Polemiek

Het zal wel, met die Martin Bosma als Kamervoorzitter en zijn omstreden optredens bij de Dodenherdenking en Keti Koti. Wat pas écht erg is, zijn de gedichten die hij voorafgaand de plenaire vergadering voorleest. Als ik die video’s daarvan langs zie komen moet ik op een stuk isolatiemateriaal kauwen tot ik weer rustig genoeg ben om een paar zinnen te schrijven. Voor dit stuk had ik ongeveer twee vierkante meter steenwol nodig. 

Het begint er al mee dat Bosma eruitziet als een zilverui die te lang op ‘t zuur heeft gelegen, en eigenlijk ook ongeveer zo praat. Ik weet niet hoe het zou klinken als een stuk ingelegde groente poëzie probeert voor te dragen, maar ik ben er redelijk zeker van dat het niet slechter kan zijn dan hoe Bosma het doet: als een dyslectisch kind uit groep zeven. Bovendien is de ingelegde zilverui een trots onderdeel van de Amsterdams-joodse geschiedenis en dat kan niemand over Martin Bosma beweren.

Er waren ook nog de massa’s mensen die als neergeknuppelde zeehonden zaten te klappen toen Bosma dit voorleesgebruik begon als Kamervoorzitter, vaak gepaard met commentaren waarin het woord ‘leuk’ voorkwam. Ik zou het ook leuk vinden als er een seksorgie gehouden wordt voorafgaand aan elke Kamervergadering, maar ik betwijfel of dat veel met politiek te maken heeft of dat het de debatten verbetert. Die dingen doen de gedichten van Bosma ook niet, maar een orgie kijken is een stuk minder saai dan het luisteren naar een bronstige zeeolifant van een Kamervoorzitter. 

Kamervoorzitter, wat is dat eigenlijk voor een onzinfunctie? Het is een soort volwassen versie van de voorzitter van een debatclub. Met andere woorden: een kankernerd. Debatclubs worden opgericht en bijgewoond door mensen zonder een greintje innerlijk leven. Dit zijn mensen die de hele dag niets liever doen dan over regels nadenken en interpretaties van regels, en dan is de voorzitter degene die gaat over de regels van de mensen die over regels debatteren. Ik heb nog meer respect voor Dungeons&Dragons Dungeon Masters en dat zijn in de regel maagden.

In plaats van een stel andere maagden begeleidt Bosma in zijn dagelijks leven het debat tussen een aantal spirituele maagden en hij leest dus daar als een soort opwarmer een gedicht voor. Dat is ook meteen mijn grootste probleem met het voorlezen van een gedicht in de Tweede Kamer: het gaat helemaal niet om het gedicht. Er volgt niet een soort discussie over het voorgelezen gedicht, de Kamer gaat over op het voorstel 272a inzake de bomenkap langs de rijksweg in Hoogeveen. De poëzie is hier een vorm van enscenering, maar niet meer dan dat. Het is puur esthetiek en esthetiek als politiek, daar had iemand als Benjamin wel een mening over. Een jood, natuurlijk, dus waarschijnlijk geen bekend leesvoer voor Bosma. 

Niet dat alles goed zou zijn als er wél een halfuur besteed zou worden aan een rondvraag ‘interpretaties van voorgelezen gedicht’, maar ik wil er wel graag op wijzen dat de onderwijzers op de katholieke basisschool ook vaak begonnen met een gedicht en dan wél stilstonden bij wat we er van vonden. Het was niets hoogstaands, zelfs geen psalmen, maar éven stilstaan bij de reactie op dat kutjong Dikkertje Dap was een stuk beter dan helemaal niet stilstaan. Toch een beetje Bildung naast het van bil gaan met de meester.

Nu het over Annie M.G. Schmidt gaat: dat was één van de voorgelezen gedichten. De Tweede Kamerleden en hun voorzitter halen hetzelfde niveau als een groep drie-juf. Over de rest van de gedichten heb ik ook geen goed woord te zeggen. Een allegaartje van gedichten uit de twintigste eeuw, dat niet zou misstaan in een bloemlezing. Het zou mij niets verbazen als de poëziekast van Bosma bestaat uit één exemplaar van Domweg gelukkig, in de Dapperstraat, de bundel samengesteld door Aarts en Etten. De dichters die hun opwachting maken in de Kamer zijn mensen als Achterberg, Komrij en Campert, natuurlijk – Campert ook nog eens met dat enorme kutgedicht Credo, absolute nietszeggende kutbende, God, wat haat ik Campert. Iets opvallender zijn de keuzes voor politici zoals Troelstra (deze voordracht valt in dezelfde categorie als Hiddema die een speech begon met ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ (het vaakst verkeerd geciteerde vers uit de Nederlandse poëziegeschiedenis)) en Jan Marijnissen. Ja, die kale politicus van de SP, waarover Bosma zei: ‘Heeft Jan Marijnissen gedichten geschreven? Niet echt, maar er is een heel mooi boekje geschreven een jaar of twintig geleden door iemand die allerlei teksten uit de Tweede Kamer heeft opgeschreven die een zeker poëtisch gehalte hadden. Zo is daar ook deze mooie tekst van Jan Marijnissen in terechtgekomen.’ Het zogeheten gedicht van Marijnissen is natuurlijk van erbarmelijke kwaliteit, maar ik had kunnen weten dat er uit een worstenbroodjespartijlid geen behoorlijke poëzie had kunnen voortkomen. 

Ik ben het gewoon helemaal zat, dat gekoketteer met poëzie door mensen die helemaal geen flikker geven om poëzie behalve als ze iets voor moeten lezen bij een begrafenis en geen inspiratie hebben om zelf hun emoties op een enigszins originele wijze op te schrijven. Mag poëzie dan alleen gewaardeerd worden door mensen die diepongelukkig zijn? Ja, maar laten we maar beginnen met het wegnemen van de poëzie bij de Kamervoorzitter die nog niet het verschil tussen een trochee en een spondee kan uitleggen.​​ Ik zou willen zeggen dat ik Bosma wil weghouden bij elke vorm van literatuur, maar dat is eigenlijk geen moeite, want deze halfrotte-tomatenkop weet sneller te vertellen waar Rhodesië ligt dan de dichtstbijzijnde boekhandel. Wees gewoon een behoorlijke fascist en koketteer met Mein Kampf ofzo, achterlijke kankermongool.

AP

Als je neus, zoals Pinokkio, zou groeien wanneer je liegt, dan zou Eva Eikhout, schrijver van Dit is geen boek van een meisje zonder armen & benen, de enige persoon op aarde zijn wier neus langer is dan haar armen en benen. Ze is namelijk wél gewoon een meisje zonder armen en benen. Overal, enfin bij wijze van spreken, wordt bedrog gestraft, zeker valsheid in geschrifte; ook − bij uitstek − in PC. Sinds het begin maken wij daarin geen uitzondering voor zichtbaar gehandicapten; vorig nummer publiceerden we nog een stuk over Jan Kuitenbrouwer.

Je gaat je afvragen waar Eikhout nog meer over liegt, als dit de titel van haar boek is. Is ze wel echt een presentatrice, bijvoorbeeld? Tenzij er nog een andere blonde vrouw zonder ledematen en, veel vervelender, mét een Brabants accent rondhobbelt op het Youtube-kanaal van NPO 3, lijkt dat wel te kloppen. En komt ze dan wel echt uit Groesbeek, een dorpje ten zuidoosten van Nijmegen? Ook dat moet bijna wel, want niemand die liegt over zijn geboorteplaats zou dan kiezen voor Groesbeek. Misschien alleen als hij binnen probeert te komen bij een etnisch profilerende katholieke bordspelletjesvereniging.

Het is een grote geruststelling dat die laatste redenering geldt voor Eikhouts gehele boek: alles dat ze daarin vertelt is zo ontzettend saai dat het gewoon niet verzonnen kán zijn. Eikhout schreef het over haar eigen leven, maar lijkt daarbij te zijn vergeten dat niet elke banale kutanekdote interessant wordt alleen omdat haar lichamelijke afstomping toevallig haar geestelijke evenaart.

Zo is er het hoofdstuk ‘De ijskrabber’, waarin Eikhout vertelt over de keer dat een man voor haar de ramen van haar auto ijsvrij maakte. Dat doet hij met een ‘stoïcijns gezicht’, en als Eikhout haar raam open wil rollen om hem te bedanken, ‘hapert dat door de kou een beetje.’ Dat eerste is een cliché en dat tweede onzin: inderdaad stelt alleen haar uitzonderlijke domheid Eikhout af en toe in staat om origineel te zijn. ‘Bedankt!’, kan ze nog maar net naar hem roepen, waarna zij ook wegrijdt, ‘nog een beetje beduusd.’ Het is allemaal oppervlakkiger dan een landkaart. ‘Op het werk vertel ik hoe mijn faith in humanity een paar levels is gestegen.’ Waarom ‘faith in humanity’ wel gecursiveerd is en ‘levels’ niet, weet alleen Eikhouts bureauredacteur, die, zo lijkt het, meer met cijfers heeft dan met letters.

Het mag sympathiek heten dat Eikhout zich, blijkens de titel van haar boek, lijkt te hebben willen hoeden voor de autofictieval: denken dat je een interessant boek kan schrijven alleen omdat je tot een specifieke combinatie van minderheden behoort. Het is jammer dat haar totale gebrek aan talent bewijst dat alleen al het feit dat ze naast vrouw ook nog gehandicapt is genoeg was voor de harpijen van Lebowski om haar een boekcontract aan te bieden. In een interview met Het Parool vertelt Eikhout hoe dat is verlopen: ‘Ik was gevraagd om een boek te schrijven, en bij de eerste meeting zei ik: ik ga geen boek schrijven over een meisje zonder armen en benen, hoor. Toen zei de redacteur: “Dat is de titel!”’ Het is misschien maar goed dat iemand die zo snel haar morele principes overboord gooit fysiek niet in staat is om een gashendel over te halen.

De redacteuren van Lebowski mogen dus een stel aasgieren zijn; Eikhout zelf is ook zeker niet onschuldig. Uiteindelijk is zij degene die zich uitspreekt tegen validisme − maar dan wel alleen als het haar uitkomt. Ze heeft er bijvoorbeeld geen problemen mee om handicaps te gebruiken als scheldwoord, zolang die maar mentaal zijn: ‘Ik weet dat je hier in Amsterdam overal maar 30 kilometer per uur mag rijden. Een slakkengang vind ik het, ik erger me dood aan mensen die 30 rijden. Dan denk ik: doe niet zo debiel, joh.’ Ja, en dan denk ik: loop even door, lillikutter.

Het is niet echt een verrassing dat Eva Eikhout niet over de basale intelligentie beschikt die haar in staat zou stellen haar eigen redenering een keer door te trekken. Ik bedoel, ze is presentatrice voor het Youtubekanaal van de NPO, waar ze programma’s maakt voor kinderen die niet slim genoeg zijn voor TikTok en niet cool genoeg voor Instagram. Maar ja, die kinderen hebben tenminste ledematen. Die kunnen zich later in ieder geval nog nuttig maken door een fiets in elkaar te lassen. Aan Eva Eikhout, daarentegen, hebben we helemaal niets.

WF

Dit is geen boek van een meisje zonder armen & benen, Eva Eikhout. Lebowski, €22,99

Wanneer er weer een of andere Amerikaanse haatpriester verklaart dat alle homoseksuelen ontaarde viespeuken zijn en daarom vermoord moeten worden, is het bon ton om te zeggen dat het allemaal projectie is. Men is dan geneigd om te zeggen dat zo’n geestelijke dat alleen maar vindt omdat hij er zelf in het geheim een perverse seksuele voorkeur op nahoudt of worstelt met de homoseksuele gevoelens die hij diep van binnen koestert. Dat lijkt mij net zo infantiel als denken dat pestende kinderen dat doen omdat ze zelf onzeker zijn, en niet omdat het gewoon lekker voelt om de baas te zijn. Het is als zeggen dat de Holocaust alleen is gebeurd omdat de nazi’s stiekem zelf joden waren. En toch is het, in het geval van Jan Kuitenbrouwer, onomstotelijk waar. De enige reden dat hij constant transgenders lastigvalt is dat hij zelf, diep van binnen, een rattig vies mannetje is.

Zelf is hij daar nog niet achter. Dus blaft hij tig columns, interviews, opiniestukken en binnenkort ook een boek vol over het gevaar van de transen die uw dochters komen roven. Want net als iedere andere kalende sociaaldemocraat die heeft gepiekt in de jaren ’80 – na een tweede hersenbloeding zou Max Pam niet meer van Kuitenbrouwer te onderscheiden zijn – denkt hij dat hij Karel van het Reve is. En Karel van het Reve, die verzette zich tegen idées reçues, dus nu moet hij dat ook doen. Maar toen Reve het deed was dat vooral leuk omdat hij daarmee afgaf op dictatoriale regimes, mondiale godsdiensten of Charles Darwin en niet, zoals Kuitenbrouwer, onzekere tieners die met hun identiteit worstelen. Het is sowieso een goede vuistregel om mannen met de haarlijn van Kuitenbrouwer, Pam of Reve niet te vertrouwen als het om kinderen gaat.

Minderjarigen zijn niet de enige transgenders waar die troglodiet een standpunt over ventileert. Er zijn voor Kuitenbrouwer namelijk twee soorten te onderscheiden: (i) de verkrachters die vrouwen en kinderen lastigvallen en (ii) vrouwen en kinderen die Kuitenbrouwer zelf wil lastigvallen. Praat of schrijft hij over de eerste groep, dan is hij enorm begaan met de tweede groep. Praat of schrijft hij over de tweede groep, dan is hij ineens bezorgd lid van de eerste groep.

In een interview met oud-SP’er Jasper van Dijk op Youtube-kanaal De Nieuwe Wereld opent Kuitenbrouwer met de eerste variant. Het gesprek gaat over de net afgeschoten transgenderwet, die het aanpassen van het geslacht in het paspoort makkelijker had moeten maken. ‘Er zijn grote bezwaren. De vrouwenbeweging zegt “ja wacht eens, elke man die dat v’tje gehaald heeft, die kan nu in vrouwenruimtes optreden”.’ Jasper: ‘Daar heb je geen paspoort voor nodig toch? Als ik naar de dameskleedkamer wil…’ Jan, die steeds agressiever zijn lippen met zijn gezwollen koeientong bevochtigt: ‘Ja, maar als een sportclub jou wil weigeren, omdat je een man bent en eigenlijk geen vrouw bent, bijvoorbeeld dat je zogenaa-, dat je wel in transitie bent, maar dat je al je normale geslachtsfuncties nog hebt, dan wordt een sportclub terecht gewezen’. Nu wekt het lichaam van Kuitenbrouwer sowieso meer de indruk van een schelploze mossel met taaislijmziekte dan die van iemand die ooit een kleedkamer van binnen heeft gezien, maar dat hij denkt dat er daar ooit ‘al je normale geslachtsfuncties’ in het spel komen, zegt heel veel meer over de smerige fantasieën die hij zelf koestert, dan over de transgenders die zich gewoon willen omkleden.

Nog hijgeriger wordt het als Kuitenbrouwer in diezelfde discussie een punt probeert te scoren over de rug van mishandelde vrouwen. Iets wat hij zo op het eerste oog wel vaker doet. ‘In Schotland was er een blijf-van-mijn-lijf-huis waarvan de directeur een trans vrouw is. […] Daarom heeft J.K. Rowling nu een opvang voor mishandelde vrouwen opgezet waar ze wel mogen selecteren op die manier. Want er was geen plek meer waar een vrouw naartoe kon gaan met de garantie dat daar niet ook een man met functionerend geslacht rondliep.’ En een lesbische vrouw dan? Of een homoseksuele man, of een castraat? Zou ik vragen als ik zin had om heel lang en hard na te denken over mensen hun geslachtsdelen. Maar dat heb ik niet, want ik ben wél normaal. Wat is dan eigenlijk het probleem met die trans vrouw? U hoort Kuitenbrouwer het antwoord bijna denken: als hij die trans directeur was geweest, had hij die kwetsbare vrouwen allemaal helemaal doodverkracht, en hij kan zich simpelweg niet voorstellen dat andere mensen dat helemaal niet willen.

Echt hypocriet wordt de projectie wanneer hij overgaat op de tweede variant en begint over trans jongeren. Dat weet Kuitenbrouwer zelf ook, want hij probeert zich al dagen onder de volgende quote uit te wormen met allerlei lulsmoesjes – dat hij het anders bedoelde, dat er geen kinderen bij betrokken waren, dat hij journalistiek onderzoek deed – dus ik citeer nauwkeurig: ‘Trans meisjes die willen een dubbele mastectomie, die willen hun borsten kwijt en dat wordt al op grote schaal gedaan nu. En dat is uiteraard ook onherroepelijk. Terwijl er dus kinderen zijn, ik zit in een facebookgroep met transtieners, je weet soms niet wat je leest. Want er zijn ook kinderen die denken “die groeien wel weer terug”’. Jan Kuitenbrouwer zat in een facebookgroep met trans tieners. Voor zijn journalistieke onderzoek. Dat is zoiets als op journalistiek onderzoek gaan in de vrouwenwc. Om maar te zeggen: als er iemand is die met al zijn normale geslachtsfuncties vrouwenruimtes zou binnendringen, dan is het Jan Kuitenbrouwer wel.

Ook op andere sociale media gaat hij los op minderjarigen. ‘Gekke vraag misschien, maar tot wanneer noem je een mens eigenlijk een kind?’, vraagt hij zijn achterban op Twitter. Voor welk onderzoek hij die informatie nodig heeft wil ik niet weten. En daar blijft het niet bij. Hij laat gretig commentaar achter. Bijvoorbeeld onder een braaf informatiefilmpje over een middelbare scholier die trots uitweidt over zijn transitie en daarbij vertelt over, ja, heel vies als je naast het lichaam ook het brein van een weekdier hebt, de prothese die hij draagt ‘zodat het lijkt dat ik ook wat in mijn broek heb’. Kuitenbrouwer: ‘Als je T gaat nemen als meisje krijg je gender*euforie*, je voelt je de koning te rijk. Maar dat zakt en dan rijst de vraag: waar is ‘t beloofde land? Waarom ben ik nog steeds ongelukkig, ondanks baardgroei en lage stem? En wat doet deze vieze siliconen klomp in mn onderbroek?!?!’ Pardon? Waarom ben ik nog steeds ongelukkig, ondanks baardgroei en lage stem? Jan maakt weer duidelijk wat een sneu stuk vreten hij zelf is. En waarom begint hij in godsnaam over een ‘vieze siliconen klomp in mn onderbroek’? We mogen hopen dat hij een excuus heeft om zich zo uit te laten over een puber die hij niet eens kent. Ik kan me eigenlijk maar één manier bedenken waarop deze opmerking nog onaangepaster, smeriger en ontaarder zou zijn dan hij al is, en dat is als Kuitenbrouwer ook nog eens géén pedofiel zou blijken.

Meer dan genoeg reden, dus, om dit slijmerige excuus voor een man weg te houden bij kinderen, laat staan een discussie over levensreddende zorg voor minderjarigen. En toch kan Kuitenbrouwer in NRC ongehinderd leeglopen over het Dutch Protocol en het Cass review. Mogen we na al die smeerpijperij dan op z’n minst verwachten dat hij de juiste wetenschappelijke expertise in huis heeft om een klinische leidraad en wetenschappelijke overzichtsstudie te bekritiseren? Heeft-ie een studie toegepaste pedagogiek, klinische psychiatrie, kindergeneeskunde of desnoods chirurgie voltooid? Niets daarvan, Kuitenbrouwer heeft het gewoon bij een bachelor journalistiek gelaten. Maar u hoeft Kuitenbrouwers LinkedIn-pagina niet uit te pluizen om te weten dat hij geen reet begrijpt van wetenschap. Daarvoor is er de alinea in het NRC-stuk waarin hij tegelijkertijd klaagt dat er voor de effectiviteit van het Dutch Protocol geen bewijs is én dat die behandeling experimenteel is.

Van die bachelor journalistiek heeft hij ook bar weinig geleerd overigens. Lezen, bijvoorbeeld, is Kuitenbrouwer nooit meester geworden. Zo beslaat gejammer over onderzoek ongeveer de helft van het artikel: ‘AUMC zegt alleen dat het onethisch zou zijn om patiënten welbewust een behandeling te onthouden, maar dit overtuigt niet. Er zijn andere mogelijkheden. De wachttijd voor een behandeling bedraagt nu zo’n drie jaar, die wachtlijst is een soort controlegroep, maar zij wordt niet onderzocht’. Terwijl hij, als hij die waterige vissenogen van ‘em aan het werk had gezet, in de UMC-reactie op het Cass review het volgende had kunnen lezen: ‘Mogelijk zouden wachtlijstcontrolegroepen en vergelijkingen tussen klinieken als alternatief kunnen gelden. Intussen zijn er wel resultaten beschikbaar van verschillende onderzoeken die jongeren tijdens de behandeling hebben gevolgd’.

Eigenlijk doet die gluiperd het heel slim. Na je door al die achterlijke teksten van Kuitenbrouwer te hebben geploegd en uren te hebben gekeken naar de rotte-kwarklel die bij De Nieuwe Wereld onder zijn kin heen en weer zwaait, na iedere keer weer zijn penetrante ketchup-en-salamigeur te moeten inbeelden wanneer Jan over functionerende geslachten begint, vergaat de lust snel om ‘em nog tegen te spreken. Aan het eind van de rit wil je er allemaal niets meer mee te maken hebben. Ik ben allang blij dat hij met zijn piezelige journalistendiploma mijn vakgebied nog niet te berde heeft gebracht. Voor je het weet moet je zo’n man uitleggen dat er bij cis-trans isomerisatie voor hem niets te neuken valt.

MvD

Timon Dias combineert de twee meest ergerlijke persoonlijkheden: Geenstijl-redacteur en psycholoog. Kinderlokkers en oorlogscriminelen zijn ergere persoonlijkheden, maar iedereen is het over het algemeen met elkaar eens dat die mensen geen platform verdienen. Helaas is Geenstijl al een platform van zichzelf en psychologen mogen zich zelfs doctorandi noemen als ze vier jaar op de universiteit onderzoeken met n=1 hebben uitgevoerd. En dit stokstaartje met het charisma van een wrattenzwijn denkt dat het hem tot een expert op allerlei gebieden maakt buiten de lekkerste insecten van de savanne.

Het is eigenlijk nog erger gesteld dan zoals het hierboven beschreven staat: Dias is niet alleen een afgestudeerd psycholoog, hij is ook nog eens van oorsprong een hbo’er. En iedereen met gezond verstand weet: eens een hbo’er, altijd een hbo’er. Hij kan nog zozeer zijn best doen om z’n platte accent te verbergen of zich te kleden als een academicus, maar we can always tell. Of anders vertelt Dias het zelf wel op zijn website, waar hij trots zijn hbo-diploma pedagogische hulpverlening plaatst naast zijn universitaire graden in de psychologie. Met andere woorden: hij heeft zijn leven lang geleerd met kinderen te communiceren.

Dan het redacteurschap. Ik heb Geenstijl altijd als de meest beschamende loot van het PC-onkruid beschouwd. Grappig noch goed geschreven is het al vanaf de oprichting een herinnering aan het feit dat om een grap te kunnen schrijven, hbo’ers te allen tijde geweerd moeten worden. Universitair geschoolden kunnen nauwelijks coherent schrijven, laat staan een grap produceren, dus hoe iemand ooit op het idee is gekomen dat hbo’ers het wel zouden kunnen, ontgaat mij volledig. En zodra een grappig bedoelde blog ook wekelijks de immigratie-instroom bijhoudt of de hele twittertijdlijn van de IDF overneemt voor een liveblog, is het duidelijk dat het niet een grap betreft, maar gewoon een oprechte overtuiging. Het enige debielere in deze kwestie is dat het obsessief overnemen van IDF-propaganda door anderen weer wordt onthaald als een ‘sterk staaltje journalistiek’ – toegegeven, dat zijn mensen als Leon de Winter, de man die uitgeholde schedels van Palestijnse kinderen gebruikt om zijn ovenfrieten in te bakken.

Wie zit er achter de Israël-Palestina-liveblogs? U raadt het al, empathicus Timon Dias. U kent hem waarschijnlijk van zijn GS-pseudoniem, @Spartacus. Nu is de enige overeenkomst die Dias heeft met de Thracische gladiator dat hij een Sklavenmoral aanhangt, want naar mijn weten en volgens Dias’ Instagram heeft hij nog nooit parmula en sica gehanteerd. Hij oefent wel met pijl en boog, zoals lafaards graag doen. Heeft u immers ooit van een dappere boogschutter – de echte soort, niet de astrologische variant – gehoord? Nou dan. En nee, Willem Tell telt niet, in de eerste plaats gebruikte die een kruisboog en in de tweede plaats is een kruisboog ook een boog en dus laf.

Dias’ obsessieve persoonlijkheid zou nog te vergeven kunnen zijn als het niet gepaard zou gaan met zijn randdebiliteit; een treinautist is een prima persoon, een treinautist die de serienummers niet kan onthouden niet. Of, in het geval van Dias, iemand die bij elke binaire scheet van een algoritme of LLM in extase geraakt. In februari kwam een AI videogenerator online en Timon zijn ondergoed kon die dag als dorstlesser dienen voor een gevulde club Church: ‘Goedemorgen deze morgen en u bent getuige van de eerste werkelijke quantum leap sinds OpenAI’s ChatGPT. Wat u hier boven en onderstaand aantreft is van een geheel andere orde. In godsnaam kijk naar de textuur en beweging van het “water”.’ Nee, Timon, dit is geen quantum leap, dit is een verzameling bewegende beelden die vooral inspelen op de fantasie van afantasten. Ik weet dat het veel gevraagd is van iemand die psychologie heeft gestudeerd en opkijkt tegen Jordan Peterson – een benzoverslaving zou wel Dias’ achterlijkheid deels kunnen verklaren –, maar digitale beelden gegenereerd door een processor zijn niet indrukwekkend en alleen iemand met een door het internet gladgeschaafd brein zou het tegendeel beweren.

En oh, wat is Dias’ brein gladgeschaafd door het internet. Zijn obsessie met Israëlische ziekenhuisrenovaties doet alleen onder voor zijn obsessie met trans mensen. Er gaat geen maand voorbij of hij heeft er wel een GS-topic aan gewijd, wat wil zeggen dat hij vier populaire tweets heeft bijeengebracht uit het hersendode circuit waarin hij zit met seksvacuüms als Kuitenbrouwer en Caroline Franssen, en er een paar opmerkingen bij heeft geschreven. Natuurlijk niet op een grappige of originele wijze, meestal komt hij niet boven het niveau ‘transvrouw (m)’ uit – dezelfde grap die mijn identiteitsbewijs maakt, en dat is een stuk plastic.

Psychologische verklaringen voor deze obsessie zal ik achterwege laten, ik verlaag mij niet tot dat niveau – spijtig, want ik had graag uitgewijd over het inferioriteitscomplex dat een bruine man naar de Geenstijl-burelen leidt –, maar ik zal nog eens onomwonden zeggen wat ik zie als ik Timon Dias zie posten over het gevaar van trans hink-stap-sprongers, genderneutrale toiletten of andere denkbeeldige dreigingen: een kleingeestige, bange en rancuneuze burgerman met minder schrijftalent dan ik in een estradiolgevulde ejaculatie heb. Het enige dat ik mensen als Timon Dias kan toewensen is het lef eens vrijheid in woord en daad echt te praktiseren en na een schamele afscheidsbrief aan de paar mensen die nog niet weggelopen zijn uit zijn leven vanwege zijn transgendergerelateerde posts, een laatste rustplaats te vinden in het leeuwenverblijf van de dichtstbijzijnde dierentuin waarin hij is gesprongen om aan te tonen dat er een biologisch verschil bestaat tussen mannelijke en vrouwelijke leeuwen. Hopelijk komt hij er dan in zijn laatste minuten achter dat er ook gewoon transgender leeuwen bestaan.

AP

Geloven in zweverig gelul is eigenlijk alleen een probleem wanneer arme mensen het doen. Voorbeeld: als iemand met een tweedehands Kia Picanto zich door een instagramhoroscoop laat overtuigen dat er ‘belangrijke veranderingen gaan plaatsvinden, waar je op moet voorbereiden door goed voor jezelf te zorgen’, zijn ze naïef en sneu. Als ze daarna voor een tientje een holistisch gezichtsmasker kopen in plaats van zonnebrand, zijn ze slachtoffer van desinformatie. Maar wanneer iemand met een BMW zich door Trouw-columnist Rob de Wijk laat aanleunen dat ‘het duidelijk is dat de huidige situatie zich ontwikkelt naar een climax’ en ‘de huidige veiligheidssituatie een aansporing is om vaart te maken en urgentie uit te stralen’, zijn ze welingelicht en belezen. En als ze vervolgens ook nog voor meerdere honderden miljoenen aan militair materieel inkopen, zijn ze niet alleen welingelicht en belezen, dan zijn ze de Minister van Defensie.

Dat het holle gezever van De Wijk bij defensiebobo’s gretiger aftrek vindt dan een homoseksuele rekruut in het Griekse leger, en dat iedereen dat dan maar normaal vindt, is misschien debiel, maar het is ook volkomen begrijpelijk. Naast emeritus hoogleraar International Relations and Security en oprichter van het Haagse Centrum voor Strategische Studies is Rob de Wijk nou eenmaal ook een gebocheld Roemeens dametje dat zichzelf in een slecht zittend pak heeft gehesen om haar handlezingen aan bestuurders te slijten. En net zoals dat gebochelde Roemeense dametje heeft Rob ook een uitstekende neus voor mensen die hij geld kan aftroggelen. Want als er een sector is waar het geld tegen de plinten klotst, terwijl de speknekken aan de top wel wat hulp kunnen gebruiken met nadenken en maar al te graag in de toekomst willen kijken, dan is het de defensiesector wel.

Les één bij het geven van handlezingen, trekken van horoscopen of leggen van tarotkaarten, is dat de klant altijd moet horen wat hij wil horen. Daarbij is het vooral niet de bedoeling met de creativiteit aan de haal te gaan, maar iedereen in hun eigen gelijk te bevestigen. Anders is het snel gedaan met de klandizie. Wil een jonge meid met een nieuwe vriend haar toekomst weten, dan wordt d’r verteld dat ze binnenkort zal trouwen. Rob begrijpt dat maar al te goed. Wil een topambtenaar van de NAVO weten wat er voor het bondgenootschap in het verschiet ligt? Dan schrijft De Wijk gewoon tien keer dezelfde column over Poetin: ‘Poetin heeft geen recht om oorlog te voeren, Zelensky wel’, ‘Poetin en Netanyahu hebben geen ruimte meer voor oplossingen’, ‘Poetin zit vast in een doodlopende weg, hij kan alleen nog wild om zich heen meppen’, ‘Pacifisten vergeten dat Poetin maar een taal verstaat: die van macht’ en ‘Een gevoelige nederlaag voor Poetin: niet minder, maar meer NAVO’. Nu is het leven in Rusland ook niet alles, maar als we de godganse tijd met dit soort onzin geconfronteerd moeten worden, begrijp ik wel dat Poetin het niet zo opheeft met journalisten die over hem schrijven.

Een ander geheim van het waarzeggersgilde waar De Wijk goed van op de hoogte is, is dat alle voorspellingen precies vaag genoeg moeten zijn om op elke situatie toegepast te kunnen worden. Zo lezen we op de achterzijde van zijn nieuwe boek, Het nieuwe IJzeren Gordijn, de volgende analyse: ‘We stevenen af op een permanente confrontatie met Rusland. Maar niet alles is verloren, concludeert De Wijk in dit fascinerende nieuwe boek. De Oekraïne-oorlog heeft Europa gedwongen zich aan te passen aan een nieuwe tijd. En paradoxaal genoeg liggen daarin juist kansen om onze welvaart en veiligheid beter te verankeren’. Dat slaat natuurlijk in zijn algemeenheid helemaal nergens op. Het klinkt misschien als een genuanceerde mening over een militair conflict, maar als de conclusie van je verhaal over de Oekraïne-oorlog net zo goed van toepassing is op, zeg, de zomertijd, is het misschien toch beter gewoon je bek te houden.

Wil overigens niet zeggen dat de emeritus professor nooit de mist in gaat en nooit een controleerbare claim doet. Integendeel. Rob laat zich er al jaren op voorstaan dat hij als enige in het land waarschuwt dat Rusland met kernkoppen gaat strooien. In zijn afstudeerscriptie: ‘Dat probeerde ik al in mijn afstudeerscriptie’. Tijdens een interview met Volkskrant magazine twee jaar terug: ‘Er wordt voor het eerst in de geschiedenis openlijk gesproken over een kernwapenoorlog. Dan is het wel terecht dat iemand zich zorgen begint te maken’. En in het nieuwe boek: ‘In landen als Nederland werd schouderophalend over kernwapens gesproken. Zo’n vaart zou het toch niet lopen?’. Nu kan u zeggen dat het dat tot nu toe ook niet heeft gedaan en Robs voorspelling daarom gelul van de bovenste plank is. Dus doet een journalist van het FD dat ook. ‘Feit is: Poetin heeft het nog steeds niet gedaan.’ De Wijk: ‘Hij kan het maar één keer doen en dan is het wel een klap die je mogelijkerwijs met zijn allen niet overleeft. Of je gaat een drempel over waardoor de wereld er echt anders uitziet’. Als het waar was geweest dan klopte het. Of niet. Wat een debiel.

Waar doet zo’n man het eigenlijk voor? Zit die man de gehele dag te piekeren over kernoorlog uit menslievendheid? ‘Ik zat na een bespreking op het NAVO-hoofdkwartier met een collega in een gepantserde auto in Kabul en wij moesten eigenlijk worden opgeblazen, maar de bom sloeg 50 meter achter ons in. Er waren twintig doden, hoorden we later.’ Interviewer: ‘Wat heftig.’ Rob: ‘Nou ja, er is niks ergs gebeurd, dus het valt wel mee’. Waar hij wel wakker van ligt? ‘Afhankelijk van hoe de oorlog escaleert, is het denkbaar dat het nachtmerriescenario van een blokkade van de straat van Hormuz uitkomt. De inflatie loopt dan hard op.’ Volgens Rob de Wijk moeten we oppassen met de intercontinentale raketten omdat een kernoorlog nog wel eens slecht uit zou kunnen pakken voor de economie. Ieder normaal mens zou zich zorgen maken om belangrijkere zaken. De belachelijke hoeveelheden kankercolumns die De Wijk erover zou schrijven bijvoorbeeld.

MvD

Archief