Het was deze week feest op de redactie van Propria Cures. Deze week ontvingen wij namelijk het jaarverslag 2012 van het Letterenfonds, waarmee we eindelijk eens met harde cijfers kunnen aantonen dat Joost Zwagerman een lul is. Dat, en nog veel meer.

Na zeker zes telefoontjes naar het Letterenfonds ontving Propria Cures afgelopen week eindelijk het jaarverslag over 2012. Het is inderdaad al oktober 2013, maar het Letterenfonds is een overheidsapparaat, een dat in logheid niet veel onder doet voor A.F.Th. van der Heijden. In het jaarverslag staan alle toekenningen van subsidies aan schrijvers en vertalers. Laten we beginnen met wat globale cijfers.
In 2012 ontving het Letterenfonds van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een subsidie van 11,8 miljoen euro. Dat is in deze tijden best veel geld. Daarvan werd 7,5 miljoen euro herverdeeld onder schrijvers, vertalers, literaire tijdschriften en literaire evenementen. 4,3 miljoen euro bleef aan de spreekwoordelijke strijkstok hangen. Kan gebeuren toch? Waar dat geld precies gebleven is blijft goeddeels onduidelijk. Bijna één miljoen euro werd alvast gereserveerd voor het jaarlijkse snoepreisje naar de Frankfurter Buchmesse, en wel die van van 2016. Je kunt er immers niet vroeg genoeg bij zijn, en wie wat bewaart die heeft wat. Van de overige 3,3 miljoen euro zal een flink deel bij voormalig directeur Pieter Steinz terecht zijn gekomen. Pieter Steinz is inmiddels vertrokken bij het Letterenfonds vanwege een ernstige ziekte en we hopen oprecht dat hij nog lang van zijn zuurverdiende centjes kan genieten.

Veruit het interessantste gedeelte van het jaarverslag is het hoofdstuk ‘Toekenningen subsidies’. Schrijvers praten niet graag over geld, meestal omdat ze er niet zoveel van hebben (al zijn er uitzonderingen, waarover later meer). Omdat de werkbeurzen van schrijvers nu eenmaal van publiek geld worden betaald ontkomt het Letterenfonds er niet aan een inzicht te geven in wie nou eigenlijk wat kreeg. En nu wordt het leuk. 169 schrijvers vroegen een werkbeurs aan, 122 aanvragen werden gehonoreerd. Gemiddeld kregen schrijvers 18.463 euro. 22 auteurs kregen minder dan 10.000 euro, evenveel schrijvers kregen 30.000 euro of meer. Waar de hoogte van de toegekende beurzen van afhangt wordt in het jaarverslag niet vermeld, maar navraag leert dat vooral wordt gekeken naar de ingediende werkplannen. Wie een goed werkplan schrijft krijgt meer geld.
Jan van Mersbergen is goed in het schrijven van werkplannen. Jan kreeg voor de tweede keer op rij 35.000 euro ‘voor een roman’. Voor 35.000 euro kan Jan een jaar lang 38 biertjes per dag in café de Aap drinken. Wie Jan kent weet dat 35.000 euro bij lange na niet genoeg is. Daan Heerma van Voss kreeg 15.000 piek. Hoeveel net iets te jonge meisjes hij daarvan kan betalen om een paar scènes uit 45 na te spelen is onbekend, die prijzen fluctueren erg de laatste tijd. Verder is te lezen dat het Letterenfonds 1000 euro meebetaalde aan de vakantie van Renske Jonkman naar Marokko. Jamal Ouariachi kreeg 948 euro om in Ethiopië op zoek te gaan naar mensen die nog buitenlandser zijn dan hijzelf.
Remco Campert, H.H. ter Balkt en 21 andere gelukkigen krijgen elk jaar sowieso 7.500 euro ‘eregeld’. Daar hoeven ze verder niets voor te doen, het Letterenfonds is zo vriendelijk hun AOW van uw geld wat aan te vullen. Tijdschrift Liter, met 90 abonnees het enige blad dat nog minder wordt gelezen dan de Nieuwe Revu, ontving bijna 14.000 euro, en Das Magazin kreeg vorig jaar ruim 5.500 euro voor het niet-bestaande project De Online Courant.

Propria Cures is geen tegenstander van literatuursubsidies. Hoewel wij al sinds de jaren tachtig, toen geld sowieso nog gratis was, zonder hulp van buitenaf bestaan, vinden wij het prima dat het schrijvers mogelijk wordt gemaakt om zich voltijds met hun vak bezig te houden. Van schrijven word je over het algemeen niet rijk, maar gelukkig leven we (nog) in een land dat cultuur en literatuur hoog genoeg in het vaandel heeft staan om een handje te helpen. Juist daarom is het zo ontzettend jammer dat er altijd smerige ratten moeten zijn die misbruik maken van zulke subsidies.

Joost Zwagerman
Joost Zwagerman is naast de vervelendste schrijver van Nederland ook één van de weinigen die wél zijn brood kan verdienen met de lulkoek die hij zijn hele miezerige leventje lang al opschrijft. Hoe onbegrijpelijk het ook is, er zijn genoeg mensen die de wanboeken van Zwagerman kopen, en er zijn blijkbaar ook genoeg mensen die behoefte hebben om op de televisie naar Zwagerman te kijken.

Joost Zwagerman zit prima in de slappe was, en 2012 was voor Joost niet bepaald een vervelend jaar. Hij scheidde van zijn Ariëlle opdat hij ‘m voortaan in de vijftien jaar jongere Maaike Pereboom kan hangen.Omdat Joost zich niet meer in zijn eigen huis hoefde te verstoppen voor zijn echtgenote besloot hij vorig jaar zijn huis in Amsterdam-Zuid van de hand te doen. Opbrengst: 1,2 miljoen euro. Omdat een mens toch ergens moet wonen en omdat dat buitenhuis in het rustieke Tuitjenhorn na een tijdje ook gaat vervelen, kocht Joost een herenhuis in Haarlem à raison de 540.000 euro. Op die deal maakte Joost vorig jaar dus ruim zes ton winst. Dat gunt natuurlijk niemand hem, maar echt kwalijk nemen gaat ook niet, het is zijn eigen geld. Wat Joost Zwagerman wel kwalijk valt te nemen, is dat hij ondanks zijn meevallertje met vijf nullen niet te beroerd was om vorig jaar de hoogste subsidie van alle auteurs in Nederland op te strijken. Joost Zwagerman diende in 2012 twee aanvragen in voor werkbeurzen: voor een roman en voor een dichtbundel. Beide aanvragen werden gehonoreerd en Joost mocht 60.000 op zijn bankrekening bijschrijven. Dat zijn bijna twee modale jaarinkomens, betaald uit gemeenschapsgeld.

De subsidies op literatuur zijn bedoeld om auteurs in staat te stellen hun werk te doen. Dat Zwagerman niet aan schrijven toekomt (zijn laatste roman stamt gelukkig alweer uit 2002) komt omdat hij de hele dag voor de spiegel staat te masturberen, of omdat hij grappige feitjes over kunst uit zijn hoofd moet leren zodat hij zich als ‘kunstkenner’ kan profileren, maar zeker niet omdat hij niet rond komt van alleen zijn schrijverschap. Waarom de commissie die over de toekenningen gaat tot het wijze besluit kwam de hoofdprijs aan de Zwaag toe te kennen blijft gissen, maar men zou bijna gaan denken dat Maaike Pereboom er iets mee te maken heeft. Maaike vindt tussen het afzuigen van Zwagerman door namelijk de tijd om voor het Letterenfonds te werken. Het zal Maaike wel geweest zijn die Zwagerman heeft verteld hoe hij de inkomensgrens van 45.000 euro kan omzeilen die voor normale aanvragers van werkbeurzen geldt.
Als kunstsubsidies in de zakken van schrijversmiljonairs verdwijnen waren die bezuinigingen van Halbe Zijlstra helemaal niet zo’n slecht idee. En hoewel het niet te verwachten is van een graaiende gimmick als Joost Zwagerman, zou het hem sieren als hij zou erkennen dat zijn hebzucht in deze tijd niet meer te verantwoorden is. Joost, fijne kerel, lever dat geld in. Geef het terug aan de schrijvers die het écht nodig hebben. Geef eens een rondje in café de Zwart.