Op het moment dat u dit leest weet u in ieder geval van het bestaan van Propria Cures af. Waarschijnlijk is minstens de helft van wat wij schrijven nog hocus pocus voor u. Het zal nog zeker een half jaar duren voor u er op een verschrikkelijke woensdagavond, wanneer u door een ouderejaars bent meegesleept naar de Pels, achter komt dat Paul Damen daadwerkelijk bestaat en niet slechts een door ons verzonnen personage is, maar het begin is er.

Nu u weet dat wij bestaan kunt u natuurlijk niet anders dan deel uit te willen maken van dit collectief. Het goede nieuws: dat kan. Het slechte nieuws: uw belangrijkste wapenfeiten tot nu toe – het behalen van een vwo-diploma, het vinden van een woning in Amsterdam, het verliezen van uw maagdelijkheid op een wc in de BCM Planet Dance op Mallorca – zijn slechts kinderspel in vergelijking met PC-redacteur worden. Toch zijn wij de kwaadste niet. Eén keer per jaar leggen wij daarom behulpzaam uit hoe ook u zo’n felbegeerde redacteurszetel kan bemachtigen.

Begint u eens verstandig en lees dit nummer. Vervolgens wacht u twee weken en doet hetzelfde met het volgende. Mocht u dat even volhouden, dan zou het kunnen dat u door begint te krijgen waar wij de pagina’s van dit blad zoal mee vullen. Wanneer dat zo is kunt u eens proberen of u zoiets zelf ook kan. Als beginnend student heeft u geluk: u bent nog niet verpest door de verplichte cursus academisch schrijven. Van voetnoten, literatuurlijsten en verantwoordingen willen wij niet horen. Wind u ergens over op, ram uw pen in iemands slagader, en schrijf een stuk waar wij om kunnen lachen. U stuurt het resultaat naar het in ons colofon vermelde mailadres, of steekt, als u net zo lief meteen maar de reputatie van gek en een omgevingsverbod aan uw broek wil hebben, uw met de hand beschreven velletjes in onze brievenbus.

De drie woorden die wij in onze eerstvolgende Correspondentierubriek aan u wijden zijn waarschijnlijk vinniger dan uw stuk. Zo lang uw geschrijf echter niet leidt tot de vermelding van vier PC-redacteuren in de volgende editie van De laatste deur bent u vrij om van ons commentaar te leren en nieuwe pogingen te doen. Ziet u achter uw naam de woorden schrijft u nog eens wat, dan moedigen wij dat zelfs aan. Terwijl u stug in blijft sturen kunt u ondertussen maar beter hopen dat wij onze taken verwaarlozen en een keer geen vulling hebben voor een halve pagina. Gebeurt dat, dan kunnen wij namelijk besluiten uw stuk als mee-eter te plaatsen. Wij hebben natuurlijk aan onze reputatie gedacht en uw meer beschouwende alinea’s vervangen door ongegronde beschuldigingen en verkrachtingsfantasieën, maar u ziet toch maar mooi uw naam onder een bijdrage in PC staan. U kan uw geluk niet op, maar het kan nog mooier. Als wij denken dat er achter de vorm van uw mee-eter misschien zelfs een vent (m/v) schuilt, kunnen wij u uitnodigen: dan komt u eens langs.

Op het door ons opgegeven moment begeeft u zich naar de redactie. U neemt een krat bier mee, een ontdoornde roos voor onze administrator, en bovenal een nieuw stuk. Voor onze deur neemt u alvast een flinke slok, gooit u uw half opgerookte sigaret weg, omdat uw handen zonder nicotine-overdosis al genoeg trillen, en belt u aan. Met de beveiligingscamera die wij hebben opgehangen na de laatste poederbrief van een vaste inzender kijken wij of u in ieder geval aan onze fysieke eisen voldoet. Als dat zo is doen wij open, denkt u bij uzelf dat u toch niks te verliezen heeft – hoe naïef – en stapt u naar binnen.

Kan u ons overtuigend vertellen wat uw favoriete evangelie, sefirot en boek van Carry Slee zijn? Weet u alle swastikavormige Rorschachtests die wij u voorhouden naar behoren te interpreteren? Is het stuk dat u voorleest niet significant slechter dan de doorwrochte meuk die u ons tot nu toe heeft voorgeschoteld? Dan kunt u uzelf aan het eind van de avond terugzien in de spiegel achter de bar van café de Zwart, terwijl u onze drankrekening betaalt om te vieren dat u tot meeloper bent geslagen.

Nu beginnen uw beproevingen pas echt. In uw meelopertijd dwaalt u door een woud van lang verwachten. Om de week leest u ten overstaan van de redactie een nieuw stuk voor. Wij lachen daarbij helaas vaker om uw versprekingen dan om uw stuk, en nog vaker omdat een van ons een betere grap verzint over het onderwerp waarover u schrijft. Gelukkig mag u die betere grappen best van ons overnemen, en zo steekt u hopelijk ook nog eens iets op.

Tussen het bijschaven van uw stukken door zorgt u niet alleen dat de redactie haar droit de seigneur op uw geliefden mag uitoefenen, maar doneert u ook uw eigen lichaam aan de literatuur. U masseert de in vele smekende sonnetten bezongen bovenarmen van MM. U stelt de door uw oma gebreide sjaal als handdoek beschikbaar aan MSM, vangt de klappen op die door de UvA op BN afgestuurde politieagenten hem proberen te verkopen, en slaapt op straat zodat TS geen last van u heeft wanneer ze na het missen van de laatste trein uw kamer vordert.

Wanneer u net bent opgehouden aan uw vrienden uit te leggen waar al die vernederingen toe dienen, is de kans aanwezig dat u na zo’n meelopersodyssee van ons hoort dat u daadwerkelijk redacteur mag worden. Dan wordt u gevraagd om uw Intree te schrijven. U wijdt een woord of 1500 aan de afgelopen maanden, kijkt vooruit op uw redacteurschap en serveert in twee alinea’s ook nog even de gehele Nederlandse letteren af. Na het plechtig aanroepen van diverse oud-redacteuren en het ritueel verbranden van een Prometheus-boek naar keuze mag u de champagne ontkurken om uw zojuist behaalde onsterfelijkheid te vieren.

Misschien bent u al kapot door alleen maar te lezen over deze procedure, en vooruit, als wij het initiatief alleen aan u moesten laten hadden wij natuurlijk onze 129e jaargang ook nooit gehaald. Dat is de reden dat wij om de paar maanden een prijsvraag organiseren. Zo geven wij u af en toe een mooi haakje voor al die grappen die u wel hebt verzonnen, maar niet op eigen kracht in ons postvak kreeg.

Vier keer per jaar vissen wij een BN-er uit de lijst van mensen die ons in ruil voor ons stilzwijgen nog een dienst verschuldigd zijn. We benoemen die tot juryvoorzitter, vullen eventueel de jury aan met oud-redacteuren of huisdieren en zetten het met dit gezelschap op een drinken. Om beurten lezen wij uw inzendingen voor. Nadat de eerste paar inzendingen met een vier of vijf zijn beoordeeld, kan de combinatie van een goedgemutste redacteur, alcohol en een prettige voorleesstem zomaar tot een voldoende leiden. Dan moeten wij de volgende ochtend met spijt in ons hart en pijn in ons hoofd uw inzending plaatsen. Op die manier is het mogelijk om in ieder geval ons instuurprocedé over te slaan. Meeloper zult u nog steeds moeten zijn, maar u mag in ieder geval van het door ons uitgereikte prijzengeld een avond rondjes halen voor uw literair-satirische idolen.

De eerste reddingsboei die wij u toewerpen is de Kolomkompetitie. Wij zijn net met tijdelijk hernieuwd vertrouwen in onze lezers aan een nieuwe jaargang begonnen, en laten u volledig vrij. Of u nu een pleidooi voor een nieuwe Intifada wil schrijven of een zionistisch pamflet, het is ons om het even. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat u er lustig op los columnt. Wij verwachten inzendingen die ons ten minste één keer hardop doen lachen en waar ten minste één goed lopende Nederlandse zin in staat. Enige originaliteit doet u ook geen kwaad. Het woord ‘kortpittig’ willen wij hoogstens horen in een poging het effect van een goedkope Surinaamse peper op uw smaakpapillen te omschrijven.

In december is het tijd voor de Kerstprijsvraag, en schrijft u een verhaal mét één van de door ons opgegeven zinnen maar zónder gekunstelde verwijzingen naar De avonden. Een christelijke parabel, huiselijk dinerdrama, de hervonden herinnering aan een kerstman die een zuurstok in zijn broek leek te hebben toen hij u op schoot nam: als het maar naar tulband en glühwein smaakt. Wees overigens alstublieft niet die terugkerende geweldenaar die niet één, maar alle opgegeven zinnen in uw verhaal probeert te krijgen. Als u om de zin een ander aan het woord wil laten stuurt u maar een met Foucault-citaten doorspekt traktaat naar deFusie.

Nadat de redactie terug is van twee weken ijsvrij in Megève kunt u een nieuwe poging wagen bij de Recensieprijsvraag. U recenseert een boek, een film, een televisieprogramma, de avond waarop u Femke van der Laan eindelijk Eberhard deed vergeten: zolang u maar ergens een oordeel over velt dat rechtvaardig en juist is, zonder ten onder te gaan aan onderbouwing of nuance. Als u geluk heeft valt de deadline van deze prijsvraag samen met het moment dat de redactie naarstig op zoek is naar een meeloper om als kanonnenvoer te dienen bij de jaarlijkse bestorming van de Stadsschouwburg bij het Boekenbal, en treft u ons in een uit noodzaak geboren milde bui.

Tenslotte dingt u bij onze meest prestigieuze prijsvraag van het jaar mee naar de PC-Onhooftprijs. De opzet is simpel: in 500 woorden scheidt u netjes het hoofd van iemand die daar om vraagt van de bijbehorende romp. Alle frustratie die u heeft opgekropt, omdat wij uw inzendingen al een jaar lang in de middenmoot hebben laten eindigen, richt u op een slachtoffer naar keuze, en u schrijft kapot wat er kapot te schrijven is.

Naast deze reguliere prijsvragen is er nog de Keefmanbokaal, ingesteld ter nagedachtenis aan Jan Arends. Toen PC-redacteur Robert Loesberg hem ooit aanraadde zichzelf uit een raam te gooien, was Arends zo beleefd dat te doen. U wint deze wisselbokaal door ons ervan te overtuigen dat u eventueel in een PC-redactie, maar vooral in een gesloten instelling hoort. Wel zult u even moeten wachten, want de volgende uitreiking zal pas in de 130e jaargang van PC plaatsvinden.

Heeft u het eenmaal tot redacteur geschopt, dan beginnen de meest spraakmakende hoofdstukken uit uw toekomstige biografie. U sjouwt voortaan niet meer kratten bier vol van de Albert Heijn Koningsplein richting de Groene en leeg weer terug; uw drank wordt nu betaald door de hongerige roedels uitgevers die met roofdieroogjes zitten te wachten tot ze u een voorschot aan kunnen bieden. U leeft als een prins van den bloede. Met de gratis recensie-exemplaren die uitgeverijen u toesturen moet u de publiciteitsmeisjes van diezelfde uitgeverijen van u afslaan. U wordt dan wel niet uitgenodigd voor het Boekenbal, maar stiekem zit de CPNB smachtend op u te wachten om die bloedeloze bedoeling een tampon vol wodka in de reet te duwen. Bij geen enkel fonds Nederlandse fictie durft men uw naam uit te spreken, en eindelijk mag u de nummers van uw studiegenoten vervangen door bekende Nederlanders uit de bootycallregisters van MM en TS.

In de tussentijd went u er aan alle producten van uw geest zo te vervormen dat ze in onze vaste rubrieken passen. De aforismen die u op verloren momenten verzint kunt u kwijt in lezersfavoriet Geestelijk Leven. In de PC-Top tien kunt u uw twijfelachtige maar literair verantwoorde taalgrappen kwijt. Nepnieuws brachten wij al voor CNN. Al voor de Speld, zelfs. Hoort u uiteenlopende stemmen in uw hoofd, die allemaal zo het hunne vinden van de actualiteit, dan kunt u die laten spreken in onze panelrubriek Vox-Pop. Schrijft u graag een dagboek, maar nog liever voor een ander dan voor uzelf, dan kunt u met het Hollandsch Dagboek vast uit de voeten. Een andere manier om uzelf weg te cijferen is Vraag het aan, de vraagrubriek waarin u een ander zowel vraag als antwoord in de mond mag leggen. Bent u meer een beelddenker, dan is de vraag allereerst natuurlijk hoe u in godsnaam in onze redactie bent gekomen, maar in Voor u geknipt kunt u voluit beelden uit het dagelijks leven plagiëren. In PC kijkt vooruit kunt u, hoewel u voorlopig niet als Zomergast zal worden gekozen, toch een ideale televisie-uitzending in elkaar zetten. Tenslotte kunt u wat u nergens anders kwijt kan zelfs in stukjes knippen, in een metrum hangen en op rijm zetten in PC-Poëzie.

Zo leeft u ongeveer tweeëneenhalf jaar geest en lichaam uit. Dan begint u soft te worden. Langzaamaan durft u niks meer over Hanna Bervoets te schrijven, uit angst dat ze dan bij Pluim niets meer van uw korte verhalen willen weten. U spaart het NRC omdat een oud-redacteur ooit dronken heeft geroepen dat hij u daar wel binnenwerkt. Kortom: u heeft iets te verliezen. Uw gloriejaren zitten erop, en u schrijft uw Uittree. U fakkelt nog snel in twee zinnen die schrijver af waar u ondanks voortdurende frustratie nooit een stuk aan wijdde. U blikt nog eens terug, haalt herinneringen op aan uw collega’s, en houdt het dan voor gezien. Hopelijk hebt u de redacteur die voor u is afgezwaaid te vriend gehouden. Zo niet, dan leest u in uw Uitlui waarom uw redacteurschap het zoveelste gat in het immer zinkende schip PC heeft geslagen. Wanneer uw redacteurschap erop zit hoeft u gelukkig niet terug af te dalen in het literaire lompenproletariaat waar wij u uit hebben gevist. De rest van uw dagen mag u samen met uw mede-oud-redacteuren slijten in de PC-Erehemel, waar u honing aflikt van de vingers van Hella Haasse terwijl u klaverjast met Godfried Bomans.

Nu weet u hoe uw toekomst eruit kan zien. U kunt natuurlijk ook in drie jaar uw bachelordiploma halen, nog een jaar een master doen, aan de slag gaan bij het bedrijf waar u tijdens uw studie stage liep, met een partner van middelmatige schoonheid trouwen, twee kinderen op de wereld zetten die dezelfde levensloop zullen volgen, dan, nadat u dit IKEA-meubel van een leven in elkaar heeft gezet, omringd door weinig verheffende liefde sterven en in één vloeiende beweging door uw graf in rollen. Durf echter nooit te beweren dat wij u geen kans tot ontsnapping hebben geboden.

de redactie

Archief