bontes

De PVV-fractie zonder Louis Bontes is hetzelfde als een Ikea-kast zonder die kleine plastic dingetjes in dat zakje: precies even disfunctioneel. Voor Bontes is het wel jammer, want die bedoelde het goed.

Louis Bontes is een beetje geschrokken van de hele situatie. Hij heeft net zo’n hekel aan Marokkanen, Polen en boeken als alle andere Geert-fans. Hij is precies even dom en even agressief als de gemiddelde Nederlander (dus de gemiddelde PVV’er). Hij wil ook het communistische instituut dat de Europese Unie heet van binnenuit voorgoed vernietigen.

Een eenvoudige man, met weinig tevreden. Zo’n man is Louis Bontes. Hij wilde alleen wat democratie binnen de PVV, maar dat was hem niet gegund. Hij moest zijn bek houden, zo oordeelde de fractie. Dat doet pijn, veel pijn. Want de fractieleden waren dan misschien nukkige racisten, het waren wel zijn nukkige racisten. Het is dan ook logisch dat hij heeft aangegeven als eenmansfractie mee te stemmen met de beslissingen van de PVV. Zo hoort hij er toch nog een klein beetje bij.

Louis Bontes is niet de eerste mongool die de PVV verlaat. Voor de studie interviewde ik ooit Hero Brinkman. Dat is de man die eerst bij de politie mensen in elkaar sloeg, toen in de Tweede Kamer mensen in elkaar sloeg, daarna weer bij de politie kwam en wellicht ooit weer in de Kamer komt. Dat Hero Brinkman een angstaanjagende alcoholist is die mensen bedreigt zodra hij daar de kans toe heeft, wist ik toen ook wel. Maar voor je studie doe je alles. En ik dacht dat hij tegen mij wel aardig zou zijn, dat hij voor mij een uitzondering zou maken. Ik dacht zoals de vrouwen denken die nu verliefd zijn op Joran van der Sloot: hij vindt mij bijzonder, mij doet hij niks.

Het liep anders op die druilerige dinsdagmiddag. Door een medewerker van de Tweede Kamer werd ik naar de juiste kamer gebracht. Die was nog leeg, op een beleidsmedewerker in de hoek van de kamer na. Ik ging zitten en knoopte een praatje aan met de PA.

‘Wat doe je,’ vroeg hij.

‘Politicologie’, zei ik, ‘in Amsterdam’.

‘ik ook, wat toevallig’, zei de PA.

‘Waar dan?’ vroeg ik.

‘In Utrecht’.

Dat was een vieze, vuile leugen, want iedereen weet dat men in Utrecht geen politicologie kan studeren. Ik werd een beetje zenuwachtig. Zou er in deze partij nog meer gelogen worden? Zou er wel iets nuttigs uit het interview komen? Meer tijd om te piekeren was er niet, want toen kwam de grote Hero binnen. Hij mompelde iets tegen de leugenachtige beleidsmedewerker en ging achter zijn computer zitten. Toen draaide hij zich om, naar mij.

‘Zo’, begon hij. ‘Wat wil je van me?’ Ik legde uit dat ik studeerde (dat is voor zo iemand specifiek genoeg) en een interview met hem wilde houden, zoals afgesproken. ‘Ok. Kort’

Ik stelde ongeveer tien vragen. Tussen de vragen door zei ik soms iets onaardigs over de PvdA om hem op zijn gemak te stellen. Na elke vraag die ik stelde begon hij te zuchten, en zei hij twee zinnen (‘Natuurlijk gaat het diversiteitsbeleid bij de politie op de schop, het slaat nergens op. Het is belachelijk!’). ‘Zijn we klaar?’ vroeg hij halverwege. Uit angst voor represailles knikte ik, gaf ik hem een hand, en liep ik naar de deur. ik wilde net ‘nogmaals hartelijk dank’ zeggen, toen ik de afkeurende blikken van de twee psychopaten in de kamer zag. ‘Niet zo snel, jongen’ bromde de oud-politieman. Ik rook nu de alcohol pas. Ik keek de gang in, die was leeg. Ik was zo bang dat ik niet kon bewegen, dus ik keek om me heen. Op zulke momenten zijn het de kleine details die je in je opneemt. Het systeemplafond was een beetje vies, de vloerbedekking had een lelijke kleur. En alle deuren in de gang stonden wagenwijd open. Een koude wind joeg door de gangen van de PVV-vleugel. Ik deed een stapje terug, de kamer van Hero weer in. Een hand werd op mijn schouder gelegd.

‘Niemand loopt alleen door de gangen van de PVV-vleugel’, sprak de engerd. ‘Niemand.’ Hij hield mijn schouder nog steeds vast, en kneep iets harder. ‘Frans’, zei hij tegen zijn assistent, ‘escorteer deze knul’.

Samen met Frans liep ik door de lange gang. Steeds als wanneer langs een kamer van een fractielid liepen, versnelde hij de pas en leidde hij me af door dingen te zeggen als: ‘kijk, een vogel.’

Toen we buiten de PVV-vleugel stonden, gaf hij mij zijn kaartje. ‘Als je nog iets wilt weten, kun je altijd contact met mij opnemen. Dan hoef je niet meer met Hero in contact te komen.’ Ik bedankte hem, dat vond ik nou aardig. ‘Doei’, zei ik. ‘Doei’, zei hij.

Archief