkleurige infografieken over femicide of AI-gegenereerde protestnummers over AZC’s. Meningsverschillen zouden onnodig zijn, omdat niemand meer overtuigd kon worden. Iedereen geborgen in zijn eigen zuil. Geen kiezer zou ‘zwevend’ zijn, maar vastgeketend: met beide benen op de grond. We zouden elkaar weer in de ogen kijken. We zouden weer naar buiten gaan, om wandelingen te maken in het Vondelpark. We zouden luisteren naar het vrolijke gekwetter van de halsbandparkieten. De sneeuw zou zachtjes naar beneden vallen en achter ieder raam, bij ieder kerstdiner, zou de vrede heersen. Roekoe!

Thijs Hoekstra

Archief