Wij weten precies wat u denkt nu u voor het eerst in uw leven een PC vasthoudt. Subjunctief, praesens, actief, tweede persoon enkelvoud. Al enkele maanden geleden kenden Ovidius en het Centraal Examen geen geheimen meer voor u, en dus weet u ook wel dat propria een nomen is, en geen adjectivum. Wat u nog niet snapt is waarom u op de titel na geen enkele zin in dit blad kunt volgen. Koortsachtig overdenkt u uw zomervakantie. Wat werd er zoal in Ricky’s Tropicana Bar geschonken? Kunt u GOGO laten opdraaien voor de kosten van een hersenscan? Of had uw decaan gewoon gelijk toen hij zei dat hbo journalistiek ‘ook een mooie optie’ is?

Aan dat laatste durft u niet eens te denken. Uw ouders waren juist zo opgelucht dat u naar de universiteit zou gaan en waren bereid uw jarenlange afwezigheid op de koop toe te nemen. Dat de UvA dit jaar meer entreepassen wist te verkopen dan de Qmusic Foute Party verzweeg u voor het gemak – om de cashflow op gang te houden kunnen uw opvoeders beter in de veronderstelling zijn dat u bij toekomstige sollicitaties hoge ogen zult gooien met uw bachelorgraad. Universiteiten die zich opwerpen als openbare ontmoetingscentra hebben bovendien zo hun voordelen: u vindt best dat uw aardige doch dyslectische buurmeisje met angststoornissen beter verdient dan een ROC-opleiding en gedwongen opname.

Helaas voor u zal zij achterblijven op de provinciale vlakte waar u de eerste achttien jaar van uw leven hebt rondgedoold. Samen met een handjevol pummels die u uw vrienden noemde gaat zij studeren in ‘de stad’, daarmee doelend op Nijmegen, Eindhoven, Wageningen of een andere negorij die voor de oorlog hooguit over een mulo beschikte. U daarentegen hebt zich niet laten afschrikken door Amsterdamse huurprijzen, een consequent falend universiteitsbestuur of het boze oog van Femke Halsema. Zelfs de aanstaande teloorgang van de hoerenbuurt en het wegblijven van het Songfestival hebben uw keuze niet veranderd. Zojuist stond u dan misschien op Science Park te wachten tot uw groepje het bij het touwtrekken mocht opnemen tegen de eerstejaars Informatica, maar vanaf september begint de lol pas echt. Eerst is het zaak de cameraploegen van de Intreebrigadiers – gelukkig allen gehuld in een kleur geel waarnaast de gilets jaunes nog zouden verbleken – te ontlopen en uw opties voor de komende jaren te overwegen.

U kunt natuurlijk kiezen voor een leven onder het juk van uw studievereniging. Studieverenigingen vallen net als studentenverenigingen terug op oud-Griekse namen, maar kennen geen verplichtingen. Die vrijblijvendheid is direct ook het grootste wapenfeit van deze kringen. Naast studieboeken met korting krijgt u bij uw aanmelding nog een ander voordeel: vrienden. Dat wil zeggen: mensen die dag in dag uit in dezelfde mottige hobbezakken met daarop het logo van hun gezelligheidsclub door de gangen van hun faculteit waden en met het doorzettingsvermogen van een Congolese schoenenpoetser iedere student en docent ervan proberen te overtuigen naar een broer/zussen-borrel te komen. Woont u ook maar één open podiumavond, leesclub of studiereis bij, dan zullen deze demonen u belagen tot u het jaar daarop zelf het ene na het andere kansloze evenement de agenda op moet slingeren. Wie weet schopt u het zelfs tot voorzitter en weet u in ieder geval wat u te doen staat op momenten dat u niet voor uw tentamen Wetenschapsfilosfie aan het leren bent. Na drie jaar poseert u trots met een A4’tje voor het Roeterseiland, betrekken u en de penningmeester een vinexwoning en rolt u na een acceptabel forensenbestaan de oven in.

Misschien eist u wel meer van het leven dan dat. U wilt een leaseauto en een partner die knapper is dan u. Het liefst verkrijgt u beide door tien jaar lang niets behalve leverkanker te ontwikkelen – een carrièrepad dat u denkt te kunnen volgen bij een willekeurige studentenvereniging. Eerder had u weleens van Vindicat gehoord, maar inmiddels kunt u dankzij een voorbijgetrokken parade van confectiepakken en Heineken-kratten ook meepraten over NoNoMes en SSRA. Als een tochtige kelder, veertig rauwe eieren en een longoedeem alles zijn wat u moet doorstaan voor een adresboekje vol handige contacten zult u niet twijfelen. Toch moeten wij u waarschuwen: de kans is groot dat de jongen die uw halsslagader met zijn stropdas afknijpt een hbo’er blijkt te zijn. Nog groter is de kans dat u Philip Huff wordt.

In feite is er slechts één escape-toets die u kunt indrukken om te ontsnappen aan de middelmatigheid die u de komende jaren overal om u heen zult waarnemen. Propria Cures is de artiesteningang waar u het bestaan van begint te vermoeden en waarvan u de coördinaten nu zo snel mogelijk in handen moet zien te krijgen. Al 129 jaar lang geeft PC gelukkige zielen toegang tot een fluwelen troon op de hemelshoge berg van gekrenkte slachtoffers die het blad heeft voortgebracht. Vanaf daar kiezen redacteuren nieuwe schrijvers, mediapersoonlijkheden en kinderen van Leon de Winter om hun pijlen op te richten. Wilt u de top bereiken, dan zult u dus over lijken moeten gaan. Onderweg zullen ze u toefluisteren dat PC vroeger beter was, dat GeenStijl relevanter is, dat het blad te links is, te rechts, kortom, dat u zich maar beter weer net als de vele verpulverde ego’s voor u in de vergetelheid kunt storten. Voor PC kunt u zich noch aanmelden, noch lid worden door u wekenlang lichamelijk te laten mishandelen. In plaats daarvan verlangen wij dat u anderen geestelijk plaagt, en het enige gereedschap dat u krijgt is een pen en deze cursus.

Laten wij u meteen maar vertellen dat u nog een lange weg te gaan hebt. Nadat u deze instructie hebt gelezen bent u weliswaar verder gekomen dan de schlemielen uit uw Intreegroepje het ooit zullen schoppen, maar vooralsnog bent u niemand. Als u nu al krankjorum wordt van al die letters kunt u maar beter meteen mee stoppen – een gewoon nummer bevat namelijk nog minder beeld dan dit rijk geïllustreerde Intreenummer. Leest u dus vooral door en begin eens bij een klein vuil van BN. Of, als u de beeld-tekstverhouding van Vrij Nederland gewend bent, met een Argibald. U zult de illusie hebben dat u begrijpt waar de redactie deze kolommen graag mee volstouwt en probeert een stuk te schrijven waarin minstens één goede zin voorkomt. U stopt het in een envelop, zoekt ons adres op in het colofon en douwt het geheel in de brievenbus, waarna Joost de Vries het zuchtend in ons postvak legt. Als u geen tussenkomst van De Groene wenst kunt u ook mailen.

Misschien stuurt u liever niet in en troost u zich met de gedachte dat een trouwe PC-lezer zijn net zo goed is als voor het blad schrijven – een veelgemaakte fout. Als er één ding is dat PC in de loop der jaren bewezen heeft is het dat we prima zonder lezers kunnen. Redacteuren maken PC in eerste instantie voor zichzelf. Dat er een meeloper om de week een krantenwijk voor zijn rekening neemt om het laatste nummer rond te brengen zal hun een rotzorg zijn. Het enige waar redacteuren echt behoefte aan hebben is, nu ja, meer redacteuren. Helaas ziet de redactie zich meestal genoodzaakt de doorwrochte meuk die ze krijgt opgestuurd terug te brengen tot één zin in de Correspondentierubriek, om vervolgens in nog minder woorden aan te tonen wat er allemaal mis mee is. Uw stuk bevat bijvoorbeeld geen enkele grammaticaal correcte zin, of uw citaten zijn gebaseerd op daadwerkelijke uitspraken.

Misschien bent u direct al zo verstandig om de feiten uit uw stuk te filteren. Dan kan het zomaar zijn dat we u belonen met een welgemeend ‘schrijft u nog eens wat’. Welgemeend, inderdaad, want anders dan wat soms wordt gedacht menen wij alles wat wij schrijven. Als wij bijvoorbeeld schrijven dat we hopen dat Ilja L. Pfeijffer onder een touringcar beland, kunt u ervan uitgaan dat die wens oprecht is. PC weet dat de mensheid gebaat is bij duidelijkheid, en niet bij columnisten die hun rotkarakter voortdurend opsmukken met ‘ironie’ – alsof ze niet al schreven voor een krant die stukken voorziet van het label ‘satire’.

Weet u een stuk te schrijven dat vrij is van iedere disclaimer of nuancering, dan wordt de kans groter dat we uw stuk als mee-eter plaatsen. Het stuk zal voor u weliswaar onherkenbaar zijn, maar u kunt ervan uitgaan dat het na onze bewerking alleen maar beter is geworden: meer drogredenen, minder werkwoordsfouten. Vertrouw er maar niet op dat wij het pseudoniem waar u enkele uren op hebt zitten kauwen onder het stuk zetten. Uw echte naam is immers makkelijk uit het worddocument te vissen, of anders wel uit uw eigen mailadres. En sinds Nina Polak PC tevergeefs om de tuin probeerde te leiden met de naam ‘Raimon Pelikaan’ wordt het ook afgeraden om met een anagram aan te komen zetten.

Nu u weet wat voor teksten wij van u willen onderneemt u nieuwe pogingen, zodat u, vier gmailadressen verder, in de Correspondentierubriek de verlossende woorden ‘komt u eens langs’ achter uw naam ziet staan. Wees nu niet zo stom om nog op een uitnodiging van onze kant te wachten: dit was de uitnodiging, en u zorgt maar dat u zich het wachtwoord van uw laatste mailadres herinnert om te kunnen informeren naar het tijdstip en de coördinaten. U zorgt dat u op het juiste moment bij ons op de stoep staat, en als wij met de beveiligingscamera van De Groene hebben kunnen vaststellen dat u een krat bier, 800 geschreven woorden en een ontdoornde roos voor administrator Jorryt bij u draagt openen wij de poort. Als u nu denkt dat u er bent heeft u het mis. Fysiek staat u misschien binnen, maar niet iedereen die de Sint Pieter inloopt is lid van de moederkerk – daarvoor zult u eerst een reeks lichamelijke vernederingen moeten doorstaan. Bij ons is dat niet anders.

Weet u correct aan te wijzen waar de zeven chakra’s op het lichaam gesitueerd zijn, kunt u de redactie overtuigen van uw favoriete griffioenenkop op de herdenkingsbroche ter ere van het 300-jarige jubileum van de Romanov-dynastie, heeft u een accurate imitatie van de stem van Maartje Wortel in huis en weet u Louis Paul Boon en Paul van Loon van elkaar te onderscheiden? Dan hoeft u alleen nog maar te hopen dat wij het stuk dat u heeft meegebracht niet veel droeviger vinden dan uw eerste poging. Als dat zo is, zullen wij u vragen door uw knieën te gaan en u klaar te maken voor uw inauguratie als meeloper.

Vanaf nu is uw bestaan het best te vergelijken met dat van een horige. Voor vrienden en familie heeft u geen tijd meer. U staat dag en nacht paraat om de panden die BN wil bezetten met een breekijzer te lijf te gaan en om TS achterop uw fiets te vervoeren naar de societyfeestjes die zij in het volgende nummer recenseert. In ruil daarvoor mag u gebruik maken van onze akkers, zelfs al ziet de redactie zich keer op keer genoodzaakt de gewassen die dat de eerste maanden oplevert genetisch te modificeren. Pas als u door gekte het idee krijgt dat u zich maar beter weer kunt verschansen in het donkere woud buiten de kasteelmuren bestaat de kans dat wij u vertellen dat u uw Intree op papier mag zetten. U harkt de kolommen in 1500 woorden nog een keer aan, bedankt uw leenheer en -vrouw en belooft plechtig ieder grafdebuut dat de komende 2,5 jaar zal verschijnen kapot te schrijven, hoeveel recensie-exemplaren u daar ook voor aan zult moeten vragen. De champagne wordt ontkurkt en u bent klaar om aan de meest vruchtbare tijd van uw leven te beginnen.

Misschien is het op eigen kracht insturen van een stuk wel niet aan u besteed. Dat geeft niet, wij weten dat naarmate u langer op de universiteit rondloopt de nood aan deadlines en woordaantallen steeds hoger wordt. Bovendien heeft u behoefte aan een beoordeling, en niet een in de vorm van woorden die u niet kunt volgen, maar een cijfer van 1 tot 10. Dat kan: vier keer per jaar zetten wij een prijsvraag op poten, waarbij u nog altijd zelf moet zorgen dat u de deadline haalt en dat wij om uw stuk kunnen lachen. Enerzijds lukt dat met alle drank die bij een juryavond gepaard gaat beter dan normaal, anderzijds is de kans groter dat wij van het stuk weinig mee krijgen en vooral om elkaar moeten lachen. Laat u hierdoor niet afschrikken: deze prijsvragen zijn uw enige kans om door een bekende Nederlander, die wij twee uur van tevoren uit ons adressenbestand vissen en tot juryvoorzitter benoemen, beoordeeld te worden. Bedenk wel dat deze BN’ers tegen de tijd dat u bij ons aan komt kloppen verdwenen zijn.

We openen het seizoen met de Kolomkompetitie. De redactie is nog maar net terug van reces en durft zich nu nog te laten verrassen door de nieuwe lichting: in 500 woorden mag u doen en laten wat u wilt. Na de juryavond weten wij meestal weer waarom het geen goed idee is u zo los te laten, maar we beginnen ieder jaar graag met frisse moed. Voordat u zomaar wat begint te graaien in de literaire grabbelton moeten wij u wel waarschuwen voor een aantal verboden onderwerpen: duidingen over ons blad, essays over Thierry Baudet of liedbladeren sturen wij direct retour – daar had u maar 130 jaar eerder mee moeten komen.

Pas enkele maanden na de Kolom is het tijd voor echte restricties. En wat is nu een betere tijd voor law and order dan die rond het kerstfeest? Voor de juryavond van de Kerstprijsvraag schenkt TS de glühwein in terwijl BN nog wat probeert te maken van de treurwilg die Xandra Schutte speciaal voor de decembermaand het souterrain in heeft gesleurd. Zodra de vergadertafel is voorzien van enkele tientallen waxinelichtjes en een kleed van nepsneeuw, de batterijen voor de singing Santa Claus op hun plek zitten en alle genodigden tevreden zijn over hun kerststukje kan het jureren een aanvang nemen. Iedereen is vrolijk, en niet alleen door de viering van de geboorte van het kindje Jezus: de jury verheugt zich vooral op de zinnen die zij zichzelf cadeau heeft gedaan. Voor de Kerstprijsvraag is iedere inzender verplicht gebruik te maken van één van de tien zinnen die door de redactie als de tien geboden al enkele weken in het blad stonden afgedrukt. De geest van het stuk doen wij u dus al cadeau, het is slechts zaak dat u er vlees van maakt. Moet lukken, toch?

Zijn kerstdrama’s niet uw specialiteit? Bent u te druk met kalkoenen volstouwen? Of gelooft u gewoon niet in kerst, en al helemaal niet in fictie? Dan kunt u beter wachten tot de Recensieprijsvraag. Wij willen in 500 woorden uw mening over een boek, film of groef van Peter Buwalda. Zorg dat wij het ermee eens kunnen zijn, en dat uw recensie niet uit afwegingen, maar uit snoeiharde oord

Archief