De NPO heeft weer eens een nieuwe talkshow. In dit format ontvangt de presentator zijn gasten niet in een studio, maar gaat hij naar hen toe, en moeten zij maar zien waar ze de door hem meegesleepte ovale tafel kwijt kunnen. Nog niet zo lang geleden werd van het publiek verwacht dat het naar het Westergasterrein zou komen. Zelf ben ik ook ooit naar zo’n talkshow gegaan. Niet vrijwillig natuurlijk, want ik ben niet gek. Ik liep stage bij een stichting die Herman Pleij in de arm had genomen om een boekje te schrijven over de geschiedenis van geluk. Meer kan ik er ook niet van maken. Die maandag was ik begonnen met werken op de persafdeling, en woensdagavond zou Pleij aanschuiven bij de talkshow. Ik mocht direct mee. Het zou leerzaam voor me zijn.

Die avond verscheen ik op tijd voor de deur van het mediacafé. Niet veel later arriveerde ook de persvoorlichter van de stichting. De bewaker, die niets aan niemand vroeg maar wel driftig om zich heen keek, liet ons direct door. Terwijl we binnen onze jas ophingen, legde de persvoorlichter het belang van zo’n talkshow voor een campagne uit. Het had iets te maken met een miljoenenpubliek. En nee, het was niet makkelijk om de redactie te overtuigen van een bepaalde gast. ‘DWDD regelen is gewoon lastig,’ aldus de persvoorlichter. Hij bekeek mij nog eens. ‘Jij gaat DWDD niet regelen. Of ja, heel misschien, als je echt goed bent.’ Ik begreep dat mijn stage mislukt zou zijn als ik DWDD aan het eind niet minstens één keer zou hebben ‘geregeld’. Niet dat we die avond naar DWDD gingen, maar dat zou ik ook zeker nog wel eens meemaken, zo beloofde hij. Eerst wilde ik dit maar eens overleven.

We liepen naar de balie waarachter het meisje zat dat ons toegang ging verlenen tot de ‘backstage’. Pleij zou later arriveren, dus het moest ons zonder bekende kop lukken om binnen te komen. Helaas: onze namen stonden niet op de lijst. Pas na een hoop telefoontjes kwam het meisje achter haar desk vandaan om een deur voor ons te openen. Die leidde naar een brandtrap, die op zijn beurt weer leidde naar een zolder. De muren waren beplakt met fotobehang van Amsterdam, en er stond een grote leren loungeset. Hier konden we, ver weg van het publiek beneden, wachten tot Pleij was gearriveerd, had gegeten en klaar was in de schmink. 

De uitzending was een succes. Te gast waren behalve Pleij Kees van der Staaij, een vrouw die een sekssite runde en enkele andere gasten die ik ben vergeten. De eigenaresse van de sekssite reageerde op alle ophef die was ontstaan naar aanleiding van reclamespotjes waarin jonge vrouwen (veelal studentes) zich aanboden als high class escort. Kees van der Staaij vroeg zich af of dat wenselijk was, of je vrouwen voor deze keuze moest stellen, en of vrouwen überhaupt eigenlijk wel in staat waren tot het nemen van beslissingen. De rest van de tafel (allemaal mannen, dat weet ik nog wel) knikte bezorgd. Eigenlijk was alleen Pleij vóór de site, maar hij zat er dan ook om te praten over geluk. Achteraf nam hij de seksbijbel aan die de eigenaresse eigenlijk aan Kees van der Staaij had aangeboden, maar die het cadeau had geweigerd. 

Na afloop volgden meer privileges. Terug in het mediacafé namen we plaats aan de statafel waar volgens de persvoorlichter de presentator – laten we hem Kauw noemen – ook altijd na afloop met zijn gasten borrelde. Deze tafel verschilde in twee opzichten van de rest van het café: in tegenstelling tot het napratende publiek stonden wij, zodat we letterlijk hoger waren dan de rest. Daarnaast werd deze tafel ongevraagd voorzien van bittergarnituur en kaasstengels. Al snel na de uitzending hadden alle gasten zich inderdaad rond de vlammetjes verzameld – alleen Van der Staaij rolde direct in zijn dienstauto. Kauw zelf liet nog op zich wachten. Omdat iedereen aan tafel de eigenaresse van de sekssite negeerde, knoopte ik een gesprek met haar aan. Misschien waren deze mannen bang om direct voor hoerenloper aangezien te worden, en ik kon hoogstens de indruk wekken op zoek te zijn naar iets dat beter betaalde dan mijn stage. 

Terwijl de persvoorlichter vragend mijn kant op keek verscheen Kauw, die zichzelf nog even had omgekleed, aan de statafel. Ik schrijf omgekleed, maar daarmee bedoel ik dat hij één extra knoopje van zijn overhemd had losgemaakt. Hij wurmde zich tussen mij en de eigenaresse. ‘Vonden jullie het leuk?’ vroeg hij, terwijl hij voorover boog om een kaasstengel te grijpen. Zelf had hij het in ieder geval leuk gevonden, want hij ging aan deze tafel nog even door. Opeens leek hij een stuk minder kritisch over de site, en wilde hij het volgende van de eigenaresse weten: ‘Als ik vanavond nog anale seks met een brunette zou willen, zou je dat dan kunnen regelen?’ Het bleef even stil. De eigenaresse legde hem uit dat het zo dus absoluut niet in zijn werk ging, zoals ze ook al in de uitzending had uitgelegd dat ze geen bordeel was, maar wat hij blijkbaar de eerste keer niet had verstaan. En toch was het knap hoe hij, in al zijn horkerigheid en banaliteit, twee blonde vrouwen het gevoel kon geven dat zij geen enkel gevaar liepen in zijn aanwezigheid. 

Nu heeft Kauw dus een nieuw programma. Een talkshow waarin hij ‘bijzondere gesprekken op locatie’ voert. Ik heb er nog niks van gezien, maar ik heb er alle vertrouwen in dat de gesprekken inderdaad bijzonder zijn. Leerzaam, misschien zelfs.

TS

Archief