BN

Here’s looking at you, Sid.

Sommige mensen hebben een verstandelijke beperking. Sommige mensen hebben geen verstandelijke beperking, maar lijken wel door iemand met zo’n beperking te zijn bedacht. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor Sid Lukkassen, auteur van driftig gekapitaliseerde titels als De Democratie en haar Media, Avondland en Identiteit en Levenslust en Doodsdrift. Lukkassen kan niet anders worden gezien dan als de door chromosoomoverschotten verstoorde weergave van een publieke intellectueel.

Een eerste aanduiding dat Lukkassen geen mens is, maar een personage dat, als Athena uit het hoofd van Zeus, rechtstreeks uit de verbeelding van een geestelijk gehandicapte de wereld in is gestapt: bij dit door God gemorste stukje Oswald Spengler verkeren het boertige uiterlijk en de stompzinnige inhoud in perfecte harmonie. Sid Lukkassen is niet zomaar een voorspelbaar totaalplaatje: hij is een gesamtkunstwerk. Het enige driedimensionale aan flat character Sid is zijn lichaam. Zijn BiFi-lippen, pruilend in permanente verontwaardiging over hun positie in zijn verongelijkte peuterhoofd, en zijn ogen, die in een wanhopige poging iets uit te stralen dat voor pienter door zou moeten gaan genoeg calorieën verbranden om zijn pens enigszins toonbaar te houden, zijn echter zo in overeenstemming met zijn inborst dat ze ervoor zorgen dat hij er kans op maakt alsnog de eerste mens te zijn die door een toekomstige biograaf niet als een ‘vat vol tegenstrijdigheden’ zal worden omschreven.

Zoals gezegd, Sid is een keihard argument tegen dualisme, en niet alleen in vorm, maar ook in inhoud lijkt hij het resultaat van een poging tot het klonen van Alain de Botton waarbij halverwege het proces een rechtse mopshond in het DNA-materiaal heeft gepiest. Die inhoud openbaart hij onder andere in het in het Nederlands napraten van een Amerikaanse complottheorie die Theodor Adorno weet te beschuldigen van elk sinds 1968 afgebrokkelde stukje traditie. Natuurlijk, Adorno heeft alles weg van een in een geheime onderwaterbasis wonende antagonist uit een Bondfilm. De Protocollen van de Wijzen van Frankfurt waar Sid in gelooft zijn desalniettemin absurd, al was het maar omdat niemand buiten een klein groepje armlastige geesteswetenschappers zich überhaupt met Adorno, Horkheimer, Marcuse of andere pessimistische Duitsers bezighoudt.

Als Sid niet rukboeken vol paranoïde gezever aan het schrijven is, wil hij ook nog wel eens in de media verschijnen. Zo mocht hij bijvoorbeeld recentelijk in de Volkskrant het bestellen van Thaise postorderbruiden ‘een stukje seksuele emancipatie van de blanke westerse man’ noemen. Gelukkig voor Sid wist hij de Volkskrantredactie zo ver te krijgen tevens in dat interview te vermelden dat hij onlangs is ingetrokken bij zijn vriendin. Mensen zouden immers maar gaan denken dat de verhandeling over vrouwen die worden ingepikt door ‘boomlange basketbalspelers’ uit Avondland en Identiteit autobiografisch is. Dat Lukkassen de eerste dertig jaar van zijn leven in zijn ouderlijk oikos doorbracht vermeldde de vriendelijk meedenkende krant uit piëteit niet – en vooruit, als ik er van overtuigd was dat ‘de zomer en herfst van 2017 in het teken stonden van de ophanden zijnde ondergang van West-Europa’, zoals de flaptekst van Lukkassens laatste boek Levenslust en Doodsdrift droogjes-alarmistisch begint, zou ik m’n tijd ook niet verspillen op Funda.

Ondertussen lijkt men in een onverwachte hoek, in tegenstelling tot bij de Volkskrant, Lukkassen wel af te schrijven. Toen hij vijf minuten zou spreken op een evenement van Leefbaar Rotterdam, maar na een half uur nog steeds, bevangen door de in het hiernamaals blijkbaar aan lager wal geraakte geest van Cicero, met voor het publiek iets te weidse handgebaren een betoog stond te houden, snoerde presentatrice Ebru Umar hem de mond: ‘Misschien wil je die slotzin even uitspreken, dan zijn we allemaal heel erg gelukkig.’ Ook Jan Dijkgraaf weigerde een bijdrage van Lukkassen af te drukken. Dijkgraaf had Lukkassen om een stukje gevraagd, maar kreeg in plaats van iets waar zijn publiek wat mee kon een Pleidooi voor een Verlichte autocratie, en op Dijkgraaf kwam dat over als een interpretatie van een kleuter die met de volledige werken van Friedrich Nietzsche in een blender was beland. Nu was dat Pleidooi niet eens bijzonder hoogdravend, maar reden genoeg voor Dijkgraaf om Lukkassen de als beschuldiging van pretentie bedoelde kwalificatie ‘Linda Duits zonder tieten’ toe te dichten.

Het is eindelijk eens een prettige bijkomstigheid van anti-intellectualisme: als iemand helemaal geen intellectueel is, maar door het brein van een zwakbegaafde naar een intellectueel is gemodelleerd, kan hij er toch slachtoffer van worden. De positie van Sid Lukkassen in het lezingencircuit zal dan ook, ondanks alles, de westerse beschaving niet overleven. Het kan echter nooit lang duren voor Sid een nieuw tijdverdrijf heeft gevonden. Als ‘iemand die de traditionele masculiniteit van migranten goed aanvoelt’ kan Lukkassen namelijk ‘prima omgaan met allochtonen.’ Mocht u binnenkort op het Osdorpplein worden lastiggevallen door een over zijn Vespa leunende, sissende hangjongere, ga dan niet op zijn avances in, want bij een welgemeend compliment voor uw borsten of kledingkeuze zal het niet blijven. Voor u het weet wordt u drie kwartier later nog steeds verbaal aangerand.

BN

Win de PC ONTHOOFTPRIJS.

Hoewel zijn naam klinkt als een onheilspellend gerecht op de menukaart van een absurdistische Chinees, is Wierd Duk geen onder zoetzure saus bedolven stuk gevogelte. Wierd Duk is ook niet de langverwachte opvolger van de polyfone ringtoonhit Crazy Frog. Wierd Duk is daarentegen, naar eigen zeggen althans, journalist.

Duk heeft in de loop der jaren op de loonlijst van zowel het Parool, Elsevier, als het Algemeen Dagblad gestaan, en fladdert momenteel vooral rond in de Telegraaf. Zijn collega’s ziet Wierd Duk als makke lammetjes die naar de pijpen van een samenzweerderige elite dansen. Zichzelf als de laatst overgebleven objectieve journalist van Nederland. Net als het verendekje op zijn hoofd, dat niet meer even waterdicht is als dat van een gezonde watervogel, is ook het journalistieke werk van Wierd echter zo lek als een mandje. Hoewel hij zijn naam mee zou moeten hebben, doet zijn geklapwiek dan ook vermoeden dat hij, als hij eindelijk eens eerlijk gewogen zou worden, zelfs voor een positie als stagiair bij de Duckstadkrant te licht zou worden bevonden.

Kortgezegd komt het grootste gedeelte van Duks journalistieke portfolio er op neer dat hij een willekeurig individu opzoekt dat op enigerwijze zijn eigen wereldbeeld bevestigt. Het individu in kwestie wordt kritiekloos geïnterviewd en het resultaat van dat interviewtje gepubliceerd. De werkwijze van woerd Wierd doet dan ook onherroepelijk denken aan de slogan van een andere gevederde soortgenoot. “Wij van WC-eend adviseren WC-eend.”

Van de journalistieke integriteit van de Anas Peculiaris zal ik u kort twee voorbeelden geven.

Ten eerste is er zijn avontuurlijke zomervakantie van dit jaar. Onze kloeke reporter maakte een bijna Kuifjeëske rondreis door Israël. In zijn eigen ogen rolde hij op de oevers van de Jordaan ongetwijfeld dan ook een olijvenkartel op, werd hij vrienden met een klein Palestijns jongetje dat hem als gids diende, en hield hij ondertussen een oude Joodse kapitein in toom die onder het drinken van hele flessen Arak bommenladingen aan Jiddische vloeken rondstrooide. In werkelijkheid lijkt Duk echter niet op Kuifje. Als hij dan toch als een Belgisch stripfiguur getypeerd moet worden, dan zou dat vanwege uiterlijke overeenkomsten en een gedeelde liefde voor grootspraak eerder Lambik zijn. Zelfs Lambik zou echter wel in hebben gezien dat het niet helemaal koosjer is dat de zojuist genoemde rondreis volledig op kosten van het CIDI was.

Een tweede voorbeeld van zijn journalistieke normen en waarden mocht Duk onlangs laten zien in de jaarlijkse, inmiddels tot het Nederlands immaterieel erfgoed behorende rel rondom Zwarte Piet. In een column waarschuwde hij voor de radicalisering van tegenstanders van Piet. Helaas vergat Wierd daarbij voor het gemak even dat hij zelf enkele weken eerder een tekst had neergepend, ongeveer even lovend als de hagiografie van de goede Sint zelf, over de Friezin die illegaal een snelwegblokkade had opgezet om mensen hun wettelijk vastgelegde demonstratierecht te ontnemen. Echte eenden hebben hun ogen op de zijkanten van hun kop en kunnen daardoor twee kanten opkijken. Wierd Duk overduidelijk niet.

Ondertussen mag evident zijn dat Duk ongeveer evenveel respect heeft voor het journalistieke ambacht als de jihadisten van het kalifaat voor Romeinse overblijfselen in Palmyra. Misschien is vanuit zijn houding tegenover journalistiek vakmanschap in ieder geval wel zijn verdediging te verklaren van Vladimir Putin, die toch immers echt een journalist of drie, vier, per jaar met z’n eigen blote berenhanden wurgt. Eerder dit jaar beweerde Duk, gelegen naast presentatrice Annemiek Schrijver in het treffend onpasselijk getitelde programma De Ochtendkus, dat het namelijk allemaal wel meevalt met die vermeende repressie in Rusland: “Als je je niet te veel verzet tegen de macht dan kun je een prima leven leiden.”

Dat hij die woorden uit dezelfde snavel geperst kreeg waarmee hij ook beweerde dat hij de enige Nederlandse journalist is die zich niet door machthebbers laat ringeloren, dat is een wonder. Als hij dergelijke bagatelliserende uitspraken over dictatoriale regimes niet alleen de op televisie naast hem gelegen vrouw voor de voeten wierp, maar deze ook in zijn echtelijke bed herhaalde, mag het daarentegen zeker geen wonder zijn dat vrouwlief Fidan Ekiz het niet langer met Wierd Snater uithield en hem met z’n hypocriete gekwaak haar nest uit heeft getrapt.

BN

Archief