TS

Moeten bladen en kranten stoppen met het publiceren van negatieve recensies? Sommige mensen geloven van wel. Meestal zijn dat mensen die zelf ooit een slechte recensie hebben gekregen. Bij PC hebben we in ieder geval geen last van deze mening, al bekruipt ons ook weleens het gevoel dat we hopeloos achter de feiten aanlopen. Recensies zijn uiteindelijk slechts schadebeperking: het boek is al af, heeft de zegen van de (eind)redactie en is door het CB verspreid onder de Nederlandse boekhandels. Uitgezaaid, niets meer aan te doen. De recensent kan de omstandigheden vaak alleen nog maar verzachten, al gloort er eens per jaar hoop in de vorm van een grootschalig bevolkingsonderzoek met de naam Write Now!

Willen we we weten hoe het ziektebeeld van de Nederlandse letteren er over drie jaar uitziet, doen we er goed aan de inzendingen voor schrijfwedstrijd Write Now! 2020 te analyseren. Deze titanenstrijd wordt jaarlijks uitgevochten door honderden blitse jongens en meisjes tussen de 15 en 24, aangetrokken door een fel social media-offensief van instastories, gifjes en oproepen om al je penvrienden te taggen. Hipper wordt schrijven niet. Als jonge vrouw ben je na de winst dan ook net als Maartje Wortel en Lize Spit verzekerd van een contract bij Das Mag, en het mannelijk restvlees wordt keurig onder andere uitgeverijen verdeeld. 

Hoewel de winnaar van dit jaar nog niet bekend is, zijn deze maand wel de juryrapporten van de voorronden online gepubliceerd. Alle deelnemers zijn op basis van hun postcode ingedeeld bij elf verschillende steden (wat in één rapport leidde tot de aanhef ‘Eindhovuhhhhh’, en in een ander tot ‘Venlooooo’), waarbij uit iedere stad een nummer 1, 2 en 3 naar voren is gekomen. Ook is er meestal nog een eindeloze reeks ‘eervolle vermeldingen’, waarin alle overige deelnemers worden genoemd, anders gaat er dadelijk nog iemand janken. Tot zover de spelregels, nu de prognose voor de komende literaire kalenderjaren.

De komende tijd kunnen we ons voorbereiden op totaal onbegrijpelijke proza en poëzie, vooral uit de buurt van Nijmegen. Uit het rapport voor deze regio: ‘We beginnen bij de derde plaats. De jury wist niet helemaal waar het verhaal over ging.’ Boeiend! De lezer mag in 2024 helemaal zelf bedenken waar al die letters nou eigenlijk in godsnaam over gaan. En als de nummer 3 daar niet voor gaat zorgen, hebben we altijd nog de Nijmeegse nummer 1: ‘Zonder dat we het verhaal helemaal begrepen, waren we mee aan boord.’ Het is misschien even alle hens aan dek, maar dan krijg je er ook wat voor terug, namelijk je eigen inbreng. Van dat principe werd ook in Groningen handig gebruikt gemaakt, waar op de tweede plaats een dichter eindigt die volgens de jury duidelijk ervaring heeft. ‘De zinnen zijn sterk en verzorgd, maar waar gaat het af en toe over?’ Ik heb het uiteraard nog even gecheckt, beste mensen, maar nee, Theo van Theo & Thea zat dit jaar níet in de jury. 

Tegelijkertijd zien we een trend opkomen die op het eerste gezicht misschien tegengesteld lijkt aan het hermetische gelul: die van absolute infantiliteit. In Groningen werd de onbegrijpelijke dichter verslagen door een ‘kinderlijk verhaal’, met ook nog eens ‘een kinderlijke toon’. Wel wil de jury de winnares meegeven in het vervolg wat meer te letten op herhalingen in de tekst. Te denken valt daarbij aan ‘stap, stap, stap’ en ‘schep, schep, schep’. ‘Maar het is ook allemaal wel heel lief,’ aldus het commentaar. Duidelijk! (Nu moet ik er wel bij zeggen dat deze juryleden, veelal literaire randfiguren, volgens mij zelf ook allemaal ofwel minderjarig ofwel debiel zijn. Tot twee keer toe merken ze op dat ze bij bepaalde passages ‘allemaal gebroken hartjes’ hebben getekend, bijvoorbeeld bij een alinea over een jochie dat ergens een middag op een bankje moet zitten wachten, nog nat van een regenbui, met zijn rugzak aan zijn voeten en zijn broodtrommel in zijn handen. Oké, goed, ik geef het toe, nu ik het zelf zo opschrijf kan ik ook maar nauwelijks mijn tranen in bedwang houden. Tering zielig!) In Amsterdam, toch een stad waar ook veel volwassenen met schrijfambities schijnen te wonen, ging de zilveren medaille naar ‘een talig verhaal met een kinderfilmgehalte à la Pippi Langkous. Waar ook niets mis mee is.’ Inderdaad. Als je acht bent. 

Tot zover de grote lijnen. Gelukkig blijven sommige dingen ook gewoon hetzelfde. ‘De personages worden klassiek in het begin geïntroduceerd,’ zo merkt de jury op over een winnend verhaal. Ook metaforen blijven hot: ‘In het verhaal De kameleon volgen we een onzichtbare jongen. De metafoor om gezien te worden door jezelf en door de ander vonden we goed gedaan.’ Let wel, je moet de metaforen dus goed ‘doen’. Anders hoeft het niet. Verder nog iets? Ja zeker, de letteren blijven voorlopig nog deprimerender dan Knausgård in een wegrestaurant, al heeft de jury daar zo haar bedenkingen bij. ‘De thematiek van het verhaal is niet heel origineel, er zijn nu eenmaal al heel veel boeken over depressie en eenzaamheid.’ De twintigjarige Lena mag zich de letterkampioen van Utrecht noemen, als ze voortaan maar niet meer over haar burn-out schrijft. 

Veel liever ziet de jury vrolijk proza. ‘Dat er ruimte is voor humor, vonden we verfrissend,’ zo luidde het commentaar bij weer een andere inzending. Laten we maar hopen dat Passionate Bulkboek daar ook zo over denkt, de organisatie die ‘verantwoordelijk is’ [sic] voor Write Now! en jaarlijks twee ton aan subsidie bij het Letterenfonds opstrijkt. Mij is het lachen ondertussen vergaan.

TS

Ieder individu verdient liefde, geluk en respect. Het is belangrijk dat we compassie hebben met elkaar en elkaar helpen in tijden van nood – we zijn immers allemaal mensen. Dit heb ik natuurlijk niet zo snel zelf verzonnen, maar door intensieve studie geleerd van de dalai lama. Naast verlichte tulku is de dalai lama (pseudoniem) ook bestsellerauteur, en zijn laatste werk biedt weer enkele verbluffende inzichten. Het heet Wees hier, is de opvolger van Wees boos – ja, het is wel een kleine dwingeland, die Tenzin Gyatso, zoals hij echt heet – en kan de lezer veel leren over hoe je ‘in het hier en nu’ kunt zijn, zonder je eigen kop kaal te hoeven scheren.

Maar wat betekent ‘hier’ eigenlijk? Waar moeten we precies wezen volgens de dalai lama, waar vinden we ‘vreugde, rust en volheid van het bestaan’, kortom, waar is dat feestje? ‘Hier’ zou, als de opperboeddhist op onze persoonlijke fysieke locatie had gedoeld, in mijn geval een muf studentenhok betekenen, en in zijn geval een frivole tempel in Himachal Pradesh, India. Onwaarschijnlijk is het in ieder geval dat ‘hier’ op Tibet slaat, het oorspronkelijke thuishonk van de dalai lama dat hij met hulp van de CIA ontvluchtte toen Mao in de jaren vijftig zijn troepen erop afstuurde en dat sindsdien door de Chinezen wordt geterroriseerd. In een stuk voor Time schreef de dalai lama vorige maand: ‘This crisis shows us that we are not separate from one another — even when we are living apart.’ Hij had het hier over de corona-uitbraak, maar dit is precies waar hij zijn onderdrukte Tibetaanse broeders en zusters over de grens al zo’n zestig jaar mee op de been probeert te houden. ‘Photographs of our world from space clearly show that there are no real boundaries on our blue planet.’ Of Zijne Heiligheid nu aan de ene of de andere kant van de Himalaya voor hen bidt, ze zijn hoe dan ook verbonden.

Zonder te veel van de inhoud te willen verklappen kan ik alvast zeggen dat er geen geografische coördinaten voor ‘hier’ bestaan. Met ‘hier’ bedoelt de dalai lama ‘in het moment’. Want als we in het moment leven, legt hij uit, kunnen we pas echt compassie uitoefenen. ‘Als we hier zijn, zijn we niet bezig met ons verleden en niet langer bezorgd om de toekomst.’ Heerlijk, niet? Maar in de praktijk vaak lastiger dan gedacht, zelfs voor onze meestermonnik. Afgelopen zomer beweerde hij, duidelijk helemaal in het hier en nu, in een interview met de BBC dat de EU vluchtelingen moest toelaten en onderwijs moest bieden. Nog geen vijf seconden later voegde hij daar, opeens helemaal uit het hier, aan toe dat er op de lange termijn slechts een klein aantal kan blijven en dat Europa voor Europeanen is. Sommigen zullen beweren dat dit een wel erg hypocriete uitspraak is voor een bejaarde die zelf driekwart van zijn leven in ballingschap heeft doorgebracht, anderen zullen het daarmee eens zijn. Toch bewijst deze opmerking vooral dat in het moment zijn een levenskunst is, en niet iets wat je leert door eenmaal per week met je mindfulnessklasje op een yogamat te liggen dweilen. Al ben je Gautama Boeddha zelve, iedereen kan er wel eens een xenofoob devies uit boeren. Dat moet je vergeven. Ook dat is compassie. 

Laten we niet vergeten dat het voor de dalai lama misschien nog wel moeilijker is om in het moment te leven dan voor ons. Iedereen zanikt voortdurend aan zijn kop: of er nog hoop is voor de wereld, wat hij vindt van de politieke spanningen tussen China en de VS, hoeveel jaren hij nog denkt te hebben, en hoe je ook alweer in de lotushouding gaat zitten. Nog zo’n rotvraag: wie wordt zijn opvolger? Zes jaar geleden was de tulku daar nog heel duidelijk over: niemand. Na vijf eeuwen was het wel een keer mooi geweest. Hij zou het laatste wierookstokje uitblazen en de deur dicht doen. Inmiddels lijkt hij daar toch anders over te denken, zo staat hij zelfs open voor een vrouwelijke opvolger, en als we toch op die toer gaan, dan ook maar meteen een lekker wijf. ‘If female Dalai Lama comes, then she should be more attractive, or she would be not much use.’ De vrouwelijke interviewer tegenover hem, geschokt: ‘But it’s about who you are inside, not on the outside, right?’ DL: ‘Yes, I think both.’ Laat die Bollywoodactrices maar aanrukken! 

Als interviewers hem geen achterlijke vragen stellen doen zijn vrienden dat wel. Bij het minste of geringste trekken ze hem aan zijn donkerrode uniform: of hij niet even de wereldproblematiek kan oplossen met zijn magische krachten. ‘I always tell them that the Dalai Lama has no magical powers.’ En maar niet luisteren, hè. De spirituele leider is hetzelfde als wij: we zijn allemaal mensen – ik zei het net al even – en hij heeft geen andere vermogens dan de rest van ons. De enige kracht die wij hebben en die mensen onderscheidt van dieren, en een gereïncarneerde lama van een gewone lama, is dat we niet de hele tijd in het moment leven, maar vooruit denken, gebeurtenissen bewust herinneren en onze gedachten laten afdwalen als we ons de pleuris vervelen. Zelfs deze kracht is de dalai lama bereid op te geven! Ik ben slechts benieuwd of dat hem ook lukte tijdens het schrijven van dit boek. 

TS

Zijne Heiligheid de dalai lama, Wees hier. Spectrum, € 15,99.

Voordat de 130 leden van de Jostiband hun instrumenten door de coronacrisis noodgedwongen neer moesten leggen vertelde iemand mij een (tot nu) goed bewaard geheim over hun maandelijkse concerten. Hoewel het algemeen bekend is dat je sowieso geen kaartje moet kopen als je vertolkingen wil horen die dicht bij het origineel van Jan Smit of Bach staan, schijnt het dat de instrumenten van de zwakst begaafde leden niet eens op de techniek worden aangesloten. Hoe hard ze ook op hun basgitaar of keyboard rammen, er bereikt geen noot het publiek. Dat vond ik toch zo’n prachtig idee. Iedereen heeft plezier en de schade aan de trommelvliezen blijft te overzien. Het zette me zelfs aan het denken of we deze truc niet ook op andere terreinen konden toepassen, zoals in het medialandschap. Zou iemand bijvoorbeeld alsjeblieft Tim den Besten uit kunnen zetten?

Tim den Besten waart als een schelle blokfluit door het culturele leven. Hij maakt al zes jaar documentaires en televisieprogramma’s, schreef een boek en teksten voor JENSEN!. Al die tijd voelde blijkbaar niemand zich geroepen om in te grijpen. Ook bij PC hebben we hem om onduidelijke redenen lang laten lopen. Zelfs toen hij zich profileerde als trotse uitvinder van het woord ‘quinoakut’, dronken bij Pauw verscheen en een bundel met ‘columns, grapjes en gedichten die je meenemen op een tijdreis langs Kim Kardashian, superfoods, MSN en selfies’ publiceerde, gebeurde er niets. Even ontstond er wat tumult toen Tim bij televisiequiz De Slimste Mens niet bepaald de slimste mens bleek en bij ieder fout antwoord een raar gilletje slaakte. Wat was dit voor debiel, vroeg men zich af, en kon hij niet gewoon weg? Dat terwijl Tim voor zijn doen niets opvallends deed: zijn onkunde – gespeeld of ongespeeld, dat maakt niet uit – te berde brengen om lekker gekke tv te maken. Of hij nu slechte interviews afneemt (‘Rob Jetten, houd jij van skelters?’) of als nieuwsgierige homo willekeurig met zijn vingers tussen de benen van een naakte vrouw begint rond te malen (‘Het voelt wel nat!’), het uitgangspunt is steeds dat Tim iets niet kan en het juist daarom toch gaat doen.

De vraag was dus wat Tim voor zijn volgende programma niet zou kunnen. Dat bleek lesgeven te zijn. Nu zijn er genoeg mensen die dat niet kunnen, maar Tim, wiens oogopslag meestal nog net wat minder helder is dan die van een platvis, kan er ook een domme kop bij trekken. Voor zijn programma 100 dagen voor de klas gaat Tim, u raadt het al, 100 dagen voor een vmbo-klas staan op een middelbare school in Lelystad. Er zijn makkelijkere manieren om dood te gaan. Zelf omschrijven de leerlingen dit inferno in de trailer als ‘een creatieve school’ waar nieuwe leraren wel even worden ‘getest’, en dat geeft de kijker hoop. Hoop dat ze hem met 30 geodriehoeken gijzelen en ondersteboven ophangen aan de ringen in de gymzaal tot hij belooft te emigreren naar een Afrikaans dorp waar de eerste school nog moet worden gebouwd, waarna we Tim in de finale moegestreden met een bomgordel om op het eindexamenfeest zien verschijnen. In werkelijkheid zullen de kinderen vast niet verder komen dan ‘flikker!’, en dat bewijst maar weer dat er op school te weinig aandacht wordt besteed aan de creatieve vermogens van kinderen.

Hoewel deze leerlingen die nog net geen beesten worden genoemd door een voorbijgetrokken karavaan invalkrachten ongetwijfeld allang geen honger meer hebben, wordt Tim van alle kanten voor ze gewaarschuwd: hij is een prooi. ‘Als je niet goed in je vel zit of slecht hebt geslapen, dan ruiken ze dat.’ Dat is mooi, want dat betekent dat Tim zichzelf niet eens voor lul hoeft te zetten, dat gaan zij gewoon voor hem doen. Je zou zeggen dat dit al de helft van het werk scheelt, maar Tim blijkt het toch zwaar te vinden om leraar te zijn. Dat heeft er misschien ook mee te maken dat Tim geen leraar is, maar een presentator die een ‘crash course’ van elf dagen heeft gevolgd om met minimale inspanning toch dat programma te kunnen maken. En waarom? Om mensen te laten zien dat leraar zijn een zwaar beroep is, maar ook mooi, maar ook zwaar? Daarvoor kun je ook gewoon een rondvraag op het Malieveld doen. Om de kinderen zal het Tim ook niet te doen zijn. Die weten al dat er zich na de kerstvakantie weer een nieuwe beunhaas zal melden. ‘Dit is pas dag 1… van de 100,’ verzucht Tim in aflevering 1. Kunt u nagaan hoe uitzichtloos het lijden van een echte docent is. Zaten we eerst met een lerarentekort, na Tims programma kunnen we het onderwijs maar beter helemaal afschaffen.

Maar goed, de Jostiband dus! Die hebben het slim bekeken. Waarom accepteren wij de kakofonie van middelmatige tv-persoonlijkheden nog? Het wordt tijd dat we de ergste eruit gaan filteren, te beginnen met Tim den Besten. Daar hoeft hij zelf natuurlijk niks van te merken. Hij krijgt gewoon een stel camera’s mee, maar die meuk gaan we niet meer uitzenden. De dvd’s laten we de hele dag bij hem thuis door spelen en als we hem zien geven we hem een compliment. ‘Het lukte allemaal weer niet zo lekker hè! Grappig hoor.’ Want applaus, dat verdient zelfs de grootste mongool, zeker als we hem nooit meer hoeven te horen.

TS

Kindermishandeling is verschrikkelijk. Kunt u iets ergers dan dat bedenken? Als u een beetje uw best doet waarschijnlijk wel. Volkerenmoord bijvoorbeeld. Maar daar gaat het nu niet om. Punt is dat kindermishandeling momenteel mode is. De kindertelefoon is door de coronacrisis een hotline geworden en de VN-baas waarschuwde al voor een ‘gruwelijke stijging’ in het aantal meldingen van huiselijk geweld. Al dit kinderleed is natuurlijk heel erg voor de kinderen, maar het allerergst is het voor Frank Koerselman (73). Zijn pamflet Ontvadering – Het einde van de vaderlijke autoriteit kan nu rechtstreeks door de shredder.

Volgens Koerselman hebben kinderen behoefte aan twee dingen in hun leven: enerzijds liefde, anderzijds autoriteit. Enerzijds een knuffel, anderzijds een schoen in je gezicht. Enerzijds bemoedigende woorden, anderzijds iemand die zegt dat je net zo goed nooit geboren had kunnen worden. Dat soort kerels bestaat volgens Koerselman niet meer. ‘Stoommachine en verbrandingsmotor hebben mannenkracht overbodig gemaakt. De vrouw is sinds de pil van onvermijdelijk moederschap verlost. Vaders zijn dus niet meer nodig om hun gezin te onderhouden en te beschermen. Het patriarchaat verdwijnt. Maar wat is de prijs van die bevrijding?’ Die fucking stoommachines ook. Daar, in de achttiende eeuw, is alle ellende begonnen. Het heeft driehonderd jaar geduurd voor we de balans op konden maken, maar nu heeft een afgestofte emeritus hoogleraar psychotherapie ons eindelijk de nadelen van die ogenschijnlijk lollige locomotieven laten zien.

Natuurlijk is Koerselman niet de eerste om te beweren dat we met de modernisering/feminisering/technologisering/globalisering iets onherroepelijk zijn kwijtgeraakt. Zelf denk ik bijvoorbeeld dat we hiermee vooral het vermogen om niet de hele tijd te zeiken over wat we nou weer zijn kwijtgeraakt zijn verloren. Koerselman ziet het anders. ‘Overal zie je het gezag verdwijnen.’ We zijn inderdaad wat respectlozer geworden. Zo tutoyeren we bijvoorbeeld onze ouders. We zeggen niet altijd ‘u’ tegen ouderen. En onze baas spreken we, om nog maar iets te noemen, met ‘jij’ aan. Eigenlijk kunnen we wel stellen dat we met z’n allen helemaal van het padje zijn. Maar er is nog iets. Door het gebrek aan vaderlijk gezag zijn we te soft geworden. ‘Als je niet wordt beproefd en niet wordt blootgesteld aan eisen van flinkheid en dapper zijn, loop je een risico. De epidemie van burn-outs heeft er ook mee te maken dat een generatie niet is voorbereid op de competitieve buitenwereld.’ Enerzijds hebben we tegen alles en iedereen een brutale bek, anderzijds zijn we nog slapper dan de sugarsnaps in een gemagnetroneerde Kantjilmaaltijd. Dat klinkt tegenstrijdig, maar Koerselman wil er maar mee zeggen dat het tegenwoordig werkelijk op alle fronten misgaat met dat ouderschap.

Je vraagt je af waar zo’n man het allemaal vandaan haalt. Daar krijgen we in diverse interviews in ieder geval duidelijk antwoord op: helemaal nergens. ‘Ik heb geen onderzoek gedaan, want ik ben geen socioloog. Maar een mens kijkt om zich heen en legt het oor te luisteren. […] Onderzoek doen is natuurlijk altijd wat lastig, hè. Dit is een breed onderwerp, hoe onderzoek je dat dan precies? Ik kijk met gezond verstand om me heen.’

Koerselman koekeloert gewoon lekker wat om zich heen, en wat ziet zijn oog? Zogende vrouwtjes en jagende mannetjes. Nou ja, vooral die tweede categorie heeft het de laatste tijd een beetje af laten weten, maar vroeger ging het natuurlijk wel zo. En zou het, als we bij wijze van een interessant gedachte-experiment hier verder over filosoferen, dan niet zo kunnen zijn ‘dat zulke programmeringen in de evolutie toch hardnekkiger zijn dan
we denken’? Het is slechts een van de verfrissende vraagstukken waar je als lezer even van moet bijkomen. ‘Kunnen die traditionele rolpatronen niet ook ontstaan zijn door culturele invloeden?’ Toegegeven: dit is dan toevallig weer net geen vraag van Koerselman zelf, maar van de interviewer. Koerselman heeft er wel een antwoord op. ‘Dat is een interessante vraag. Luister, ik weet het niet zeker, laat dat helder zijn.’ Dit is waar ieder weldenkend mens zou stoppen met praten. Zo niet Koerselman. Dit is waar hij een boek begint te schrijven. Het leven van een emeritus hoogleraar moet heerlijk zijn: eindelijk weer alleen je eigen naam in de bronnenlijst opnemen.

Je niet echt verdiepen in je onderwerp heeft nog een ander belangrijk voordeel. ‘Het idee dat vader- en moederrollen misschien niet alleen maar zijn ingegeven door omstandigheden werp ik natuurlijk ook op om een beetje te prikkelen.’ Prikkelen: ongefundeerde onzin roepen om de aandacht op jezelf te richten. Misschien heb ik Koerselmans ideeën hier wat ongenuanceerd weergegeven. Dat deed ik dan om te prikkelen, en omdat Google Books maar twaalf voorbeeldpagina’s geeft. Bovendien was Koerselman er toch vooral op uit om de dames op stang te jagen. Nou, dat is gelukt! Ik geef hem een half uur op de naughty chair. Ondertussen ga ik op zoek naar een man die hem daarna nog een goede tik kan geven.

TS

Frank Koerselman, Ontvadering – Het einde van de vaderlijke autoriteit. Prometheus, € 15,-

Onlangs bezocht ik de tentoonstelling Juwelen! Schitteren aan het Russische hof in de Hermitage. Schitterend was het inderdaad. Als bezoeker word je direct verblind door een karrenvracht tiara’s, diademen, medaillons, parelsnoeren, en een erg grappige broche in de vorm van een kever. Was dit laatste sieraad in de tijd van de tsaren verkocht, dan had er in 1917 geen hongersnood in Sint-Petersburg plaats hoeven vinden. Gelukkig vermeldt de expositie niets over alle azijnzeikers buiten de paleizen – mensen met slechte smaak zijn immers van alle tijden. Toch heeft de curator wel oog gehad voor de zwarte bladzijden uit de Russische geschiedenis, en dan in het bijzonder voor die waarop de bolsjewieken als een soort modepolitie een eind aan het feest maakten. Het vuurpeloton wist makkelijk door de tsaar heen te boren, maar op zijn vier dochters, die hun korsetten voor de zekerheid hadden volgenaaid met diamanten, moest nog lange tijd worden ingehakt om de prijzige kogelwerende vesten te omzeilen. Wreed, zo vond ik, en waarschijnlijk onnodig om ook die meisjes af te slachten. Tot ik afgelopen week de DWDD-uitzending zag waarin Bart Chabot met zijn vier zoons was aangeschoven.

Sneeuwwitje en de vijf ergen.

Dat Bart Chabot bestaat en zichzelf ondanks een spraakgebrek overal aan de man weet te brengen, is een gegeven waar iedereen die daar niet op zit te wachten mee moet leren leven. De kans dat hij een zoon heeft die zo getalenteerd is dat hij al op zijn 24ste televisieprogramma’s moet maken, boeken moet schrijven en als tafelheer moet optreden, is niet zo groot. De kans dat Bart Chabot vier zoons heeft die met hun talent alle vier boeken moeten schrijven en met hun kop op tv moeten, is nul. Natuurlijk zou je iedere celeb met kinderen makkelijk van nepotisme kunnen beschuldigen, maar laten we wel wezen: Kim Jong-il benoemde ook niet ál zijn zoons tot Opperste Leider. Het is dus op zijn zachtst gezegd wel wat verdacht dat Bart op de avond van het Boekenbal met het hele gezin bij een talkshow zat.

De verklaring voor het bezoek van de dynastie luidde dat vader en twee zoons alle drie net een roman hadden gepubliceerd, en dat het boek van de derde zoon de week daarop zou verschijnen. ‘Drie zoons die debuteren,’ sprak Matthijs, die zijn rol als beschermheer weer met verve vervulde, plechtig, ‘het is toch wel heel bijzonder.’ Ja, héél bijzonder. De vierde zoon zat ook aan tafel, maar had nog geen plannen om een boek uit te brengen. Hij wilde net als zijn moeder, die de hele avond niets mocht zeggen maar toch aan tafel zat omdat zij het hele zooitje tenslotte gebaard had, de medische kant op. Mensen genezen, en zo. Dat leek iedereen in de studio vooral vervelend te vinden. Ze zeiden het niet, maar eigenlijk vonden ze hem gewoon een lul. Waarom kon hij niet ook debuteren? Waarom was dit verhaal niet nog spectaculairder? Vier boekenbroeders, hoe mooi zou dat zijn? Ik kan de mensen geruststellen: na zijn studie geneeskunde zal de vierde zoon binnen de kortste keren door uitgeverijen worden belaagd en de eerste hoogwaardige literaire doktersroman schrijven.

Tot die tijd zullen we het moeten stellen met vier schrijvers uit de Chabot-clan. Bart had nauwelijks een derde van het geweld dat zijn eigen vader tegen hem gebruikte op papier, of twee van zijn erfgenamen verkondigden al dat ook zij hun ouders een kaft in wilden sleuren. Het maakte niet uit dat zij in tegenstelling tot hun vader wel een normale, fijne jeugd hadden, sterker nog, dat was voor zijn meest flamboyante telg juist een heel belangrijk gegeven. Dat had deze zoon allemaal al een paar dagen daarvoor in hetzelfde praatprogramma mogen uitleggen, maar het belette hem er niet van in dit familie-item alles op alles te zetten om het hardst en het langst van iedereen te brullen. Als de dood dat zijn broers ook een BNN-programma zouden krijgen of in de laatste paar weken van het programma ook eens tafelheer mochten zijn, praatte hij net zo lang over zijn outfit tot hij zeker was dat er te weinig tijd over zou zijn om hem nog van de troon te stoten. Eén broer deed nog een wanhopige poging en vertelde snel over zijn cursus creative writing in New York. Daar had hij van docent Jonathan Safran Foer te horen gekregen dat er absoluut ‘meer mama’ in zijn verhaal moest. Chabot de zoveelste volgde het advies op, maakte nog één keer het lesgeld over en keerde met een kant-en-klaar manuscript terug naar Nederland. Hij blij, Jonathan blij en het grote lezerspubliek bestaande uit oudere vrouwen blij.

Als de uitzending één ding heeft duidelijk gemaakt, dan is het dat deze bloedlijn haar macht niet zomaar op zal geven. Allemaal willen ze net als hun vader overal onverstaanbare dingen ratelen en over zoveel jaar met hun eigen tak naar het Boekenbal; allemaal willen ze de Anastasia van het stel zijn. Gelukkig zit de jongste voorlopig nog vast in het anatomisch theater en heeft zijn tot dusver onbesproken zoon een non-fictie boek geschreven in tijden waarin werkelijk niemand nog op harde feiten zit te wachten. Blijven over de twee romanciers. Je hoeft maar één blik op de Bestseller 60 te werpen om te weten van wie we de komende vijftig jaar nog last gaan hebben: de maniak die het meest op zijn vader lijkt en minstens zo hard praat. Dat we ook zijn aanwezigheid niet hoeven te tolereren, weet iedereen die hem vorige week heeft zien opscheppen over de door zijn moeder gemaakte ringen. Geen van zijn accessoires zal hem uiteindelijk kunnen redden.

TS

Archief