TS

The greatest lesson in life is to know that even fools are right sometimes,’ zei Winston Churchill ooit. Nu zei hij wel meer, maar daar had die kale toch een puntje. Gekken hebben inderdaad soms gelijk – soms, maar meestal niet. Als, laten we zeggen, Emilie Sobels mij voorhoudt dat ik 600 euro moet uitgeven om tijdens The Self-Made Summit op 8 oktober tien uur in een pakhuis door te brengen om daar te leren hoe ik snel geld kan verdienen en hoe ik nou écht efficiënt met mijn tijd moet omgaan, dan heeft zij dus géén gelijk. 

Emilie Sobels is ondernemer, werkgever, vastgoedeigenaar, schrijver, ‘girl boss’, en nog belangrijker: self made. Het ideaal van de self made man, of woman voor mijn part, is zoals bekend allang niet meer voorbehouden aan protestantse Ieren die in de negentiende eeuw een katoenfabriek in Chicago optuigden of Italiaanse emigranten die zich Wall Street in wisten te vechten. Tegenwoordig ben je het al door een keer naar de Kamer van Koophandel op de De Ruijterkade te fietsen en onder het genot van een gratis beker automaatkoffie een handtekening te zetten. Sobels ziet het als haar persoonlijke missie om vrouwen te doen geloven dat iedere stap die zij zetten op het door de maatschappij voor sommigen zorgvuldig geplaveide pad van bestaanszekerheid een pure persoonlijke overwinning is. In The self-made guide, een boek dat in eerste instantie leest als reclamefolder voor de Summit – alleen al in het voorwoord noemt ze dit vrouwenvolksfeest vijf keer –, laat ze 21 vrouwen aan het woord die dingen zeggen als ‘grijze muisjes hebben geen carrière’ en ‘er is geen enkel excuus om stil te blijven staan’. Een legitiem excuus voor deze vrouwen zou zijn om eens stil te staan bij alle kwaadaardige onzin die ze er in hun geschifte ratrace naar de top uitkramen. 

Volgens Sobels is een van haar belangrijkste kwaliteiten als ondernemer dat ze goed kan delegeren. ‘Ik heb geen moeite met taken uit handen geven.’ Dat klopt: zo liet ze haar hele boek door een ghostwriter in elkaar zetten. Zij mag dan naar eigen zeggen self made zijn, haar boek is dat zeker niet. In plaats van hier ook nog maar enigszins geheimzinnig over te doen neemt ze de naam van deze ghostwriter doodleuk op in het colofon. Ook deze vrouw heeft immers een instagramaccount met boekpresentatiejurken te vullen, en als dat haar de slechtste ghostwriter ooit maakt, dan is dat maar zo. Sobels zal het allemaal niet kunnen rotten, die heeft het hele werk waarschijnlijk nog zo goed als voor niets kunnen laten optekenen door de notulist een gratis plek in één van haar vijf all female flexwerkpanden aan te bieden – Sobels’ core business, waar ze al met volle teugen reclame voor maakte in haar vorige bestseller. Een pas voor één dag aan een bureau met daarop een vetplant in het centrum van Amsterdam of een andere Nederlandse metropool kost 55 euro. Het is niet te geef, maar, dat moet ik toegeven, dan heb je ook gegarandeerd geen mannen om je heen. 

Natuurlijk wordt zo’n flexwerkplek goedkoper naarmate je er meer dagen gaat zitten – slechts een van de tekenen dat Sobels inderdaad een geniale zakenvrouw is. Bovendien: om geld te verdienen moet je volgens Sobels eerst geld uitgeven. En niet zo’n beetje ook. ‘Het is superspannend om investeringen te doen, maar je moet echt groter denken om groter te worden. Zo worden meisjes met dromen vrouwen met visie.’ Prachtig! En een uitstekend advies, mits je als meisje al een vader had met een in Wassenaar gevestigd consultancykantoor die kan lappen als je door dat eerste pand aan de Brouwersgracht te kopen toch net iets te groot hebt gedacht. Hier rept Sobels met geen woord over, maar rijke ouders is dan ook een lastig advies om in de praktijk toe te passen. Geen advies in ieder geval waar je, pak ’m beet, zo’n 600 euro voor zou neertellen. 

Maar waar dan wel voor? Volgens de website is The Self-Made Summit ‘een investering voor elke werkende vrouw. Naast de mooie sprekers, mogelijkheden tot zelfontwikkeling en geweldige aankleding behoor je in één klap tot een community van 500 vrouwen die overstromen van ambitie.’ Een community van 500 vrouwen, daar heeft zelfs de grootste zelfmoordterrorist nog geen recht op, en met een VIP-ticket (het duurste en het enige ticket dat, anders dan de website beweert, na doorklikken nog beschikbaar blijkt) laat je deze op de front row nog eens allemaal achter je. Aldaar valt te luisteren naar alle mooie sprekers, zoals Fabienne Chapot, founder van Fabienne Chapot, en ene Lucy Woesthoff, een andere lifestyleboekenauteur die als jonge twintiger in Londen werkzaam zou zijn geweest als pr-dame van The Rolling Stones. Over deze gouden tijden circuleren twee verhalen op het wereldwijde web: in het ene solliciteerde Woesthoff via een uitzendbureau naar de functie van pr-medewerker bij een muziekpromotor en werd ze direct aangenomen, in het andere begon ze daar als receptionist en werkte ze zich op tot ze uiteindelijk met Mick en de jongens mee op tour ging. Lies, liééés you dirty Jezebel! Maar met leugens of niet, zolang je jezelf maar als self made verkoopt kun je bij de Summit gewoon het podium op.  

Wie 600 euro voor dit alles nog steeds te duur vindt kan altijd beslissen dat het niet te duur is voor haar baas. Speciaal voor alle ongeletterde girl bosses biedt Sobels een brief van twee kantjes aan waarin alleen nog de naam van hun werkgever moet worden ingevuld. ‘Als je net zo enthousiast bent als ik over dit plan, zou ik ontzettend graag een ticket boeken nog voordat The Self-Made Summit is uitverkocht of de prijzen worden verhoogd.’ Als dreigen niet werkt, heb je als vrouw natuurlijk altijd nog een andere optie. ‘Lach een keer leuk of doe dat ene jurkje aan. Je hebt als vrouw eerder de gunfactor. Ik denk dat het juist een kracht is als je daar als vrouw gebruik van maakt,’ aldus Sobels in een interview met de NOS. Je hebt een kut, gebruik ’m dan ook! Dat is wat Sobels doet – helemaal zelf.

TS

Moeten bladen en kranten stoppen met het publiceren van negatieve recensies? Sommige mensen geloven van wel. Meestal zijn dat mensen die zelf ooit een slechte recensie hebben gekregen. Bij PC hebben we in ieder geval geen last van deze mening, al bekruipt ons ook weleens het gevoel dat we hopeloos achter de feiten aanlopen. Recensies zijn uiteindelijk slechts schadebeperking: het boek is al af, heeft de zegen van de (eind)redactie en is door het CB verspreid onder de Nederlandse boekhandels. Uitgezaaid, niets meer aan te doen. De recensent kan de omstandigheden vaak alleen nog maar verzachten, al gloort er eens per jaar hoop in de vorm van een grootschalig bevolkingsonderzoek met de naam Write Now!

Willen we we weten hoe het ziektebeeld van de Nederlandse letteren er over drie jaar uitziet, doen we er goed aan de inzendingen voor schrijfwedstrijd Write Now! 2020 te analyseren. Deze titanenstrijd wordt jaarlijks uitgevochten door honderden blitse jongens en meisjes tussen de 15 en 24, aangetrokken door een fel social media-offensief van instastories, gifjes en oproepen om al je penvrienden te taggen. Hipper wordt schrijven niet. Als jonge vrouw ben je na de winst dan ook net als Maartje Wortel en Lize Spit verzekerd van een contract bij Das Mag, en het mannelijk restvlees wordt keurig onder andere uitgeverijen verdeeld. 

Hoewel de winnaar van dit jaar nog niet bekend is, zijn deze maand wel de juryrapporten van de voorronden online gepubliceerd. Alle deelnemers zijn op basis van hun postcode ingedeeld bij elf verschillende steden (wat in één rapport leidde tot de aanhef ‘Eindhovuhhhhh’, en in een ander tot ‘Venlooooo’), waarbij uit iedere stad een nummer 1, 2 en 3 naar voren is gekomen. Ook is er meestal nog een eindeloze reeks ‘eervolle vermeldingen’, waarin alle overige deelnemers worden genoemd, anders gaat er dadelijk nog iemand janken. Tot zover de spelregels, nu de prognose voor de komende literaire kalenderjaren.

De komende tijd kunnen we ons voorbereiden op totaal onbegrijpelijke proza en poëzie, vooral uit de buurt van Nijmegen. Uit het rapport voor deze regio: ‘We beginnen bij de derde plaats. De jury wist niet helemaal waar het verhaal over ging.’ Boeiend! De lezer mag in 2024 helemaal zelf bedenken waar al die letters nou eigenlijk in godsnaam over gaan. En als de nummer 3 daar niet voor gaat zorgen, hebben we altijd nog de Nijmeegse nummer 1: ‘Zonder dat we het verhaal helemaal begrepen, waren we mee aan boord.’ Het is misschien even alle hens aan dek, maar dan krijg je er ook wat voor terug, namelijk je eigen inbreng. Van dat principe werd ook in Groningen handig gebruikt gemaakt, waar op de tweede plaats een dichter eindigt die volgens de jury duidelijk ervaring heeft. ‘De zinnen zijn sterk en verzorgd, maar waar gaat het af en toe over?’ Ik heb het uiteraard nog even gecheckt, beste mensen, maar nee, Theo van Theo & Thea zat dit jaar níet in de jury. 

Tegelijkertijd zien we een trend opkomen die op het eerste gezicht misschien tegengesteld lijkt aan het hermetische gelul: die van absolute infantiliteit. In Groningen werd de onbegrijpelijke dichter verslagen door een ‘kinderlijk verhaal’, met ook nog eens ‘een kinderlijke toon’. Wel wil de jury de winnares meegeven in het vervolg wat meer te letten op herhalingen in de tekst. Te denken valt daarbij aan ‘stap, stap, stap’ en ‘schep, schep, schep’. ‘Maar het is ook allemaal wel heel lief,’ aldus het commentaar. Duidelijk! (Nu moet ik er wel bij zeggen dat deze juryleden, veelal literaire randfiguren, volgens mij zelf ook allemaal ofwel minderjarig ofwel debiel zijn. Tot twee keer toe merken ze op dat ze bij bepaalde passages ‘allemaal gebroken hartjes’ hebben getekend, bijvoorbeeld bij een alinea over een jochie dat ergens een middag op een bankje moet zitten wachten, nog nat van een regenbui, met zijn rugzak aan zijn voeten en zijn broodtrommel in zijn handen. Oké, goed, ik geef het toe, nu ik het zelf zo opschrijf kan ik ook maar nauwelijks mijn tranen in bedwang houden. Tering zielig!) In Amsterdam, toch een stad waar ook veel volwassenen met schrijfambities schijnen te wonen, ging de zilveren medaille naar ‘een talig verhaal met een kinderfilmgehalte à la Pippi Langkous. Waar ook niets mis mee is.’ Inderdaad. Als je acht bent. 

Tot zover de grote lijnen. Gelukkig blijven sommige dingen ook gewoon hetzelfde. ‘De personages worden klassiek in het begin geïntroduceerd,’ zo merkt de jury op over een winnend verhaal. Ook metaforen blijven hot: ‘In het verhaal De kameleon volgen we een onzichtbare jongen. De metafoor om gezien te worden door jezelf en door de ander vonden we goed gedaan.’ Let wel, je moet de metaforen dus goed ‘doen’. Anders hoeft het niet. Verder nog iets? Ja zeker, de letteren blijven voorlopig nog deprimerender dan Knausgård in een wegrestaurant, al heeft de jury daar zo haar bedenkingen bij. ‘De thematiek van het verhaal is niet heel origineel, er zijn nu eenmaal al heel veel boeken over depressie en eenzaamheid.’ De twintigjarige Lena mag zich de letterkampioen van Utrecht noemen, als ze voortaan maar niet meer over haar burn-out schrijft. 

Veel liever ziet de jury vrolijk proza. ‘Dat er ruimte is voor humor, vonden we verfrissend,’ zo luidde het commentaar bij weer een andere inzending. Laten we maar hopen dat Passionate Bulkboek daar ook zo over denkt, de organisatie die ‘verantwoordelijk is’ [sic] voor Write Now! en jaarlijks twee ton aan subsidie bij het Letterenfonds opstrijkt. Mij is het lachen ondertussen vergaan.

TS

Ieder individu verdient liefde, geluk en respect. Het is belangrijk dat we compassie hebben met elkaar en elkaar helpen in tijden van nood – we zijn immers allemaal mensen. Dit heb ik natuurlijk niet zo snel zelf verzonnen, maar door intensieve studie geleerd van de dalai lama. Naast verlichte tulku is de dalai lama (pseudoniem) ook bestsellerauteur, en zijn laatste werk biedt weer enkele verbluffende inzichten. Het heet Wees hier, is de opvolger van Wees boos – ja, het is wel een kleine dwingeland, die Tenzin Gyatso, zoals hij echt heet – en kan de lezer veel leren over hoe je ‘in het hier en nu’ kunt zijn, zonder je eigen kop kaal te hoeven scheren.

Maar wat betekent ‘hier’ eigenlijk? Waar moeten we precies wezen volgens de dalai lama, waar vinden we ‘vreugde, rust en volheid van het bestaan’, kortom, waar is dat feestje? ‘Hier’ zou, als de opperboeddhist op onze persoonlijke fysieke locatie had gedoeld, in mijn geval een muf studentenhok betekenen, en in zijn geval een frivole tempel in Himachal Pradesh, India. Onwaarschijnlijk is het in ieder geval dat ‘hier’ op Tibet slaat, het oorspronkelijke thuishonk van de dalai lama dat hij met hulp van de CIA ontvluchtte toen Mao in de jaren vijftig zijn troepen erop afstuurde en dat sindsdien door de Chinezen wordt geterroriseerd. In een stuk voor Time schreef de dalai lama vorige maand: ‘This crisis shows us that we are not separate from one another — even when we are living apart.’ Hij had het hier over de corona-uitbraak, maar dit is precies waar hij zijn onderdrukte Tibetaanse broeders en zusters over de grens al zo’n zestig jaar mee op de been probeert te houden. ‘Photographs of our world from space clearly show that there are no real boundaries on our blue planet.’ Of Zijne Heiligheid nu aan de ene of de andere kant van de Himalaya voor hen bidt, ze zijn hoe dan ook verbonden.

Zonder te veel van de inhoud te willen verklappen kan ik alvast zeggen dat er geen geografische coördinaten voor ‘hier’ bestaan. Met ‘hier’ bedoelt de dalai lama ‘in het moment’. Want als we in het moment leven, legt hij uit, kunnen we pas echt compassie uitoefenen. ‘Als we hier zijn, zijn we niet bezig met ons verleden en niet langer bezorgd om de toekomst.’ Heerlijk, niet? Maar in de praktijk vaak lastiger dan gedacht, zelfs voor onze meestermonnik. Afgelopen zomer beweerde hij, duidelijk helemaal in het hier en nu, in een interview met de BBC dat de EU vluchtelingen moest toelaten en onderwijs moest bieden. Nog geen vijf seconden later voegde hij daar, opeens helemaal uit het hier, aan toe dat er op de lange termijn slechts een klein aantal kan blijven en dat Europa voor Europeanen is. Sommigen zullen beweren dat dit een wel erg hypocriete uitspraak is voor een bejaarde die zelf driekwart van zijn leven in ballingschap heeft doorgebracht, anderen zullen het daarmee eens zijn. Toch bewijst deze opmerking vooral dat in het moment zijn een levenskunst is, en niet iets wat je leert door eenmaal per week met je mindfulnessklasje op een yogamat te liggen dweilen. Al ben je Gautama Boeddha zelve, iedereen kan er wel eens een xenofoob devies uit boeren. Dat moet je vergeven. Ook dat is compassie. 

Laten we niet vergeten dat het voor de dalai lama misschien nog wel moeilijker is om in het moment te leven dan voor ons. Iedereen zanikt voortdurend aan zijn kop: of er nog hoop is voor de wereld, wat hij vindt van de politieke spanningen tussen China en de VS, hoeveel jaren hij nog denkt te hebben, en hoe je ook alweer in de lotushouding gaat zitten. Nog zo’n rotvraag: wie wordt zijn opvolger? Zes jaar geleden was de tulku daar nog heel duidelijk over: niemand. Na vijf eeuwen was het wel een keer mooi geweest. Hij zou het laatste wierookstokje uitblazen en de deur dicht doen. Inmiddels lijkt hij daar toch anders over te denken, zo staat hij zelfs open voor een vrouwelijke opvolger, en als we toch op die toer gaan, dan ook maar meteen een lekker wijf. ‘If female Dalai Lama comes, then she should be more attractive, or she would be not much use.’ De vrouwelijke interviewer tegenover hem, geschokt: ‘But it’s about who you are inside, not on the outside, right?’ DL: ‘Yes, I think both.’ Laat die Bollywoodactrices maar aanrukken! 

Als interviewers hem geen achterlijke vragen stellen doen zijn vrienden dat wel. Bij het minste of geringste trekken ze hem aan zijn donkerrode uniform: of hij niet even de wereldproblematiek kan oplossen met zijn magische krachten. ‘I always tell them that the Dalai Lama has no magical powers.’ En maar niet luisteren, hè. De spirituele leider is hetzelfde als wij: we zijn allemaal mensen – ik zei het net al even – en hij heeft geen andere vermogens dan de rest van ons. De enige kracht die wij hebben en die mensen onderscheidt van dieren, en een gereïncarneerde lama van een gewone lama, is dat we niet de hele tijd in het moment leven, maar vooruit denken, gebeurtenissen bewust herinneren en onze gedachten laten afdwalen als we ons de pleuris vervelen. Zelfs deze kracht is de dalai lama bereid op te geven! Ik ben slechts benieuwd of dat hem ook lukte tijdens het schrijven van dit boek. 

TS

Zijne Heiligheid de dalai lama, Wees hier. Spectrum, € 15,99.

Voordat de 130 leden van de Jostiband hun instrumenten door de coronacrisis noodgedwongen neer moesten leggen vertelde iemand mij een (tot nu) goed bewaard geheim over hun maandelijkse concerten. Hoewel het algemeen bekend is dat je sowieso geen kaartje moet kopen als je vertolkingen wil horen die dicht bij het origineel van Jan Smit of Bach staan, schijnt het dat de instrumenten van de zwakst begaafde leden niet eens op de techniek worden aangesloten. Hoe hard ze ook op hun basgitaar of keyboard rammen, er bereikt geen noot het publiek. Dat vond ik toch zo’n prachtig idee. Iedereen heeft plezier en de schade aan de trommelvliezen blijft te overzien. Het zette me zelfs aan het denken of we deze truc niet ook op andere terreinen konden toepassen, zoals in het medialandschap. Zou iemand bijvoorbeeld alsjeblieft Tim den Besten uit kunnen zetten?

Tim den Besten waart als een schelle blokfluit door het culturele leven. Hij maakt al zes jaar documentaires en televisieprogramma’s, schreef een boek en teksten voor JENSEN!. Al die tijd voelde blijkbaar niemand zich geroepen om in te grijpen. Ook bij PC hebben we hem om onduidelijke redenen lang laten lopen. Zelfs toen hij zich profileerde als trotse uitvinder van het woord ‘quinoakut’, dronken bij Pauw verscheen en een bundel met ‘columns, grapjes en gedichten die je meenemen op een tijdreis langs Kim Kardashian, superfoods, MSN en selfies’ publiceerde, gebeurde er niets. Even ontstond er wat tumult toen Tim bij televisiequiz De Slimste Mens niet bepaald de slimste mens bleek en bij ieder fout antwoord een raar gilletje slaakte. Wat was dit voor debiel, vroeg men zich af, en kon hij niet gewoon weg? Dat terwijl Tim voor zijn doen niets opvallends deed: zijn onkunde – gespeeld of ongespeeld, dat maakt niet uit – te berde brengen om lekker gekke tv te maken. Of hij nu slechte interviews afneemt (‘Rob Jetten, houd jij van skelters?’) of als nieuwsgierige homo willekeurig met zijn vingers tussen de benen van een naakte vrouw begint rond te malen (‘Het voelt wel nat!’), het uitgangspunt is steeds dat Tim iets niet kan en het juist daarom toch gaat doen.

De vraag was dus wat Tim voor zijn volgende programma niet zou kunnen. Dat bleek lesgeven te zijn. Nu zijn er genoeg mensen die dat niet kunnen, maar Tim, wiens oogopslag meestal nog net wat minder helder is dan die van een platvis, kan er ook een domme kop bij trekken. Voor zijn programma 100 dagen voor de klas gaat Tim, u raadt het al, 100 dagen voor een vmbo-klas staan op een middelbare school in Lelystad. Er zijn makkelijkere manieren om dood te gaan. Zelf omschrijven de leerlingen dit inferno in de trailer als ‘een creatieve school’ waar nieuwe leraren wel even worden ‘getest’, en dat geeft de kijker hoop. Hoop dat ze hem met 30 geodriehoeken gijzelen en ondersteboven ophangen aan de ringen in de gymzaal tot hij belooft te emigreren naar een Afrikaans dorp waar de eerste school nog moet worden gebouwd, waarna we Tim in de finale moegestreden met een bomgordel om op het eindexamenfeest zien verschijnen. In werkelijkheid zullen de kinderen vast niet verder komen dan ‘flikker!’, en dat bewijst maar weer dat er op school te weinig aandacht wordt besteed aan de creatieve vermogens van kinderen.

Hoewel deze leerlingen die nog net geen beesten worden genoemd door een voorbijgetrokken karavaan invalkrachten ongetwijfeld allang geen honger meer hebben, wordt Tim van alle kanten voor ze gewaarschuwd: hij is een prooi. ‘Als je niet goed in je vel zit of slecht hebt geslapen, dan ruiken ze dat.’ Dat is mooi, want dat betekent dat Tim zichzelf niet eens voor lul hoeft te zetten, dat gaan zij gewoon voor hem doen. Je zou zeggen dat dit al de helft van het werk scheelt, maar Tim blijkt het toch zwaar te vinden om leraar te zijn. Dat heeft er misschien ook mee te maken dat Tim geen leraar is, maar een presentator die een ‘crash course’ van elf dagen heeft gevolgd om met minimale inspanning toch dat programma te kunnen maken. En waarom? Om mensen te laten zien dat leraar zijn een zwaar beroep is, maar ook mooi, maar ook zwaar? Daarvoor kun je ook gewoon een rondvraag op het Malieveld doen. Om de kinderen zal het Tim ook niet te doen zijn. Die weten al dat er zich na de kerstvakantie weer een nieuwe beunhaas zal melden. ‘Dit is pas dag 1… van de 100,’ verzucht Tim in aflevering 1. Kunt u nagaan hoe uitzichtloos het lijden van een echte docent is. Zaten we eerst met een lerarentekort, na Tims programma kunnen we het onderwijs maar beter helemaal afschaffen.

Maar goed, de Jostiband dus! Die hebben het slim bekeken. Waarom accepteren wij de kakofonie van middelmatige tv-persoonlijkheden nog? Het wordt tijd dat we de ergste eruit gaan filteren, te beginnen met Tim den Besten. Daar hoeft hij zelf natuurlijk niks van te merken. Hij krijgt gewoon een stel camera’s mee, maar die meuk gaan we niet meer uitzenden. De dvd’s laten we de hele dag bij hem thuis door spelen en als we hem zien geven we hem een compliment. ‘Het lukte allemaal weer niet zo lekker hè! Grappig hoor.’ Want applaus, dat verdient zelfs de grootste mongool, zeker als we hem nooit meer hoeven te horen.

TS

Kindermishandeling is verschrikkelijk. Kunt u iets ergers dan dat bedenken? Als u een beetje uw best doet waarschijnlijk wel. Volkerenmoord bijvoorbeeld. Maar daar gaat het nu niet om. Punt is dat kindermishandeling momenteel mode is. De kindertelefoon is door de coronacrisis een hotline geworden en de VN-baas waarschuwde al voor een ‘gruwelijke stijging’ in het aantal meldingen van huiselijk geweld. Al dit kinderleed is natuurlijk heel erg voor de kinderen, maar het allerergst is het voor Frank Koerselman (73). Zijn pamflet Ontvadering – Het einde van de vaderlijke autoriteit kan nu rechtstreeks door de shredder.

Volgens Koerselman hebben kinderen behoefte aan twee dingen in hun leven: enerzijds liefde, anderzijds autoriteit. Enerzijds een knuffel, anderzijds een schoen in je gezicht. Enerzijds bemoedigende woorden, anderzijds iemand die zegt dat je net zo goed nooit geboren had kunnen worden. Dat soort kerels bestaat volgens Koerselman niet meer. ‘Stoommachine en verbrandingsmotor hebben mannenkracht overbodig gemaakt. De vrouw is sinds de pil van onvermijdelijk moederschap verlost. Vaders zijn dus niet meer nodig om hun gezin te onderhouden en te beschermen. Het patriarchaat verdwijnt. Maar wat is de prijs van die bevrijding?’ Die fucking stoommachines ook. Daar, in de achttiende eeuw, is alle ellende begonnen. Het heeft driehonderd jaar geduurd voor we de balans op konden maken, maar nu heeft een afgestofte emeritus hoogleraar psychotherapie ons eindelijk de nadelen van die ogenschijnlijk lollige locomotieven laten zien.

Natuurlijk is Koerselman niet de eerste om te beweren dat we met de modernisering/feminisering/technologisering/globalisering iets onherroepelijk zijn kwijtgeraakt. Zelf denk ik bijvoorbeeld dat we hiermee vooral het vermogen om niet de hele tijd te zeiken over wat we nou weer zijn kwijtgeraakt zijn verloren. Koerselman ziet het anders. ‘Overal zie je het gezag verdwijnen.’ We zijn inderdaad wat respectlozer geworden. Zo tutoyeren we bijvoorbeeld onze ouders. We zeggen niet altijd ‘u’ tegen ouderen. En onze baas spreken we, om nog maar iets te noemen, met ‘jij’ aan. Eigenlijk kunnen we wel stellen dat we met z’n allen helemaal van het padje zijn. Maar er is nog iets. Door het gebrek aan vaderlijk gezag zijn we te soft geworden. ‘Als je niet wordt beproefd en niet wordt blootgesteld aan eisen van flinkheid en dapper zijn, loop je een risico. De epidemie van burn-outs heeft er ook mee te maken dat een generatie niet is voorbereid op de competitieve buitenwereld.’ Enerzijds hebben we tegen alles en iedereen een brutale bek, anderzijds zijn we nog slapper dan de sugarsnaps in een gemagnetroneerde Kantjilmaaltijd. Dat klinkt tegenstrijdig, maar Koerselman wil er maar mee zeggen dat het tegenwoordig werkelijk op alle fronten misgaat met dat ouderschap.

Je vraagt je af waar zo’n man het allemaal vandaan haalt. Daar krijgen we in diverse interviews in ieder geval duidelijk antwoord op: helemaal nergens. ‘Ik heb geen onderzoek gedaan, want ik ben geen socioloog. Maar een mens kijkt om zich heen en legt het oor te luisteren. […] Onderzoek doen is natuurlijk altijd wat lastig, hè. Dit is een breed onderwerp, hoe onderzoek je dat dan precies? Ik kijk met gezond verstand om me heen.’

Koerselman koekeloert gewoon lekker wat om zich heen, en wat ziet zijn oog? Zogende vrouwtjes en jagende mannetjes. Nou ja, vooral die tweede categorie heeft het de laatste tijd een beetje af laten weten, maar vroeger ging het natuurlijk wel zo. En zou het, als we bij wijze van een interessant gedachte-experiment hier verder over filosoferen, dan niet zo kunnen zijn ‘dat zulke programmeringen in de evolutie toch hardnekkiger zijn dan
we denken’? Het is slechts een van de verfrissende vraagstukken waar je als lezer even van moet bijkomen. ‘Kunnen die traditionele rolpatronen niet ook ontstaan zijn door culturele invloeden?’ Toegegeven: dit is dan toevallig weer net geen vraag van Koerselman zelf, maar van de interviewer. Koerselman heeft er wel een antwoord op. ‘Dat is een interessante vraag. Luister, ik weet het niet zeker, laat dat helder zijn.’ Dit is waar ieder weldenkend mens zou stoppen met praten. Zo niet Koerselman. Dit is waar hij een boek begint te schrijven. Het leven van een emeritus hoogleraar moet heerlijk zijn: eindelijk weer alleen je eigen naam in de bronnenlijst opnemen.

Je niet echt verdiepen in je onderwerp heeft nog een ander belangrijk voordeel. ‘Het idee dat vader- en moederrollen misschien niet alleen maar zijn ingegeven door omstandigheden werp ik natuurlijk ook op om een beetje te prikkelen.’ Prikkelen: ongefundeerde onzin roepen om de aandacht op jezelf te richten. Misschien heb ik Koerselmans ideeën hier wat ongenuanceerd weergegeven. Dat deed ik dan om te prikkelen, en omdat Google Books maar twaalf voorbeeldpagina’s geeft. Bovendien was Koerselman er toch vooral op uit om de dames op stang te jagen. Nou, dat is gelukt! Ik geef hem een half uur op de naughty chair. Ondertussen ga ik op zoek naar een man die hem daarna nog een goede tik kan geven.

TS

Frank Koerselman, Ontvadering – Het einde van de vaderlijke autoriteit. Prometheus, € 15,-

Archief