U heeft het zover gebracht: eindelijk heeft u dat VWO-diploma op zak en kunt u op weg naar de grote stad. Vanochtend hebben uw ouders u op het station afgezet. Van uw vader kreeg u nog een ferme handdruk met drie twintigjes erin, van uw moeder een natte kus en een weekendtas gevuld met haar goede bedoelingen. In de trein overdenkt u wat u achterlaat: de vrienden die u gezworen heeft ’s weekends terug te komen voor een biertje, uw softbaltrainer bij SV Harde Jongens Gorinchem, waaraan u heeft beloofd zondags in elk geval de wedstrijd mee te spelen. Zo ook de dirigent van uw blaaskapel, die denkt op u te kunnen rekenen als hij weer iemand zoekt om met een tuba over de Dijkstraat te marcheren. Zelf weet u het allemaal zo net nog niet. Als de trein aankomt op Amsterdam Centraal en de deuren met hun hydraulisch gepuf open gaan, ligt het perron als een tweesprong voor u.

Enerzijds zou u het leven van uw ouders kunnen leiden. Zij lijken u tevreden mensen. U moet minder vragen stellen, minder zeuren en gewoon uw studie nominaal doorlopen. Ook het leven in een containerwoning kent zijn korte momenten van gelukzaligheid. Zo bezien bent u goed op weg: u bent gewoon gaan studeren, in plaats van een jaar op zoek te gaan naar uzelf in een of andere uithoek van Azië (uw moeder zei tenslotte altijd: ‘Als je iets kwijt bent, moet je kijken waar je het het laatst hebt gehad’). Waarom zou het nu ineens mis gaan? Dat zal het niet. U zet zich ijverig en rechtschapen aan uw studie, wordt lid van uw studievereniging en als u daar tijdens de bordspellenavond tegenover dat leuke meisje uit uw werkgroep aan het Scrabblebord komt te zitten en zij het woord LEVENS legt, blijken de de letters REPNART op uw balkje zich ook tot PARTNER te kunnen schikken. U legt uw woord achter het hare, kijkt haar veelbetekend aan en maakt indruk met de 3 keer woordwaarde en de vijftig punten die u scoort door uw balkje te legen. U bent nog maar een aantal romantische plichtplegingen van een huwelijk verwijderd- het geluk ligt voor het oprapen.

Anderzijds bent u nu eindelijk ontsnapt aan de provincie en is deze bedachtzaamheid wel het laatste waar u aan moet denken. Een navelstreng is bedoeld om door te knippen, of liever nog: met een kettingzaag te lijf te gaan. Gretig neemt u dat gele tasje van uw intreeweekbegeleider aan, als een drenkeling zijn reddingsvest. Als er iemand roept: ‘Waar gaan we vanavond heen?’ bent u de eerste om het luidst te roepen: ‘Naar de kloten!’. Het Amsterdamse nachtleven ziet u voor zich als een lange zegetocht die eruit bestaat zoveel mogelijk lichaamsvreemde stoffen op te nemen. U leeft om te vergeten: de Oud-Hollands klinkende namen van de speciaalbiertjes die uw nieuwe vrienden hier bestellen, de combinaties van letters en cijfers waarmee ze hun designerdrugs omschrijven, de voor- en straatnamen van de one-nightstands waar u vervolgens bij belandt, achteraf zult u zich er maar weinig van herinneren, maar desgevraagd zult u weten te vertellen dat u echt een supermooie studententijd heeft gehad.

Welk van deze twee paden moet u bewandelen? De weg van het verstand, of de weg van het hart- en leverfalen? Gelukkig is er nog een derde route: het redacteurschap van Propria Cures, de verstandigste stommiteit die u van uw leven zult begaan. Propria Cures, de eeuwige gulden middenweg, die achtenswaardige symbiose tussen welbespraakte eruditie en van alle medeleven verstoken barbaarsheid, die onze slachtoffers al 126 jaar doet snotteren dat ze door “ploerten”, “een schoolkrantje” of “GeenStijl-light” te grazen zijn genomen. Ten onrechte, natuurlijk. De PC-redacteur volbrengt een edele taak: hij beziet het treurspel dat elke dag aan hem voorbijtrekt – van het feuilleton van A. F. Th. van der Heijden in NRC tot de zelfuitholling van de Westerse democratie- veegt vervolgens de daarom geplengde tranen van zijn fluwelen revers, ademt zijn woede in een krachtige stoot uit en brengt de bron van zijn ontstemdheid met een welgemikte grap de genadeslag toe. En dit elke twee weken.

Voelt u er wel voor om zich aan te sluiten bij deze sohei van het vrije woord? Dit mythische viertal dat al zo lang bij hun initialen wordt aangesproken dat slechts de faun die hen in een gietijzeren maar desalniettemin drijvende tobbe aan de oever van de Taag vond nog weet dat LAH, DM, MM en MSM eigenlijk afkortingen zijn voor respectievelijk Lucas Arnout Hoogendoorn, Daan Mulder, Melle Maré en Mathijs Mul? Juicht u dan vooral niet te vroeg, want zoals u waarschijnlijk wel verwacht is de beklimming van deze eenzame piek in Nederlands literair-satirische tijdschriftenland niet voor iedereen weggelegd. Gelijk de Mount Everest is het pad omhoog stijl, onherbergzaam en bezaaid met de lichamen van veganisten die het vergeefs probeerden. U heeft niets om op terug te vallen dan de routebeschrijving die wij hier uitstippelen.

Verwacht van ons geen schrijfklassen, -workshops of -kampen om het u voor te kauwen, wij zijn de Oud-Testamentische mening toegedaan dat de berg maar naar Mozes moet komen. Begint u er eens mee een stuk van begin tot eind te lezen. Mocht u dat bij een stuk van LAH lukken, heeft u al een goed begin gemaakt. U zou kunnen proberen iets soortgelijks zelf ook te schrijven, in een envelop te stoppen, ons adres in het colofon op te zoeken, dat op de envelop te schrijven en het geheel afdoende gefrankeerd op de bus te doen. We vertrouwen erop dat u in staat bent een brief te posten (anders mag u ook mailen).

U zult er echter vlug achter komen dat u niet de soepelheid van geest bezit om iets te schrijven dat zich kan meten met LAH’s gejongleer met judaica. Oy gevalt! U zult wat anders moeten verzinnen. Vindt u het een grappig idee om uw onvrede over de PvdA te kanaliseren door steeds nieuwe betekenissen voor de A in hun naam te verzinnen? Misschien bent u bij GeenStijl aan het juiste adres. Bij ons zult u hoogstens een zin uit uw inzending terugvinden in de Correspondentierubriek, voorzien van een net iets origineler commentaar. Ergert u zich wellicht al de hele tijd dat u hier wordt aangesproken als een man, terwijl u verdomme de hele tijd al een vrouw bent? U kunt uw ei, compleet met stok en sprong, waarschijnlijk bij het nieuwe feministische platform van Hadjar Benmiloud kwijt. Vindt u dat de universiteit in deze roerige tijden er goed aan zou doen zijn plaats in de samenleving onder de loep te nemen, en heeft u daar nog wel een idee over, of iets te melden over, we noemen maar iets, ovenfriet of anders een geinig statistiekje over seks? Het staat u vrij te mailen naar redactie@folia. nl. Went u er dan maar wel vast aan dat als u iets lelijks over ons schrijft, u er op Twitter aan herinnerd zult worden dat u niet het talent had om voor PC te schrijven.

Als wij van dat talent namelijk ook maar een spoor van aantreffen, aarzelen we niet u verder aan te sporen met een welgemeend ‘schrijft u nog eens wat’, of uw stuk zelfs als mee-eter te plaatsen. Of nouja, uw stuk, we hebben de zinsnede “Waarop de ene kin van Ton Elias tegen de andere zegt” gehouden, maar zowel de aanleiding als de clou tot iets dermate ziekelijks herschreven, dat u het geheel alsnog niet trots aan uw moeder durft te laten lezen. Nu weet u wel wat wij van u verwachten. Als u die verwachting na een poging of vier dan ook waar weet te maken kan het zo maar gebeuren dat u uw naam aantreft in de Correspondentierubriek, gevolgd door de langverwachte woorden ‘komt u eens langs’.

Haalt u zich alsnog niet teveel in het hoofd, u bent slechts uit de rij gepikt voor wat in jargon bekendstaat als de omgekeerde Ryan-Air methode: wij controleren of u wel voldoende bagage heeft om aan boord te komen. MSM’s grijns is nog breder dan normaal, want dit zijn de enige avonden in het jaar dat hij zijn latex handschoenen op de redactie mag dragen. U zit op zijn vuist, wij stellen de vragen. Als aan het eind van de rit blijkt dat u het lijstje Duitse voorzetsels met derde naamval, de Zeven Verschillen tussen Daan en Thomas Heerma van Voss en de Lotus, Kraanvogel en Balancerende Tafel meester bent, en u ook een ontdoornde roos voor onze administratrice Pien niet bent vergeten, evenals dat krat bier en zo’n 800 woorden die wij in minder dan een half uur tot een publicabel stuk kunnen herschrijven, kan het gebeuren dat wij u vragen uw hoofd te ontbloten en u gereed te maken voor uw initiatie tot meeloper.

Het is de eerste in een lange rij fysiek ongemakkelijke en vernederende situaties waar u de komende maanden mee zult moeten leren leven. Telkens als u probeert uw ouders en vrienden te laten weten waarom zij al weken niets meer van u horen, wordt u weer door de redactie gebeld. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat; DM wil graag een klont kandij in zijn ontbijtbrinta, maar heeft zoiets niet in huis en geen zin om het helemaal zelf te gaan halen, MM is toch niet zelfstandig genoeg om zich het einde van de dag terug in haar beademingsapparatuur te gespen. Tussen de boekpresentaties en zomer-, hersft-, nieuw- jaar- en lenteborrels, en de uren die u bij dat tweede bijbaantje maakt om onze rekeningen in de Zwart te kunnen blijven betalen, dweilt u het gangpad van LAH’s intercity op en neer naar Leiden, neemt u MSM achterop naar Osdorp en belangrijkst van al, werkt u aan een nieuw stuk, dat wij vervolgens tijdens de redactieavond met onze allesverzengende kritiek in de as leggen. Een mooie voedingsbodem om het over twee weken nog eens te proberen, moet u maar denken. Tegen de tijd dat wij het lavalandschap van uw talent tot een enigszins vruchtbare akker hebben omgevormd, vragen wij u om uw Intree op papier te zetten. U ploegt het geheel in een vijftienhonderdtal woorden nog een laatste keer om, zodat u zonder al te grote animositeit jegens uw leermeesters kunt beginnen aan de bloeitijd van uw leven: de jaren van uw PC-redacteurschap.

Nu zou het natuurlijk kunnen zijn dat u lang niet volhardend genoeg bent om dat hele traject van keer op keer insturen te volbrengen. Dat geeft niet, met doorzetters dempen wij de gracht; de laatste die het tot redacteur schopte was Frits Bolkestein. Die was met een paar maanden ook weer vertrokken en zie wat er van hem is geworden. Daarom tuigen we vier keer per jaar een prijsvraag op, speciaal voor types zoals u, die het van hun gaven en niet van hun doorzettingsvermogen moeten hebben. We geven u een opdracht, een aantal woorden en een deadline, waarvan het nog wel zaak is dat u hem ruim van te voren haalt. De jurering werkt immers steeds hetzelfde: wij duikelen een specimen op uit de steeds zeldzamere categorie “BN’ers die een zin langer dan 10 woorden kunnen voorlezen”, zetten ons met hem/ haar aan de drank en lezen de inzendingen voor op volgorde van binnenkomst. Naarmate de alcohol bezit van ons neemt, wordt de beoordeling grilliger. Dat werkt zelden in uw voordeel. LAH lacht steeds maniakaler bij de vieren die hij uitdeelt en MM vergeet steeds vaker punten te geven. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat u die onvoldoende niet aan uzelf te danken heeft.

We beginnen het jaar met de Kolomkompetie. U krijgt van ons 500 woorden om uit te wijden over een onderwerp naar keuze. Met die blijde wat-mij-nu-toch-eens-is-overkomen-toon die u uit andere periodieken kent, scoort u hier weinig punten. Tenzij u Georgina Verbaan bent, natuurlijk, maar dat bent u niet. Welke toon u dan wel aanslaat, mag u dit keer helemaal zelf weten. De redactie moet de laatste restjes strandzand nog tussen haar tenen vandaan schrobben en is na een lange zomer de teleurstelling van voorgaande juryavonden haast vergeten. Goedgemutst laten we de derrie die u voor ons heeft uitgeschreven over ons heen komen, en herinneren ons daarna pas weer waarom we u normaliter zoveel restricties opleggen.

Met Kerst, bijvoorbeeld, als het tijd is voor de Kerstprijsvraag, voorkomen we alvast dat er in uw stuk geen enkele leesbare zin staat door u te verplichten één (en slechts één!) van onze tien voorbeeldzinnen in uw kerstverhaal op te nemen. Dat, gecombineerd met de dunne laag nepsneeuw en vredelievendheid die deze tijd van het jaar van nature al omgeeft, zorgt dat we vergevingsgezinder zijn dan ooit. Als u het Nieuwe Testament niet kent, mag u over het kerstdiner bij uw schoonouders schrijven, en als u geen schoonouders heeft, heeft u misschien tijd om eens door de Bijbel te bladeren. Of u nu een mooie parabel schrijft over de wijzen uit het Oosten, of uit de doeken doet hoe uw tante ingesmeerd met sesamolie op de dinertafel belandde, onze zegen heeft u. Vergeet u alleen niet dat we erom moeten kunnen lachen?

Als dit u nog te vrijblijvend vindt, is er in het voorjaar de Recensieprijsvraag. U leest een boek of een dichtbundel, bezoekt het theater of de bioscoop, bekijkt desnoods een televisieprogramma, of (als u alleen meedoet om bij voorbaat gediskwalificeerd te worden) volgt een vlog. Hierna is het zaak bij uw intuïtie te rade te gaan: wat roept dit nu eigenlijk bij u op? Bewondering, of (als u meer geluk heeft) ergernis? Om aan de 600 woorden te komen, lardeert u dit gevoel vervolgens met een aantal ad hominems in de richting van de maker die zelfs voor de literatuurredactie van de Volkskrant te “zuur”, “rancuneus” en “feitelijk onjuist” zouden zijn. Dit stuurt u naar ons op. Heeft u de laatste essaybundel van Joost Zwagerman gelezen en vindt u deze aanpak in dat geval ongepast? Dan kunt u zich beroepen op Barthes en u beperken tot close-reading. Wij zullen u nog groot gelijk geven ook.

Het einde van het jaar komt in zicht. U heeft zich het hele jaar lang al aan iemand geërgerd. Aan Erik Scherder, bijvoorbeeld, en zijn evangelische toon als hij iets over de werking van de hersenen uitlegt. U ziet amper nog een andere oplossing dan die klont neuronen eens even ink van zijn romp te scheiden. Halt! Doet u niets dat nadrukkelijk bij wet verboden is. In plaats daarvan kunt u meedoen aan de P.C. Onthooftprijsvraag: wel de voldoening, niet het bloedvergieten. U kiest een slachtoffer, en wij kijken toe bij de dissectie.

Dan is er nog een prijsvraag, die de andere naar de kroon steekt in schuimbekkende dolheid. Dat is de prijsvraag die is ingesteld ter ere van Jan Arends. Hij wierp zich op verzoek van PC-redacteur Robert Loesberg uit een raam. Dat was niet vanaf de begane grond, kunnen wij u vertellen. Vandaar het bestaan van de illustere Keefmanbokaal, die wij eens in de vier jaar uitreiken en die u de vier jaar daarop mag houden. Dat wil zeggen, als u hem weet te winnen. Het concept is simpel: u overtuigt ons dat u het meeste recht heeft op een enkeltje richting een gesloten inrichting, en in plaats daarvan krijgt u tijdens een feestelijke uitreiking een opgepoetste blikken wisselbokaal van ons. Om pijn te schrijven heeft u weinig woorden nodig: 400 alstublieft. We hebben hem dit voorjaar nog uitgereikt, dus naast een DSM-stoornis is geduld een vereiste.

Is er dan helemaal niets aan PC te beleven, behalve dan de moeizame pogingen er binnen te komen? Maakt u zich geen zorgen, wij zijn het Boekenbal niet. De kolommen van dit blad worden gevuld met uiteenlopende rubrieken als de Vraag Het Aan, waar een mediapersoonlijkheid de tijd neemt om op lezersvragen in te gaan, het Hollandsch Dagboek, waar zo’n zelfde guur u een week lang een inkijkje geeft in zijn doen en laten en de Vox Pop, bekend geworden toen de NCRV ’m ombouwde tot de Babbelbox. Hier in PC gelukkig nog te vinden zonder het woonboulevardpubliek dat zijn best doet ook in beeld te komen. In de rubriek Geestelijk Leven doen wij ons stinkende best u de zaken eens van een andere kant te laten bekijken. Vandaar het veelvuldig opduiken van de anus. Als metafoor, welteverstaan. U zou wel willen dat er echt op uw TV verscheen wat wij u alvast voorschotelen in de rubriek PC Kijkt Vooruit, het Nepnieuws is altijd te mooi om niet te geloven, voor de titels uit de PC Top 10 zoekt u vergeefs de ramsj af. Wij leven voor onze lezers, en als u PC-redacteur wordt, doet u dat voortaan ook.

Na een jaar of twee begint dat zijn tol te eisen: het lezen van die boeken waarvan u denkt dat anderen er beter niet aan kunnen beginnen, de intensieve bestudering van beunhazen waar u zelf ook liever uit de buurt zou willen blijven, het neemt hand over hand compulsievere vormen aan. En het was in aanvang al behoorlijk compulsief. Dus voordat die haka die u opvoert als de naam Simone van Saarloos valt van een minder geslaagde grap tot een tic wordt, voordat u écht niet meer kunt stoppen bij elk bord Niet Parkeren aan Nina Polak te denken, en al die keren dat ze u niet aankeek of -sprak tijdens voorleespartijtjes en drinkgelagen, vlak voordat de slachtoffers van uw stukken in processie in uw dromen komen voorbijgestapt, om u toe te fluisteren dat het u óók nooit zal lukken een goede roman te schrijven, wordt het tijd om het boek PC met een ferme klap dicht te slaan. U schrijft een Uittree, waarin u van uw goede naam probeert te redden wat er te redden valt. Uw toch al hopeloze poging wordt vervolgens door uw redactiegenoten, die uw Uitlui schrijven, tenietgedaan.

Dat doet er niet meer toe, vanaf dat moment bent u opgenomen in de PC-Erehemel, een uitgestrekte bowlingbaan waar u, vergezeld door Erik van Muiswinkel, Hugo Brandt Corstius en Ivo Schöffer in comfortabel schoeisel en korte broekjes, met uw sokken hoog opgetrokken, bal na bal de eeuwigheid in werpt. Soms kunt u het niet laten en plakt u misschien nog een foto van de laatste Das-Magdebutant op één van de kegels. Maar alleen nog voor de lol.

de redactie

Archief