marmotIn Zwitserland denkt men over veel dingen anders dan in Nederland. Zo denkt men daar bijvoorbeeld dat het niet raar is om vijftien euro te vragen voor een paar aspergestengels, dat twintig euro voor een treinreis van twintig minuten redelijk is, en dat god bestaat. Ook geloven de Zwitsers dat minaretten het uitzicht verpesten en dus verboden zouden moeten worden, maar dat vinden we hier eigenlijk ook.
Er is iets wat de Zwitsers zeer goed hebben begrepen, het moet worden gezegd. Dat is dat er één dier is waar iedereen met zijn tengels af moet blijven: de marmot. Over de marmot zou men hier zeggen ‘onbekend dus onbemind’. De Nederlandse Wikipedia-pagina van de marmot telt ongeveer 166 woorden. Ter vergelijking: de piepjonge ondernemer en columnist Danny Mekic’ krijgt op Wikipedia 490 woorden toebedeeld, de talloze verwijzingen naar interviews en publicaties niet eens meegeteld. Daartegenover staat dat de pagina ‘marmotten’ in 49 talen te verkrijgen is, en ‘Danny Mekic’’ alleen in het Nederlands. Men kan dus niet anders dan hieruit concluderen dat het doodzwijgen van het bestaan van de marmot een typisch Nederlandse hobby is. Zeggen dat deze ‘marmoycot’ te verklaren is uit het feit dat Nederland geen bergen heeft, terwijl marmotten zich nou eenmaal graag in de bergen verschansen, is erg makkelijk. Marokkanen komen oorspronkelijk ook uit de bergen, en over hen raken we niet uitgepraat.
Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Het Volk van de Harde Worsten en Gatenkaas weet namelijk wel beter. Al in de 17e eeuw, toen men in Nederland nog schilderijen maakte en verdiende op het overvallen van Spaanse schepen, gebeurde iets bijzonders. In het kanton Wallis, waar het ritselt van de marmotten, werd in een hutje nabij de prachtig besneeuwde Monte Moropas een document getekend waar Volkert van der Graaf een feestelijke picknick voor zou organiseren. De eerste wet ter bescherming van de marmot werd van kracht. Vanaf dat moment kon het knaagdier weinig meer gebeuren. Met het verdwijnen van de mens als natuurlijke vijand hoefde de marmot alleen nog op te letten voor vossen en roofvogels. Maar de symbolische betekenis van deze gebeurtenis was misschien nog wel groter dan de praktische: de mens gaf aan de marmot van grote waarde te vinden, de marmot vond bevestiging. Kwam met de onaantastbaarheid de arrogantie? Welnee.
De Zwitsers wisten de marmot op waarde te schatten, maar hier in Nederland is men tot op de dag van vandaag niet onder de indruk. Het kan de Nederlanders niks schelen dat de marmot familie is van de eekhoorn, maar de grootte heeft van een schnauzer of Franse buldog, het geluid maakt van een vogel en bovendien buitengewoon sociaal is. In veel andere landen vindt men zo’n combinatie van eigenschappen reden om het dier eens nader te bekijken, maar zelfs Artis begint er niet aan. ‘Er is gewoon geen vraag naar’, roepen de topmanagers uit de dierentuinbranche. Naar autogordels was ooit ook geen vraag, en kijk eens hoe mateloos populair die nu zijn.
Voordat men te hard tekeergaat over de Nederlandse marmoycot, moet worden toegeven dat het moeilijk is om in de opvoeding van onze kleinen de marmot de plaats te geven die hij verdient. Zijn kleine neefje, de eekhoorn, wordt opgevoerd in strips (Squirrel Girl, de sidekick van Monkey Joe) en in films (Hammy, uit de film Over the Hedge). Maar voor de marmot, die het veel meer verdient, is het wachten nog steeds op die eerste grote rol. Pixar, Disney, DreamWorks desnoods, geen enkele producent durft het aan dit bijzondere dier eens aandacht te geven. Het gaat bij de Nederlandse jeugd dus al aan het begin fout. Alleen als je naar de Alpen gaat en op de juiste plekken komt, dan kan je in aanraking komen met de marmot. Met marmotten is het net als met een partij goede seks: je weet pas waar je over spreekt als je het in het echt hebt gezien.
Van de media hoeft men in dit land ook al weinig te verwachten. Maarten van Rossem, een man die over het algemeen buitengewoon optimistisch en gematigd is, haalt in de laatste editie van het gelijknamige tijdschrift flink uit naar de omroepen, hij rept van de ‘totale onbenulligheid van de media’. In een gepeperd essay zet hij uiteen waarom. Hoewel hij de marmot niet expliciet noemt, is de strekking wel duidelijk: waarom wordt prins Friso – die het, aldus Van Rossem, in de bergen nog geen drie dagen heeft volgehouden – wekenlang op de voorpagina’s gezet en wordt al het andere verdrukt? Waarom geen positief nieuws uit de bergen, waar blijven de marmotten?
De marmot lijkt zelf niet zo te zitten met deze desinteresse – hij heeft wel betere dingen te doen, zoals mos en bloemen eten.

Archief